Home > achtergrond > Instrument > De mondharmonica, deel 2

> zoek...
> meer zoeken...
 

De mondharmonica, deel 2
Al wat je moet weten over het spelen van Ierse en andere folk op mondharmonica's (Instrument)

De mondharmonica in de Ierse en West-Europese folk, deel 2

 

 

Vlaamse, Waalse en Franse volksmuziek maakt in de meeste gevallen gebruik van de toonladders van Do en Sol, in de Ierse folk gaat het in hoofdzaak om Sol en Re.  Als mondharmonicaspeler heb je al snel meerdere instrumentjes in verschillende toonaarden nodig.  Mondharmonica’s die in andere toonaarden dan C zijn opgebouwd, worden echter maar bij een beperkt aantal types geproduceerd. 

·        Om te beginnen zijn er de Bluesharps van Hohner (in verschillende uitvoeringen), Lee Oscar en Seydel (eveneens in verschillende uitvoeringen).  Ze zijn te krijgen in diverse kwaliteiten en klankkleuren, maar ze verslijten allemaal vrij snel bij intensief gebruik.  Even vaak als een gitarist zijn snaren moet vervangen, moet de mondharmonicaspeler zijn instrumenten de vuilbak in kieperen.  En zoals gezegd, zijn de bluesharpjes maar erg beperkt bruikbaar voor het spelen van volksmuziek, wegens de eigenzinnige opbouw in de lagere regionen.

·        Ten tweede hebben we de Tremoloharmonica’s van Hohner.  Deze zijn in alle courante toonaarden te verkrijgen. De eerste drie gaten zijn weliswaar onlogisch opgebouwd (zoals ook bij de bluesharp het geval is) maar de langste uitvoeringen bevatten ruim twee bruikbare octaven.  Ze zijn zeer gemakkelijk bespeelbaar, maar het tremolo-effect gaat in tragere nummers al snel irriteren.  Wat het hoge octaaf betreft: hoe hoger de noot, hoe meer kans dat hij ronduit vals klinkt, ook bij nieuwe exemplaren. 

·        Er bestaan bij mijn weten twee types Chromonica’s die in andere toonaarden dan C verkrijgbaar zijn: de Hohner CX12 en de Seydel Chromonica Deluxe.  Als je de schuifknop voor het produceren van halve noten negeert, dan kan je ze bespelen als gewone mondharmonica’s.  Chromonica’s zijn veel harder in de aanblaas dan Tremoloharmonica’s.  het kost dan ook meer adem en het vergt sterkere lipspieren om snelle nummers te spelen en om het langer dan enkele minuten uit te houden.  De CX12-reeks is wel uitermate comfortabel aan de lippen omdat deze mondharmonica’s afgewerkt zijn in glad, stevig plastiek.  Bij andere types mondharmonica’s krijg je na een tijdje schaafwonden op je lippen wegens het metaal dat al snel ruw aanvoelt en dat de neiging heeft speekselresten te doen aankoeken.  De Chromonica’s van Seydel zijn soepeler bespeelbaar, maar zijn minder comfortabel afgewerkt.  De kans dat je snorharen tussen het metaal komen vast te zitten (een uitermate pijnlijke kwestie) is minder groot dan bij de meeste Bluesharpjes, maar is toch niet onbestaande. 

·        Ten slotte bestaan er van het merk Seydel mondharmonicaatjes van het bluesharptype die als een gewone mondharmonica opgebouwd zijn.  Ze bestaan in alle courante toonaarden.  Bij mijn weten worden ze in ons land alleen verdeeld door Iwein Jacobs (Accordeons Viseur) onder de naam ‘bluesharp in toonladderstemming’.  Ze zijn erg comfortabel bespeelbaar, aangenaam van klankkleur, klein genoeg om er een vrachtje van in een jaszak te stoppen maar erg stil qua volume.  Met andere instrumenten samenspelen zonder versterking zit er dus niet in, tenzij het je niet kan schelen dat niemand anders je hoort.  Wel een bijkomend voordeel is dat het de enige mondharmonica is waarop je volksmuziek kan spelen én bluesversieringen. 

 

Wordt je als mondharmonicaspeler geconfronteerd met ingewikkelder melodieën die af en toe van de diatonische toonladders afwijken en waarin dus extra halve noten voorkomen, dan kom je er niet meer met een gewone mondharmonica. 

Soms valt dit probleem nog te omzeilen.  Sommige deuntjes bestaan uit een A-deel in één toonaard en een B-deel in een aanverwante toonaard.  Door snel en op tijd van mondharmonica te wisselen midden in het deuntje, kan men het geheel toch ten gehore brengen.  Een voorbeeld hiervan is de bekende Vlaamse traditional Scottisch van Veltem-Beisem: het eerste en het derde deel speel je op een mondharmonica in G, voor het tweede deel switch je snel even naar een C-harmonica. 

De ‘Wentler’ van Hohner, een molentje met 4 tot 6 tremoloharmonica’s in verschillende toonaarden erop gemonteerd, maakt dit wisselen comfortabel.  Maar je kunt natuurlijk ook gewoon verschillende exemplaren tussen je vingers klaarhouden terwijl je op één daarvan speelt.

In de Ierse muziek bestaat een set uit meerdere tunes die aan elkaar geregen worden.  Vaak gaat het om stukken in verschillende aanverwante toonaarden zodat je binnen de set regelmatig van een G naar een D moet overschakelen en soms ook de A-harmonica moet inschakelen.  De tunes zelf kleuren echter zelden buiten de lijntjes.  Meer dan 95% van de Ierse muziek kan probleemloos gespeeld worden op mondharmonica’s in G of D. 

 

Veel Vlaamse folk, balkanfolk, Jiddische muziek en folk uit andere regio’s kan alleen maar gespeeld worden op een Chromonica, daar deze toelaat om alle halve noten te spelen.  De schuifknop, die rechts zit, aan de kant van de hoge noten, opent een register dat exact een halve toon hoger staat dan de basistoonaard.  Een Chromonica in C is dan ook tezelfdertijd een mondharmonica in C#: hou hiervoor het knopje gewoon permanent ingedrukt. 

In principe heb je maar één instrument nodig, b.v. in C, om eender welke melodie in eender welke toonaard te kunnen spelen.  In de praktijk is dit echter een zeer moeilijk waagstuk.  Bij de mondharmonica gebeurt alles intuïtief.  Je hebt enkel de afwisseling tussen blazen en zuigen die een houvast biedt aan het geheugen, verder zie je niets en voel je geen verschillen zoals bij b.v. pianotoetsen.  Bladmuziek gebruiken is dan ook alleen mogelijk als je over een uitzonderlijk goed ontwikkeld absoluut gehoor beschikt én je kent je instrument door en door. 

Een melodie met drie kruisen spelen op een Chromonica in C b.v. is een hele heksentoer.  Je moet niet alleen onthouden hoeveel noten je na elkaar moet aanblazen, op tijd afgewisseld met aanzuigen, naar links of naar rechts gaan, je moet ook op drie verschillende plaatsen op het juiste moment het knopje indrukken.  Jazzmuziekanten Toots Tielemans en Thierry Crommen kunnen het en blues-jazzmuziekant Steven DeBruyn doet het ook.  Maar dat zijn jazzmusici.  Heel af en toe duikt er een volksmuziekant op die zich ook in die richting ontwikkelt, zoals de Nieuw-Zeelander Brendan Power die bekend werd met zijn bewerkingen van de muziek van de Riverdance show.

In de praktijk is het als mondharmonicaspeler absoluut geen schande om die mondharmonica te nemen die het dichtst bij de te spelen melodie aanleunt.  Een tune in C die af en toe ook een do# bevat kun je ofwel spelen op een Chromonica in C of op eentje in G.  Een tune in D met af en toe een sol# kun je het best aanpakken met een Chromonica in D.  Maak het jezelf niet moeilijker dan nodig, tenzij je een muziekaal genie bent.  Ook folkviolisten zijn zelden of nooit Stefan Grapelli’s of Jehudi Menuhins. 

In de Ierse folk voldoet een Chromonica in G om zowat elke ‘problematische’ tune met zo weinig mogelijk extra moeite te kunnen spelen. 

 

Ornamentaties:

Het is moeilijk om de ornamentatie van volksmuziek op de mondharmonica in woorden weer te geven.  Toch een poging:

  • Ten eerste zijn er de typische bluesornamentaties die gebaseerd zijn op het ‘praten’ via de mondharmonica.  Door de mondstand te veranderen op de zelfde manier als waarop we medeklinkers vormen, kunnen we voor heel wat verschillen in klankkleur tekenen.  Het afscheiden van noten kan in die zin b.v. gebeuren via de ‘t’ of via de ‘w’, wat voor een totaal verschillende effect zorgt. De ‘p’ en de ‘r’ zijn ook leuk om mee te knoeien.  Moduleren kan gebruikt worden om een lange noot te bewerken of ook om twee noten mee te scheiden.  Tremolo-effecten (door heel snel tussen twee noten heen en weer te vibreren) en wawa’s (door met de handpalmen de klank te dempen en weer te openen) kunnen net als in de blues ook in folkmelodieën geïntegreerd worden.  Deze technieken kun je niet halen uit Chromonica’s en uit Tremoloharmonica’s.  Enkel de bluesharp is hiervoor optimaal. 
  • Ten tweede kunnen er versieringen geproduceerd worden die parallel lopen aan die in de Ierse fiddle- en whistletradities: rolls, crans en grace-notes.  Rolls imiteer je met behulp van de noot links en rechts van de te spelen noot.  Dit is niet noodzakelijk één noot hoger en één noot lager zoals meestal wordt gedaan met fluitjes.  Het hangt af van waar je je bevindt in de toonladder.  Cranns kunnen benaderd worden door zeer snel afwisselend te blazen en te zuigen.  Gracenotes kun je maken door aan het begin van de noot eventjes te blijven hangen bij de noot die er links van ligt of door aan het einde van een noot eventjes naar de noot rechts te gaan en terug te keren.  Staccato spelen doe je simpelweg door elke noot afzonderlijk aan te blazen of te zuigen, waardoor je dus ‘ongebonden’ speelt.
  • Bij het bespelen van de Chromonica kunnen rolls en grace-notes gebruikt worden die een halve noot hoger of lager liggen dan de noot die ermee versierd wordt, door de schuifknop te gebruiken.  Bij gewone mondharmonica’s werk je meestal met grace-notes die twee noten hoger of lager liggen dan de te ornamenteren noot, behalve bij de overgang naar het volgende octaaf. 
  • Begeleidingsakkoorden kunnen op alle types mondharmonica’s op dezelfde eenvoudige wijze gemaakt worden, namelijk door ‘breed’ te spelen.  Als je in plaats van één gat drie gaten tegelijk aanblaast of aanzuigt, krijg je automatisch een grote-terts akkoord.  Ook met twee of met vier gaten tegelijk maak je harmonische akkoorden. 
  • Baslijntjes kun je produceren door de melodie met de rechterkant van je mond te spelen, je tong in het midden tegen de mondharmonica geplakt te houden en met de linkerkant van je mond tezelfdertijd lagere noten te spelen. 
  • Een aanverwante techniek is om basaccenten te leggen via de zogenaamde ‘tongslag’: je speelt de melodie met de rechterkant van je mond en je houdt je tong links tegen de mondharmonica gedrukt.  Telkens je je tong eventjes lost, komt er een lage noot vrij.  Door dit ritmisch te doen, leg je sterke accenten.  Maar eerlijk gezegd: de muziek gaat er al heel snel als ouwbollige hoempapa door klinken.  Deze techniek werd oorspronkelijk door arme mensen ontwikkeld die zich enkel een mondharmonica konden veroorloven en geen accordeon.  Ze wilden de trekharmonica zo goed mogelijk imiteren.   Er vallen muzikaal gezien echter interessantere dingen te doen met de mondharmonica. 

 

De mondharmonica is een handig instrument: klein, gemakkelijk uitgehaald, rap weer opgeborgen en het vergt weinig onderhoud.  Eens een mondharmonica vals begint te klinken, koop je het best een nieuwe.  De oorzaak is in bijna alle gevallen metaalmoeheid.  Lamelletjes vervangen is onbegonnen prutswerk, al zijn er in de wereld wellicht wel enkele freaks die het doen. 

Mondharmonica spelen is echter absoluut niet gemakkelijk.  Ten eerste zie je niets en moet je alles dus op het gevoel doen en moet je volledig uit je geheugen leren spelen.  Ten tweede gebeurt alles via de ademhaling.  Net als bij zingen moet je je longen optimaal kunnen benutten, maar daarenboven moet je ritmisch leren te ademen.  Gemakkelijke melodieën op mondharmonica zijn deze waarbij je afwisselend moet blazen en zuigen, zodat je nooit ademnood krijgt of met te veel lucht in je longen blijft zitten.  Als dit wel zo is, moet je leren om tezelfdertijd een noot te spelen en via de neus in of uit te ademen: heb je te veel lucht doordat er te veel noten na elkaar aangezogen moeten worden, dan moet je bij de eerste noot die je mag aanblazen via je neus extra lucht laten ontsnappen.  In het omgekeerde geval moet je extra lucht inademen via de neus terwijl je een noot aanzuigt.  Rap spelen op een mondharmonica is moeilijk en vermoeiend.  Je kunt alleen maar zuigen afwisselen met blazen.  Het is een beetje te vergelijken met piano of accordeon spelen met twee vingers.  En je kunt die twee vingers niet eens tegelijkertijd gebruiken.  Tezelfdertijd moet je ook nog eens ademen met diezelfde mond, wat bij piano spelen met twee vingers niet het geval is. 

Zelf besefte ik pas dat mondharmonica’s technisch moeilijke muziekinstrumenten zijn toen ik andere instrumenten leerde bespelen.  Tin whistle en houten dwarsfluit b.v. zijn veel gemakkelijk om te leren beheersen en om een tune op te leren dan de smoelschuiver.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat er nauwelijks mondharmonicaspelers zijn in de volksmuziekwereld.  In de blueswereld zijn er heel wat en vaak gaat het om echt goeie muzikanten.  Maar blues is in vergelijking met folk een erg beperkt genre.  In de popmuziek komen mondharmonicaspelers zelden verder dan het Bob Dylan-niveau: ze hebben al vast ontdekt dat je zowel op het instrument kunt zuigen als erop blazen.  In de jazz gaat het ook maar om een handje vol muzikanten, maar het zijn dan wel stuk voor stuk muzikale genieën. 

 

Muziekfragmenten

 

Enkele korte muziekfragmenten op diverse types mondharmonica kun je beluisteren via de volgende link:

http://www.henkcoudenys.be/fragmenten.php

 

 

 



(Mandrake)
25/09/2009 06:39

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: Niet doorgegeven
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 4060
  • I
  • artnr: 43711
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Instrument 
    achterklap
    Mooie videoclip van deze plaat op https://www.youtube.com/watch?v=K1REDX8kMyk ...

    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    snelnieuws
  • I
  • Fairport Convention
  • I
  • Marco Van Wesemael: Vederlicht // boekvoorstelling
  • I
  • Hide & Seek Festival: Baul Meets Saz (Ind/Turk)
  • I
  • Minyeshu TRIO (Ethiopië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Renaud Garcia-Fons (FR)
  • I
  • Raphaël De Cock & Edwin Vanvinckenroye
  • I
  • Hide & Seek Festival: Justin Vali Trio (Madagascar
  • I
  • Hide & Seek Festival: Clarinet Factory (CZ)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Egschiglen (Mongolië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Tiny Legs Tim
  • I
  • Soetkin Collier Trio // gratis concert
  • I
  • Naragonia Quartet– Mira – 2018 – Homerecords
  • I
  • Sinnekloas danst // gratis Baleynbal
  • I
  • GUSTAVO ECCLESIA- ARGENTINA
  • I
  • ROBY LAKATOS ENSEMBLE
  • I
  • 3de Festival "Bals et Roses"
  • I
  • QUEBRACHE ARGENTINE TANGO AND FOLK
  • I
  • DÍAZ/MOLINA GUITAR DUO ‘PAMPA DEL PLATA’ ARGENTINA
  • I
  • DOIMNIC MAC GIOLLA BHRÍDE- IRISH TRADITIONAL
  • I
  • MUSIC FROM CRETE
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITES
  • I
  • Vishtèn // concert i.s.m. CC Sint-Niklaas
  • I
  • Het Brabants Volksorkest Mazur-Polkadag Herent
  • I
  • Jonas Meersmans
  • I
  • Hide & Seek Festival 2018
  • I
  • SCINTILLA- MUSIC FROM BRAZIL
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban