Het lijkt een beetje ongepast om net op dit moment, nu discussies omtrent een mogelijks overaanbod van folkactiviteiten dit medium overspoelen, eventjes te wijzen op al dat moois dat in Noord-Frankrijk, of nog beter, Frans-Vlaanderen te beleven valt. Toch doen we het, aangezien de activiteiten die we bedoelen bij ons nog behoorlijk stiefmoederlijk behandeld worden. We hebben het dan over de Fest-Noz die bijna maandelijks door, of in samenwerking met, L’Amicale des bretons du Nord georganiseerd worden, om nog maar te zwijgen over de permanent doorlopende cursussen bombarde, biniou, accordeon, Bretoense dans, en dies meer. Dit alles was ons niet bekend, tot we erop gewezen werden door een andere fanatieke danser, of beter gezegd, dans-ster. Waarvoor hartelijk dank.
De eerste kennismaking was meteen een schot in de roos: de grootste fest-noz van het jaar in die regio, in de prachtig gerestaureerde feestzaal van Lille-Fives, met niet minder dan Skolvan op het hoofdprogramma, daarbij voorafgegaan en gevolgd door enkele andere sonneurs en zangers die er zeer zeker mochten wezen.
Een volledig overzicht geven van de dansen die die avond aan bod zijn gekomen is dankzij onze eerdere Dansroddel over Bretoense dans gelukking niet nodig. Wel willen we hier vier andere dansen die daar niet werden behandeld, belichten, temeer daar ze absoluut niet moeilijk zijn, en, wanneer ze opgenomen worden in het répertoire van onze balgroepen, voor enige afwisseling kunnen zorgen.
De Pas de Sept is een dans waarvan we het bestaan totaal vergeten waren. In de jaren zeventig kwam hij regelmatig op een bal voor. Maar samen met de folk-drooglegging in de jaren tachtig, is hij bij ons in het niets verdwenen. Eigenlijk is de pas de sept een verlengde versie van de scottish: in plaats van uit twee, bestaat hij uit drie delen. De laatste twee delen zijn deze van de scottish zoals wij hem kennen in de basisversie. Het extra deel komt dus vooraan. Tijdens dat deel maakt men eerst 7 kleine stapjes (voor de man L R L R L R L - , voor de vrouw het tegenovergestelde) in de dansrichting, gevolgd door 7 stapjes terug, in beide gevallen zonder te draaien. De muzieklijn waarop het eerste deel wordt uitgevoerd is goed te onderscheiden van de andere delen. Soms wordt ze éénmaal, soms tweemaal of meer gespeeld. De dansers moeten aandachtig blijven en op het gehoor bepalen wanneer ze de pas de sept moeten uitvoeren. Hier kan je bekijken hoe dit in zijn werk gaat.
De Gavotte de l’Aven is, zoals zijn naam laat vermoeden, een gavotte uit de streek van de rivier Aven. Hij wordt gedanst in korte slierten van twee koppels, waarbij de slierten min of meer netjes elkaar volgen, bijna zoals een peloton soldaten, maar dan schuin. De pas is dezelfde als deze van de gavotte de montagne (dans tro): // L / R / L R / L // R / L / R / - //, hoewel men ook vaak het toepassen van de “paz dreon” ziet. Daarbij wordt in plaats van de /L R/ op de derde tijd, enkel de L gezet, en begint de rechtervoet zich reeds te verplaatsen achter de linker om pas neergezet te worden op de vijfde tijd, zoals bij de klassieke pas. Ook op de achtste tijd begint de linkervoet zich reeds te verplaatsen. Hier is een gavotte de l’Aven door de groep Tud.
De Kas ha Barh is een dans die uitgevoerd wordt op muziek die zeer sterk lijkt op een an dro. Niet verwonderlijk, want de passen zijn qua tempo en volgorde identiek. Wel is de choreografie totaal verschillend. Hij wordt gedanst in koppel, en iedereen vertrekt zoals bij een gigue, maar in wijzerzin in plaats van tegenwijzerzin. De dame staat rechts van de heer. De passen zijn steeds // R / L / R - // L / R / L / - // voor de heer, en omgekeerd voor de dame. De eerste twee maten stapt men voorwaarts. Op de derde maat draaien dame en heer naar elkaar, een beweging die geïnitieerd wordt door de heer die daarvoor met zijn rechterhand, die de linkerhand van de dame vastheeft, een boogbeweging maakt zodat de dame zich naar hem draait. Dat enigszins elegant doen, is absoluut niet gemakkelijk, temeer omdat ondertussen de juiste stappen moeten gezet worden waarbij de binnenste voet naar achter wordt geplaatst. Tijdens de vierde maat draaien de partners terug naar de beginpositie. Wie wil oefenen kan dit doen op de volgende melodietjes. Traditioneel zijn deze Kas a Barh van de topgroep Skeduz, en Teir merc'h yaouank a vourc'h Kaodan van Jacal. Moderne versies zijn de Kas a Barh van Yann-Fanch Perroches, stichter van Skolvan een groep die hij in 1999 heeft verlaten, of 502 van Bleizi Noz.
De vierde dans die ik nog wil vermelden is de Trois coups de talon. Die heeft onmiskenbaar een Vlaams/Nederlands accent: het boze vingertje komt er wel niet aan te pas, maar toch het handjeklap. Kijk zelf maar. Ook deze dans heeft zijn naam niet gestolen.