Dazibao – Alma – 2005 – Happy Family – homerecords 4446009 – 47:50
Laat het ons maar eerlijk toegeven. We hebben altijd al een boontje gehad voor DAZIBAO, al van toen we hen voor de allereerste keer aan het werk zagen. Ik ben er bijna van overtuigd dat dat op de allereerste JONG FOLK-marathon was (lente 2003). Ze speelden niet op het hoofdpodium, maar wel in een klein bijzaaltje. Licht was er niet maar sfeer des te meer. Op het provisoire podium zaten een aantal mensen wondermooie muziek te maken. Niet alleen het publiek maar ook de muzikanten gingen helemaal op in een akoestische trance. Twee diatonische accordeons (Sophie Cavez, leerlinge én stand-in van Didier Laloy bij URBAN TRAD, en Jonathan De Neck) en een gitarist/luitist (Karim Baggili) speelden melodieën die moeilijk in een hokje te vatten waren. Was dit Europese folk? Arabisch? Flamenco? Jazz?
Percussionist Jo Zanders was toen nog niet bij de groep. Hij kwam er pas in de herfst van 2003 bij. We kenden hem toen al van zijn werk bij TANTRA (waar hij nu trouwens al een poos niet meer bij speelt – hij klopt er recent wel duchtig op los bij o.a. GÖZE).
Toen de groep een demo uitbracht waren we er al even enthousiast over als over hun live-optredens. De opnamekwaliteit was misschien niet perfect, maar ze waren er wel in geslaagd de hemelse sfeer van hun muziek op een schijfje te vangen.
Een jaar of wat geleden bereikte het nieuws ons dat Sophie definitief Didier Laloy zou vervangen bij URBAN TRAD. Dat verwonderde ons. We kenden haar vooral als een bijna schuchter meisje dat zeer emotionele muziek bracht, en we waren bang dat ze niet voldoende ‘feest-gehalte’ in huis had om bij een folkdiscoband als Urban Trad te spelen. We hebben er haar indertijd zelfs over geïnterviewd. De tijd heeft ons ongelijk gegeven. Bij Urban Trad swingt ze als een beest. Urban Trad is intussen wellicht haar belangrijkste broodwinning geworden, maar de groep DAZIBAO is voor haar toch nog steeds ‘haar’ geesteskindje.
Deze maand is de langverwachte ‘echte’ debuutplaat verschenen. Het kleinood luistert naar de naam ‘Alma’. We moeten toch nog eens proberen te weten te komen waar die naam voor staat.
In het CD boekje zie je een vrolijke jonge bende wild in het rond springen (foto’s door onze Bart Denolf!). Nochtans associeerde ik DAZIBAO niet meteen met feestmuziek, maar met gevoelige ‘world-folk’. Tot ik eens goed naar die plaat luisterde. Het was me eerder nog niet opgevallen dat hun muziek bij momenten écht wel stevig vooruit gaat. Gelukkig niet ten koste van de subtiliteit van de muziek.
Het zou ons te ver leiden om ieder nummer apart te bespreken (diegenen die zich geroepen voelen mogen dat hieronder in ‘commentaar’ gerust wel doen natuurlijk). Veel belangrijker is te weten welke sfeer opgeroepen wordt, en hoe dit gedaan wordt. Het merendeel van de melodieën zijn van de hand van Sophie Cavez, al heeft ook Jonathan De Neck een aantal parels op zijn naam staan. Dé hoofdinstrumenten zijn de twee diatonische accordeons. Prachtige solostukken worden afgewisseld met adembenemend samenspel. Luit, gitaar en percussie hebben ook een heel belangrijke rol in de muziek. Eigenlijk zijn zij het die de ‘sfeer’ creëren. In opener ‘l’affaire du pigeon’ lijkt het bijvoorbeeld alsof de voltallige groep op één of andere minaret staat te spelen. Door de luit en de percussie klinkt de muziek namelijk erg Arabisch. En als we op de achtergrond ook nog nasaal geneurie horen kan het helemaal niet meer stuk. Eventjes gaan luit en accordeon in duel. Een duel zonder winnaars.... Uiteindelijk ontdekken ze dat ze perfect samen kunnen leven. Het nummer eindigt in volle euforie. Zou dit als metafoor bedoeld zijn voor een multiculturele samenleving? De melodie krijgt trouwens nog een extra invulling dankzij gastmuzikant Vincent Noiret op contrabas. Ook in andere nummers ontmoeten we dezelfde dualiteit tussen Westerse en Arabische muziek. Luister maar eens naar ‘Eau-à-tiré’, of naar ‘Suzanette’ met de darbuka van Jo Zanders in een glansrol.
Karim Baggili bespeelt niet alleen de luit, maar ook een flamenco-gitaar. Dergelijke gitaren hebben een kleinere klankkast dan folkgitaren, en de kam staat lager. Klanken blijven minder lang resoneren, en de snaren ‘rammelen’ eerder. Dit resulteert enerzijds in een kouder en melancholischer geluid. Anderzijds is het mogelijk om er sneller op te spelen zonder dat het een zootje wordt. Maar de gitaar alleen maakt natuurlijk geen flamenco. Heel belangrijk bijvoorbeeld is het ritme. Dat wordt bij flamenco ‘compas’ genoemd. Er zijn heel wat basiscompassen. De meeste tellen twaalf tellen. Die ritmes luisteren naar exotische namen als ‘fandango’ (niet te verwarren met de gelijknamige volksdans) of ‘buleria’ en klinken in onze oren vaak ‘vreemd’. Je zou ze eigenlijk ‘assymetrisch’ kunnen noemen (net zoals b.v. een wals in 5, 8 of 11). Een aantal compassen zit simpeler in elkaar en klinken een stuk toegankelijker voor Jan Modaal. Zo bijvoorbeeld het ‘Rumba’-ritme dat wereldberoemd werd dank zij de ‘Gipsy Kings’ en meer recent ook door b.v. ‘Ojos de Brujo’. Bij een aantal melodieën van Dazibao is dit rumba-ritme duidelijk te herkennen. Maar het valt eveneens op dat ze een voorliefde schijnen te hebben voor assymetrische ritmes. Toch kunnen we hier zeker niet stellen dat ze flamenco maken. Het lijkt zelfs niet op flamenco. Ik voel hier geen ‘Duende’ (onvertaalbare term, maar laat ons het houden op de ‘flamenco-blues’). Maar flamenco vormt wel overduidelijk een grote inspiratiebron.
Wat mij betreft staat er één echt buitenbeetje op de plaat. ‘Avant-après’ klinkt namelijk ronduit als bossa-nova, en deze muziekstijl komt uit Brazilië (en is recent aan een tweede jeugd begonnen dankzij de lounge-hype).
Alle nummers die op de demo stonden kun je terugvinden op dit album. Ze werden wel heropgenomen, en voorzien van een nieuw arrangement.
Tot slot nog een berichtje voor de dansmaffia die zich na het succesvolle aantreden van de CAVEZ EXPRESS op de Gentse Feesten en op het Folkfestival Dranouter afvragen of hier ook balmuziek staat. Welnu, laat ons duidelijk maken: Dazibao is géén balgroep. Ze maken luistermuziek, en zijn daar trots op. Slechts een handvol melodieën zijn dansbaar. Ik veronderstel bijvoorbeeld dat op ‘A fond l’épi’ een andro kan gedanst worden, en op ‘Tabouret-Vache’ (dat velen zullen herkennen dankzij de eerste JONGFOLK-verzamelaar) een scottisch.
Ik daag bij deze de dansverslaafden uit om op de schitterende afsluiter ‘Anneaux de novembre’ een mazurka te dansen. Als dat lukt, en enkel dan, dan mogen jullie je als volwaardig lid van de dansmaffia beschouwen.
Tracks:
1. L'affaire du pigeon (S. Cavez)
2. Crok et franklin (J. De Neck)
3. Eau-à-tiré (S. Cavez)
4. Suzanette (S. Cavez)
5. Alma (S. Cavez)
6. Avant-après (J. De Neck)
7. A fond l'épi (S. Cavez)
8. Il fait mis (S. Cavez)
9. Tabouret-vache (S. Cavez)
10. Anneaux de novembre (J. De Neck)
Klik hier om deze CD te bestellen in Den Appel. Hij wordt je dan gewoon opgestuurd, samen met een overschrijvingsformulier.