De zomer komt eraan en in haar zog sleurt de zon een karrenvracht festivals met zich mee. Op een aanzienlijk deel van die tijdelijk opgetrokken podia zal EmBRUN ten dans spelen met een eerste plaat op zak. Meer hadden we niet nodig voor een interview met frontman-accordeonist Bert Leemans. Folkroddels, met uw vragen, op de schoot bij de enige echte “Jesu qui joue l’accordeon”.
FR: Hoe gaat het ermee?
BL: Goed.
FR: En met de CD?
BL: Met de CD ook goed. Volgende week zondag nemen we de laatste dag op (dit interview vond plaats op 31/1, nvdr). De laatste hand leggen aan de nummers, tweede stemmen, intro’s en outro’s. Zo’n dingen.
FR: En voor wanneer is de release?
BL: Begin juli. Waarom zo laat? Normaal ging het sneller gebeuren, maar je kent de situatie met Ludo. Het was vorig jaar al dat hij naar mij kwam. “Bert, ik heb de kans om met school een paar maand naar Polen te gaan. Wat doen we dan met EmBRUN?”. Ik zei dat hij het daarvoor echt niet moest laten. Dat is een kans die je één keer in je leven krijgt, je mag dat niet laten liggen. En als we in de tussentijd optredens krijgen, spelen we die gewoon. Het zal wel niet zo krachtig zijn als met vijf, maar we trekken onze plan wel. In het verleden traden we al op met drie en dat ging ook.
FR: Hoe zal de CD klinken?
BL: ‘k Had die vraag verwacht. Ik denk dat het een mengeling van verschillende genres… (de ober komt ons storen met de onbenullige vraag wat we wensen te eten. Voor de die-hard fans: Bert bestelde een schotel gewokte varkensreepjes met groentjes. Ondergetekende ging voor de voortreffelijke lamslasagna). Waar waren we gebleven? Just, verschillende genres. Groepen die ons geïnspireerd hebben zijn onder andere DJAL, natuurlijk. VACH'INTON.G ook, omdat we toch voor een stuk met hetzelfde instrumentarium zitten. We zijn zeker ook schatplichtig aan de BLOWZABELLA-sound. Ook een klein beetje experimenteel. Euhm en rustig, ingetogen. Van alles een beetje.
FR: Komt er zang bij kijken?
BL: Nee. We hebben er wel aan gedacht, maar het is nog niet voor nu. We zullen nu negen dagen in de studio gezeten hebben. We hebben erover gesproken om eventueel op een volgende cd met zang te werken. Misschien gaan we wel zelf gaan zingen, maar dat moeten we dus nog eens bekijken. Maar nu dus nog geen zang, we hadden er nog geen behoefte aan.
FR: Wat vind je zelf in het algemeen van zang bij balmuziek?
BL: Moet kunnen, zeker en vast. Ik ben naar verschillende festivals geweest in Frankrijk en daar heb ik toch veel balgroepen gezien met zang, soms zelfs met zang alleen. Als je je perfect aan je ritmes houdt moet dat kunnen.
FR: En jullie gaan in de toekomst zelf ook nog met zang werken zoals op Winter in Dranouter?
BL: Normaal was het de bedoeling nog eens met Noellia Palomo op te treden, de week na WiD. We hadden het programma dan toch al, dus dat ging wel lukken. Maar het is niet doorgegaan omdat ze examens had. Maar we gaan nog wel met zang werken, maar niet binnenkort.
We hebben al eens een nummer opgenomen voor de dialectencd, met Kelly Esh. Zij had geen muzikanten, wij hadden geen zangeres. Dus zo vonden we elkaar. We zaten toen in één van de sjiekste studio’s van België, DK in Destelbergen, maar dat nummer was niet echt dansbaar. Dan werkten we samen met Noellia. Met haar, en met Jonas (Scheys nvdr), speel ik ook bij ALUMEA. Zo kenden we elkaar. Ik weet wat ze kan en dat doet ze ook goed. Ze studeert daar uiteindelijk ook voor. En waarschijnlijk doen we het nog wel eens over in de toekomst. Misschien doen we het ook wel met een andere zanger of zangeres. Maar zoals ik zei niet onmiddellijk dus.
FR: We beginnen alvast aan onze sollicitatiebrief. Hoe kwamen jij en Jonas eigenlijk bij ALUMEA terecht?
BL: Fieuw. Ik was een paar keer naar La Tentation geweest in Brussel, naar optredens gaan kijken. En zo hebben we die leren kennen. En dan kwamen ze eens in ’t Smiske optreden en van het een kwam het ander… Eerst begeleidden we de dansers en dan is het verder gegroeid.
FR: Tijd dan voor een eerste idiote vraag, zoals je weet stel ik ook maar de vragen van onze lezers... Hoe heb je je zangeressen het liefst, met of zonder baard?
BL: (kijkt verbaasd voor zich uit)
FR: Een echte vraag dan maar, die van Shooglenifty: je speelt accordeon, nooit banjo geprobeerd?
BL: (lacht) Nee, toch niet.
FR: Waarom dan het accordeon?
BL: Man, wat een vraag. Mijn vader speelde al voor zover ik me kan herinneren muziek en het was dan ook maar normaal dat ik naar de muziekschool ging gaan. Toen ik een instrument moest kiezen wist ik niet goed hetwelke. Viool, trompet, piano, ik kon echt niet kiezen. En een week voor ik moest beslissen stond er in de streekkrant van Ninove dat de muziekschool ging beginnen met lessen accordeon. En ik, klein Bertje, wist meteen wat ik ging doen. Ik was de eerste die ermee was begonnen in de muziekschool en de eerste die er is afgestudeerd. En ik heb me dat niet beklaagd. Mijn pa speelde ook trekzak, dus dat zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben.
FR: Toen je begon met die accordeonlessen, had je toen al folk voor ogen?
BL: Euhm, ik weet het niet. Ik had me er wel wat aan verwacht maar het was toch anders. Aan de muziekschool leerde ik klassiek accordeon spelen. Bach, Beethoven, de gewone muziekschooldingen he. Ik ben bij de folk terecht gekomen via mijn pa eigenlijk. Eerst wat samengespeeld met hem. En toen de volksdansgroep begon met een jeugdwerking ben ik daar in gaan spelen. Daaruit is dan BROEKZAK gegroeid. Met Ludo toen ook al. En Jonas. En dan is EmBRUN begonnen. Op de stage van Gooik had ik Harald ontmoet en dat klikte. En dan nog aan Toon gedacht, die ik op Flanders Ethno had leren kennen. Eens mee gejamd. En hij speelt zo’n melodieke. En ikke: “Amai, van wie heb je die geleerd?”. “Die is van mij”, zegt ie. En ikke weer: “Goesting om een groepke te beginnen?”. Toon: “OK”. En zo is EmBRUN ontstaan.
FR: Je speelt nu ongeveer 15 jaar muziek. Op de hoeveelste plaats komt dat voor jou?
BL: Muziek is altijd belangrijk geweest natuurlijk. Maar vrienden en relaties komen daar toch nog boven. Muziek is leuk, maar er zijn belangrijker dingen in het leven. Ik weet dat anderen daar anders over denken, maar bij mij is dat dus niet het geval. Muziek komt voor mij op de tweede plaats.
FR: Altijd balmuziek spelen, hoe kom je daar als 15-16 jarige bij? Rock’n’roll is toch veel sexier?
BL: Goeie vraag. We zijn begonnen met een groep en toen was het niet de bedoeling om bal te spelen. Ik weet dat we met Broekzak gevraagd waren om op Dranouter te spelen in de toenmalige danstent en toen was het de bedoeling dat we bal speelden. En van daaruit is dat eigenlijk vertrokken. We kenden die ritmes een beetje en dan waren we vertrokken. Balmuziek is eigenlijk niets meer dan ritme. De melodieën, dat is gebaseerd op pure folk. En zo waren er ongeveer 15 dansen die we deden.
Het was eigenlijk op Gooikoorts 2003 dat EmBRUN haar eerste echte bal speelde. Midden december stond vast wie bij EmBRUN kwam spelen, in januari zijn we beginnen repeteren. In februari hadden we 3 nummers, in maart 8. Zo is dat blijven groeien en tegen Gooikoorts hadden we 40 nummers. Toen wisten we dat dat veel te veel was en hebben we er een stuk of 15 van laten vallen. Ons eerste grote optreden was dan het bal op Gooikoorts. The right place at the right time zeker? Toen waren we vertrokken. De rest van het verhaal ken je wel zeker?
FR: Het verhaal doet de ronde dat EmBRUN in die begindagen niet veel repeteerde om zo de spanning op het podium te bewaren. Is dat nog altijd zo?
BL: (komt uit de lucht gevallen) Ik weet niet van waar je dat haalt. De week voor dat optreden toen op Gooikoorts hebben we dagelijks gerepeteerd. Ik moest werken, dus ik kwam pas aan om zes uur, de rest was toen al een tijd bezig. Keihard hebben we gerepeteerd, we waren toen echt kapot. Daarna hadden we wel een goed programma. Er vielen nog wel wat nummers af, er kwamen er nog bij. Maar de grote lijnen van het programma waren toen wel af. De laatste maanden zijn we nu trouwens ook weer stevig aan het repeteren. Ik zou me geen week kunnen inbeelden zonder de mannen van EmBRUN te zien.
FR: Hoe ontstaat een nummer binnen EmBRUN?
BL: Meestal is het zo dat als we repeteren dat we eerst de oude nummers even doorspelen. Dan gebeurt het dat daarna iemand zegt: “Ha, mannen, ik heb een nieuw nummerke geschreven deze week”. En dan spelen we dat een keer door. En meestal, gelijk wie ze maakt, het zij Harald, Toon of ik -Jonas begint ook al nummers te schrijven, vallen die nummers goed in de smaak. Het is echt wel nog niet vaak gebeurd dat we moesten zeggen: “Dat nummer is niet voor EmBRUN”. Dan kiezen we welk nummer er wordt vervangen, we schrijven een arrangement uit, treden er een paar keer mee op, veranderen als het moet het arrangement nog eens en hopla, een nieuw nummer is klaar.
FR: Het gaat gemakkelijk bij jullie?
BL: Dankzij onze bas en percussie kunnen we echt een “goeie fond” leggen. En de kracht van EmBRUN is dat we heel snel melodieën aanleren. Harald is daar het best in. Hij kan geen noten lezen maar laat hem twee keer een melodie horen, de derde keer speelt hij mee. Bij mij en Toon gaat dat ook snel.
Het komt er voor een groot stuk op neer elkaars muziek aan te kunnen voelen. “Ha, het is diene toonaard, die partij zal wel zo gaan”. En omdat we elkaar zo goed aanvoelen klopt het meestal nog ook. Het moet niet moeilijk zijn om goed te zijn. Jonas z’n baslijnen worden ook alsmaar beter.
FR: Jullie arrangementen staan er echt als een huis. Voor ondergetekende zijn het net die arrangementen die EmBRUN dat extraatje geeft die andere balgroepen niet hebben. Hoe komen jullie daarbij?
BL: Ik denk, omdat onze groep toch vrij groot is, de muzikale invloeden heel verscheiden zijn. Niet alleen folk. En ieder lid brengt zo z’n eigen dingen mee naar de groep. We streven er ook naar iedere melodie een ander arrangement te geven. Elke melodie vraagt ook een ander arrangement. “We moeten dat eens zo of zo proberen”, denken we dan vaak. En zo is het ook het leukst werken. En dan zijn er natuurlijk af en toe truukskes he.
FR: Ah ja?
BL: Allez, eentje dan. (lacht) Bijvoorbeeld een jig of een reel, naar het eind toe iedereen plots doen stoppen, één melodie-instrument gaat door en helemaal op het eind dan iedereen er weer bij. Nog eentje om het af te leren: gewoon melodie spelen en erbij klappen. Een heel leuk effectje. En nu we toch bezig zijn: tegenstrijdige baslijn. Werkt ook altijd. Als ik bijvoorbeeld een do neem en Jonas een mi. Dat dan lekker laten doorklinken. Enfin, zo maak je een arrangement dus net dat ietsje pittiger he.
FR: Wordt daar veel over gediscussieerd?
BL: Jazeker. Anders zouden we geen groep zijn. Het zou maar wat saai zijn mocht één iemand zeggen: “Zo moet het” en dat iedereen daarop zou reageren met een volmondig “Da’s goed”. Nee, zo werkt het niet.
Je mag ook niet teveel arrangeren. MINUIT GUIBOLLES heeft dat bijvoorbeeld. Soms doen ze zoveel met hun muziek dat je de melodie niet meer hoort. Let op, ik ben fan van hen, maar dat hoeft voor mij dan ook weer niet. Melodie blijft de basis. Ik kan niet op voorhand zeggen hoe een bepaalde melodie zal gearrangeerd worden. Als Toon zegt dat hij een nieuwe bourree heeft geschreven, moet ik die eerst horen vooraleer ik kan beginnen denken aan een arrangement. Want niet elk arrangement past bij elke melodie. Je moet dat wat aftasten. Zoals ik al zei: iedere melodie vraagt om een ander arrangement.
FR: Mooi zo. Iets anders dan maar weer! Wie is binnen EmBRUN de slechtste danser?
BL: (Denkt na) Toon.
FR: Je bent zelf wel een goede danser. Hoe belangrijk is dat om balmuziek te kunnen spelen en schrijven?
BL: Het is heel belangrijk. Als danser weet je waar je naar luistert. Als alles klopt, melodie en dans, dan kan je daar helemaal in opgaan. Je kan je laten leiden door de melodie. Ik kan je garanderen… kippenvel. Ik vind het heel belangrijk om als muzikant een goede danser te zijn. Op elk nummer dat we schrijven zal ik zelf ook eens dansen, al is het maar om te zien of het wel allemaal klopt. Een “stopke” wat langer of korter, hier wat sneller, daar wat trager. Enfin, maken dat het dansbaar blijft. Er zijn balgroepen, hoewel ze veel hoger staan qua arrangementen en muzikaal nog veel beter zijn dan wij, waarbij ik af en toe iets heb van “ai, dit klopt niet helemaal”. Ze spelen wel bal maar het voelt niet altijd zo. Mij stoort dat niet, maar je hoort het wel.
FR: Over welke groepen heb je het dan?
BL: Ha (lacht ongemakkelijk) Moeilijk he. (stilte) Er zijn maar 15 à 20 balgroepen in België die regelmatig spelen… De meeste weten het wel hoor als ze ergens een maat overslaan of zo. Maar om nu een specifieke naam te noemen… Het is ook niet zo dat er iemand bij mij op een zwarte lijst staat of zo. En ik wil op geen enkele komen. (lacht)
FR: Van de hak op de tak dan maar. Wat was het beste optreden dat je ooit hebt gezien?
BL: (denkt even na) Djal verleden jaar in Gennetines. Na Saint-Chartier zijn we naar Gennetines gegaan. Wel maar eventjes, want ik moest op de Gentse Feesten spelen met de KASSA-NOVAS. En eigenlijk moest je voor Gennetines inschrijven. Dat hadden we niet gedaan. Dus wij kwamen daar aan en we moesten 35 euro betalen voor die avond. Een vriendin van mij liep daar ook rond en die zei dat Djal speelde en ik ging toch een beetje door m’n dak. Maar het was toch wat veel geld en toen hoorden we dat ze ook de avond erna speelden besloten we het die avond wat rustig aan te doen en dan de dag erna naar Djal te kijken. Staan we daar om elf uur ‘s ochtends, ticketverkoop gesloten… Ik bijna de haren uit m’n kop aan het trekken maar we zijn daar dan toch nog binnen geraakt. Een bangelijk optreden. Djal is mijn lievelingsgroep. Ik had ze al eerder eens gezien en toen hebben ze mij ook wel van m’n sokken geblazen maar toen kende ik die groep nog niet zo goed. Nu wist ik wie ze waren, wat ze speelden, hoe ze klonken. En ze dan nog eens live zien, dat was toch wel echt de max. De violist was er niet bij, maar ik kan u garanderen: ik heb er gewoon twee uur zo gestaan: (brengt een overtuigende impressie van het spreekwoord “als een koe op een stoomtrein”). Van de ene seconde op de andere, echt waar… “Amai, zo’n loopje”. “Jawadde, die improvisatie”. Ne maat van mij: “Neeneeneenee, zie diene bassist!”. Die stond daar zo te spelen (speelt nu bas) En dan die accordeonist… “tatatata” (gaat nu helemaal door het lint) Ongeloofelijk…
FR: Het beste optreden herinneren is altijd fijn, zoveel is duidelijk. Maar wat was nu het slechtste optreden dat je ooit hebt gehoord/gezien?
BL: (blaast) Eigenlijk weet ik dat niet. Ik let daar zo niet op. Als er een groep ergens op een festival of zo wat tegenvalt, dan trek ik me meestal wat terug. Een babbeltje slaan, u amuseren, met de muziek op de achtergrond. Ik kan me geen slechte groep voor de geest halen. Ik zal er zeker al veel gezien hebben maar ik kan er zo niet direct op één komen.
FR: Een heel vriendelijk antwoord. Dan vragen wij maar wat verder naar het lachwekkende. Wat was voor jou tot nu toe het meest genante moment op het podium?
BL: Van Bert Leemans? (stilte) Mag dat ook van het podium zijn maar tijdens een optreden? Ja? Er zijn er wel al een paar geweest natuurlijk, maar het meest genante… Verleden jaar in september was dat. Een festival waar ook LA MACHINE geprogrammeerd stond. Wij moesten voor hen op. En voor ons bisnummer kwamen we van het podium, je kent het wel he. Eerst twee keer op het podium, dan in het publiek, akoestisch, de dansers rond ons. Een mooie afsluiter dus. En ik was aan het spelen, bijna aan het eind van het nummer. Schiet daar plots de riem van mijn accordeon langs de onderkant los. Dat instrument recht naar de grond... Ik heb het nog net op tijd kunnen tegenhouden, maar het was toch een beetje fameus verschieten. De dag erna moest ik al opnieuw optreden dus als ie daar echt tegen de grond was gegaan, zat ik toch met een probleem. Er zullen nog wel momenten geweest zijn, maar dit is mij toch het meeste bijgebleven.
FR: Voorlaatste vraag: je budget is oneindig en je hebt alle middelen om een festival te organiseren. Wie komt langs?
BL: Djal, ongetwijfeld. Vach’inton.g, dat ligt ook in de buurt. Duo Stéphane Milleret en Norbert Pignolle, twee accordeonisten. Comas. Naragonia, niet alleen omdat ze bevriend zijn maar ook omdat ik hun muziek echt goed vind. Naragonia is één van de weinige groepen die van het ene optreden op het andere al drie nieuwe nummers kunnen brengen. Skolvan, Wig a Wag en Amorroma misschien. Dazibao. Wijlen ‘k Voel me Belg moet er ook zeker bij zijn.
FR: En als je buiten de folk mag kijken? Of kom je daar niet?
BL: Toch wel hoor. Het combineren vind ik wel tof. Als het een festival is dat buiten de sporen van de folk gaat… Het is al lang geleden dat ik nog naar die muziek geluisterd heb. Maar ik denk dan vooral aan ’t Hof van Commerce. Ik heb het altijd al gehad voor hiphop. Als ik niet met folk bezig was, zou het met hiphop zijn. ’t Hof, House of Pain, zo’n dingen. Osdorp Posse, misschien wel Brainpower, Manau. Dat zal het zo wel een beetje zijn.
FR: Ons volgende slachtoffer wordt Wouter Vandenabeele. Wat wil jij van hem te weten komen?
BL: Hij als iets oudere folkie die zo hard heeft moeten knokken voor een plaatsje in de ‘scene’, hoe kijkt hij naar de evolutie van de oneindige stroom nieuwe jonge folkgroepen?
FR: We zullen het ‘m vragen! Bedankt voor dit interview.