COROU DE BERRA – PolyphoNice ! 10 (Buda Musique , AMG, 860182) 2009 – 50:56
Het oude spreekwoord ‘La montagne sépare les eaux et rassemble les hommes" (‘De berg scheidt de rivieren en verbindt de mensen’), afkomstig uit de Mediterrane Alpen vertolkt perfect het hoofdopzet van het ensemble COROU DE BERRA . Dit Zuid-Franse polyfone kwintet zingt met bravoure het gegeven van de eeuwenlange uitwisselingen tussen de Provence, Piemonte, Liguria en Pays Niçois nieuw leven in. Over de eeuwen heen ontstond er een heel eigen identiteit, los van staatsgrenzen, waarvan het polyfone koorlied altijd een belangrijke plaats heeft ingenomen. Gezongen wordt in het Nicoise dialect dat het midden houdt tussen Frans en Italiaans en heel wat herinneringen oproept aan de oude occitaanse talen.
De artistieke leiding van COROU DE BERRA is reeds van bij hun ontstaan in 1986 in de goede handen van Michel Bianco. Het werkterrein ligt op vier fronten, het verzamelen en verspreiden (ondermeer door hun aanstekelijke lijst van optredens, gaande van dorpsfeesten tot Europese festivalpodia) van oud materiaal (door ook oraal overgeleverde liederen op partituur te zetten), een stuk vorming (via workshops en muziekopleidingen in de streek van Nice), en een eigen creatieve toets door eigentijdse composities te scheppen die aansluiten bij de oude traditie en te participeren aan innoverende creatieve projecten, hiermee eens temeer bewijzend dat de volksmuziek te bewandelen valt als een steeds verder voortschrijdend en open muzikaal pad.
Hun tiende album bood hen de gelegenheid om een samenvatting uit te werken van hun immens repertoire dat varieert van heel traditionele liederen tot heel eigen composities. Meteen de gelegenheid om een schare gasten uit te nodigen, zoals Francis Cabrel, André Ceccarelli en Antonella Ruggiero.
De spits wordt afgebeten met ‘Lo vielh senhe’ (‘De oude man’) een melancholisch, meeslepend pareltje van de hand van Michel Montanaro, over de dood en de herinnering aan wat geweest is. Van een even sterk poëtisch gehalte is het traditionele anonieme nummer ‘Lou Roussignòu que vola’ (‘De vliegende nachtegaal’) als metafoor kan dienen voor meerdere thema’s waarin sprake is van misbruik van vertrouwen. De hier gecreëerde intimistische sfeerschepping zet zich door in het repetitieve ‘Niente di noi’ (‘Niets van ons’, een nummer van Gilberto Richiero op tekst van Giorgio Cattaneo), een uittreksel van het theaterproject ‘AK, il canto dei Catari’ dat in 2007 plaatsvond in Turijn tijdens de Olympiades van de cultuur. Ook hier overheerst een mystieke, sombere stemming en is het doodsthema niet veraf. Antonella Ruggiero neemt hier als gaste de solopartij op.
De lucht klaart enigszins op in het heel wat speelsere ‘Di-mi pichon…’ (‘Zeg me kleine’, geschreven door Reinat Toscano en Michel Bianco). Meteen is dit het eerste nummer dat niet volledig a capella gezongen wordt, maar daarentegen ondersteund wordt door het accordeon van de Canadese Nicole Thomas en de drumexploten van Gilles Choir, een ode aan de rijkdom van de kinderdroom, waarna we vergast worden op het vrolijke traditionele kerstlied ‘Nouvé de Margaridoun’ (‘Margot’s Kerstmis’).
Met ‘Maria’ komen we opnieuw terecht in de ‘nieuwe traditie’ met een nummer van Bianco, dat pittig ingeleid wordt door gitaar en lichtvoetige vioolstrijken (Serge Kaput) en, voorzien van een slagvaardige drumbeat, een maatschappijkritisch appel laat horen rond de huidige toestand van de wereld, inclusief de smeekbede om deze beweging om te buigen. Oriëntaalse mystiek klinkt door in de percussie van gast André Ceccarelli in ‘Khadidja’, (eveneens van Bianco) dat met zijn thema van de veerman ontegensprekelijk het omgaan met de dood, het verlies bezingt. Nog een compositie van Bianco treffen we aan in het niet instrumentaal begeleide ‘Giors’ waarin gastzanger Francis Cabrel mee de melanchole toon zet in deze ode aan de volle maan.
Terug naar het verleden dan met een uittreksel uit de oude ballade ‘Le sette galere’ (‘De zeven galeien’), waarin gaste Marion Bouquinet de solostrofen voor haar rekening neemt. Ambiente klanken van jazztrompettist François Chassagnite vormen samen met het drumspel van André Ceccarelli de instrumentale fond voor het exotische, ietwat afroklinkend ‘Se canto’ (‘Als hij zingt’), een vrije bewerking van een traditioneel nummer. Een polyfoon hoogtepunt vormt zeker ook ‘Ai dins lo coar’ (‘Ik heb in mijn hart’ van Reinat Toscano en Bianco), een scherpe aanklacht tegen een wereld die niets lijkt te leren uit de ervaringen in het verleden en steeds weer zijn eigen wrede geschiedenissen herhaalt.
En dan is het tijd voor een schitterende live-vertolking van Etienne Peruchon’s ondermeer op piano begeleide ‘La Vidjiame’, opgenomen in Annecy (2007) waar onder leiding van Martial Renard, en versterkt door de BRASS BAND DE SAVOIE, de koren CANTATHONES en BARCAROLES en LE CHŒUR D’ENFANTS DE HAUTE SAVOIE het totaalspektakel ‘DOGORA’ opgevoerd werd. We nemen tenslotte swingend afscheid van het gezelschap bij het ondergaan van de zon achter de top van de Ferioun, de berg in de schaduw van Nice in ‘Cerqui de plaça’ (‘Ik zoek ruimte’), alweer een eigentijdse creatie van Michel Bianco (hier ook op mandoline) met een uitgesproken jazzy instrumentale backing, waarin naast trompet en drums, Pascal Masson een stevige baslijn legt en Serge Kaput niet onaardige vioolmotieven doorheenweeft.
Met subtiele harmonieën, gedragen door de gedoseerde kracht van zes gemengde stemmen vervolgt Corou de Berra ongegeneerd zijn muzikale route, die net nog geen kwarteeuw voortduurt, een polyfone verbindingslijn scheppend tussen verleden en heden. In het booklet vind je alle teksten met vertaling in het Frans en het Engels. Het wordt daarnaast opgesmukt door heel fijne aquarellen van Sylvie T, die hiervoor haar licht opstak in de straten van Nice. Ik sluit me aan bij de opvatting van Evelyne Girardon dat dit ensemble, samen met LO CÒR DE LA PLANA (uit Marseille) tot het beste behoort van wat de Zuidfranse polyfonie momenteel te bieden heeft.
De groep:
Françoise Marchetti: zang
Claudia Musso: zang
Primo Francoia: zang
Pascal Feret: zang
Michel Blanco: zang, mandoline, artistieke leiding
Gasten:
Gilles Chouard: percussie
André Ceccarelli: percussie
Francis Cabrel: zang, gitaar (‘Giors’)
François Chassagnite: trompet
Nicole Thomas Zyczynski: piano, accordeon (‘Di-mi pichon…’)
Antonella Ruggiero: zang (‘Niente di noi’)
Pascal Masson: bas
Marion Bouquinet: zang (‘Le sette galere’)
Serge Kaput: viool (‘Maria’ en ‘Cerqui de plaça’)
Meer informatie:
WWW.COROUDEBERRA.COM
Klik hier om deze cd te bestellen in Den Appel. Hij wordt je dan gewoon opgestuurd, samen met een overschrijvingsformulier.