Home > achtergrond > Instrument > De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 4

> zoek...
> meer zoeken...
 

De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 4
In deel 4 geeft Hubert Boone meer uitleg over de Zweedse en Baltische doedelzakken (Instrument)

Hierbij het vierde deel van deze reeks van Hubert Boone. De vorige delen kan je herlezen via de verwijzingen in de rechtse kolom.

De afbeeldingen zijn in het klein in de tekst opgenomen, maar door er op te klikken krijg je ze in een groter formaat te zien. Ter herinnering herhalen we dat het niet toegestaan is om het fotomateriaal elders ongevraagd te publiceren. Daarvoor dient men eerst de toelating te vragen aan de auteur, die zo nodig zal doorverwijzen naar een andere rechthebbende persoon of instelling. Dezelfde regelgeving geldt ook voor wat de teksten betreft.

We willen hier speciaal Dina Verheyden danken, voor het vele en zorgvuldige typwerk bij het klaarstomen van de tekst.


Veel leesplezier met dit vierde deel!

De doedelzak in Europa

en elders in de wereld
 

Hubert Boone (Studie- en documentatiecentrum TraVo)
 

Deel 4.

De Zweedse en Baltische doedelzakken,
en aanverwante modellen.
 
Het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van deze doedelzakken is de korte rechte melodiepijp, zonder klankbeker of interne verbreding en met diepe hollen voor de vingergaten. De Zweedse instrumenten hebben een kleine primitieve bourdon en soms nog een tweede, kortere stomme bourdon.
 
De Baltische exemplaren daarentegen hebben één of twee volwaardige bourdons, met meestal een uitgesneden verdikking aan het uiteinde. Vroeger moet het verspreidingsgebied van dergelijke doedelzakken veel groter geweest zijn. Tot voor kort kende men bijvoorbeeld nog een variant in de Wolga-republiek Tsjoevasjië (Russische Federatie), terwijl een aantal historische voorbeelden verwijzen naar Centraal- en West-Europa.
 
Over de Zweedse doedelzakken vindt men in de meeste standaardwerken vrijwel geen informatie. In zijn monografie Säckpipan i Sverige (1943) toont Mats Rehnberg aan dat ook daar de traditie opklimt tot in de Middeleeuwen. Er zijn verscheidene 15de- en 16de-eeuwse archiefteksten en afbeeldingen bekend. Zelfs Olaus Magnus, de befaamde 16de-eeuwse kroniekschrijver en laatste katholieke aartsbisschop van Zweden, had aandacht voor de doedelzak, die in die tijd nog in verschillende Zweedse provincies verspreid was. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw werd hij stilaan verdrongen door de viool en later door het accordeon. De traditie bleef toen alleen nog behouden in de centraal gelegen provincie Dalarna, maar ook daar zal het instrument kort vóór de Tweede Wereldoorlog uitsterven.
 
De laatste traditionele speler was Gudmunds Nils Larsson (overleden in 1949) uit Ilsbäcken (Järna), die in 1942 alleen nog een paar demonstraties kon geven. Omstreeks 1950 kwam er onder impuls van Ture Gudmundsson uit Leksand een hernieuwde belangstelling op gang, maar de ware herleving brak pas door rond 1980.
 
De Zweedse doedelzak wordt altijd met de mond geblazen en meestal påse, drommpipa of säckpipa genoemd. Alle originele, nog bewaarde exemplaren komen uit Dalarna; de oudste daarvan gaan terug tot het begin van de 19de eeuw. Ze hebben een genaaide zak van kalfs- of geitenleer, en de houders zijn meestal met houten spieën in de uitsnijding vastgenageld. De pijpen zijn uit berk of den vervaardigd en machinaal gedraaid in Västerdal, terwijl ze in Venja en omgeving veelal met een mes gesneden zijn.

De melodiepijp is 21 tot 25 cm lang en heeft een cilindrische boring van ca. 8 mm. Ze heeft 7 (6 + 1) ovale vingergaten die in diepe langgerekte hollen liggen. Onderaan zijn er 3 tot 4 en soms nog meer kleine gaatjes in de pijp gebrand, waarvan er sommige gedicht kunnen worden met houten pennetjes om bij te stemmen. Het enkelriet is 5 tot 6 cm lang en wordt gesneden uit het deel van de stengel dat onder water groeit. De bourdon is bijna altijd uit één deel en zowat even lang of een beetje langer dan de melodiepijp, nabij het uiteinde heeft hij ook 2 tot 3 stemgaatjes.
 
Sommige doedelzakken uit de omgeving van Venja hebben een bijkomende kortere, parallel geplaatste stomme (= niet doorboorde) bourdon. Hij is vaak uit hetzelfde blok hout gesneden als de houder en vormt hiermee dus één geheel. Deze stomme bourdon dient enkel als versiering, een eigenaardigheid die ook wel elders voorkomt, onder meer op de Balearen en in Frankrijk.    
 
 
Uit verschillende muzikale voorbeelden blijkt dat de toonschaal meestal van het plagale melodische type is, zodat de tonica van de melodieën op de vierde trap ligt.  De bourdon klinkt in unisono met de gesloten melodiepijp; beide pijpen hebben immers een cilindrische boring die met een enkelriet functioneert. Het repertoire omvat alleen maar dansmelodieën, die net zoals de speelstijl nogal archaïsch overkomen.
 

Ook bij de Zweedse bevolking van de Rye-eilanden en Ormsö, ten Noordwesten van Estland, bestond een interessante doedelzaktraditie. De instrumenten van deze eilanden hebben ongeveer dezelfde kenmerken als de hieronder besproken modellen met één bourdon van Estland. In deze Baltische republiek kende men de doedelzak al in de 15de eeuw. In de 18de, en de eerste helft van de 19de eeuw was hij vooral populair in het Westen en het Noorden van Estland. Daarna begon de traditie sterk af te nemen, en slechts een paar spelers bleven actief tot na de Tweede Wereldoorlog. Gelukkig had men reeds vroeger talrijke transcripties en opnamen gemaakt, sommige zelfs vóór de Eerste Wereldoorlog.
Rond 1970 kwam een herleving op gang door de inzet van Olev Roomet, lid van het staatsmannenkoor en zowat de enige die toen nog vertrouwt was met de speeltechniek.
 
De Estse doedelzak wordt meestal torupill genoemd. Vroeger werd de zak dikwijls gemaakt uit de maag van een oude zeerob, vandaar de eigenaardige langwerpige vorm. De melodiepijp is van den of jeneverbeshout en 15 tot 30 cm lang , met een cilindrische boring van 8 tot ca. 12 mm. Ze is voorzien van 5 tot 6 vingergaten, waarvan de onderste in verhouding met de andere opvallend groot kunnen zijn; aan het uiteinde zijn er vaak één of twee stemgaten. Het bijstemmen gebeurt door de gaatjes met was te verkleinen of door een speciaal op maat gesneden stokje of een twijgje in het kanaal te steken; een techniek die vroeger ook bekend was in Bosnië en zelfs Ierland.
De torupill heeft één of twee (en tegenwoordig zelfs drie) ongelijke, parallel geplaatste bourdons. Ten opzichte van de melodiepijp zijn de verhoudingen bijvoorbeeld 1 : 2,6 - 3.1. Achteraan hebben de bourdons bijna altijd een flesvormige uitgesneden verdikking met een vernauwend uiteinde. Bij het bespelen hangen ze met een lint aan de voorarm.
 
Gewoonlijk zijn de pijpen nogal vlak afgedraaid of versierd met langgerekte moulures. Soms merkt men ook opeenvolgende reeksen van kleine bollen of tandmotieven, wat enigszins herinnert aan de Schotse en Tsjechische doedelzakken. Vroeger werd de torupill alleen maar met de mond geblazen, maar de laatste tijd gebruiken sommige spelers ook een blaasbalg.
 

 
De toonschaal is doorgaans gegrond op de authentieke C-modus; de grondtoon ligt dan op de tweede trap en door het onderste vingergat te sluiten, bekomt men een leidtoonnoot.
 
De grote bourdon klinkt twee octaven lager dan de grondtoon, terwijl de kortere bourdon de bovenkwint weergeeft. Er zijn evenwel nog andere mogelijkheden bekend, wat blijkt uit een tabel die ons bezorgd werd door musicoloog en doedelzakspeler Igor Tynurist.

De torupill werd vroeger vooral op feesten en bruiloften bespeeld, zodat het repertoire hoofdzakelijk uit dans- en marsmuziek bestaat. Vele melodieën hebben een kort stemmingsmotief als inleiding. Hoewel de speeltechniek nogal eenvoudig is, heeft ze toch een hoger niveau dan in het Zweedse Dalarna.

                      

Wij wezen er reeds op dat soortgelijke instrumenten ook verspreid waren, of misschien nog in gebruik zijn, buiten de reeds besproken streken. Zo wordt in de Atlas van de Volksinstrumenten van de USSR (uitgegeven in 1963)van Konstantin Vertkov, een exemplaar afgebeeld uit Letland, met één bourdon. Daar wordt het instrument suomi duda genoemd, wat ‘Finse doedelzak’ betekent. Varianten van deze doedelzaktypes waren ook buiten de Baltische gewesten verspreid. Zie bijvoorbeeld de afbeelding van een Wit-Russische speler die voorkomt in Dissertations sur les antiquités de Russie (1795) van Matthieu Guthrie, bij diens bespreking van de pilai, een doedelzak van de Fins-Oegrische bevolking in het Russische rijk. Nog opvallender is het voorbeeld van de sarnaï, een instrument dat vóór de Tweede Wereldoorlog nog verspreid was in de Wolga-republiek Tsjoevasjië (Rusland). Het heeft twee ongelijke, fijn afgedraaide parallelle bourdons en een melodiepijp, vergelijkbaar met sommige Zweedse exemplaren.

Over de doedelzakken van sommige Russische deelrepublieken, zoals Mordovië en Oedmoertië, en de aangrenzende Russische gebieden is weinig geweten, verrassingen zijn dan ook niet uitgesloten. Zo beschreef Vladimir Koulilov in zijn artikel over de doedelzak in Rusland, in het bulletin van het Instrumentenmuseum van 1976, een instrument met twee in kwint gestemde bourdons uit de streek van Riazan.
 
Verschillende auteurs stellen dat de oorsprong van de Zweedse, Estse en aanverwante modellen eerder in Centraal-Europa dient gezocht. Ze verwijzen daarvoor naar Michael Praetorius, die in zijn Syntagma Musicum van 1619 twee soortgelijke types beschrijft: het hümmelchen en de dudey (zie afbeelding 30 in deel 3). Het eerste type heeft een melodiepijp van ca. 19 cm en twee parallelle bourdons. Bij de dudey zijn er drie bourdons en is de melodiepijp zowat 14 cm lang. Een gelijkaardig instrument zagen wij in het Narodni Muzeum van Praag. Het zou van Poolse herkomst zijn en heeft als belangrijkste kenmerken een melodiepijp van 16 cm, met een cilindrische boring van 7 mm die onderaan gesloten is (!), en 7 (6+1) vingergaten. Het instrument heeft drie ongelijke bourdons, die in dezelfde houder zitten; al de pijpen zijn mooi versierd met inlegwerk van tin en functioneren met een enkelriet. Een ander exemplaar, maar met een open melodiepijp, werd teruggevonden in Bohemen door Jozef Re?ný, de verdienstelijke conservator van het Museum van Volyne. En onlangs zagen wij ook een oude foto met een gelijkaardig instrument in de handen van een speler uit Wit-Rusland (nu Belarus)
 
Modellen met een cilindrische melodiepijp en drie bourdons van verschillende lengte, die in dezelfde houder zitten, worden ook nog afgebeeld door enkele Hollandse en Duitse meesters uit de 17de eeuw, o.m. Hendrik Terbrugghen, Jan Fielius en Cristophe Paudiss. Op een paar schilderijen is de melodiepijp in verhouding wel erg lang. Misschien zijn sommige van deze doedelzakken eerder verwant aan de 18de-eeuwse Northumbrische small-pipes. Deze hebben ook een cilindrisch geboorde melodiepijp, die echter functioneert met een dubbelriet.
In onze studie over de doedelzak in België en in Nederland (uitgegeven door La Renaissance du Livre in 1983) hebben wij dit probleem reeds aangekaart.
 
Doedelzak deel 4 – legende foto’s
32. Gudmunds Nils Larsson uit Ilsbäcken (Järna), vermoedelijk gefotografeerd in 1942 door de Zweedse musicoloog Mats Rehnberg.
© Dalarnas Museum, Falun; verz. HB
 
33. Doedelzak met één bourdon uit de Zweedse provincie Dalarna.
© Dalarnas Museum, Falun; verz. HB
 
34. Doedelzak uit de omgeving van Venja, met een klinkende en een stomme bourdon.
© Nordiska Museet, Stockholm; verz. HB
 
35. Per Gudmundsson uit Falun, met een modern instrument, gebouwd door Leif Eriksson. Beide muzikanten liggen aan de basis van de Zweedse doedelzak herleving.
 
36. Toonschaal van de Zweedse doedelzak.
 
37. Polska en bruiloftsmars naar een notatie gepubliceerd in Säckpipan i Dalarna (1981) van Leif Erikson en Per Gudmundsson.
 
38. Torupill met één bourdon, 19de eeuw.
© Teatri- ja Muusikamuuseum, Tallinn; verz. HB
 
39. Doedelzakspeler Johannes Maaker (alias Torupill-Juss) uit Hiiumaa, geboren in 1845.
© Teatri- ja Muusikamuuseum, Tallinn; verz. HB
 
40. Doedelzakspeler Hendrik Tiisu uit Saaremaa, gefotografeerd in 1896.
© Teatri- ja Muusikamuuseum, Tallinn; verz. HB
 
41. Torupill met twee bourdons,19de eeuw.
© Nationaal Museum, Helsinki; verz. HB
 
42. Jacob Ots uit Audru (geboren omstreeks 1862), met een torupill met twee bourdons.
© Teatri- ja Muusikamuuseum, Tallinn; verz. HB
 
43. Peeter Piilpark uit Jöelathme, gefotografeerd in 1938 toen hij 68 jaar oud was.
© Teatri- ja Muusikamuuseum, Tallinn; verz. HB
 
44 Verschillende mogelijkheden van de toonschaal, bezorgd door Igor Tynurist.
 
45. Dansmelodie uit Kuusala, naar een uitvoering door Tónu Eslon in 1913 en genoteerd door Armas Otto Väisänen. Uit: Tampere, H., Eesti rahvapillid ja rahvatantsud, Tallinn, 1975.
 
46. Dansmelodie uitgevoerd op torupill met twee bourdons, naar een notatie door T. Allikas.
Uit: Tampere, H., Eesti rahvapillid ja rahvatantsud, Tallinn, 1975.
 
47. Vader en zoon Taul uit Riidaja met een zelfgemaakte torupill, die voorzien is van een paar technische snufjes. Hun instrument heeft drie bourdons en functioneert met een blaasbalg.
De foto werd vermoedelijk genomen rond 1980.
Verz. HB
 
48. Sarnai-speler uit de Wolga-republiek Tsjoevasjië (Russische Federatie). De twee parallelle bourdons zijn niet zichtbaar. De foto werd vermoedelijk genomen kort vóór 1940.
Uit: Вертков, К., Атлас музыкальных инструментов народов СССР, Москва, 1963.
 
 


(steven)
16/05/2006 20:23

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: Niet doorgegeven
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
    • Scandinavisch
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 6534
  • I
  • artnr: 25568
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
  • I
  • De doedelzak in Europa, vroeger en nu (Instrument)
  • I
  • De doedelzak in Europa, vroeger en nu - Deel 2 (Instrument)
  • I
  • De doedelzak in Europa - deel 3 (Instrument)
  • I
  • De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 5 (Instrument)
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Instrument 
    achterklap
    Mooie videoclip van deze plaat op https://www.youtube.com/watch?v=K1REDX8kMyk ...

    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    snelnieuws
  • I
  • SELITSIANI REBETIKO TRIO
  • I
  • CONSTANZA GUZMAN-OSMAN MARTINS-JONATHAN DE NECK
  • I
  • TCHA LIMBERGER TRIO
  • I
  • FABRICE DE GRAEF & VALENTINA ANGELINI: MEDITATION
  • I
  • Kepa Junkera & Sorginak in Izegem
  • I
  • Wim speelt " na de oorlog"
  • I
  • ALIREZA GHORBANI
  • I
  • LAS HERMANAS CARONNI
  • I
  • GRUPO PIMENTÓN
  • I
  • SADIG & LUIZ "REUNIÓN" (+ MISTERY GUEST)
  • I
  • BRIGHT BRIDGES & TCHA LIMBERGER // ISTANBUL EKSPRE
  • I
  • İNCESAZ // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • DERYA YILDIRIM & GRUP ŞİMŞEK ++ GAY
  • I
  • KALBEN ++ GÖKSEL // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • Istanbul Ekspres festival
  • I
  • EDA BABA ++ CAN BONOMO // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • MUSTAFA TEKIR & VRIENDEN
  • I
  • AMIR ELSAFFAR'S RIVERS OF SOUND
  • I
  • FEMALE VOICES
  • I
  • LOOKING FOR OUM KULTHUM
  • I
  • ABIR NASRAOUI SINGS OUM KALTHOUM
  • I
  • JAWA MANLA & MODAR SALAMA
  • I
  • JIRAAN 2018
  • I
  • FARAN FLAD - 10 YEARS GROOT JUBILEUMCONCERT ft. Th
  • I
  • THE OLYMPICS Imagine a Paradise …
  • I
  • TÉLAMURÉ Tarantella Roots
  • I
  • MISTURA DE MARES Brazil, Argentina, Spain,Portugal
  • I
  • BERT CORNELIS: SITAR & FABRICE DE GRAEF: BANSURI
  • I
  • Abu
  • I
  • Gravel Unit
  • I
  • BrĂĽder nicht schiessen! - Duwoh
  • I
  • Jaune toujours – Europeana
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITE NILSON MOREIRA
  • I
  • Jonas Meersmans vrijdag 26 oktober Arenberg A'pen
  • I
  • MARTIN NERI NOSOTROS- ARGENTINA
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban