Herman zou kunnen profiteren van de populariteit van relatief nieuwe Nederlandstalige groepen en artiesten zoals daar zijn BUURMAN, YEVGUENI of Eva De Roovere. Nu, ik verdenk Herman niet van dit soort opportunisme. Ik denk ook niet dat hij een Nederlandstalige plaat gemaakt heeft om te profiteren van die vreemde maatregel om zoveel procent Nederlandstalig te draaien op de nationale radio. Ik denk eerder en vermoed dat hij al veel langer met deze plaat in zijn hoofd rondloopt, het idee is volgens mij gerijpt, gewikt en gewogen, zoals dat hoort bij echt vakmanschap.
De huidige hausse doet een beetje denken aan die eerste golf Nederlandstalige muziek begin jaren zeventig toen dit nog kleinkunst heette. Wie die term ooit uitgevonden heeft moesten ze vierendelen, maar dit geheel terzijde. Er is dan ook een wereld van verschil tussen de muziek van laat ons zeggen een Miel Cools enerzijds en een Zjef Vanuytsel langs de andere kant. Het werd allemaal in hetzelfde kaftje van de kleinkunst gestoken en als dusdanig in jeugdhuizen aan de man gebracht, jeugdhuizen die als paddenstoelen uit de grond rezen met podia van lege bakken bier en de volle bak trappist op het podium voor de bebaarde troubadours van die tijd. ‘En ’s morgens werden ze wakker met een houten kop etc.’
En eigenlijk is het allemaal toch pop- en rockmuziek. Ja toch? De éne poëet zit meer geworteld in het vertaalde chanson of volksmuziek terwijl anderen het dan weer gaan zoeken bij hun Angelsaksische broeders. Bob Dylan-aanhangers genoeg trouwens bij het Vlaamse gild der songschrijvers (met Kris De Bruyne voorop). Heel deze inleiding om maar te zeggen dat de muziek van Herman zich duidelijk meer in het roots en americana genre beweegt dan in de wereld van Guido Gezelle of Armand Preud’homme. Raymond versus Rum. Pedal steel versus horlepiep, of zoiets.
Jammer genoeg en al even voorspelbaar zal ‘EVENAAR’ veel minder aandacht krijgen dan het werk van de ‘Eva de Rooveres’ en de ‘Bart Peetersen’ van deze wereld (zonder afbreuk te doen aan die hun kwaliteiten hoor). Hoe zou dit dan komen? Paradoxaal omdat dit misschien (te) goed is!
De composities zijn gevarieerd, de algemene klankkleur van de plaat is gebaseerd op muziek van de grote voorbeelden. Er wordt zeer mooi en vakkundig gemusiceerd met zin voor detail en opbouw. Maar wat deze plaat vooral zo straf maakt is de eenheid van sfeer. De stem van Herman doet me wat denken aan SPINVIS. ‘Zomerdag’ is een ver neefje van ‘Aan de oevers van de tijd’. Lieven Tavernier wordt links en rechts ook als referentie genoemd maar ik denk eerder aan die andere Lieven. Lieven Coppieters bracht in 1976 een zeer mooie plaat uit, ‘JUS D’ORANGE’ bij Warner Music. Lieven opereerde ook onder zijn voornaam (hé net zoals Herman zeker). Er was interesse van Jimmy Page en Jackson Browne was al geëngageerd voor de Engelse teksten, met aankondigingen in Billboard. Het is bij deze éne plaat gebleven maar wat voor één. Ik ben er zeker van dat ‘JUS D’ORANGE’ één van die platen is uit het liedje ‘wat het mooiste is’ van Herman.
En zo komen we naadloos bij de kwaliteitsvolle teksten van Herman. Met enkele rake zinnetjes raakt hij ons tot in het diepste van de ziel. ‘In de jaren negentig had ik het even moeilijk’. Slechts één zinnetje is voldoende om een hele wereld op te roepen. Vul zelf maar in uit eigen ervaring. Zoals de tekst van een horoscoop die je ook altijd naar je eigen persoon kan ombuigen, zo zijn ook de teksten van Herman, universeel en toch persoonlijk. ‘Annelies’ en ‘Amsterdam’ passen dan weer perfect in het rijtje songtitels over meisjes en steden. En horen dan ook bij een traditie. Van traditie gesproken, met ‘diep in mijn hart’ legt Herman de link tussen roots, smartlap, country en Bobbejaan Schoepen of nog Jo Leemans, van wie het origineel is. Het valt al bij al niet eens op dat Herman niet zo’n technisch onderlegde zanger is. Dat hoeft ook niet met dit soort muziek. Het gaat ook niet zozeer over toonvastheid maar over wat je zingt en hoe je het zingt, in dit geval met milde overtuiging zonder te roepen en godzijdank niet in het Leuvens dialect, éne met kaas en hesp is al genoeg.
De albumtitel ‘EVENAAR’ is goed gekozen en roept in associatie met de muziek een aantal trefwoorden op: kleinsteedse romantiek, vrienden onder elkaar, een zekere weemoed, de vergankelijkheid en het verschuiven van de tijd. Thuis komen en onmiddellijk weer willen vertrekken. Het geheel zit in een smaakvolle hoes, met al even mooie foto’s, een muzikale reiziger. En Herman heeft al een hele weg afgelegd. Het toeval wil dat ik zijn carrière nu al meer dan twintig jaar volg vanaf het prille begin met STORMDAISY, over IVAN’S LAND tot SPENCER THE ROVER. Het is een verhaal van steeds maar zoeken, soms noodgedwongen, soms bewust maar het is zeker ook een verhaal van een zoektocht naar goede muziek. Herman is de muzikale rechterhand, de perfecte side-kick die nu de spots en het kopmanschap opzoekt. Ik ben aangenaam verrast dat hij dit in zich heeft. En die voorgeschiedenis hoef je dan nog niet eens te kennen. Maar je hoort die ervaring wel, die muzikale bagage. ‘EVENAAR’ is geen plaatje dat je maakt als prille twintiger maar wel een werkstuk van een ‘thirtysomething’.
Een mooi plaatje! Herman, als ik jou was zou ik in de platenwinkel waar je werkt de rekken vullen met je eigen cd, het mag…zonder schroom. Het is maar te hopen dat hij de aandacht krijgt die hij verdient.