Een paar jaar geleden hoorde ik de diatonische accordeoniste Sophie Cavez voor het eerst aan het werk. Dat was op een JONGFOLK-marathon (als ik me niet vergis was het zelfs de allereerste Jongfolk-marathon). Ze speelde er met haar groep DAZIBAO prachtige ingetogen muziek. Op het piepkleine nauwelijks verlichte podium zag ze er een klein verlegen meisje uit. Dat maakte de muziek nog breekbaarder en mooier. Ik zag ze daarna nog meermaals aan het werk met Dazibao. Ik werd een steeds ferventer fan van het kleine verlegen meisje.
Toen ze later haar leermeester Didier Laloy verving bij de populaire folkpopgroep URBAN TRAD hield ik mijn hart vast. Zou het kleine verlegen meisje niet ten onder gaan onder dat grootschalige feestgedruis? Mijn vrees bleek onterecht. Ik moest tot mijn grote verwondering zelfs vaststellen dat Sophie geen klein verlegen meisje was, maar een grote (1m 80) uitbundige jonge vrouw met een podiumprésence om U tegen te zeggen.
Intussen zit ze al jaren bij URBAN TRAD, en nam ze ook een (hier op folkroddels bejubelde) eerste plaat op met Dazibao.
De laatste twee jaar was ze ook meer en meer op de boombals te bespeuren. Vaak waagde ze zelf een danspasje. Maar al even vaak bewonderde ze gewoon de muzikanten. Volgens mij heeft ze een boontje voor sensuele bassisten. Je zou ze eens smachtende blikken moeten zien werpen naar de bassist van het Bretoense HAMMON MARTIN QUARTET. Ze is op een gegeven moment zelfs zelf basgitaar beginnen spelen.
Toeval of niet, maar in haar balgroep KV EXPRESS (niet te verwarren met een Café Express) speelt de basgitaar een grote rol. De bassist van dienst is Cédric Waterschoot. Ik ken niet alle bassisten van België, maar hij is in elk geval de beste Belgische bassist die ik ooit aan het werk gehoord heb. Net zoals Sophie speelt hij bij Urban Trad. De man heeft een jazzverleden en is zelfs docent aan de Antwerpse jazz-studio. Hij bespeelt een 6-snarige fretless bass. In de aanvangsperiode van KV express was het een beetje zoeken naar de ideale bezetting, en speelden er heel wat muzikanten al dan niet in vast verband mee. Ongeveer een jaar geleden werd de groep afgeslankt tot een trio: accordeon, bass en percussie. Voor de cd-opnames was de percussionist nog de zeer getalenteerde Jo Zanders, maar tijdens de opnames werd hij bij enkele nummers vervangen door Frédéric Malempré (die we kennen van TREF). Intussen verving Frédéric definitief Jo. Frédéric klopt er misschien iets minder avontuurlijk op los dan Jo, maar kreeg de dansritmes er wel al van kindsbeen ingegoten (door zijn vader, die één van de weinige dansmeesters is die ons landje rijk is).
Critici zouden kunnen zeggen dat een groep met één accordeon, een basgitaar en een percussionist onvermijdelijk teveel mikt op groove en te weinig op melodie. Welnu, in dit geval klopt deze stelling helemaal niet. We zouden zowel bassist als percussionist oneer aandoen door te stellen dat ze enkel deel uitmaken van de ritmesectie. Beiden halen ongelofelijke dingen uit en trekken in meerdere nummers de aandacht zelfs helemaal naar zich toe.
Ik heb de groep in 2006 meermaals aanschouwd. Muzikaal zat alles meteen snor. Wat wil je met zo’n topmuzikanten? Maar dansritmisch zat niet alles juist in elkaar. Bepaalde nummers werden te snel gespeeld, bepaalde accenten zaten niet helemaal juist. Het siert Sophie dat ze zich daar ook van bewust was, en steevast na de optredens om reacties vroeg bij een aantal ervaren dansers (zoals Leen Devyvere en Koen D’Hondt). Die stuurden de muziek bij waardoor de debuutplaat die nu in de winkelrekken ligt uitstekend dansbaar is.
Eigenlijk had er als groepsnaam moeten staan ‘KV Express & friends’. Er spelen namelijk een hele resem aan gastmuzikanten mee. Naast Fred Malempré op percussie (die intussen dus vast groepslid is) speelde bijvoorbeeld de Bretoense fluitist Sylvain Barou mee. Hier in België kennen we de man voornamelijk van bij COMAS. Met het risico in herhaling te vallen wil ik toch kwijt dat ik deze leerling van Jean-Michel Veillon als één van de allerbeste fluitisten beschouw die ik ken. Het nummer waarin hij speelt kreeg de toepasselijke titel ‘Polka Barou’ mee. In het middenstuk hoor je duidelijk tot wat deze man in staat is. Het atmosferische gefreak gaat misschien wel ten koste van de dansbaarheid, maar maakt het nummer erg boeiend.
Op twee nummers wordt er gezongen. Eerst door Tom Theuns die in het Nederlands zingt op ‘Nu, niet later, niet elders maar hier’. Onze collega’s van www.folkforum.nl merken terecht op dat deze mazurka – hoe mooi hij ook is – de sfeer van de plaat een beetje breekt en beter had gepast op een Ambrozijn plaat. Hetzelfde geldt voor ‘Danza de Pieterzot’ waar de Urban Trad-collega’s Soetkin Collier en Véronique Codésal zingen.
Tot tweemaal toe werd een saxofonist uitgenodigd. In ‘allo maenhaut / scottish à Loliatje’ is dat Philippe Laloy (geen familie van Didier Laloy), een Waalse muzikant met een jazz-achtergrond, maar die steeds vaker te bespeuren is in folkmiddens. De ‘scottish à Loliatje’ stond ook al op de boombal-cd. ‘Loliatje’ is het koosnaampje van één van de folkroddelsmedewerkers (die zich vooral bezighoudt met onze kalender, en met nachtelijke massages van één van onze sterfotografen – fotograferen is immers een zwaar beroep). Als scottish zet dit nummer me steevast op het verkeerde been, ook al klopt het aantal maten. Muzikaal is het echter subliem. Ik ben er zeker van dat dit een zogenaamde boombalklassieker zal worden en dat vele beginnende muzikanten het zullen trachten na te spelen.
De andere saxofonist is Pieter De Meester (van AedO en MAGISTER). Hij speelt mee in de ‘Poedelkes Bourrée’. Een stomend nummer, dat wel, maar ik vind het geen mooie bourrée. Voor ik het verwijt krijg dat folkroddels weer kritiek geef op AedO wil ik onmiddellijk zeggen dat dit niet komt door het geblaas van Pieter, maar wel door de percussie die hier veel te vol is. Alle accenten van de bourrée gaan hierdoor verloren. Als polka zou dit nummer echter een topper zijn!
Ook grootmeester Didier Laloy speelt mee op de plaat, en met name in de wondermooie romantische wals ‘Loulou’. Sophie en Didier spelen samen, en worden nauwelijks merkbaar ondersteund door Cédric op bas. Schitterend! Op bijna om het even welke andere plaat zou ik dit nummer uitroepen tot beste nummer van de plaat. Maar op die andere platen staat er helaas geen ‘L’étoile d’or’. Deze gouden ster alleen al is de aanschaf van deze cd meer dan waard. Ik weet niet of het album op zich zal verkozen worden tot beste Belgische folkplaat van 2007 (in mijn persoonlijke tussenstand staan ze nu op de tweede plaats, want Didier Laloy’s “[Pô-Z]z” is – zoals verwacht – gewoon niet te doen), maar als er één nummer zou moeten verkozen worden, dan maakt ‘L’étoile d’or’ een zeer grote kans. Deze andro gaat van start met mystiek gepingel op de ud door Karim Baggili (ex Dazibao). Maar het is vooral door het geniale aftasten van de grenzen van de basgitaar door Cédric Waterschoot dat er een unieke sfeer bekomen wordt. Door het gebruik van een loopstation (dat hij ook live gebruikt) hoor je op een gegeven moment minstens drie basgitaarlijnen door elkaar. Moest het niet zijn dat een basgitaar zo luid klinkt, je zou tijdens optredens steevast monden horen openvallen tijdens zijn solo in dit lekker lange nummer (meer dan 8 minuten). Ik heb voorheen enkel de legendarische Bretoense groep BARZAS zo’n andro’s weten maken.
Ook de nummers zonder gastmuzikanten staan er als een huis: van een opzwepende tovercirkel (‘Batman’) over een wiskundig verantwoorde wals (In ‘Valse Plume / Valse à Koen Le Grand’ leer je tijdens het walsen tellen van 3 tot 5) tot een wegdromerige mazurka (‘Les Coccibulles’). Ik kan ook getuigen dat de groep zelfs met z’n drietjes de nummers van deze plaat erg overtuigend kunnen spelen.
De nummers zullen zeker aanslaan bij een jong boombalpubliek, maar zal ook meer ervaren dansers kunnen bekoren.
Door hier te klikken kan je de CD bestellen bij Den Appel. Hij wordt je dan, samen met een overschrijvingsformulier, opgestuurd.