Dit weekend zijn we afgezakt naar het kleine Baardegem voor het tweede folkbal van Pikkeling Youth.. Een avontuur op zich waarbij niet alleen wegwerkzaamheden maar ook nog eens straatnaamveranderingen in Groot Aalst voor de nodige problemen zorgden. En toen we dan eindelijk de deur openzwierden van wat ons gezegd werd de toegang tot de danszaal te zijn, stonden we tot onze stomme verbazing oog in oog met een aantal duivenmelkers omringd door manden vol koerend gevogelte, die op het eerste gezicht mijn blonde geschelpte ook wel naar waarde wisten te schatten, ook al was ze reeds geringd. Maar voor we konden rechtsomkeer maken, werd ons al toegeroepen: geir zè juust, t?ès doar aachter. Onze vrees om, drie kwartier te laat zijnde, geen plaatsje meer te hebben, bleek ongegrond: de zaal was omzeggens lèèg ! Mij stoorde dat niet erg want ik kreeg al heerlijke visioenen van bourrées en scottishen zonder duwen en stoten. Maar de organisatie liep er wèl zenuwachtig bij: vorig jaar was er voor Aedo zegge en schrijve 30 man komen opdagen. Maar dat was wellicht vóór Klesie zich met de zaak is gaan bemoeien.
Rond half tien werd er dan toch de beuk ingezet en het moet gezegd, Kléan heeft een mooie prestatie neergepoot ondanks de behoorlijk moeilijke omstandigheden: een matige (en vooral zéér late) opkomst van het publiek (een vijftiental dansers en zo?n vijftig kijklustigen, aantallen die enkel werden omgekeerd voor de gigue) en een geluidsinstallatie die niet altijd deed wat ze moest doen.
Kléan?s arrangementen zitten overwegend mooi in elkaar, zeker om naar te luisteren. Wat opvalt is de beheersing tijdens het spel, en de rust die uitstraalt van de groep. Dat komt vooral tijdens de gezongen nummers goed tot uiting. Een nadeel is dat dit door sommigen (niet door mij want ik ben van het rustige type inzake dans) eerder als futloos werd bestempeld en met niet genoeg swing om uit te nodigen tot dansen. Maar dat is uiteraard een kwestie van smaak. Een interpellatie met de groep achteraf leerde ons dat ze het tot dan toe gewoon waren van zalen voor hen te krijgen met zittende en luisterende mensen, en af en toe een feestje met bereidwillige dansers. Ze speelden vooral in niet-folkmilieus, en ze houden zich dan ook vaak bezig met het aanleren van dansen. Ze gaan er prat op al heel wat mensen warm te hebben gemaakt voor folk, en nieuwe dansers richting boombal gestuurd te hebben. Baardegem was hun 67e optreden, maar eigenlijk was het hun eerste echte bal, en dan nog tot hun grote verbazing ! Ze hadden namelijk verwacht een gewoon optreden te moeten brengen, maar ter plekke stelden ze vast dat de organisatoren een bal voorzien hadden. Het zal je maar overkomen.
Gelukkig leent het repertoire van Kléan zich goed om te dansen, al moeten ze hier en daar sommige nummers wat trager spelen dan ze gewoon zijn voor een zittend publiek, en ook de geijkte dansritmes wat beter ondersteunen. Maar daar zijn ze zich van bewust.
Ze hebben trouwens de bedoeling zich meer in het balgebeuren te mengen, en willen zich daarin vooraleer profileren door het brengen van gezongen nummers. De stem van Griet is daarbij een sterke troef.
Een ander sterk punt is hun breed repertoire, maar dan moeten ze het natuurlijk wel benutten: we hoorden een pach?pi aankondigen als een gigue en ?de krebbel? als een polka. Een stuk uit de renaissance waarin ze een branle hadden verwerkt, ging ook als gigue de deur uit. Dit alles was géén kwestie van onwetendheid, maar, zo bleek na een kritisch vraagje van mijnentwege, wel ingegeven door een in mijn ogen onterechte vrees dat die dansen niet gekend zijn, en daardoor de dansvloer leeg zou blijven; een redenering die ook ons aller Jåk eens hanteerde toen hij een gavotte als een andro aankondigde. Persoonlijk vind ik dat het geen kwaad kan om één of tweemaal tijdens een bal aan het publiek te vragen of een bepaalde dans al dan niet gekend is, en zonodig hem kort uit te leggen.
Om hen al een handje te helpen voor hun volgend optreden op het eerstkomend Baleynbal (warm aanbevolen!), geef ik jullie hier al de pasjes mee voor een pach?pi, één van de dansen op hun répertoire. Dat is een Bretoense rondedans (of rijdans als je met velen bent zoals bij de andro) uitgevoerd in dezelfde houding als de andro, maar zonder de armbewegingen. Het eerste deel is de wandeling, die wordt uitgevoerd over 16 tijden en naar links. Er zijn variaties: je kan die ofwel rustig wandelen, daarbij enkel een stap zettend op de hoofdtijden ( // R / L / R / L //... 4 maal), ofwel met een wisselpas (// R L / R - / L R / L - // ... 4 maal). Verwar dit niet met de andro, waarbij je links begint !. Uiteraard volg je de keuze van de leider van de ketting.
Het tweede deel is de figuur, en bestaat eveneens in twee variaties. Bij de eerste spring je op elke hoofdtijd afwisselend op rechter en linker voet, de eerste tijd rechts achter, de derde rechts voor, de vijfde rechts achter, enzovoort. Op de zestiende tijd spring je op beide voeten tegelijk. Bij de tweede variant doe je 4 maal: // R-achter / L-ter-plaatse / R-voor / R+L //. Dat vergt een beetje oefening, maar is best doenbaar.
Om het uit te proberen is deze Pach?pi (legaal !) van Penn Gollo zeer geschikt. Voor een zéér traditionele kan ha diskan versie durf ik deze Deomp D'an Unvet van Eugénie Goadec en Louise Ebrel aanbevelen (ook legaal !). Verder laat ik het aan Klesie over om een geschikt nummer van Aedo voor te stellen :-).