ENSEMBLE TRE FONTANE – MUSIQUES À LA COUR D’ALIÉNOR D’AQUITAINE (CARMA PRODUCTIONS, ALBA MUSICA – AL1207) – 2007 – 64:04.
….Of hoe de eenvoud van het arrangement de uitvoerder virtuoos laat zijn.
De heel authentkieke aanpak die we in Vlaanderen kennen van de interpretaties die Paul Rans aan onze oude muziek verleent, vinden we in Aquitanië terug bij een trio waar muzikale duizendpoot Pascal Lefeuvre (meester draailierder, zie ook ondermeer Viellistic Orchestra, Cie Zanzibar,…) reeds jaren mee zijn schouders onder zet.
Het ENSEMBLE TRE FONTANE bestaat sinds 1986 en achtte op hun twaalfde album de tijd rijp Aliénor d’Aquitaine in de bloemetjes te zetten, een enigmatische dame uit de middeleeuwen, tweemaal koningin geweest en kleindochter van Guillaume de Poitier 1071-1126), de 9de hertog van Aquitanië,… en eerste bekende troubadour. Deze beklijvende CD opent overigens met één van zijn liederen, ‘Ab la dolçor del temps novèl’. Zij stond bekend als dè beschermvrouwe van de trouvères en troubadours, waardoor het genre hier een hoogbloei kende om zich vandaaruit over Europa te verspreiden.
Je hoeft enkel je ogen te sluiten, je overgevend aan het schitterende samenspel van luit (Thomas Bienabe) en draailier en de hoge, bij momenten hemelse stem van Romie Estèves op je af laten komen, en je maakt vanuit je luie zetel een gratis vlucht mee naar één van de bloeiende burchten in Zuid-Frankrijk, om daar op het binnenplein bij de ondergaande zon, of bij de haard in de hoofdzaal even de oorlogen te vergeten, en te luisteren naar grootse poëzie van vóór Shakespeare. Een ode ook aan een kleurrijke en haast verdwenen taal, het occitaans. Het materiaal dat teruggevonden werd leidt verschillende wegen uit. Het ensemble verkoos vooral aandacht te besteden aan de zuidelijke parcours, wat ons even tot in Spanje voert, waar haar dochter, huwde met koning Alphonse VII en de stichter werd van het klooster van Las Huelgas, thuishaven van de beroemde Codex de Las Huelgas.
Aliénor’s zoon Richard Cœur de Lion (lees Leeuwenhart, 1157-1199) doodde ondermeer de tijd tijdens zijn gevangenschap in Duitsland met het schrijven van ‘Ja nuls òm pres…’ (Ik zat nooit gevangen). Zelf sta ik verstomd van de manier waarop Lefeuvre hier zijn altdraailier (gebouwd door Philippe Mousnier, met twee verschillende do-melodiesnaren in octaaf gespannen) laat zingen. Plots wordt dit maar al te vaak verguisde instrument veredeld tot een ongewoon toonvast en kristalzuiver toestel, waarbij het wiel haast de vrijheid van de strijkstok verwerft, in een meesterlijke beheersing van draaien en halt houden, om zo vlijmscherrpe rusten in te lassen. Betoverend hoe de beide instrumenten de stem omspelen, ermee dansen en ze bij momenten lijken op te tillen in een springdans.
De dood van Richard wordt pakkend bezongen in ‘Fòrt chausa…’ van Gaucelm Faidit (ca.1185-ca.1220). Een eerste instrumentaal nummer ‘Estampie “Anglaise”’vormt een echo van haar Engelse periode. Vervolgens komt Thibaud de Champagne (‘Le Chansonnier’ 1201-1253), koning van Navarra en achterkleinkind van Aliénor, die zich in ‘Aussi comme Unicorne sui…’ laat bezingen als gelijkend op de eenhoorn. Eén van de andere hoogtepunten op dit album, is het driftige ‘Amors tençon et bataille…’ van Chrétien de Troyes (ca.1135-ca.1183) die als romanschrijver daarnaast verschillende werken schreef die voortborduurden op de Arthurlegende,… of hoe liefde steeds weer overgaat in groot lijden. Ijzig klinkt ‘Qant noif et gief et froidure…’, een trouvèrelied van Gace Brulé (1160-1213) dat verhaalt wat de nacht brengt als de vorst en kilheid toeslaan. In een tweede instrumentaal nummer vinden we een interpretatie terug van het polyfone lied ‘De monte lapis’. In zijn lied ‘Atressi com Persavaus’ bezingt Rigaud de Barbezieux (ca.1175-ca.1215) onze gevierde Aliénor, die hij beschouwt als ‘meer dan een dame’ en waarbij ook hij allusie maakt op de Arthurlegenden. Een andere grote meneer uit de troubadourwereld vinden we terug in Bernat de Ventadorn (ca.1145-ca.1180), ook vaak te gast aan het hof van Aliénor, hier vertegenwoordigd in zijn ode aan de natuur ‘Lorsque l’herbe fraiche’. Dit bij momenten adembenemend album eindigt met het afscheid, ‘Ab lo cor triste’, een plahn (klaagzang) waarbij het laatste woord gegeven wordt aan een anonieme vrouwelijke troubadour, op muziek van Peire Cardinal (1180-1278).
Een album dat eenieder die eens terugwil naar de essentie van het troubadourslied moet beluisterd hebben. Alle liedteksten zijn overigens in het booklet opgenomen in het Occitaans en het Frans.
Groepsleden :
Romie Estèves: zang.
Pascal Lefeuvre: draailier.
Thomas Bienabe: luit, cito.
Meer informatie:
www.albacarma.com
www.myspace.com/ensembletrefontane