|
|
|
|
|
|
|
Interview met Greet Garriau  |
|
|
|
|
vlak voor 'de laatste Wals' van Fluxus. Het ontstaan en terug uiteenvallen van Fluxus wordt er uitgebreid besproken. (Interview)
|
|
Interview met Greet Garriau op 29 december 2005, vlak voor de ‘laatste Wals’ van Fluxus. Dit optreden is namelijk zowel een eindpunt als een beginpunt. Een eindpunt, omdat de groep FLUXUS er (hopelijk slechts voorlopig) mee stopt. Een beginpunt, omdat er een nieuwe CD wordt voorgesteld waarbij de muzikanten van Fluxus samen met de Engelse groep HOOVER THE DOG spelen. De CD én het samenwerkingsproject luisteren naar de naam 'OKAVANGO'.
In dit interview trachten we een beeld te bieden van de volledige evolutie die Fluxus doormaakt heeft.
FR: Ik moet bekennen dat ikzelf dankzij Fluxus (en AMBROZIJN) erg geïnteresseerd geraakt ben in de ‘New Flemish Folk’. Als ik me niet vergis heb ik jullie voor het eerst gezien in Dranouter, en stond Fluxus trouwens ook met het nummer ‘Trans-Garriau-express’ op een verzamel-CD van Dranouter lang voordat er sprake was van een eigen album. Maar Fluxus bestond vermoedelijk toen ook al een poosje. Hoe is de groep van start gegaan?
GG: Alles is begonnen in Gooik. Daar was toen een klein schuurtje waar het ‘nieuwe talent’ zijn ding kon doen. Je moest je wel op voorhand inschrijven. Dat hadden we gedaan: mijn vader (Paul), mijn broer (Koen) en Stefan (Timmermans) en ikzelf. Dat moet iets meer dan tien jaar geleden zijn.
FR: Hoe ben je zelf in de folk terechtgekomen?
GG: Dat komt door papa. Nog voor Gooik bestond waren er stages voor traditionele instrumenten. De naam van die stages ontsnapt me even. Hij was er vaste klant voor draailier. Mijn broer en ik gingen als kind altijd mee met hem. Thuis lag er altijd muziek op. Vooral pop en rock. Op den duur is Koen beginnen Cello spelen, en ik dwarsfluit. Op den duur ontstond er bij ons een traditie van een ‘muzikale nieuwjaarsbrief’. Zo begonnen we samen te musiceren. Toen ik begon te studeren stond er thuis een ongebruikte accordeon. Die was eigenlijk bedoeld voor mijn moeder (die als enige nog geen instrument bespeelde). In de examenperiode was ik het vak ‘filosofie’ zo kotsbeu dat ik spontaan ben beginnen spelen op die accordeon. Het duurde niet lang, of ik raakte mijn dwarsfluit niet meer aan. Niet lang daarna componeerde ik de nummertjes voor onze eerste CD. Ik moest toen wel heel veel oefenen om ze zelf te kunnen spelen. Met mijn vader, Koen en Stefan maakten we daar toen een arrangementje rond. De eerste percussionist, Bert, heeft zich eigenlijk zelf aangeboden. We woonden in een citeetje, en hij had ons horen repeteren. De muziek sprak hem blijkbaar aan want hij klopte gewoon op het raam en vroeg of hij niet mee mocht spelen. En zo is Fluxus ontstaan.
FR: Fluxus was dus jullie eerste groep.
GG: voor mij wel, maar niet voor mijn vader: die speelde al bij ASHELS. Mijn broer speelde er toen nog niet bij. Ashels was toen nog niet zo groot als ze nu zijn.
FR: Danste je zelf in die periode? Want op die eerste plaat 'PINGOEROE' stond heel wat dansbare muziek.
GG: Een echt fanatiek danser ben ik nooit geweest, maar op die stages was er ’s avonds altijd bal, en dan deed ik wel mee, ook al kwam ik eigenlijk vooral voor de muziek.
FR: Dat was nog voor de periode van ‘balgekte’. Nu maken veel groepen platen met balmuziek, gewoon omdat balmuziek ‘in’ is. Toen jullie begonnen was balmuziek helemaal nog niet in. Was het bij jullie toen de bedoeling om een dansbare plaat te maken?
GG: Eigenlijk niet helemaal. Een aantal nummers op die plaat zijn inderdaad dansbaar, maar een aantal andere helemaal niet. We merkten wel dat er tijdens ons optredens meer en meer gedanst werd. Dat zal ons zeker beïnvloed hebben. De nummers waarmee alles begon – dat zijn die composities van tijdens mijn studietijd – waren echter niet dansbaar.
FR: Indertijd werden jullie altijd in één adem vernoemd met Ambrozijn en LAÏS. Jullie waren de vaandeldragers van de New Flemish Folkwave. Er werd vooral op jullie optredens heel veel gedanst.
GG: We probeerden inderdaad zoveel mogelijk rekening te houden met de dansers. Op den duur waren de meeste nummers van onze optredens dansbaar (maar nooit allemaal). Ons publiek vroeg er gewoon om. Toch noemden we het zelf geen ‘bals’. Voor ons waren het eerder concerten waarbij je niet op je stoel moest blijven zitten, maar ook mocht dansen. We moedigden ons publiek trouwens ook erg vaak aan om te dansen. Ik kan je trouwens nog een leuke anekdote vertelen. We moesten ooit spelen in een cultureel centrum. Daar zat ons een publiek op te wachten dat helemaal niet ‘into folk’ was. De mannen met das, de vrouwen mooi opgekleed. Leeftijd 40 à 70 jaar. Het waren allemaal mensen die door een abonnementsformule aanwezig waren. Wij als beginnend folkgroepje werden er voor de leeuwen gegooid… Op een gegeven moment willen we ‘den andro’ spelen. Koen neuzelde wat in de micro over ‘niet moeilijk, allemaal rechtstaan, pinkjes in elkaar haken en een lange rij vormen’. Tot onze grote verrassing deden ze het ook allemaal. ’t Was echt fantastisch om te zien. Toen hebben we besloten dat we het publiek meer zouden betrekken bij onze optredens door middel van die dansjes. De naam ‘Fluxus’ verwijst trouwens naar ‘in beweging zetten’.
FR: We hadden het daarstraks al over Ambrozijn en Laïs. Samen met de kinderen van Koen De Cauter vormden jullie het project BOUQUET GARNIE. Hoe kijk je daar nu op terug?
GG: Het idee op zich was uitstekend. Maar toch voelde ik er me indertijd niet zo goed bij. Op de één of andere manier ontstond er een soort van concurrentiestrijd tussen de groepen, in de stijl van ‘Wij hebben maar twee nummertjes mogen spelen en jullie drie!”… Wij waren toen ook nog geen groep die kon soleren. Naast Ambrozijn en Laïs voelden we ons ook heel klein. Dat wilt natuurlijk niet zeggen dat er geen leuke momenten geweest zijn hé. We hebben een aantal toffe concerten meegemaakt. Maar er liep altijd wel iets fout. Het ergste concert was voor mij dat in Dranouter. Op het moment dat wij optraden, speelden THE LEVELLERS in de grote concerttent. Hun muziek stond zo luid, dat die door onze micro’s opgenomen werd, en versterkt werd in onze eigen monitors… We hebben wel veel geleerd uit die periode. Hoe je kunt arrangeren. En ook hoe je niet kunt arrangeren (lacht). Ik heb er dus een dubbel gevoel bij.
FR: En toen is Sam er bij gekomen. Dat was een belangrijk moment in de biografie van Fluxus. Veel van onze lezers zullen ongetwijfeld het verhaal kennen hoe dat in zijn werk gegaan is, maar vertel het toch nog maar eens.
GG: Niet lang na de opnames van Pingoeroe zaten Koen, Stefan en mezelf in de auto. We hadden het er al een paar keer over gehad dat een bassist een verrijking voor de groep zou kunnen zijn. En plots zien we daar op straat een jongeman lopen met een contrabas. Ik grapte ‘kom, we moeten stoppen!’. Stefan die stopte natuurlijk effectief, Koen draaide zijn raampje open en zei: “heb je geen zin om mee te spelen in een groepje?”. “Aheum”, zei Sam. “Ik heb die contrabas eigenlijk nog maar pas gekocht, en kan er dus nog niet op spelen, maar ik speel wel elektrisch...”. “Och, dat is ook goed”, zei Koen. We hebben toen in een nabijgelegen park wat nader met elkaar kennis gemaakt. Sam bleek een hiphopper / R&B’er te zijn. Hij kwam dus uit een compleet andere scene. Aanvankelijk had hij het moeilijk met onze muziek. Met de toenmalige arrangementen moest hij namelijk heel repetitieve baslijnen spelen, en dat vond hij vaak saai. Sam heeft toen prachtige ideeën naar voren gebracht, maar die zorgden wel voor spanningen. Welke koers moest Fluxus varen? Een deel van de groep wou traditioneler blijven, een ander deel wou een modernere sound. In elk geval hadden we een bassist nodig, en Sam is er nog steeds bij…
FR: Ook jouw zang betekende een keerpunt voor Fluxus.
GG: Ja. Ik geloof dat ik daarmee begonnen ben op Winterfolk.
FR: Een festival waar Stefan zelf als medewerker heel veel energie in gestoken heeft.
GG: Stefan had een serieuze vinger in de pap, maar eigenlijk werden alle beslissingen genomen door Jari Demeulemeester. We zijn hem erg veel verschuldigd. Hij heeft heel wat deuren voor ons doen opengaan. Hij heeft ons op alle edities van Winterfolk geprogrammeerd, en was trouw aanwezig op al onze CD-voorstellingen. Eigenlijk beschouwen we hem een beetje als onze peetvader.
FR: En daar op winterfolk ben je dus beginnen zingen.
GG: Dat was niet evident voor me. Mijn vader heeft me altijd gesteund in mijn voornemen om ook zang te integreren bij Fluxus. Maar een aantal andere groepsleden waren er echt niet over te spreken. We hebben er veel discussies rond gehad. “Wat wil jij nu beginnen zingen op Winterfolk? Laïs staat er ook en die zingen je gewoon van het podium…”. Zo kwam het dat ik heel onzeker op het podium stond op Winterfolk. Bovendien waren onze arrangementen nog niet aangepast aan zang. Ik moest in mijn eentje met mijn breekbare stem opboksen tegen een hele batterij folkinstrumenten. Dat kan lukken, maar dan moet je als zangeres heel sterk staan. Op dat moment was ik daar nog niet klaar voor. Tot overmaat van ramp had één van onze techniekers op eigen initiatief beslist om mijn stem zoveel mogelijk weg te moffelen in de mix, omdat hij vond dat ik eerst maar moest leren zingen. Het is pas lange tijd later dat we – via een vriend van me die ook technieker is – daarachter zijn gekomen. Zo komt het dat ik jarenlang gedacht heb dat ik inderdaad niet kon zingen. We kregen toen de kans om een plaat uit te brengen bij het grote label ZOKU. Maar één van de voorwaarden was dat er zang bij moest. Dat zorgde natuurlijk voor nog meer stress en onzekerheid bij me. Intussen heb ik me daar wel over kunnen zetten. Ik heb een cursus klassieke zang gevolgd, en slaag er nu veel beter dan vroeger in om me niet meer zo te laten beïnvloeden door kritiek van de buitenwereld. Ik ben misschien geen topzangeres, maar dat is ook nooit mijn ambitie geweest. Ik vind mijn accordeonspel veel belangrijker. Mijn zang is wel een extra ‘kleur’ die aan de muziek wordt toegevoegd.
FR: Schrijf je zelf de teksten?
GG: Soms, maar niet altijd. Soms worden een zelfgeschreven tekstje van me herwerkt. Soms vind ik inspiratie in een gedicht.
FR: We gaan verder met het overlopen van de geschiedenis van Fluxus: Stefan verlaat plots de groep. Waarom was dat eigenlijk?
GG: Dat heeft verschillende oorzaken. Mijn zang heeft zeker een rol gespeeld. Maar ook de richting die Fluxus ingeslagen had. Hij had het liever wat traditioneler gehouden, terwijl de meerderheid van de groep nieuwe dingen wilde uitproberen. Sam heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Tot slot waren we vermoedelijk ook wat uitgekeken op elkaar. Op persoonlijk vlak ging het toen tussen mij en Stefan ronduit slecht.
FR: Zijn vertrek was wel een tegenslag voor de groep. Naar het publiek toe was hij de frontman.
GG: Dat is zo. We hebben toen echt wel moeten zoeken hoe we verder zouden gaan. Maar dan kun je niet anders dan een andere richting in te slaan, en het gewoon te proberen. Ik denk dat dat eigen is aan het muzikantenberoep. Je bent constant op zoek. Vanavond wordt er bijvoorbeeld een punt gezet achter de huidige vorm van Fluxus. We gaan ‘uiteen’, maar het project OKAVANGO gaat wel verder. Dat is met Fluxus en de Engelse groep Hoover The Dog. We blijven dus wel nog samen musiceren.
FR: De hoofdreden waarom Fluxus er nu voorlopig mee stopt is eigenlijk goed vergelijkbaar met wat jaren geleden gebeurde toen Stefan wegging: jullie verliezen opnieuw jullie frontman.
GG: Ja, maar het verschil is dat Koen meer tot de ‘kern’ van Fluxus behoorde dan Stefan. Koen nam actief deel aan alles rond Fluxus. Niet alleen repeteren en optreden, maar bijvoorbeeld ook nummers arrangeren, layout en teksten van boekjes… Stefan deed dat allemaal niet of veel minder. Het vertrek van Koen komt dan ook harder aan. Daarom dat ik nu eventjes zelf ook met Fluxus wil stoppen.
FR: Waarom gaat Koen eigenlijk weg?
GG: Wat betreft muzikale ideeën zijn we wat uiteengegroeid. Een groep als FOLK² ligt hem veel meer. Hij krijgt daar een melodie, en moet daar een tweede stem op verzinnen. Hij is daar zeer goed in. Maar de moeilijke arrangementen van Fluxus hoeven niet meer voor hem. We hebben ook minder optredens dan vroeger, zien elkaar minder, en als we op repetities dan vaak niet uit een arrangement geraken wordt al gauw de vraag gesteld “waar zijn we hier mee bezig?”. Vreemd genoeg hebben we die problemen niet met Okavango. Daar zijn we nochtans met tien mensen. Misschien komt het omdat de mensen van Hoover The Dog zelf ook de arrangementen mee leiden. Hoe groter de groep, hoe kleiner je eigen rol en ego… Ik kan eigenlijk nog steeds niet exact duiden wat er precies verkeerd ging. En ik ben er zeker van dat we na vanavond allemaal spijt zullen voelen omdat het ‘gedaan’ is. We zijn ongeveer van start gegaan op het moment dat BLOWZABELLA (nvdr: Blowzabella trad na ‘de laatste wals’ van Fluxus ook op in dezelfde zaal) stopte. Nu stoppen wij, en zij herbeginnen. Misschien zal Fluxus herbeginnen als Blowzabella terug stopt (lacht)?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
reacties  |
|
|
|
|
|
|
|
|
greetje, over je stem, op de cd klinkt ze zo fantastisch mooi dat ik hoop dat ik je nog veel zal mogen horen zingen...
|
|
, 02/01/2006 15:32 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Zijn er geen foto's van 'de laatste wals' eigenlijk?
Ik wil ze wel kopen als dat moet.
Stefan Timmermans
|
|
, 03/01/2006 11:55 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ik moet er nog aan werken stefan... nog een beetje geduld dus! maar ze komen wel!
lievegroeten
|
|
, 03/01/2006 12:04 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
jaja de sam heeft dat goe gedaan bij fluxus! dat is namelijk mijn neef en ik steun hem in zijn muzikaal leventje! ik probeer naar optredens te gaan zenne maar dat lukt niet altijd! jammer genoeg
|
|
, 22/04/2006 13:24 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
bijschrift  |
|
|
|
|
|
I
|
streek:
Niet doorgegeven |
|
I
|
datum:
|
|
I
|
genre(s):
|
|
I
|
website:
|
|
I
|
email:
|
|
I
|
aantal
malen gelezen: 2583 |
|
I
|
artnr:
20458 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
redactie  |
| |
|
|
verwante artikels  |
| |
|
|
mail  |
| |
|
Recentste Interview  |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|