"JONG FOLK" is een realisatie van v.z.w. 't Smiske. Het is de tweede plaat die uitgebracht wordt onder hun label 'Appel Rekords' (de eerste was de DANSEND FOLK-compilatie - die ook gecoacht werd door Wim Claeys). Hun bedoeling was een staalkaart te maken van het aanstormende jonge folktalent (dat nog geen eigen full-cd uit had). En of dit gelukt is ! Eindelijk kunnen we weer eens trots zijn Belg te zijn. Er staat gewoon geen enkel zwak nummer op de plaat. Ik heb nog maar zelden een compilatie-cd beluisterd waarop zovele hoogtepunten voorkomen. Niettegenstaande vijftien verschillende groepen hun ding doen, is er toch een duidelijk 'gemeenschappelijke sound' waar te nemen. Een soort van 'MuziekBelgique'. Eigenlijk is dit niet te verwonderen : in onze folkscene is het heel gebruikelijk dat muzikanten in verschillende groepen spelen en zo elkaar beïnvloeden. Ter illustratie : de volgende muzikanten spelen allemaal in meer dan één groep op deze compilatie : Birgit Bornauw, Pieter Lenaerts, Pascale Rubens, Rémi Decker, Maarten Decombel en Raphaël Decock. En er is niet alleen een kruisbestuiving van muzikanten, ook van muziekstijlen. Vele groepen vermengen invloeden van overal in hun muziek. Van Tuvaanse boventoonzang, over Scandinavische melancholie, Ierse virtuositeit en Bretoense dansen naar Galicische uitbundigheid. Vaak zijn er zelfs Afrikaanse en Oosterse ritmes en melodieën te bespeuren. Maar net hierdoor klinkt de muziek zo overduidelijk Belgisch. We zijn nu eenmaal een volkje dat leeft op een kruispunt van culturen.
Normaal bespreek ik nooit alle nummers van een cd. Als ik bij deze cd echter één nummer niet zou bespreken zou dit ten onrechte afbreuk doen aan de 'onbesproken' groep. Dus : hier komen ze allemaal :
Al van bij het eerste nummer "Zand & Shelptjes" is het prijs : TANTRA's Klaterend mandoline- en gitaar-spel in combinatie met een weemoedige viool en etnische percussie doen je verlangen naar een Blankenberge ergens aan de Oostzee. De Nederlandse vertaling van Tantra's genregenoten BAL DES BOITEUX is "bal der kreupelen". Dansmuziek ? Tsja. Het gekozen nummer "Air 11" is b.v. in 11 tijden geschreven wat de dansbaarheid nu niet meteen bevordert. En de muziek zit stampvol dissonanten en ritmestoornissen. Maar wat een prachtig klankenpallet ! Ze slagen er met hun vaak repetitief bespeelde akoestische instrumenten moeiteloos in om een trance op te wekken bij de luisteraar.
GEZELLIG ONDERUIT ZONDER ELEKTRIEK (afgekort als Göze) bestaat uit slechts twee muzikanten, maar het zijn dan wel niet van de minsten : Wim Claeys (diatonische accordeon en dode koe) studeerde accordeon in Zweden en schittert o.a. bij Ambrozijn en Tref (samen met die twee andere accordeon-goden, Didier Laloy en Bruno Le Tron). Maarten Decombel zit in zijn voorlaatste jaar klassieke gitaar (conservatorium Gent) en speelt o.a. bij KEUKKOJOEN EN GRIFF. Ze zijn dol op vrolijke begrafenisliedjes en triestige liefdesliedjes. Een optreden van Göze meemaken is veel meer dan twee virtuozen aan het werk zien. Het is vooral ook echt plezant. Ze zetten je graag op je verkeerde been. Zoals hier met hun "Te Trage Schottische". Net zoals bij Göze combineert DAZIBAO diatonische accordeon met snaren. Maar zij spelen op twee accordeons, en niet enkel op klassieke gitaar, maar ook op flamencogitaar en luit. Hun composities vertrekken wel vanuit traditionele muziek, maar worden erg ruim geïnterpreteerd. Enerzijds richting jazz, en anderzijds richting Arabo-andalousisch. Sophie Cavez zou nog maar twee jaar op trekzak spelen. We kunnen enkel concluderen dat ze de voorbije twee jaar dus constant gespeeld heeft, want anders kun je zo'n niveau gewoon niet halen, zowel qua compositie als qua uitvoering. "'K VOEL ME BELG" is ook goed te vergelijken met Göze. In den beginne waren ze een duo (Rémi Decker op doedelzak en Pierre-Yves Berhin op diatonische accordeon). Het zijn erg goede muzikanten (nochtans autodidacdt) : ze kaapten als jonge snaken hoofdprijzen weg op Gooik en Saint-Chartier. En naast de muziek vinden ze ook de sfeer (en de humor) op hun optredens erg belangrijk. Sinds kort is KVMB echter geen duo meer. De percussionist Renaud Baivier vervoegde hun rangen. Dat maakt dat hun muziek die al erg dansbaar was, dat nu nog meer is. "On dit partout…" is gebaseerd op twee vrolijke bourrees uit de Auvergne. Rémi bespeelt ook zijn doedelzak bij GRIFF. Een doedelzak is net als b.v. een draailier een bourdon-instrument. Dat wil zeggen dat er 'grondtonen zijn'. Een doedelzak heeft vaak twee pijpen zonder gaatjes met elk één grondtoon, en een derde pijp die net zoals een fluit wel gaatjes heeft en waarvan de toonhoogte dus wel kan gewijzigd worden. In GRIFF staat de doedelzak centraal : er zijn er zo maar eventjes drie (naast Rémi ook Raphaël De Cock en Birgit Bornauw). Dit in combinatie met een diatonische accordeon, contrabas en gitaar (die eigenlijk vooral fungeren als 'ritmesectie') zorgt vaak voor energetische muziek. In "trolska" wordt gans Europa bereisd, van Zweden tot Galicië. Een verwante groep aan GRIFF, maar dan in een iets kleinere bezetting is VUELTA. Zijn zijn net als Radio 1 "met hart en ziel bij de koers". Maar hun klassiekers worden gereden op doedelzak, contrabas en diatonische accordeon. En Birgit raakt niet buiten adem. Zelfs niet op de rondo van Frankrijk. Bij MUSARAIGNE gaat het er 'klassieker' aan toe. Dat heeft natuurlijk vooral te maken met de combinatie van diatonische accordeon met een Cello. In "Lamadamatout" (vrij vertaald als "zij heeft alles") wordt op prachtige wijze jaloezie op muziek gezet. En je kunt er nog op dansen ook.
De meeste nummers op deze cd zijn instrumentaal. Maar er zijn uitzonderingen. De muziek van MAIRAN wordt gedragen door de zangeressen Lief en Jes Proost, Elly Aerden, zanger/pianist Florejan Verschueren en verder nog gitaar, percussie, bas en piano. Op deze cd staat een Franstalig nummer, maar de groep zingt in zowat alle Europese talen. Drie meisjes die zingen. En dan nog meerstemmig. Dat roept natuurlijk onmiddellijk associaties met Laïs op. Maar Maïran mag niet zomaar bestempeld worden als 'een soort Laïs'. Maïran zingt melodieuzer en minder rauw dan Laïs (ik ben trouwens dol op beide zangstijlen). En alle Mairan-songs zijn zelfgeschreven. Hun "Sur les marches" gaat over een romance tussen een mooi meisje en een schoenmaker. KEUKKOEJOEN is Tuvaans voor 'Blauw Konijn'. En Tuvu kennen wij natuurlijk vooral van de boventoonzang (van b.v. Huun-Huur-Tu). Het is deze keelzang die de muzikanten van Keukkojoen vijf jaar geleden samenbracht. Ze zijn nog steeds dol op het aftasten van de grenzen van de menselijke stem (kulning ofte sheepcalling, joiks zoals van Wimme of Mari Boine, polyfonie, …). Maar ook instrumentaal staan ze erg sterk (cello, fluiten, doedelzak, gitaar, synthesiser, …). In "Nanuk-polska" maak je in het gezelschap van een witte beer een reis van de Noordpool over Rotterdam naar Gallicië.
En mag er nog gefuifd worden ? Neem een sax, viool, accordeon, gitaar en tuba. Meng dit, laat het rijzen, en voeg tot slot wat percussie toe. En voilà, je feestfolk is klaar om opgediend te worden. TURDUS PHILOMELOS volgde dit recept nauwgezet. Als enige groep zijn ze op deze "JONG" tweemaal present. Een eerste keer met de gekende traditional "Tagada". En wat later met het korte maar daarom niet minder swingende "Tsouin tsouin!". Zoals de titel "(B)EAT THIS!" al laat vermoeden had ook het BALLROOMQUARTET zin om er eens goed in te vliegen. De intro doet wat denken aan "No Quarter" van Page & Plant die toen experimenteerden met rock en Oosterse muziek. Het duurt echter niet lang of het tempo wordt opgedreven tot iets wat we nog best "folk-disco" kunnen noemen. Zelf noemen ze het "Oriental House". Het is onvoorstelbaar welke klanken Andries Boone uit zijn mandoline weet te krijgen (zou hij les gevolgd hebben bij Angus Young ?). Ik probeerde het nummer al eens uit op de boombalmarathon en mijn vermoeden werd bevestigd : dit wordt een folkfuifhit. Net zoals "El Castillo" van AedO. Het nummer begint, hoe kan het ook anders, met een Spaanse gaïta (doedelzak van aldaar). Pieters sax doet haast onmerkbaar mee, en plots volgt dan een uitbarsting van vrolijke folkenergie waar de groep een patent lijkt op te hebben. Ik ken heel wat schoenmakers die zich in de handen zullen wrijven bij het aanhoren van deze uitbundige jig. Ook FOLLIA! komt dansbaar uit de hoek. "Quand la belle s'y promène" is een rockende bourrée. Het zou me te ver lijden het uitgebreide instrumentarium van Follia! op te sommen, maar zo goed als alle traditionele folk-instrumenten worden gebruikt, een drum, en een electrische gitaar. In "Zorro" van TOUCHE DE BEAUTÉ valt vooral de bluesy slide-gitaarspel van Dré De Schouwer op dat een extra drive geeft aan de al erg swingende muziek. Dit is typisch zo'n nummer waar het moeilijk is om niet spontaan in je handen te beginnen klappen.
Ik hoop oprecht dat er mensen het initiatief zullen nemen deze cd rond te sturen naar concertorganisatoren doorheen gans Europa. En jullie kopen hem natuurlijk massaal, en komen allemaal supporteren op het Folkfestival Dranouter waar de groepen zullen worden voorgesteld in de danstent.
2003 - Appel Rekords - APR1302 - Music & Words - 53'11".
Klik hier om deze CD te bestellen in Den Appel. Hij wordt je dan gewoon opgestuurd, samen met een overschrijvingsformulier.