EEN SCUTE MOET VAREN… zeemansliederen en melodieën van de Noordzee (VOLKSMUZIEKGILDE, APPEL REKORDS, APR1402) 2009 – 66:15
Toen op een bestuursvergadering van vzw. De Scute, de in 1992 opgerichte Blankenbergse behoeder van het vissersverleden, gezocht werd naar nieuwe initiatieven om de mand wat extra te vullen, zal het niemand verwonderen dat Herman Dewit, van bij het eerste uur aan het initiatief verbonden, op de proppen kwam met het voorstel om een cd met zeemans- en vissersliederen op het getouw te zetten. Samen met enkele gedegen volksmuziekensembles nam ook het Blankenbergse Shantykoor mee het roer ter hand en werden de zeilen gehesen…
Aan de vzw ‘De Scute’, in 1992 opgericht om het (Blankenbergse) vissersverleden levendig te houden, en dit ondermeer door replica’s van vissersschepen te bouwen is er altijd al een volksmuzikaal randje verbonden geweest. Met niemand minder dan Herman Dewit als een van de stichtende leden, lag de weg er al van bij de aanvang open om elke officiële gelegenheid te verbinden met een volksmuzikaal gebeuren. Graag bracht hij steeds weer muziikanten, vaak uit zijn eigen Pajottenland, mee ter ondersteuning van talloze randevenementen. Zo vloeide een deel van het werkingsgeld vanaf de eerste jaren mee binnen via een jaarlijkse, door volksmuzikanten opgeluisterde, Kerststoet, die later uitdeinden tot kerstconcerten in de Sint-Antoniuskerk, gebedshuis bij uitstek voor de Blankenbergse vissers. Ook de Scute- en andere feesten genoten steeds vaker een volksmuzikale inbreng. Het werd bijgevolg tijd om opnieuw eens na te denken over een min of meer themagerichte bloemlezing van vissers- en zeemansliederen. Dewit vond onmiddellijk (en wie had dat kunnen bevroeden) de vzw. ‘Volksmuziekgilde’ bereid om de productie te realiseren, te coördineren en mee te financieren. Producer werd, die andere ‘ouwe rot’ Walter Evenepoel. Met betrekking tot de muzikantenvangst werd er, helemaal niet ten onrechte, voor eigen kusten gevist, door optimaal gebruik te maken van de lokale bezettingen, zoals SHANTYKOOR BLANKENBERGE en HET SCUTEORKEST, groepen waar autochtonen mee de dienst uitmaken, KLAKKEBUSSE (met Iep Fourier) en DE GARRE VAN KORNEE (met Hans Quaghebeur), en tenslotte ensembles uit de Pajottenlandse vijver, met uiteraard ’t KLIEKSKE, BALLADEUS, en WALTER & WILFRID en ARJAUN, waar Walter Evenepoel zijn helder stemgeluid aan verleent. Resultaat,… een meer dan genietbare en zelfs enkele malen verrassende muzikale zeereis, die mee de redding van de op 11 september (1999) gerenoveerd te water gelaten ‘B1 Sint-Pieter’ moet helpen realiseren. Sint-Pieter heeft immers de griep, zijn huidplanken lijden onder de olmenziekte en dienen dringend vervangen te worden.
Huisorkest van de vzw. is HET SCUTEORKEST, waarvan de funderingen ondermeer gelegd worden door Herman Dewit (hakkebord, doedelzak) en Rosita Tahon (kleppers, tamboerijn, trommel, akkoordharp) van ’t KLIEKSKE en Iep Fourier (doedelzak en draailier) en Pieter Bonduelle, (doedelzak) van KLAKKEBUSSE, naast de diatonische accordeons van Etienne Wauters (zie ook ARJAUN) en Joris Visterin, Rolf De Cock (contrabas), Stef Everaerd (dwarsfluit) en Heidi Leyssen (mandoline). Logisch dat zij klepperend de spits mogen afbijten met het vooral op hakkebord en accordeons gedragen ‘Zeemansleven’, een sfeervol, ingetogen instrumentaal nummer dat geleidelijk meer openbloeit naarmate draailier en doedelzak zich mee in het danswijsje gooien.. De melancholische sfeerschepping wordt doorgetrokken in de interpretatie die DE GARRE VAN KORNEE verschaft aan de ballade ‘Vaarwel bruidje schoon’ en hierbij meteen uitpakt met hun kersverse zangeres Charlotte Jacobs. We verlaten even het traditionele repertoire door een compositie van WALTER (Evenepoel) & WILFRID (Moonen), die tekenden voor een heel poëtisch, door Walter (met Dirk Evenepoel ondersteunend in de refreinen) met veel dictie en bravoure ingezongen ‘De oude schute’. KLAKKEBUSSE horen we een eerste maal met het heel subtiele ‘Horlepiep’ waarin Iep’s draailier zich zonder schroom invoegt in de elegante klankenrijkdom van hakkebord (Pieter Bonduelle, ook gitaar), cister (Peter Coopman, ook trekzak) en harp (Emma Coopman), de protagonisten van hun vernieuwde bezetting. Het in 2000 opgerichte SHANTYKOOR BLANKENBERGE, was in ons land bij zijn ontstaan pionier. In hun shantyrepertoire kiezen ze voor de eigen Vlaamse zeemansliederen, die uiteraard vaak de Ijslandvaart als thema hebben. Het bestaat momenteel uit een veertigtal zangers en drie begeleidende accordeonisten, en liet zich ondertussen reeds buiten de landsgrenzen van zich horen. Onder leiding van Annemie Bourdon leenden ze een drietal liederen aan ditproject, die ons in een eerste kennismaking een ontmoeting met de ‘Lieve geburenvrouw’ oplevert, waarna BALLADEUS ons nog eens laat genieten van hun eerder dit jaar op de cd ‘SNIKHEET’ uitgebrachte, ooit door Leon Feytens geschreven Ninoofse plakkaatlied ‘De visserman’. De zachte doedelzakklanken waarmee Herman Dewit ‘’Hoe vrolijk is ’t op zee te varen’, lijken wel te ontspruiten uit een uillean pipes. ARJAUN ontketend zich vervolgens als de ware Pajottenlandse Dubliners, met hun hoog op Stefan Timmermans’ gedragen fluit, en door Evenepoel vertaalde ‘Fiddler’s Green’ (oorspronkelijk een nummer van John Connolly), waarna het shantykoor ons laat genieten van het speelse ‘Douwe jongens’ van Antwerpenaar John Lundström (1919-1990) die via zijn Zweedse grootvader het zeemansbloed in zich had. Via het instrumentale intermezzo ‘Matelotte’, opgediend door ’t KLIEKSKE, zeilen we met HET SCUTEORKEST naar ‘Alllen die willen ter kaperen varen’. Herman slaagde erin om tekst te leveren voor niet minder dan zes volwaardige strofes, bovenop de traditionele tekststrofe. Instrumentaal begeleid op doedelzak en draailier neemt Etienne Wauters de voorzang van de frasen voor zijn rekening, die in de herhaling tutti hernomen worden. Hans Quaghebeur slaat het doffe ritme op turkse trom in het verder door De GARRE VAN KORNEE a capella gezongen, rauwe, enige Franstalige, (hijs)lied op dit album ‘Avec Jean Bart’, met Johan Fernand Decancq in de voorzangersrol, naast de soms wat sjamanistisch klinkende koorzang. Met ‘Het afzyn’ is het dan weer de beurt aan KLAKKEBUSSE om zich van zijn beste kant te laten horen, met een uitermate fris arrangement dat de diverse instrumenten afwisselend laat soleren en duelleren. Wat verder komen ze ons nog een laatste maal met een gelijkaardig recept verleiden met een heel stevige, eigenzinnige versie van ‘Naar de vissemarkt’, die ons alweer enkele beklijvende danspassages oplevert waarin draailier en accordeon vechten om de harp te omhelzen. Walsen kan op het deinende ritme van ‘Een meisje van 17 jaar’, veilig onder hoede genomen door ’t KLIEKSKE. Het is de roerganger van ARJAUN die tekst leverde op melodie van Moonen voor hun ‘Schipper ik wil varen’, een complexloos drinklied. In eerste instantie zijn het hommel en hakkebord, bijgetreden door het accordeon, die de hoofdtoon voeren in het instrumentale ‘De meisjes van Oostende’, getekend HET SCUTEORKEST, waarna de doedelzakken zich evenmin onledig laten. Opmerkelijk is ook de Shantykoorversie van ‘Wel Iseland’, één van de sterkste evergreens uit het Ijsland-repertoire, onder sobere accordeonbegeleiding. Dan wordt het tijd om afscheid te nemen, eerst onder de zwaarmoedige stem van een toch wel heel beloftevolle Charlotte Jacobs en de klankenpracht van DE GARRE VAN KORNEE in ‘Het afscheid’, waarna Herman Dewit (op harmonica) ons met ’t KLIEKSKE zijn eigen ‘Vaar-wel’ ten gehore brengt in duet met Oswald Tahon op klarinet, terwijl naast Wilfrid en Rosita, gast Willy De Lambaert de derde viool strijkt, ons achterlatend met een diep gevoel van weemoed.
Wat valt er verder nog te zeggen van een compilatieschijf, tot in de puntjes verzorgd door de grote promotoren van de volksmuziekbeweging in Vlaanderen, rond een thema dat hen om diverse redenen heel nauw aan het hart ligt, onmiddellijk aansluitend bij het ambitieuze renovatieproject dat de kern vormt van vzw. De Scute ? Misschien had de thematiek nog iets meer afgebakend kunnen worden, maar misschien zou dit dan weer net te weinig variaties opgeleverd hebben. Nu haalde elk van de participerende groepen het mooiste uit zijn kastje, en liet ons meteen horen dat ook binnen een relatief kleine traditie, zonder al teveel buiten de lijntjes te kleuren, een veelheid aan boeiende muzikale interpretaties mogelijk blijven. Ook aan de layout van het booklet werd de vereiste aandacht besteed, en de teksten mochten uiteraard niet ontbreken. Deze scute is ontegensprekelijk zeewaardig… en verdient de aandacht !
Meer informatie :