|
|
|
|
|
Dranouter 2008  |
|
|
|
|
In uitgesteld relais maar redelijk uitgebreid: het Dranouterverslag van de Folkspotters. (Concertverslag)
|
|
DRANOUTER 2008
Ach, hoe leuk is het ieder jaar opnieuw om de met rode vlaggen getooide spitsen van de grote Kayamtent van achter een heuveltje te zien uittorenen boven het Dranouterse landschap! De 34ste editie van het Folkfestival Dranouter kondigde zich aan, maar in tegenstelling tot wat de leeftijd doet vermoeden, onderging het festival de laatste jaren een heuse verjongingskuur. Niet alleen werden enkele jonge honden bereid gevonden de organisatie met hun frisse kijk te versterken, ook het festivalterrein, de programmatie en de omkadering werden grondig onder handen genomen en anno 2008 lijkt het festival in de juiste plooi te vallen. De stukjes passen wonderwel in mekaar en zorgden – ondanks protest van de weergoden – alweer voor een resem muzikale momentjes en momenten om vingers en duimen bij af te likken. Een bloemlezing…
DONDERDAG
Folkspot.be trok pas vrijdag naar het Heuvelland, maar van mensen die er wel waren, en omdat we zowel Fiddler’s Green (oerdegelijke folkpunkrock uit Duitsland) als DJ Jåk al eerder aan het werk zagen, weten we dat het een sterke voorbode was voor een weekend vol muziek en vermaak van de bovenste plank.
VRIJDAG
Onze eerste passen op het Dranouterterrein – dat goed bekomen was van de openstaande hemelsluizen de dag ervoor – voelden aan als een weerzien met een oude vriend: vertrouwd en beloftevol. In de Flamundo tent (oftewel de Clubtent van vroeger) bestegen de mensen van Eigen Wijsjes het podium om onze oren voor het eerst dit weekend van livemuziek te bedienen. Enkele vaste begeleidingsmuzikanten van Willem Vermandere bekoorden ons, deze keer niet vergezeld van de Meester hemzelfe, met instrumentaaltjes in een vrij jazzy getint concert. Mooi, maar we hoorden weinig echte pareltjes. Misschien dat Willem voor ons de lat wat hoog legde… In de ondertussen onlosmakelijk met Dranouter verbonden Kayam tent stond de kortgerokte en uiterst bevallige verschijning genaamd Eva De Roovere met haar band op het podium. Eva is intussen een vaste waarde in het Vlaamse (folk)landschap, eerst met Kadril, later met Gerry De Mol (Kleine Blote Liedjes) en nu solo met haar eigen begeleidingsgroep en een iets meer poppy geluid dan we van haar gewend waren. Eva stond er maar wij keken er een beetje hoofdschuddend naar. Verre van slecht hoor, wel integendeel. Maar wij hoorden haar tijdens haar laatste reeks kerkconcerten veel sterker uit de hoek komen. Het waren dan ook vooral liedjes uit haar laatste soloalbums ‘Over & Weer’ en ‘De Jager’ die de revue passeerden. Bleven bij: het Radio 1-hitje ‘Orpheus’, ‘Slenterblues’ en ‘Mijn ogen toe’.
Oké, ook wij maakten ons schuldig aan BV-spotting en gingen even een kijkje nemen naar Isabelle A die, onder meer geruggesteund door Hooverphonics Alex Callier, Tom Pintens (ex-Zita Swoon) en Ruben Block (Triggerfinger), haar nieuwste plaat te berde bracht. Maar gelukkig zagen we al snel in dat we eigenlijk in de Kayam moesten zijn, alwaar de Dolfijntjes met heel wat volk op het podium (XXL indeed, we herkenden o.a. de zusjes Cappaert), hun eerste (niet live) cd voorstelden. Waar ze vroeger uitblonken in het vermassacreren van bestaande songs en dito teksten tot eigen composities, staan er op hun boreling wonderwel veel liedjes van eigen signatuur. En die kunnen de vergelijking met de rest van hun oeuvre meer dan doorstaan. Hoewel het West-Vlaams ons niet geheel eigen is, waren we helemaal mee met ‘Margriet’ en ‘Slekke’ (2 nummers van de legendarische Johnny Turbo), de discofolk van ‘Kom toch were’ (kere keer were), Lapis lazuli, la-la-la lied ‘Religieus chanson’ en vooral het ludieke en uiterst meezingbare ‘Zoad van ne moat’, waarvan de basisgedachte nog menige spitante discussie opleverde… Kere keer were Dolfijntjes!
Heel veel Scandinaviërs waren er op deze Dranouter niet te bespeuren, maar wij waren allang blij dat de vaandeldragers van de Finse folk nog eens een bezoekje brachten. Drie blonde deernes (duidelijk vermagerd sinds hun vorige passage) en een stelletje klassemuzikanten als energieke begeleidingsgroep vormen samen Värttina en stonden al voor de vierde keer in Dranouter. Dit jaar viert de groep haar 25ste verjaardag en als er één groep een schoolvoorbeeld mag worden genoemd van hoe traditionele muziek wordt vermengd met andere stijlen tot de ‘new tradition’, dan deze wel. In tegenstelling tot hun vorige, ietwat tegenvallende passage in 2002, was dit concert een absolute meevaller. Perfect gebalanceerde samenzang, een onverstaanbaar maar aanstekelijk Fins taaltje, nummers in de meest ondenkbare ritmes, virtuoos gespeelde melodieën op accordeon, viool of sax, … We hoorden een mix van oud werk zoals het opzwepende ‘Kiiriminna’ en ‘Seelinnikoi’ en nieuwer werk zoals het rustige, overtuigend gezongen ‘Maaria’. Hun muziek baadt vaak in een mysterieus kleedje, waarbij de drie blondines de ene keer in de huid kropen van een romantische fee, en de andere keer in een afschrikwekkende, schril klinkende heks. Dat de begeleidingsgroep naast de drie frontvrouwen ook eens – en zeer terecht! – in de spotlights horen te staan, bewezen ze onder andere in het instrumentale, vingervlug gespeelde ‘Hoptsoi’. Intussen pakte de vroegere Riverdance-violiste Niamh Ni Charra de Flamundo in met een zeer knap concert, met onder andere een fenomenale, minutenlange solo van haar bódhranspeler, waarin zelfs vleugjes Queen te horen waren.
Tori Amos speelde in de Kayam haar enige concert in 2008. Wijdbeens gezeten gaf ze voor een aardig volle concerttent een ingetogen soloconcert op drie klavieren, waartussen ze voortdurend wisselde of zich halfstaand zowel van haar vleugelpiano rechts als haar elektrisch klavier links bediende. Niet echt een zicht, maar wel knap gespeeld. De meningen over haar concert waren nogal verdeeld, wellicht omdat de muziek van de eigenzinnige rosharige enige herkenbaarheid vereist. Vandaar dat de luisteraar die haar werk kent van op haar uitgebreide lijst albums het optreden wellicht beter smaakte. Opvallend was dat vele nummers uit haar beginjaren de playlist opvulden, zoals de opener ‘Crucify’, de wondermooie pareltjes ‘Silent all these years’ en Cloud on my Thongue’, ‘Suede’, het onvermijdelijke ‘Mr. Zebra’, afsluiter ‘Precious things’ en bis ‘Amber Waves’. Van de recentere nummers onthouden we ‘Barons of Suburbia”, waar ze de bal echter even missloeg en haar piano verkeerd aansloeg (met een “fuck’-gewijze verontschuldiging tot gevolg). jammer was het storende geluid van de naburige Palace-tent, een ook dit jaar terugkerend euvel wat ook nu weer menig keer de concerten in de Kayam zou verstoren…
Na Tori was het de beurt aan Jasper Steverlinck van Arid om zijn keel open te zetten voor het talrijk opgekomen publiek. Het publiek liet de wall of sound van de heren over zich heen komen, maar wij maakten ons liever op voor de folkpop van The Zydepunks en platenjockey M’Sieur cRock in de Palace, voor een afsluitend feestje voor een boeiende vrijdagavond.
ZATERDAG
Op wat neerslag om amper ‘regen’ te noemen na, bleef het zaterdag droog genoeg om ons moeiteloos van de ene tent naar de andere te begeven. En dat deden we vol overgave, want de dag had weer het een en ander voor ons in petto. Als opener stond, in een dun bevolkte Kayam, Eitre geprogrammeerd, een groep met Ierse en Zweedse muzikanten met een traditioneel Iers geluid en een traditionele Ierse muzikale bezetting van gitaar/Ierse bazouki, flutes, viool, pipes aangevuld met bas. De vroege vogels kregen een mix voorgeschoteld van instrumentale nummers (jigs, reels) en aantal rustige liedjes. We hoorden ook een paar bekendere Ierse tunes die we al eerder hoorden – maar doorgaans in een betere versie – bij Ierse topgroepen (Altan, Dervish, …). Ze kregen delen van het publiek wel aan het ‘breakfast dancing’, zoals de violist het zelf noemde op het vroege middaguur. Wie zich liever aan wat dichter-bij-huis-dansen wilde wagen, kon ondertussen in de Flamundo gaan genieten van Ashels, een groep die er na vele decennia en personeelswissels/familieuitbreidingen nog altijd in slaagt de Vlaamse en Europese volksmuziek op een mooie manier uit te dragen.
Daarna was het de beurt aan het duo Didier Laloy & Fabian Beghin, die ons meenamen op een muzikale reis rond de wereld op twee accordeons (Laloy op diatonische en Beghin op ‘gewone’ chromatisch accordeon). Ze speelden een smeltkroes van Oost-Europese-, Zuid-Amerikaanse-, Franse musettedeuntjes, … Nu eens ingetogen, de andere keer vrolijk en opzwepend. Alles ongetwijfeld knap en technisch sterk gespeeld, maar klonk nogal zwaar door de bastonen die wat te fel doorkwamen en misschien daarom niet helemaal overtuigend.
Wij waren behoorlijk onder de indruk van ‘Soundmanifest’, de tweede cd van het Ballroomquartet. We probeerden dan ook nog even een korte glimp op te vangen van hun concert in de Palace. Gehuld in witte doktersjassen toonden de vier heren dat ze ook live hun eigengereide, experimentele en originele geluid kunnen waarmaken. Vergelijkingen maken zou ons te ver leiden. Laten we het erop houden dat het Ballroomquartet hun eigen plekje in het Belgische muzieklandschap hebben gevonden. Wij trokken echter weer naar de Kayam, voor een Australiër deze keer. Xavier Rudd is een multi-instrumentalis van down-under met de looks van een surferboy (althans, zo kondigde Friedl Lesage hem aan). Hij bespeelde verschillende instrumenten en liefst zoveel mogelijk tegelijk: didgeridoo, (slide) gitaar, percussie, harmonica, … Xavier had slechts één ander muzikant bij op drums, maar het klonk vaak of hij met een hele begeleidingsgroep op het podium stond. Net als de heren in het begin van deze alinea bezit ook deze Xavier Rudd een geheel eigen sound: wat bluesachtige wereldmuziek met tegelijk vaak een reggae-tintje. Meer dan zomaar zaterdagnamiddagvertier was dit een aangename ontdekking.
Niet nieuw te ontdekken maar wel te herontdekken, was oude kleinkunstrot Zjef Vanuytsel, die in de veel te kleine Flamundo voor het talrijk opgekomen publiek zowel zijn oude hits (‘Zotte Morgen’, ‘Ik weet wel mijn lief’, …) als nummers uit zijn recente, na zoveel jaren naar de architectuur teruggekeerd te zijn, nieuwe cd speelde. Bij ‘Tussen Antwerpen en Rotterdam’ kreeg de zanger zelfs even de krop in de keel vanwege de spontane reactie en ovatie van het publiek. Zjefs populariteit is nog lang niet tanende…
David Eugene Edwards, de voormalige frontman van het zinderende 16 Horsepower, was zo’n beetje ‘artist in residence’ of Dranouter. Op zondag zou hij nog een voorstelling geven in samenwerking met fotograaf Erwin Verstappen, op zaterdag was hij als voorman van Woven Hand zijn onverschrokken en met een bandana getooide zelf en joeg hij de aanwezigen in de Kayam de daver op het lijf met luide en energieke rock Americana.
Nog niet bekomen van Woven Hand gingen we even de benen strekken op de Dranouterse weide en zo passeerden we de Palace, waar de jeugdige muzikanten van Balthazar net met hun hit ‘This is a Flirt’ de volgepakte tent op z’n kop aan het zetten waren. Van de niet-folkgroepen op Dranouter was dit wellicht een van de smaakmakers. Een jonge bende maar ze staan met zeer veel maturiteit en présence op het podium en spelen aanstekelijke rock, zeer sterk en enthousiast gebracht (goede samenzang, strak en overtuigend gespeeld), waardoor het publiek minutenlang om meer vroeg maar dat jammer genoeg niet meer kreeg. Voor Balthazar is ongetwijfeld een mooie rocktoekomst weggelegd.
Gabriël Rios daarentegen is ondertussen al een tijdje een gevestigde waarde in het Belgische rock- en poplandschap. Hij stond in de Kayam met Jef Neve (piano) en Kobe Proesmans (percussie) op het podium. In deze gedurfde opstelling brachten ze een met mix van Rios’ eigen songs (‘I’m gonna die tonight’), nummers van Jef Neve (met vaak knap jazzy pianospel) en een aantal covers (‘Voodoo Chile’ van Jimi Hendrix). Jammer genoeg had ook dit concert af te rekenen met storend geluid vanuit de Palace-tent, waar de jongens van Balthazar het beste van zichzelf gaven.
Uiscedwr (uitgesproken als ieshkedoer), was op papier een beloftevol Brits drietal op gitaar, viool en percussie. En die belofte konden ze op het Flamundopodium waar maken. Alvast technisch was hun muziek hoogstaand, maar klonk soms wat magertjes door hun beperkte muzikale bezetting, waar dan nog bijkwam dat de viool niet altijd even goed doorklonk. We hoorden wel een hele resem aanstekelijke deuntjes op die viool, zowel eigen interpretaties van bestaande Britse en Iers klinkende tunes en liedjes (waaronder een knappe bluesgrass-versie van een Ierse deuntje). Een band om in de gaten te houden.
Tim Vanhamel, via papa Fons (jarenlang in de Dranouter ‘huisband’ From us to you) geen onbekende van en in Dranouter, wilden we graag een recensie gunnen (zeker na zijn uitstekende solo cd), maar wij ‘killden onze darlings’ en kozen voor Suzanne Vega. Suzanne stond eerder al solo op het festival, maar keerde nu terug met haar begeleidingsgroep (nu ja, een drummer en een – vaak sublieme – bassist), voor het laatste concert van hun Europese tournee. Hoewel ze duidelijk wat tijd nodig had om haar draai te vinden en het publiek mee te krijgen, kreeg de doorgaans nogal koele dame er na enkele nummers toch meer en meer zin in. Al haar bekende hits passeerden de revue: ‘Left of Center’, ‘Marlene on the Wall’, ‘Luka’, ‘Blood makes Noise’ en – heel voorspelbaar – helemaal op het einde ‘Tom’s Diner’. Deze keer niet a capella zoals ze het tijdens optredens wel eens aandurft, maar met sample (en voorzichtige heupbewegingen van de New Yorkse). Bleef ook bij: de pakkende vertolking van het prachtige ‘The Queen and the Soldier’. Het kon het talrijk opgekomen publiek allemaal bekoren en dat publiek vroeg – en kreeg – nog twee bisnummers. Een hoogtepunt van de tweede festivaldag, die niet alleen weerkundig, maar ook muzikaal toch wat povertjes uitviel.
In de veel te kleine Kring zong en vertelde Axl Peleman in zijn onvervalst Antwerps over wat hem zoal bezig houdt. Wij zagen en hoorden van buiten de tent dat zowel Axl als het publiek zich heel erg amuseerden, en zo hoort het ook. Ozark Henry, oftewel Piet Goddaer en groep, stond dan weer klaar in de Kayam voor wat zich aankondigde als een opname voor een te verschijnen DVD van de Kortrijkenaar. Ozark Henry roept, althans in onze vriendenkring maar waarschijnlijk evenzeer bij de rest van de bevolking, heel tegenstrijdige reacties op. Ofwel kan je hem pruimen en ben je onvoorwaardelijk fan, ofwel helemaal niet (dat nasale stemgeluid) en laat je hem links liggen. Wij zagen en hoorden een rasperformer met dijken van songs/hits die het beste van zichzelf gaf maar jammer genoeg nog altijd geen heil ziet in wat meer interactie met het publiek. Maar hey, Lou Reed leeft ook nog altijd van zijn muziek en die mens zegt nog minder.
The men they couldn’t hang is een bende Engelse (folk)rockrotten die in de Palace het feestje op gang mochten trappen. Helemaal slaagden ze daar niet in maar wij waren toch tevreden om songs als ‘The Colours’ en ‘Ironmasters’ nog eens te horen, hoewel bijvoorbeeld hun versie van ‘The green fields of France’ op geen kl%*£en trok, excusez moi mijn François. Voor het echte feestje was het wachten op DJ bob, die zijn energieke zelf verloor in een set waarbij hij het zelf niet kon laten te shaken als de beesten, waarbij hij bijna door zijn draaitafel viel.
ZONDAG
Zondagmiddag… Uitgeslapen, kater verteerd, middagmaal/ontbijt achter de kiezen… Tijd voor muziek! En de zondag begon al veelbelovend met Tref, het kwartet dat weer een trio werd maar ondertussen opnieuw uit vier leden bestaat. Accordeonisten Didier Laloy (ja, hij weer) en Wim Claeys (ja, ook hij weer) en percussionist Fréderic Malpré vormden weer een team met accordeonist Bruno Le Tron. Geweldige eigen en andere composities wisselden elkaar af en in tegenstelling tot het duo dat Didier eerder dit weekend vormde met Fabian Beghin, klonk dit kwartet wel heel erg goed op elkaar ingespeeld. Voor zover je bij accordeons kan spreken van tweede en derde stemmen, gaven de heren een staaltje weg van hoe je melodieën in elkaar kan vlechten tot pareltjes. En natuurlijk mocht ‘Valheilmer’ niet ontbreken, waarop links en rechts groepjes baldansers zich lieten gelden. Mooie opener, bezegeld met een kus en bloemen van de meiden van Laïs. En niet lang daarna werden we nog eens verwend met Lau, een trio Schotten dat probeerde de platgetraden Keltische folkpaden niet al te rechtlijnig te bewandelen en daar wonderwel in slaagde.
Martha Wainwright (inderdaad dochter van… zus van… zoekt u het vooral zelf op) wilden we graag een kans geven in de Flamundo, maar de Kayam trok ons op zondag zo erg aan dat we met moeite in de andere tenten geraakt zijn. Heel even gingen we toch kijken naar Hannelore Bedert in de Palace. Het meisje won het Nekka Concours 2008 en klonk veelbelovend. Een hemelse stem, welklinkende melodieën en soms volwassen, dan weer naïeve teksten drukten een stempel op haar sterke set. En wat we helemaal konden waarderen, was het feit dat ze af en toe in het dialect zong, maar vooral dat ze ook in de in het zogenaamde Algemeen Nederlands gezongen liedjes durfde afstappen van het ‘geje’ en ‘gejij’ en in spreektaal zong, compleet met ‘ge’ en ‘gij’ en ‘g’ebt’. Maar ook Hannelore moest na een tijdje toch de duimen leggen voor Laïs, nu toch al heel wat jaartjes zowat de vaandeldragers van de New Tradition. Na hun vorige – weinig overtuigende – optreden op het Dranouterse podium (vier jaar geleden) waren de verwachtingen niet echt hoog gespannen, maar dit bleek geheel onterecht. De meisjes van Laïs zijn, ondanks hun muzikale uitstapjes buiten de ‘echte’ folk, nog steeds hun plaats op het hoofdpodium meer dan waard. Met een ijzersterke band achter zich werd het een zeer afwisselend, energierijk optreden waar folk- en popnummers elkaar afwisselden. We kregen een hele waaier van hoogtepunten: de Bretoense traditional ‘La Jument De Michao’ (alom gekend van de Bretoense groep Tri Yann), recent werk uit hun laatste CD ‘The Ladies Second Song’, waaronder het gelijknamige titelnummer en het ingetogen ‘Joskesong’ (door Jorunn opgedragen aan haar pas overleden vader), ouder werk uit hun beginjaren zoals ‘7 steken’ en het – wel zeer uptempo gespeelde – ’t Smidje’, een steengoede en vliegensvlugge vertolking van het Värttinä-nummer ‘Käppee’ en nog veel, veel meer fraais.
Op één van onze allereerste Dranouters werden wij destijds (ja, wij gaan al enkele jaartjes mee) omvergeblazen door een Engelsman met een grote neus, een gitaar en een grote mond. Billy Bragg bleek zijn naam en sindsdien zijn we verknocht. Akkoord, Billy durft als overtuigd socialist/filantroop/beterweter al eens overdreven lang pleiten voor verdraagzaamheid, tegen George Bush en andere onrechten, maar gelukkig heeft hij in de afgelopen decennia ook machtige nummers geschreven waarin hij zowel zijn onvrede met het huidige reilen en zeilen in de wereld alsook de kleinere kantjes van het bestaan treffend weet over te brengen. Bragg heeft een typische speelstijl op gitaar: ingehouden en gedempt tijdens de vaak magistrale zanglijnen, ruw en schel de snaren aanslaand tussendoor. Hoe meer het concert vorderde, hoe meer de ‘profeet voor een betere wereld’ in Bragg boven kwam: Bush die het meermaals moest ontgelden, een oproep naar meer international solidariteit met de Derde Wereld (al zingend door het publiek ondersteund via een aangepaste versie van Bob Marley’s ‘One Love’), “(black) Obama for president!”, tot zelfs een oproep voor het behoud van ons Belgenlandje … Een brede waaier nummers en hits uit zijn uitgebreide oeuvre werd op het publiek losgelaten: opener ’The World Turned Upside Down’, uptempo-nummers ‘The Milkman of Human Kindness’, ‘To have and to have not’, het vrolijk klinkende ‘Greetings to the New brunette (Shirley)’, ‘Sexuality’ en naar het einde toe het strijdlustige ‘There is Power in a Union’ en wellicht het meest bekende nummer ‘A New England’. Ook liedjes uit zijn conceptalbums rond Woody Guthrie en zijn laatste album ‘Mr. Love en Justice’ mochten uiteraard niet ontbreken, denk maar aan ‘O Freedom’, ‘Farm Boy’ en zijn laatste single ‘I keep Faith’. Billy Bragg heeft nog geen greintje strijdlust verloren, dat stond na dit concert meer dan ooit vast.
Na Billy werd het tijd voor de 2 kleppers, niet alleen voor deze zondag maar voor zowat heel het weekend. Wat te denken van Boudewijn De Groot, die in een bomvolle concerttent (en ongetwijfeld niet alleen omdat de hemelsluizen intussen werden opengezet en de regen de Dranouterse wei in een waar zwembad omtoverde) ingetogen startte, solo op gitaar, met dadelijk al enkele van zijn grootste hits (‘Verdronken Vlinder’, ‘Testament’). Vervolgens groeide zijn begeleidingsband langzaam aan met piano, gitaren, bas, drums, accordeon en viool, en pakte hij het publiek langzaam maar zeker in met nummers als ‘Naast Jou’, ‘Een tip van de sluier’, ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’, het ambiancevolle ‘Jimmy’ en het pakkende ‘Avond’ (in Nederland het equivalent van Gorki’s ‘Mia’ in de top 100 lijtsjes). De weinige toeschouwers die nog neerzaten veerden ongetwijfeld allemaal als een speer recht toen violiste Monique Lansdorp enkele ongelofelijke folkdeuntjes uit haar strijkstok toverde en er samen met Ernst Jansz (die van Doe Maar ja) op wasbord een stevige lap op gaf. Ook minder bekende nummers, zoals ‘Een meisje van 16’ (door De Groot bestempelt als de ‘schlager’ waar het destijds allemaal mee begon), maar vooral het prachtige ‘De Vondeling van Ameland’ (met tekst van Freek de Jonge) grepen het publiek bij de keel. Een onvermijdelijke bis volgde: ‘Het land van Maas en Waal’, waarbij de ganse tent helemaal uit de bol ging. De Groot is gelukkig een van die artiesten die beseffen dat een festivalpubliek vooral op de grote hits zit te wachten en de obscure of laatste nieuwe nummers hoofdzakelijk voor de zalen bewaart. Kleine kanttekening was de geluidsinstallatie, die af en toe aan het piepen gingen en het slechte podiumgeluid (‘kutgeluid’ aldus De Groot zelf). Maar zowel muzikaal als wat ambiance en sfeer betreft was dit een absoluut hoogtepunt van deze Dranouter.
Nog een topnaam op de affiche was Loreena McKennit, die met haar muziek – een beetje te bestempelen als ‘New Age meets folk’ – nogal contrasteerde met de uitbundige sfeer van het voorafgaande concert van Boudewijn De Groot. De Canadese harpiste (ze lijkt een beetje op Micha Marah?!) brengt zeer ingetogen, sfeervolle muziek, waar de slogan ‘you love it or you hate it’ de meningen van het publiek wellicht het best vertolkt. Maar over haar prachtstem kan niemand het oneens zijn. Een constante bij heel wat grote namen op het festival: ook Loreena McKennt putte voor haar concert voor een groot deel uit oud werk, zoals ‘All souls night’ en ‘The bonny swans’ maar ook nieuwere nummers passeerden de revue. Geen voer voor liefhebbers van ruige gitaren of dreunende bassen, maar voor wie wel een harpje en wat meer diepgaande muziek lust, was dit concert een hapklare brok stijlvolle muziek.
De regen deed ons het Heuvelland vroeger dan voorzien verlaten, met de nodige modder en autoduwsessies tot gevolg. Over Arsenal, Mala Vita en DJ Bertrand kunnen we in dit verslag dus jammer genoeg geen boom meer opzetten. Zal voor een volgende keer zijn…
SLOTSOM
Het was weer eens de moeite. Een weekendlang genieten van mooie muziek, interessante ontdekkingen, een werkelijk prachtige randanimatie (die oude kermismolens! de Mad Max creaturen! Les Tonys die over onze veiligheid waakten! de Oxfam mojito’s!…) en een gezellige, ongedwongen en familiale sfeer waar Folkfestival Dranouter een patent op heeft. Een pluim ook voor de kindvriendelijke activiteiten, zoals Kapitein Winokio, het Eiland van de Tovercirkel, le Jardin musical, de papieren hoedjes vouwende Chapeau Magique, … Oké, de weergoden hadden hun weekendje niet, met hier en daar modderploeteren op parkings tot gevolg. Oké, ondanks de uitgebreide toiletlocaties zagen we ze regelmatig dichtslibben, waardoor je een uur op voorhand moest gokken of je binnen een uur zou moeten gaan. Oké, de klank in sommige tenten werd nogal gestoord door de klank van andere (een beter uitgekiende programmatie zonder overlappingen of met rustige groepen die gelijktijdig optreden en hardere groepen op een ander uur, zou hier soelaas kunnen brengen). Maar Dranouter 2008 herinneren we ons toch alweer als een geweldig festival, uniek in haar soort, dat ieder jaar weer op zondagavond de weemoed doet binnensluipen bij het nakende einde, maar ook de hunkering naar… volgend jaar. Tot dan!
Stijn & Wouter
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
reacties  |
|
|
|
|
|
|
|
|
Mooi verslag heren... :-)
|
|
, 13/08/2008 22:29 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ik merk dat we over veel acts op deze mooie editie van Dranouter hetzelfde denken.
Dat doet me deugd.
Assie
|
|
, 15/08/2008 00:19 -
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
bijschrift  |
|
|
|
|
|
I
|
streek:
West-Vlaanderen |
|
I
|
datum:
vrijdag 01/08/2008 - zondag, 03/08/2008 |
|
I
|
genre(s):
|
|
I
|
website:
www.folkdranouter.be |
|
I
|
email:
info@folkspot.be |
|
I
|
aantal
malen gelezen: 1205 |
|
I
|
artnr:
39895 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
redactie  |
| |
|
|
verwante artikels  |
| |
|
|
mail  |
| |
|
Recentste Concertverslag  |
| |
|
|
|
|