De organisatoren hadden ons verwittigd. Nog voor het van start gaan van dit festival was het al legendarisch. In een week tijd was dit kleinschalige festival helemaal uitverkocht. Velen beklaagden zich dat ze niet sneller gereageerd hadden. Wat is het geheim van dit succes? Het programma? Uitstekend, dat zeker, maar zeker niet uitzonderlijk. Als we COMAS even niet in aanmerking nemen zijn alle groepen namelijk Belgisch, en dus vaak in onze contreien te bewonderen. De locatie? Er zijn wel meer gerenoveerde hoeves met grote weilanden die het decor vormen voor folkfestivals. Denk maar aan Folk’in Ro of aan het Little-Roubez-festival in Noord-Frankrijk. De kleinschaligheid? Dat begint er al meer op te lijken! Een zomerfestival met de sfeer van een bruine kroeg, waar je bijna op de schoot van de artiesten zit, dat trekt natuurlijk volk aan. Bovendien werden er biologisch en ethisch verantwoorde droogjes en natjes beloofd. In het nabij gelegen Ham kent een soortgelijke formule al jaren veel succes. Een laatste belangrijke factor zijn de organisatoren zelf: muzikanten en muziekliefhebbers, die het gewoon doen voor de liefde van de muziek. Dat het festival plaats vindt in de achtertuin van Toon en Pascale (NARAGONIA) spreekt tot de verbeelding.
Was het festival deze hetze waard? Hierop kan ik volmondig ‘Ja’ beantwoorden. De groepen waren schitterend. Dat hadden we ook verwacht. Maar wat echt uniek was, dat was de sfeer. Bij een eerste editie van een festival zijn er altijd wat kinderziekten. De reacties van het publiek zijn tekenend voor Larenfolk: geen gemor aan de ellenlange file voor het pannenkoekenkraam. “Volgend jaar komt er vast wel een tweede pannenkoekenpan”, en intussen werd de wachttijd nuttig gebruikt voor het bijpraten met oude vrienden, of het leggen van nieuwe vriendenbanden. De organisatie reageerde ook meteen door in de keuken een tweede pannenkoekenteam aan het werk te zetten. Bevoorradingsproblemen werden handig vermeden door voor zelfreizende bloem te kiezen.
NARAGONIA beet zelf de spits af. Toon en Pascale speelden een echte thuismatch, en legden aan hun buren uit dat ze eigenlijk niet zo vaak luisterconcertjes brachten. “Wij spelen meestal bal. Het volgende nummer is bijvoorbeeld een tovercirkel, een zeer populaire dans. Zij die het willen kunnen achteraan de tent dansen op de dansvloer”. U leest het goed: de dansvloer was niet voor het podium, maar achterin de tent. Een lovenswaardig initiatief: de niet-dansers kunnen rustig genieten van schitterende muziek, terwijl de dansers zorgeloos en zonder iemand te storen hun beentjes kunnen strekken. Ikzelf, die altijd dans op de muziek van Naragonia nam de gelegenheid te baat om hun muziek in al hun subtiliteit te savoureren. Wat is het toch dat uniek is aan Naragonia? Hoe komt het dat ze jaar na jaar hier op folkroddels verkozen worden tot de beste groep? Ze spelen zeer goed, maar dat kan van veel groepen gezegd worden. Volgens mij is het een combinatie van twee dingen: ten eerste komen de twee zeer sympathiek over, ook op het podium. En ten tweede zijn hun composities zeer toegankelijk, zonder evenwel plat of voorspelbaar te worden. Als je een nummer éénmaal gehoord hebt, kun je het probleemloos neuriën.
Dat laatste is niet het geval met de muziek van DR. EUGÈNE. Deze drie mannen brachten (één nummer van hun idool VÄSEN niet te na gesproken) enkel eigen composities. Door het instrumentarium (met o.a. een Nyckelharpa en een viool – is dat trouwens een Hardangerviool?) doet hun muziek vaak Zweeds aan, al zijn er ook links met b.v. muzette. Ik heb erg genoten van hun mooie melodietjes met bijhorende weerhaakjes. Of een groot publiek ooit zal vallen voor deze minder toegankelijke muziek is zeer de vraag, maar dit zal de muzikanten worst wezen. Ik kan een dergelijke eigenzinnige houding enkel maar bewonderen.
De Belgisch-Nederlandse HOT GRISELDA kwam al vaak aan bod op folkroddels. Zo bespraken we onlangs nog hun CD, en hadden het afgelopen jaar ook een interview met de groep. Het concept van de groep is het samenspel van twee Uillean Pipes, maar de groep kan veel meer dan dat. Zo hebben ze een werkelijk stomende ritmesectie (gitaar en bouzouki). Gastheer Toon speelt trouwens gewoontetrouw een ganse resem aan instrumenten. Net zoals bij Naragonia liggen de muziekjes vlot in het oor. Ze zijn zowel sterk in rustige als opzwepende nummers. Hun sound is een mengelmoes van Ierse en West-Europese traditionele muziek en hierdoor fundamenteel anders dan van de andere Belgische of Nederlandse groepen. We hopen dat deze jongens nog een grote toekomst tegemoet gaan!
Als surprise-act kwam Toons schoonbroer (is dat dan de broer van Pascale? Of de man van een zus van Toon?) zijn ding doen. Gewapend met een elektrische gitaar en gekke maar zeer toepasselijke teksten wist hij de tent in te palmen. Wie wil weten waarom Toon ooit begon met folkmuziek moet zeker eens een optreden van de man trachten mee te pikken.
Tom Theuns (die we natuurlijk allemaal kennen als de gitarist van het momenteel pauzerende AMBROZIJN) en Aurélie Dorzée (Waalse violiste die o.a. bij PANTA RHEI en TRIO TRAD speelt of speelde) trekken al een paar jaar rond met hun eigenzinnige muziekjes. Ze doen dit vaak met hun eigen woonboot met bijhorende concertzaal. Je kunt dus stellen dat ze op een podium leven. Ze zijn dan ook verschrikkelijk goed op elkaar ingespeeld. Wie denkt dat met de jaren de verveling ongetwijfeld toeslaat vergist zich. Beide muzikanten amuseren zich overduidelijk te pletter op het podium, en trachten de andere steeds te verrassen met een onverwachte noot. De mimiek en bindteksten van Tom zorgden voor een zeer grappig optreden. Zelfs als hij het heeft over een bedreigende situatie waarin een 15-jarig in het wit gekleed Russisch meisje dat helemaal alleen op de Taiga drie jonge mannen met duistere bedoelingen ontmoet blijft het grappig. Ik sta niet alleen in mijn oordeel. Als Tom vervaarlijk begint te brullen beginnen de (vaak zeer jonge) kinderen in de tent niet de huilen, maar in tegendeel ook uitbundig te lachen. Halverwege het optreden valt de elektriciteit uit. Toen Philip Massure (die zijn installatie grootmoedig geleend had aan het festival) kwam kijken wat er aan de hand kon zijn stelde Tom het publiek gerust: ‘vreest niet, een zware technische ploeg houdt zich bezig met het probleem’. Uiteindelijk wordt beslist de stroompanne niet meteen op te lossen, en het optreden akoestisch af te sluiten. Dit lukte perfect. De zaal luisterde ademloos naar een schitterende mazurka (de wijze waarop de laatste noten telkens afbogen, zowel op viool als gitaar was subliem!) en een Cubaanse Scottisch (!?). Voor mij persoonlijk was dit voorlopig het beste optreden van het jaar.
Ook COMAS had wat kleine technische problemen (ditmaal is de jack-aansluiting van een geleende gitaar de boosdoener). Ook hier zorgde dit eerder voor meer dan voor minder sfeer. Fluitist Sylvain Barrou kon er niet bij zijn en werd vervangen door ene Niall (een jeugdvriend van violist Aidan Burke). De man ging verscholen achter partituren, maar kon toch moeiteloos het razendsnelle tempo van Comas bijhouden. We zeiden het al vaak en zullen het blijven herhalen: deze Iers-Frans-Belgische groep brengt Ierse muziek van wereldbekerniveau. Onze Philip Massure speelt niet alleen gitaar, maar zingt ook steeds vaker, en steeds beter. Toch denk ik dat ze nog verder zouden geraken met een zangeres. De paar keer dat ik ze aan het werk zag met de Antwerpse Schottin Helen Flaherty waren ze nog beter dan anders.
Na afloop zei ik aan de organisatoren dat als ik zelf een festival had georganiseerd, dat ik voor het zelfde concept zou kiezen (kleinschalig, sfeervolle locatie) en dat ik misschien zelfs ook bij dezelfde groepen zou uitgekomen zijn. Om maar te zeggen: Proficiat!