Neerlands hoop in bange dagen: Mathijs Leeuwis, Arno Adams & Gelijkgestemde Zielen, Bas De Haan, Erik Vandenberge, Tom America…
Beschouw dit als een vervolg op onze artikels in Folkroddels uit 2008 over Nederlandse singer-songwriters als Eric Devries & Songwriters United, JW Roy, Ad Van Meurs, Hartog en BJ Baartmans, (5 juni), Gerard Van Maasakkers (24 oktober) en de formatie Brown Feather Sparrow (6 november), want er valt intussen weer heel wat nieuws te rapen. Wat bood 2009 op het vlak van Nederlandse singer-songwriting? In het voorlaatste nummer van Muziekkrant OOr werden de platen van het hele decennium gekozen. Daar kwam terecht Spinvis in een hoge positie uit. Maar Nederland heeft een heel leger uitstekende singer-songwriters te bieden. Die zingen in het Engels, Nederlands of in een of andere streektaal. Topper Ad Vanderveen bracht in ‘09 Faithful To Love uit, die eens te meer schitterende kritieken kreeg, maar net als de drie gans boven vermelde cd’s hebben we ze (nog) niet gehoord, evenmin als American Tune van veteraan JP Den Tex.
Een ware ontdekking vinden we Klei, Stront en Zand van Mathijs Leeuwis. Multi-instrumentalist Alex Akela maakte ons attent op het bestaan van die cd, waarop hij één van de begeleiders is. Dat begeleiden gebeurt zo intens, bvb. op M’n Telefoon ging af, dat je gerust van een kwartet mag spreken. De schuurpapieren stem en de vrij passionele voordracht zullen beslist niet iedereen aanspreken, zeker niet over de lengte van een hele plaat. Maar er staan geslepen diamantjes op de cd. Het begint al met opener Elke Man. Schrijnende familiesores in Na dit Liedje blijf ik stil zorgt ervoor dat die song zijn titel waar maakt, keiharde boodschap in een fluwelen schrijn. Ook de titelsong walst in driekwartsmaat over je heen, een vertederde en vertederende, door spaarzame accordeontoetsen ingekleurde ode aan de eigen streek, het ‘Brabantse land’. Verdienstelijke vertalingen van een Hank Williams en een Blind Willie Johnson song maken deze cd compleet. De laatste drie songs halen, zonder zwak te zijn, het eerdere steile niveau niet, maar Klei, Stront en Zand is dan toch al niet meer stuk te krijgen.
Arno Adams leerden we al eerder kennen via zijn in het dialect van Belfeld (tussen Venlo en Roermond) gezongen Ich weit desse d’r Bus (2004) en Mooderzeel Allein (2007), platen die geregeld het ‘provinciale’ overstijgen. In 2009 maakte hij met twee andere artiesten van dezelfde stal, Inbetweens Records, de cd Gelijkgestemde Zielen, naar aanleiding van een gezamenlijke tournee. Die twee zijn, niet van de minsten: BJ Baartmans, singer-songwriter, lid van Songwriters United, producer, en Bart Oostindie, singer-songwriter, die in 2008 verraste met het briljante Welcome To The Costume Ball, maar ook een prima begeleider (we zagen hem met vrouwelijk singer-songwriter Ma Rain) Op Gelijkgestemde Zielen steunen ze elkaar in elkaars liedjes of instrumentals. Arno bracht vier nummers aan, BJ drie en Bart twee, terwijl ze twee songs samen schreven en brengen. Crisis? heet één van die opvallende joint ventures. Dit grappige nummer doorbreekt het verstilde van het geheel. Ook zo knap vinden we Adams’ Ut Vet is d’r vanaaf en Baartmans’ Gevecht met m’n Vrouw, een lied dat van Bram Vermeulen kon geweest zijn. De verscheidenheid treft meer dan het gelijkgestemde, maar dat draagt bij tot de gunstige totaalindruk van dit samenwerkingsverband, dat wat ons betreft mag verder gezet, geïntensifieerd en een keertje naar België geëxporteerd.
Amsterdammer Bas De Haan, hele sympathieke man, draait ook al even mee. Hij brengt ,,plattelandsblues met een stadsgevoel’’. Hij is klassiek geschoold en gitaartechnisch zeer onderlegd (Bas geeft ook gitaarles ‘op maat’, aangepast aan ieders talent en motivatie) en hij is gek op de blues uit de pionierstijd, zeker als die van staten rond de Mississippi komt, van Robert Johnson tot Muddy Waters. Jimi Hendrix is ook al niet ver weg. Je hoort tevens country invloeden (Johnny Cash) zoals op Het is mooi geweest, waar Die Jongen van de Overkant mee van start gaat. Het is voor de doorsnee Vlaming wennen aan het bijzondere stemgeluid, toch als hij in moerstaal, refererend aan André Hazes, zingt (zijn Engels is veel klassieker van snit), maar geregeld weet hij je precies met deze stem te raken. Luister maar naar het gepassioneerde Een goeie Vent of het ingetogen semi-parlando gebracht Ik dacht het niet. Je kan hem op zijn best horen in ‘Bas De Haan’ op YouTube, een opname uit 2006 met als laatste een straffe versie van een Elmore James song (de andere covers op YouTube komen daar niet even sterk uit de verf) Van zijn mooie gitaarspel krijg je in het door de Memphis blues geïnspireerde Laat het los een fraai staaltje. De cd wordt trouwens steeds beter, het omgekeerde van de meeste platen. Helemaal niets klimt muzikaal naar grote hoogten, waarna de melancholische instrumentale track Vader De Haan de brug vormt naar het openhartige Mijn Pa heeft niet lang meer,dat diep in Bas’ persoonlijke leven grijpt. Die Jongen van de Overkant vergt een aanvankelijke luisterinspanning, maar dat wordt dubbel en dik beloond.
De Zeeuw Erik Vandenberge, de loner bij uitstek, maker van ‘Delta blues op klompen op versleten, soms gevonden gitaren’, zoals we het in ongeveer deze bewoordingen lazen, is na drie platen onder eigen naam een groep geworden, meerbepaald een vijfmanskwartet onder de naam Crappy Dog. Waren die eerste cd’s opgenomen in resp. een legertent, een caravan en een boot, dan werd Sure Ain’t Getting Any Younger opgenomen in een schuur. Erik zoekt het niet bewust uit, maar hij woonde daar nu eenmaal op dat moment, zich weinig gelegen latend aan een maatschappij die niet op zijn maat gemaakt is. Aan die eigengereide aanpak heeft de bluesliefhebber al vaker zijn voordeel gedaan, want elk van de voorgangers bevatte fijne muziekjes. De groepssituatie heeft Erik gelukkig niet van zijn eigenzinnigheid ontdaan, integendeel: de cd opent met een paar overstemd opgenomen rauwe lappen woeste muziek, Tom Waits op speed, terwijl de bariton sax van Arnout Brinkman herinneringen aan Morphine zaliger oproept. Het zijn maar referentiepunten, want het klinkt allemaal zeer, heu, crappy dog. Net als je je opmaakt voor weer eens een cd vol noise, blijkt Whisper Tree weer een melodische en gevoelige song, waarin Erik je inpalmt met die vertrouwenwekkende stem die we kennen van zijn eerdere werk. Een eerst intrigerende, gaandeweg mild waanzinnige track als Neighbourhood Girl tart zelfs elke beschrijving. Wat dan gezegd van Spider of Things To Eat? Of Future Blues met zingende zaag? Je krijgt de kans niet om je te vervelen in dit immer wisselende aanbod dat nooit geforceerd of gezocht overkomt. Het inlegblaadje is zo mogelijk nog frugaler dan voorheen, want alles concentreert zich op de muziek. Sure Ain’t Getting Any Younger is een unieke trip, in alle betekenissen van de term, een verfrissende ervaring in tijden waarin iedereen in het gareel lijkt te lopen. De blues als bevrijding, niet als het keurslijf dat het tegenwoordig zo vaak is. Het afsluitende titelnummer laat dat op glorieuze manier horen.
Tot slot: iets wat u zich als poëzieliefhebber blindelings kan aanschaffen is de verzorgde heruitgave, twaalf jaar na de eerste verschijning, van Tjielp tjielp van Tom America op poëzie van Jan Hanlo (1912-1969) Zelden werd poëzie zo trefzeker verpakt. Probeer Jossie of het grappige De Mus. Vergezeld van een prachtig boekje met een introductie over het werk van Hanlo en de gedichten.
Antoine Légat (03 01 10)