met Loubistok, griff , 't Kliekske , Kathryn Tickell en Emsaverien(Concertverslag)
Ook op zondag haastten uw folkroddels-reporters zich naar het lieflijke Gooik voor de laatste dag van dit sympathieke festival. Hoewel het enigszins bewolkt en daardoor een stuk koeler was dan de dag ervoor, kon dit de sfeer niet drukken. Het bezoekersaantal lag hoger dan op zaterdag, toen Gooikoorts de concurrentie moest aangaan met het gratis Brosella Folk-festival. Deze reportster deed ook dienst aan de verkoopstand van Den Appel – waar de cd’s overigens als zoete broodjes over de toog gingen – en kon daardoor maar een beperkt aantal concerten meepikken. Ook op zondag was er trouwens veel volk en interesse voor de instrumentenmarkt waar instrumenten niet alleen bekeken, maar ook uitgeprobeerd werden, zodat er een plezante muzikale achtergrond ontstond. Ook op de weide werd er her en der gemusiceerd, meer dan vorig jaar overigens. Ons eerste concert op zondag was GRIFF die eens te meer bewezen elk soort publiek aan te kunnen. Traditiegetrouw werd geopend met het knappe ‘Trolska’ – het eerste nummer dat de groep ooit repeteerde – en dat maakte ook meteen duidelijk welk instrument de hoofdtoon voert binnen de groep: het publiek werd getrakteerd op een doedelzaksolo van Rémi Decker, even later gevolgd door tweede en derde stem van Birgit Bornauw op re-doedelzak en Raphaël De Cock. Het tweede deel van dit nummer swingt gelijk de beesten om dan via een gitaarsolo naar een rustiger intermezzo over te gaan. Dit is overigens een kenmerk van veel van de Griff-nummers: opzwepende stukken worden afgewisseld met ingetogener of zelfs ronduit melancholische melodieën. Het is muziek om je heerlijk verliefd op te voelen, om vlinders van in je buik te krijgen het ene moment en tranen in je ogen het volgende. De groep speelt overigens met zo’n enthousiasme dat je zelf direct zou willen meespelen.Op de tweede linie staan de contrabas, gitaar en trekzak, die echter veel meer doen dan ‘gewoon’ begeleiden: de drie zorgen voor de naadloze overgangen tussen de verschillende deeltjes, voor de juiste ondersteuning en variatie, voor discrete, grappige en andere solo’s her en der, en creëren daardoor mee het uiterst herkenbare geluid van de groep. De nieuwe bassist Benny VanAcker leek uitermate in zijn sas en kon het daar op die tweede linie uitstekend met zijn companen Maarten Decombel (gitaar) en Pascale Rubens (trekzak) vinden. Laat ons duidelijk wezen: zonder deze drie bestond de groep niet. Na de opener pakte Rémi Decker overigens uit met de voor Gooik nogal gewaagde opmerking dat de leden van de groep misschien wel voor vijf zesden Vlaams en één zesde Waals zijn, maar toch vooral in de eerste plaats Belg, en dat hij al dat gedoe errond eigenlijk zever vond, iets wat door de tent op applaus werd onthaald. Dat Griff niet alleen voor doedelzak staat bewees ‘Leksand’ waar de low whistles van Rémi en Raphaël een belangrijke rol speelden, of later in het concert, met de mazurka ‘A la Jolie Fille’ (zachtjes ingezet door de trekzak). Ook zang staat op het Griffse repertoire, zoals in het Bretoense lied ‘Marivonig An Dourduff’, over een Bretoens meisje dat door Engelsen op een schip ontvoerd wordt, verkracht en overboord gegooid, vervolgens door mysterieuze visjes terug naar boven gebracht en later zelfs nog een liefdesverklaring krijgt van het Welsche slaafje dat haar aan boord had leren kennen. Hier kwam de ongelofelijk mooie stem van Raphaël De Cock uitstekend tot haar recht, een echt kippenvelmoment.Het lied werd voorafgegaan door Tuvaanse keel- en boventoonzang, nog één van zijn specialiteiten van Raphaël. In de roodgroen gestreepte tent kwamen vooral de boventonen indrukwekkend bovendrijven, alsof het zeildoek het dak van een gotische kathedraal was. Ook verder in het concert kwam er nog zang aan bod, zoals in het toch wel lichtjes onnavolgbare ‘Le fils du roi’ waar Rémi de tweede stem zingt. Het ritme werd lekker gepunteerd en kreeg dan een een Gallicisch aandoend intermezzo op doedelzak (Birgit) – dansende Raphaël incluis – om dan Négresses Vertes-achtig te eindigen en onmiddellijk door een feestelijke scottisch gevolgd te worden. Zalig! Ook het geslaagde ‘Antas’, een Sardijnse tekst op een Gallicische melodie, was van de partij. Ergens halverwege het concert werden we getrakteerd op de klanken van de Muchosa, een origineel Belgisch instrument waarvan na honderd jaar een exacte kopie werd gemaakt aan de hand van het enige bewaarde exemplaar dat in het Brusselse MIM te vinden is. Het klinkt alsof je ergens hoog in een Ardense wei onder een grijze hemel vrolijk maar alleen staat te wezen, een heel andere, ruigere klankkleur dan de sol-do-doedelzakken die we ondertussen allemaal al zo gewend zijn te horen. Terwijl onze mond ergens halverwege tussen stomverbaasd en schaapachtig glimlachend bleef hangen, krgen we ‘Zoet zeedier’ van Wim Baeck te horen, begeleid door een percussief bolero-ritme op gitaar. Mooi, mooi. Waren er dan geen minpunten aan dit concert? Ah ja, de balans tussen de doedelzakken was niet altijd je dat, soms werd er al eens een instrument te luid versterkt… en naar het einde toe werkte het geroezemoes achter in de tent ons serieus op de zenuwen, en zo te zien ook op die van de muzikanten, die bij een bepaalde inzet niet echt samen waren. Maar het merendeel van het publiek was, getuige het uitbundige applaus, wel razend enthousiast en riep de groep terug voor een springlevende tovercirkel. Levende muziek met een grote ziel.
Na Griff was de dag eigenlijk nog maar goed begonnen. We staken onze neus even binnen in de concerttent om een glimp op te vangen van ' T KLIEKSKE maar hadden eigenlijk meer zin in mattentaart en koffie, dus ging het richting Duveldroomschip. Na de mattentaart bleek dat we ook nog honger hadden, meer bepaald op ballekes in tomatensaus (nee, da’s geen honger, da’s goesting zei ons moeder altijd). Tegen die tijd was het tijd voor de Canadese ‘LES CHAUFFEURS À PIEDS', die het publiek in het Duveldroomschip in geen tijd op hun hand kregen met hun energieke met voetgestamp begeleidde muziek. Ook deze muzikanten bleken van veel markten thuis, meerstemmige zang, mondharmonika, een koperblazer waar ik nu niet meteen de naam van weet, gitaar, viool, blokfluit… dit alles gebracht door vier jonge Québecquois. De festivalgangers zagen deze groep zelfs zodanig zitten dat ze op zondag twee sets brachten. Zowel tijdens de eerste als de tweede set werd er uitbundig gedanst, tijdens het eerste deel eerder Iers, tijdens het tweede deel kwam er een bende kindjes vrolijk rondhuppelen en werden de toeschouwers in een wolk van stof gehuld. Twee heel plezante optredens dus.
Wij waren ook nieuwsgierig naar Kahtryn Tickell en haar band, want die hadden we al niet meer gezien sedert de Gentse Feesten meer dan tien jaar geleden. Iedereen zei dat het keigoed zou zijn en wat bleek? Het was keigoed! Amai, wat een madam. Zowel op northumbrian pipes (de doedelzak uit Northumberland) als op fiddle voelt deze dame zich thuis, en zo toverde ze samen met haar muzikanten de ene na de andere aanstekelijke melodie tevoorschijn. Ons kon ze vooral overtuigen op northumbrian pipes, maar dat zal wel met een lichte voorkeur voor doedelzakken te maken hebben. Het was een zittend concert, maar wij stonden wel lekker achteraan te dansen, want eigenlijk is dit toch vooral dansmuziek, een mix van snelle en nog snellere nummers en af en toe iets traag (maar niet te lang).Een van de muzikanten bleek bovendien jarig en werd door het publiek tot tweemaal toe op ‘lang zal hij leven’ onthaald. Kathryn vertrouwde ons toe dat hij nu niet langer half zo jong was als haar. Schitterend was ook het schouwspel van de zon in het haar van de spelende kinderen op het speelplein achter de tent, alsof iemand het juiste beeld gekozen had bij deze muziek. Een stomend concert (een ander woord is er niet voor) gevolgd door een staande ovatie en een spetterende bis.
Hekkensluiter van het festival was de Bretoense groep EM SAVERIEN. Fest noz op Belgische bodem, het gebeurt niet vaak, maar toch bleken veel dansers de pasjes al behoorlijk onder de knie te hebben, na de workshop die de groep in de namiddag gaf. Ook de recente optredens van B.Boa en de cursussen van Karine Billard zullen er wel voor iets tussen gezeten hebben. Wie niet danste, kon gerust luisterend genieten van de muziek, want ook hier was het adjectief stomend op zijn plaats. Het ritme was bovendien duidelijk gemarkeerd, wat het voetenwerk stukken vergemakkelijkte, en het repertoire van de groep gevarieerd, ook de liefhebbers van de gebeurlijke scottisch, bourrée of mazurka kwamen aan hun trekken. Em Saverien was de enige groep die zoveel bisnummers mocht spelen, met als allerlaatste de grappige Andro Retour waarbij het publiek zijn zangtalenten mocht tentoon spreiden.
Qua programmatie was dit voor ons de aantrekkelijkste dag, de mensen die we aan het werk zagen waren stuk voor stuk uitstekende muzikanten die elk op hun manier de toeschouwers wisten te beroeren. Ook qua sfeer was dit een heel toffe dag, tussen de optredens door zag je heelder families over het terrein struinen, oude vrienden elkaar begroeten, mensen rondlopen met typische festivalkost zoals frieten, hamburgers en ijsjes, en aan de bar werden er lustig pintjes en andere brouwsels geschonken. Een fijn festival met een uitstekende organisatie, we kijken al uit naar de volgende editie!
Mooie verslagen, Geertrui!
Inderdaad zitten er wat gaten in de kaas, maar aan anderen om ze op te vullen.
Nog even dit: bij het optreden van GRIFF viel me vooral op dat elke doedelzak een nadrukkelijke "uillean pipes-sound" meekreeg van de PA. Alle respect voor het werk van Joris Visterin, maar dat had misschien kunnen vermeden worden.
Ook hier wegens workshops twee groepen gemist: Griff en 't Kliekske.
De 'chauffeurs' waren opnieuw prima. Toen Ernie's "significante andere" zoals dat tegenwoordig heet, begon een reel te dansen (zij is leerlinge van Sean Kilkenny), en daarna ook Marc Decrollier (de eerste maal dat ik die man ontmoet en ik zal nog lang moeten wachten voor ik opnieuw zo'n ego zal tegenkomen denk ik) een poging ondernam ŕ la "tuu tuu pwet pwet", kon ik mij niet inhouden. Leuke boel.
Tickell was schitterend. Veel beter dan ik had verwacht. Ik heb haar jaren geleden in haar debuut periode leren kennen, en vond dat niet mijn ding. Eens dat etiketje erop, kijk of luister ik er verder niet naar, tenzij er zo'n toevallige gelegenheid is als Gooikoorts. En dan heb ik moeten vaststellen dat het etiketje zeker niet meer van toepassing is. Zij was voor mij het beste dat Gooikoorts heeft geboden.
Em Saverien was ook uiterst genietbaar. Soms was het mij iets te salsa-achtig, voornamelijk tijdens de bourrée, maar ok, Bretoenen moet je niet beoordelen op hun bourrées. De gavotte, plinn, fisel en kost ar c'hoat waren schitterend. Hun rond de St Vincent en En avant deux de travers ook. De Laridé in 8 was soms moeilijk te volgen en ik zag in de verschillende slierten de armen dan ook op verschillende momenten naar boven en beneden gaan. Bij een ridée in 6 is het normaal dat je dat ziet omdat die meestal gedanst wordt op onregelmatige muzieklijnen, maar een laridé in 8 is in principe regelmatig.
Milo heeft gelijk: er werd heel behoorlijk gedanst. Is het toeval of niet, maar ik heb (eigenlijk het hele week-end en niet alleen de zondag) met behoorlijk veel Nederlandse bezoekers gedanst. En die hadden doorgaans een verdomd hoog niveau. Eéntje zelfs uitzonderlijk: een dame, vermoedelijk rond de 40, nodigde mij uit voor een mazurka. Ik voelde meteen dat het goed zat, en trok al mijn registers open wat betreft het vrijelijk afwisselen van hold-, wals- en mazurkapassen hetzij links- of rechtsdraaiend, plus figuren. Mevrouw bleef perfect volgen. Toen een nummer later Em Saverien een wals inzette, werd ik opnieuw uitgenodigd, ditmaal door een zeer jonge jongedame, die niets vroeg, maar gewoon haar hand uitnodigend uitstak. Opnieuw datzelfde gevoel: perfect harmonieus volgend. Pas later bleek waarom ze niets zei: ze was de andere dame's dochter en wou dat vooraf niet verklappen. Een aangename verrassing. Tijdens het gesprek achteraf werd ook de vader erbij gesleurd, maar die zag het niet zitten om met mij te dansen. 't zal wel aan mij liggen...
Persoonlijk vond ik de keuze van een Fest Noz groep als afsluiter niet zo'n goede keuze. Dat zal naw liggen aan't feit dat ik niet zo goed thuis ben in Fest Noz, maar er was toch een heel pak minder volk op zondagavond dan de vorige jaren (op zondagavond). 't Viel me toch op dat het publiek juichte telkens er een dans werd aangekondigd die gekend was door iedereen ;-).
Hun muziek was uiteraard heel goed te smaken :-) en die andro met draai vond ik persoonlijk heel leuk :-)
Tja Bompa... je bent nu eenmaal niet ieders smaak ;-)
Je bent natuurlijk véél te bescheiden om je eigen prestaties te vermelden, daarom doe ik het hier even: ik kende je tot nu toe enkel van Folkroddel-recenties, commentaren en foto's. Ook van je eigen webstek natuurlijk.
Maar nu ik je voor het eerst 'levend' aan het werk zag, moet het eruit : CHAPEAU voor je danskunst. Dansen is niet bepaald mijn ding, maar wat ik dáár gezien heb overtrof mijn stoutste verwachtingen. Veel heeft het niet gescheeld, of ik had er bij het optreden van Katryn Tickell een stijve nek aan over gehouden ! (daaraan zou je danspartner natuurlijk gedeeltelijk schuld aan gehad hebben, maar soit...)