Home > achtergrond > Instrument > De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 5

> zoek...
> meer zoeken...
 

De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 5
De Northumbrische small-pipe (Instrument)

Hierbij het vijfde deel van deze reeks van Hubert Boone. De vorige delen kan je herlezen via de verwijzingen in de rechtse kolom. Dit is tegelijk het laatste deel uit deze reeks. Maar de liefhebbers hoeven daarom nog niet te treuren. Hubert werkt momenteel aan een nieuwe bijdrage over de Doedelzaktraditie in België. In deze nieuwe bijdrage zullen uiteraard  nog tal van gegevens opgenomen worden uit zijn boek De Doedelzak, dat reeds in 1983 verscheen bij 'La Renaissance du Livre'  in Brussel, maar er zullen ook tal van nieuwe elementen en documenten aan toegevoegd worden. Men mag deze bijdrage verwachten tegen eind 2010.

De afbeeldingen zijn in het klein in de tekst opgenomen, maar door er op te klikken krijg je ze in een groter formaat te zien. Ter herinnering herhalen we dat het niet toegestaan is om het fotomateriaal elders ongevraagd te publiceren. Daarvoor dient men eerst de toelating te vragen aan de auteur, die zo nodig zal doorverwijzen naar een andere rechthebbende persoon of instelling. Dezelfde regelgeving geldt ook voor wat de teksten betreft.
 

 

De doedelzak in Europa

en elders in de wereld
 

Hubert Boone 
 

Deel 5: De Northumbrische small-pipe
 
 
Samen met de Ierse uillean-pipes en de Franse Barokmusette behoort de Northumbrische small-pipe tot de meeste geperfectioneerde doedelzakken van Europa. Net zoals bij de Barokmusette heeft de melodiepijp een nauwe cilindrische boring die functioneert met een dubbelriet. Maar bij de small-pipe is het kanaal onderaan gesloten. Sedert geruime tijd hebben de meeste modellen zeven of negen kleppen en vier bourdons, waarvan er drie samenklinken. Deze bourdons zijn eveneens cilindrisch, maar ze functioneren met enkelrieten. Het verspreidingsgebied van dit doedelzaktype beperkt zich hoofdzakelijk tot Northumberland in het Noordoosten van Engeland. Men kende vroeger wel een eenvoudiger variant in de aangrenzende Schotse gebieden, waarover verder meer.
 
Ongetwijfeld stamt de Northumbrische small-pipe rechtstreeks af van de 17de-eeuwse franse Barokmusette. Aanwijzigingen hiervoor vindt men in zijn constructie, de gebruikte materialen, stemming en speeltechniek. Een belangrijk aanknopingspunt is bijvoorbeeld de oude Engelse shuttle-pipe, waarvan nog twee exemplaren bewaard bleven, en waarvan één voorbeeld dateert van omstreeks 1695. Beide instrumenten hebben al een blaasbalg, een nauwe cilindrische melodiepijp, maar zonder kleppen en met een open kanaal, en een korte cilindervormige bourdon met meerdere (onderling verbonden) kanalen en voorzien van de typische stemschuifjes (Fr. layettes)
 
 
Omwille van de moeilijke constructie bleef dit systeem niet lang in gebruik. In de plaats daarvan kwamen drie ongelijke bourdons, die samen parallel in een cilindrische houder zitten. Van dan af krijgt het instrument zijn definitieve vorm: een melodiepijp van ca. 16cm lengte, drie bourdons van ongeveer 11, 13 en 22cm, met volgende stemming en toonschaal:
 
 
De laagste toon van de melodiepijp is niet precies te bepalen, vermoedelijk gaat het om een ondergrondnoot.
 
 
Dit type bleef waarschijnlijk tot in het midden van de 18de eeuw in gebruik, om
 daarna een merkwaardige verandering te ondergaan: men zal het kanaal van de melodiepijp onderaan met een hoedje afsluiten. Hierdoor werd de ambitus herleid tot acht tonen (sol’-sol’’), maar dit systeem bood ook nieuwe mogelijkheden, onder meer een volledig staccato-spel. Tussen 1805 en 1810 werd de melodiepijp verlengd en voorzien van vier kleppen, zodat de ambitus kon uitgebreid worden met fa’-mi’-re’ onderaan en la’’ bovenaan.
 
Het streven naar perfectie, zo eigen aan de Northumbrische bouwers, had tot gevolg dat er steeds nieuwe spitsvondige snufjes bijkwamen. Zo hebben sommige instrumenten van vóór 1840 reeds veertien kleppen en vijf bourdons. In de bourdonhouder is dan een speciale klep gemonteerd, die met een schakelaar aan de buitenkant bediend wordt en die het mogelijk maakt om in één handeling de luchttoevoer van twee bourdons (sol-sol’) af te sluiten en die van twee andere (la-re’) te openen; in beide gevallen blijft de re’ bourdon doorklinken.
 
Nog vóór 1860 bouwde James Reid instrumenten met zeventien kleppen en zes bourdons, maar veel succes kende deze gesofistikeerde modellen niet. Het small-pipe type, dat reeds lang de voorkeur geniet, heeft zeven tot negen kleppen en vier bourdons (waarvan er nooit meer dan drie samenklinken). De pijpen zijn slank en sierlijk gedraaid uit een edele houtsoort: buks, kokos, ebben, Mozambikaanse palissander, en derglijke. Ze zijn verstevigd met lange hulzen van ivoor en zilver die het feitelijke hout omkleden. Bij de standaardinstrumenten is de melodiepijp vaak helemaal van ivoor en ongeveer 28 cm lang. Ze is voorzien van uitstekende blokjes met diepe gleuven, waarin de longitudinale kleppen passen. De melodiepijp heeft acht vingergaten (zeven + duimgat) en het speelvlak is aan de voorkant en hier en daar aan de achterkant sterk afgeplat. De diameter van de boring bedraagt ca. 4 mm, met een bredere inzet voor het dubbelriet; dit laatste heeft een opvallend lang rechthoekig verloop.
 
Om in verschillende toonaarden te kunnen spelen, zijn ook de bourdons op een vernuftige manier gebouwd. Hun kanaal is bovenaan afgesloten met een ivoren hoedje en iets lager is er een zijstandig gaatje langs waar de lucht ontsnapt. Met een stop die in de pijp zit, en waarvan de steel doorheen het hoedje schuift, kan met deze zijstandige opening afsluiten zodat de bourdon niet meer klinkt. Een aantal cm. lager is er een tweede gaatje, en op deze plaats is een draaibare ring gemonteerd met een overeenstemmende opening. Door beide gaatjes rechtover mekaar te plaatsten wordt de luchtkolom ingekort en klinkt de bourdon een toon hoger. Op de tabel hieronder worden de volledige ambitus en de stemmingsmogelijkheden geïllustreerd van een instrument met negen kleppen en vier bourdons. 
 
 
De zwarte noten van de toonschaal verkrijgt men met de kleppen. Het stijgend pijltje duidt aan dat de bourdon een toon hoger gestemd is, terwijl het kruisje betekent dat hij afgesloten is. In feite klinken de meeste van deze instrumenten ongeveer een halve toon lager dan de huidige diapason, maar voor de leesbaarheid gebeurt de notatie steeds in sol .
 
 
 
 
Twee melodieën voor small-pipe, uit de bundel Northumbrian Minstrelsy, uitgegeven door J. Collingwood Bruce en John Stokoe in 1882.
 
 
 
 
 
De bouwtechnische perfectie, het prachtig timbre, de virtuoze mogelijkheden en het hoog muzikaal niveau van het repertoire – dat doorspekt is met Engelse Barokelementen – maken van de small-pipe een waar kunstinstrument. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze doedelzak steeds de belangstelling genoot van de intellectuele- en zelfs van aristocratische middens. Toen de traditie in de tweede helft van de 19de eeuw sterk begon te tanen, kwam de steun dan ook uit deze hoek. Zo organiseerde J. Collingwood Bruce en andere vooraanstaanden in 1877 in de Town Hall van Newcastle de eerste publieke competitie voor small-pipe. Vanaf 1893 werden er heel wat initiatieven genomen door de Northumberland Pipes Society of Newcastle, een vereniging die tot rond 1900 actief bleef.
     
 
Dan volgde een nieuwe periode van verzwakking, maar met de oprichting van de Northumbrian Piper’s Society in 1928 werd de traditie definitief veilig gesteld. Tot voor kort telde men in Northumberland alleen meer dan zeshonderd spelers, maar het oorspronkelijk verspreidingsgebied moet nu wel wat ruimer gezien worden; er zijn ook tal van spelers in Nederland, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten.
 
 
 
 
 
d. De melodie My Ain Kind Dearie voor Northumbrian small-pipe, naar een uitgave van John Peacock en Thomas Wright, begin 19de eeuw.
 
 
 
 
 
e. De melodie Nancy naar Tom Clough, uit het Northumbrian Pipers’ Tune book van 1978.
 
 
 
 
 
 
         
Door de heropleving van de Small-pipe groeide in Northumberland en in de aangrenzende Schotse gebieden ook de belangstelling voor andere regionale doedelzaktypes: de Lowland-pipe (of Border-pipe), de half-long-pipe en de Schotse small-pipe. De eerste twee hebben een konische schalmei en ze leunen typologisch aan bij de overbekende piob mhór. De Schotse small-pipe daarentegen is zeer sterk verwant aan de 18de-eeuwse Northumbrische modellen met een open melodiepijp en zonder kleppen. De Schotse voorbeelden hebben altijd drie bourdons met een open kanaal en worden gestemd zoals de instrumenten van Northumberland: tonica, lager octaaf en kwint tussenin.
 
In verschillende bronnen leest men dat de Schotse small-pipe oorspronkelijk alleen met een blaasbalg functioneerde, maar dat valt sterk te betwijfelen. Bijna al de exemplaren die wij zagen hebben een lange vulpijp (ca. 30 cm) en die lijkt meestal wel origineel. In tegenstelling met de Lowland-pipe en de half-long-pipe die reeds een herleving kenden rond 1930, is de hernieuwde belangstelling voor de Schotse small-pipe vrij recent. Nochtans speelde dit doedelzaktype een niet onbelangrijke rol in de traditie. Toen de Engelsen in hun strijd tegen de noordelijke Clans de piob mhór trachten te verbieden, omdat haar doordringend timbre een ophitsende invloed uitoefende op Schotten, werd zij op vele plaatsen vervangen door de zachtklinkende small-pipe.
 
 
 
Legendes van de afbeeldingen
 
1.      Engelse shuttle-pipe, omstreeks 1695 (de blaasbalg ontbreekt).
Newcastle, The Bagpipe Museum, nr. 1972-1/1.
Foto: Turners Photography Limited, Newcastle.
 
2.      Afbeelding van de Northumbrische doedelzakspeler James Allan.
Verzameling Colin Ross, Monkseaton (Newcastle)
 
3.      Thomas Green (1825-1898), die meer dan veertig jaar als Piper in dienst was bij de Hertog van Northumberland.
Verzameling The Bagpipe Museum, Newcastle.
 
4.      Richard L. Mowat gefotografeerd in 1894 tijdens een concours voor small-pipes concours in 1894, waarvan hij ook laureaat werd.
 
5.      De familie Clough, die in de Northumbrische doedelzaktraditie een benijdenswaardige reputatie had. Uiterst links herkent men Thomas Clough (geb. in 1881) uit Newham.
Verzameling The Bagpipe Museum, Newcastle.
 
6.      De High Level Ranters uit Northumberland in de jaren 80’. Van links naar rechts Colin Ross, Jim Hall en Johnny Handle.
 
7.      De groep Robson’s Choise, met de overbekende Neil Smith, Nick Leeming, Don Brown, Louise Woodman, Catherine Robson en Marian Downs.
Foto: Hubert Boone
 
8.      Northumbrische small-pipe, vervaardigd in 1979 door Colin Ross uit Monkseaton.
De pijpen zijn uit Afrikaans hout gedraaid, omkleed en verstevigd met zilveren hulzen en ivoren ringen. De melodiepijp heeft een gesloten kanaal en zeven kleppen. De vier bourdons zijn voorzien van een stop en een draaibare ring om een toon hoger te kunnen stemmen.
Foto: Turners Photography Limited, Newcastle.
 
9.      Oude Schotse small-pipe, vervaardigd uit zwart Afrikaanse hout en verstevigd met ivoren ringen. De melodiepijp is 18,5 cm lang, en heeft een cilindrische boring van ca 4 mm.Newcastle, The Bagpipe Museum, nr. 1972-4/4.
Tekening: Pascale Pendville.
 
 
  
Bibliografie
 
Askew, Gilbert, ‘The Origins of the Northumbrian Pipes, in Archaeologia Aeliana, IX, Newcastle, 1932, p. 68-83.
Askew, Gilbert, A Bibiography of the Bag-pipe, Newcastle-upon-Tyne, 1932.
Baines, Anthony, Bagpipes, Oxford, 19732.
Berry, Margaret, ‘A Scot llooks at the Pipes of Northumberland’, in English Dance & Song     
     (The folk Music of Northumbria), 1970, p. 25-27.
Charlton, George, ‘The Northumbrian Bag-pipes’, in Archaeologia Aeliana, VII, Newcastle, 1930, p. 131-142.
Cheape, Hugh, A check-List of Bagpipes in the Edinburgh University Collection of Historic Musical Instruments, Edinburgh, 1983.
Clerevaulx Fenwick, J., ‘A Few Remarks upon Bagpipes and Pipe music’, in Archaeologia Aeliana, III, 1858, p. 9-19.
Cocks, William, Anthony Baines & Roderick Cannon, ‘Bagpipe’, in The New Grove Dictionary of Musical Instruments, I, Londen, 1984, p. 99-111.
Cocks, William, A., The Northumbrian Bagpipes: their Development and Makers, Newcastle-upon-Tyne, 1933.
Cocks, W.A. & J.F. Bryan, The Northumbrian Bagpipes, Newcastle-upon-Tyne, 1974.
Collingwood Bruce, J. & John Stokoe, Northumbrian Minstrelsy. A Collection of Ballads, Melodies, and Small-Pipes Tunes of Northumbria, Newcastle-upon-Tyne, 1882; heruitgave met inleiding .van A.L. Lloyd, Hatboro, 1965.
Collinson, Francis, The Bagpipe. The History of a Musical Instrument, Londen-Boston, 1975.
Fenwick, J.W., Instruction Book for the Northumbrian Small-Pipes, Newcastle-upon-Tyne, 19743.
Fraser, Duncan, Some Reminiscenses and the Bagpipe, Edinburgh, 1907.
Hall, Alan & Q.J.Stafford, The Charlton Memorial Tune book, Newcastle-upon-Tyne, 19792.
Mullen, T., The Northumbrian Half-Long Bagpipes: A Review, with some Speculation (onuitgegeven tekst van een lezing), 1983.
Northumbrian Pipers Tune book, Newcastle-upon-Tyne, 19702.
Northumbrian Pipers Second Tune book, Newcastle-upon-Tyne, 1981.
Peacock’s Tunes, Newcastle-upon-Tyne, 1980 (facsimile uitgave van A Favorite Collection of Tunes with Variations Adapted for the Northumberland Small-Pipes Violin or Flute, uitgegeven in het begin van de 19de eeuw door W. Wright, in Newcastle).
Proud, Keith & Richard Butler, The Northumbrian Small-Pipes, I, 1983.
Ross, Colin, The Development of the Northumbrian Small-Pipe (onuitgegeven tekst van een lezing), 1981.
 
 

 



(steven)
15/05/2009 05:46

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
Hubert, degelijk als altijd...

Redbaron, 16/06/2009 18:24 (25585) - top
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: Niet doorgegeven
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 3141
  • I
  • artnr: 42693
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
  • I
  • De doedelzak in Europa, vroeger en nu (Instrument)
  • I
  • De doedelzak in Europa, vroeger en nu - Deel 2 (Instrument)
  • I
  • De doedelzak in Europa - deel 3 (Instrument)
  • I
  • De Doedelzak in Europa vroeger en nu - deel 4 (Instrument)
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Instrument 
    achterklap
    Mooie videoclip van deze plaat op https://www.youtube.com/watch?v=K1REDX8kMyk ...

    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    snelnieuws
  • I
  • Fairport Convention
  • I
  • Marco Van Wesemael: Vederlicht // boekvoorstelling
  • I
  • Hide & Seek Festival: Baul Meets Saz (Ind/Turk)
  • I
  • Minyeshu TRIO (Ethiopië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Renaud Garcia-Fons (FR)
  • I
  • Raphaël De Cock & Edwin Vanvinckenroye
  • I
  • Hide & Seek Festival: Justin Vali Trio (Madagascar
  • I
  • Hide & Seek Festival: Clarinet Factory (CZ)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Egschiglen (Mongolië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Tiny Legs Tim
  • I
  • Soetkin Collier Trio // gratis concert
  • I
  • Naragonia Quartet– Mira – 2018 – Homerecords
  • I
  • Sinnekloas danst // gratis Baleynbal
  • I
  • GUSTAVO ECCLESIA- ARGENTINA
  • I
  • ROBY LAKATOS ENSEMBLE
  • I
  • 3de Festival "Bals et Roses"
  • I
  • QUEBRACHE ARGENTINE TANGO AND FOLK
  • I
  • DÍAZ/MOLINA GUITAR DUO ‘PAMPA DEL PLATA’ ARGENTINA
  • I
  • DOIMNIC MAC GIOLLA BHRÍDE- IRISH TRADITIONAL
  • I
  • MUSIC FROM CRETE
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITES
  • I
  • Vishtèn // concert i.s.m. CC Sint-Niklaas
  • I
  • Het Brabants Volksorkest Mazur-Polkadag Herent
  • I
  • Jonas Meersmans
  • I
  • Hide & Seek Festival 2018
  • I
  • SCINTILLA- MUSIC FROM BRAZIL
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban