Eindelijk, ik zou nog eens naar een Boombal gaan. De datum stond aangestipt in mijn agenda: 24 november, Beatbal in de Centrale. Na hun passage in ‘mijn tent’ op het Boombalfestival wilde ik ook wel eens weten hoe de groep zou aanslaan op een gewoon Boombal. Maar, lappe supappe, ik krijg in het weekend telefoon of ik in de Centrale iets anders kon mixen. En ook voor mij geldt: werk is werk met als gevolg: ondergetekende op 24 november 2 verdiepingen lager.
Het optreden werd mij voorgesteld als een klein café-optreden. Het houdt in dat ik een installatie moet bij elkaar puzzelen, en die in het café van de Centrale moet gaan opzetten. Het puzzelen heeft te maken met de activiteit in de Turbinezaal die naar de naam Boombal luistert en het feit dat men de kelderzaal geen optie vond.
Fado …. Het is voor de Portugees wat de flamenco is voor de Spanjaard. Er is ook een pak meer volk op afgekomen dan wat ik bij de soundcheck had vermoed, er is nauwelijks nog plaats. En ook al zijn er Portugezen, het grootste deel van het publiek is Vlaams, duidelijk kenners van het genre of gewoon liefhebbers.
Van bij de eerste noten van de guitarra Portuguesa en de eerste akkoorden uit viola de fado besef ik waarom het café propvol zit: hier zijn klasbakken aan het werk. FERNANDO SILVA is een ware virtuoos op de de guitarra Portuguesa, een instrument waarvan de bourdon en de natuurlijke chorus mij danig weet te bekoren, en ANA LUISA plukt en tokkelt met het juiste gevoel op haar viola de fado. De toon wordt letterlijk van bij het begin van het concert gezet. Louter instrumentaal is fado, in handen van beide muzikanten, een lust voor het oor. Maar, fado en dus ook de traditionele fado die er wordt gebracht zou niks zijn zonder de fadista’s. In de personen van JOÃO ESCADA en DÉBORA RODRIGUES krijgen we twee mensen op het podium die zich duidelijk thuis voelen in deze traditionele fado. De interactie tussen de fadista’s en de muzikanten zorgen voor vonken en vuur en een enorm groot luister plezier. Het zorgt er ook voor dat ik alert achter mijn knoppen blijf want dit wil ik in geen geval ‘verklooien’, pure poëzie is het.
‘Een zanger is een groep’ en ook al begrijpen de meeste aanwezigen niet zoveel van het Portugees, de taal van muziek is universeel en de 4 mensen op het podium weten een gans café in de ban te houden. Na elk nummer krijgen ze dan ook de nodige bijval. Zelfs ik krijg de handen op elkaar, iets wat ik maar weinig doe wanneer ik aan het mixen ben. Deze groep is voor mij dan ook een openbaring en ik blijf mij afvragen waarom dit in het café van de Centrale werd geprogrammeerd want zeker tijdens het eerste deel staan mensen tot buiten het café van de muziek mee te genieten.
‘Gelijk welke muziek die zo een ambassadeurs heeft sterft niet uit’, bedenk ik wanneer ik op de rit naar huis sta te wachten. Fado op de warmste avond van november 2009 is geen toeval.