SNAARMAARWAAR in De Villa van de N9 te Eeklo op zaterdag 16 januari 2010.
Na vele jaren, zeg maar drie volle decennia promotie en verkoop aan eerlijke prijzen van betere muziek (in de eerste plaats folk, maar met een open kijk naar andere genres en ‘marktsegmenten’) zette Folkcorner Den Appel de haast onvermijdelijke stap naar een eigen label. Onvermijdelijk omdat Miel Appelmans en zijn bevlogen team opvolgers beter dan wie ook de gaten in de markt zien en omdat ze ook wel weten dat er nooit genoeg (klaar kijkende) labels zijn om het voorradige talent aan bod te laten komen. Met de opkomst van de boombals, een evolutie als een olievlek die wij al jaren zagen aankomen, van toen we eind de jaren negentig (1998 als we dat goed hebben) de danssessies op de Volksmuziek Stage in Gooik zagen bloeien, was de nood aan (hoogwaardige) dansmuziek steeds groter. Gelukkig zijn ‘folk/volksmuziek’ en ‘dans’ zeer verwante begrippen. Bijna alle jonge folkgroepen spelen tegenwoordig ten dans. Zoveel jonge folkgroepen spelen op de koop toe op een niveau waar men hier enkele decennia geleden enkel van kon dromen. We zijn te lui om het te vragen maar dat Appel Rekords groepen als EMBRUN en HOT GRISELDA onder de arm heeft genomen, lijkt ons goed te passen in dat plaatje.
Ook SNAARMAARWAAR, nog een jong veulen in de Appel Rekords stal, mag een exponent heten van de filosofie. Toen we de gelijknamige cd aankregen, duurde het exact twee nummers vóór we finaal verkocht waren. Na het vuurwerk van ‘Kadril van Mechelen’ en de bucolische magie van ‘Vappu’ kon het voor ons al niet meer stuk. Een blik op de hoes en veel werd duidelijk: Maarten Decombel kennen we als gitaarvirtuoos, o.a. in duo met accordeonist Wim Claeys. Op deze plaat speelt hij echter geen gitaar, maar voornamelijk mandola (of octaafmandoline, een octaaf lager gestemd dan een mandoline), een instrument dat nogal lijkt op de Ierse bouzouki, de ‘guitarra portuguesa’ of bepaalde citers. Het straffe was dat hij twee jongelieden vond die zowaar op zijn steile niveau musiceren: Jeroen Geerinck op de (akoestische) gitaar (meer met bredere stemming) en Peter-Jan Daems op de (niet-Italiaanse, dus ‘platte’) mandoline.
Hoewel er veel andere instrumenten op de bijna volledig instrumentale plaat meespelen, klinken die drie instrumenten ook daar door en ondanks de vele gasten is en blijft ‘Snaarmaarwaar’ in essentie een trioplaat. In totaal dertien hapklare brokken lillende folk, waar de lokale volksmuziek en folk een draagvlak vormen voor een wemeling aan internationale klanken en ritmes, een mix, die op een of andere wondere wijze nog als één geheel klinkt ook en zeker ook tot ver buiten het genre kan aanspreken, echte ‘wereldmuziek’, om die term eindelijk eens de bedoelde inhoud te geven. Voor ons de binnenlandse folkplaat van 2009 tezamen met ‘Strawberry Town’ van ORION, ‘La Marquise’ van MILANN & LALOY en, in brede zin, ‘Tri A Tolia’ van ZUMURRUDE.
We vroegen ons af wat Snaarmaarwaar live voorstelt. Zo gesteld, een overbodige vraag misschien, want de heren treden al geruime tijd op in binnen- en buitenland. Eind 2009 zaten ze nog in China, voor een uitverkochte concertreeks op het Nanjing World & Jazz Festival, om precies te zijn. Niet bepaald voor sukkelaars, denken we. De vraag is echter niet overbodig voor wie van plan was zijn zaterdagavond zinvol door te brengen. Doch we werden voor onze bereidheid rijkelijk beloond, samen met het halve handvol andere betalende toeschouwers (Na mager bezochte concerten van o.a. CHATHAM COUNTY LINE, CAROLINA CHOCOLATE DROPS, SONS OF NAVARONE moeten we tot de conclusie komen: folk/roots en Eeklo…het wordt nooit wat…)
Een spetterende versie ‘Kadril van Mechelen/Colonne de la Gavre’ liet er geen twijfel over bestaan: deze lieden zijn a.h.w. geboren op een toneel. ‘Avreel’, bekende song van URBAN TRAD (cd ‘One O Four’), zet in die trant verder. Het valt dat de songs van de cd geëvolueerd zijn. Al snel verraden de heren hun voornaamste muzikale bronnen: de Keltisch-Bretoense en Centraal-Franse tradities. Enkele Bretoense reidansen (w.o. ‘Hanter Dro’) gaan over in het enige gezongen stuk op cd en live, het bekende wiegenliedje uit Northumbria, ‘Dance To Your Daddy’. Ook ‘(Bourrée de) Montserrat’ heeft daarmee te maken: de melodie gat terug op een lied uit het Libre Vermell, een codex samengesteld door ijverige Benedictijner monniken van het Noord-Spaanse (Catalaanse) Montserrat klooster. Die liederen komen van de pelgrims die op het middenplein verzamelen en dus niet alleen hun brood met elkaar delen. En die pelgrims komen meestal uit Midden-Frankrijk.
De inspiratie voor de titels en de melodieën komt van zeer uiteenlopende bron, maar het zijn meestal eigen ervaringen. Het verhaal dat het al aangehaalde ‘Vappu’ genereerde, brengt de groep in gedachten terug naar een Fins festival, waar ze optraden en waar ze in de watten gelegd werden door jonge meisjes. Uitgenodigd bij één van die deernen thuis… maar we gaan u het verhaal lekker niet uit de doeken doen. ‘Vappu’ is overigens niét de naam van het meisje! Wat klinkt ‘Vappu’ op toneel nog zoveel mooier dan op cd! ‘Bodabourrée/Faï bon dançar’, ‘Noir et blanc’, ‘Stone’s House/Müller’s’, ook zij zijn sinds de opnames vooruitgegaan.
‘Waterman’s’, zo kondigt Maarten aan, heeft een Balkansfeertje en verwijst naar Michael McGoldrick uit Manchester die een erkend virtuoos is op Uilleann pipes, tin en low whistle, en bij vele gerenommeerde bands speelde of speelt (FLUKE!, CAPERCAILLIE, LUNASA, Kate RUSBY (BAND), MICHAEL MCGOLDRICK BAND…) Aan het einde van ‘Valse sanssoucis’ komen Peter en Maarten achter Jeroen staan terwijl die verder speelt op zijn gitaar: zonder op te houden plaatsen eerst één, dan beiden hun vingers op de hals zodat ze met drie tegelijk de gitaar perfect doen klinken. Nooit eerder gezien huzarenstuk.
Een andere highlight van de cd, maar daar de afsluiter, begint het tweede deel ‘Warmwaterkruik’, een deun die aantoont dat de groep niet aarzelt om een beetje funk en soul in zijn folk te pompen. Noem zoiets trendy, het is in elk geval razend knap gedaan. De verhaaltjes blijven bijzonder. Laconiek vertelt Maarten over de inspiratie voor het nagelnieuwe ‘Crashing Windows’: op Kerstavond 2009 werd ingebroken bij één van de groepsleden terwijl de familie thuis was… Zoveel lef, dat moet uiteraard een muzikale neerslag krijgen! Die song zit er natuurlijk nog niet goed in, al merk je dat nauwelijks of niet. Het is pas als het werk dat al op cd staat over je heen komt gewalst dat je kan inschatten hoe goed deze jongens hun instrument en het repertoire beheersen.
In dat geval verkeren de volgende twee songs. Het schitterend gebrachte ‘Pentland’ is het gevolg van een miskoop. Maarten: ‘Mijn eerste aankoop op e-bay was een mooi uitziend… harmonium, dat echter bij aankomst in zéér slechte staat bleek te zijn. Ik heb er dan maar dit nummer over geschreven…’ ‘Slekkenpolka’ ontstond dan weer in de… file. De song gaat, om vanuit surplace geschreven te zijn, verbazend goed vooruit en krijgt een extra boost vanwege het aloude ‘Beerbarrelpoka’ dat er guitig in verwerkt zit. Live geven ze ‘Slekkenpolka’ de start van een klassieker van, jawel, de zogenaamde King Of Pop. Het indrukwekkende ‘Ekster’ met zijn vraag- en antwoordspel, de twee Scottish ‘Trinity/Sansonettes’ en drie jigs genoemd naar de eerste van de drie, ‘Prins Karel’ (uit ‘Het Hageland’, Leuvens liedboek, door violisten genoteerd) laten horen wat een volgende cd kan worden.
In de bissen werd gas teruggenomen, via ‘Horlepijp’ (een melodie uit de ‘Island Suite (Island & Zeemansliederen)’, het eerste van de grote liedprojecten waar Radio 1 zich toen (1984) nog aan waagde, en ‘Les écoliers de Saint-Genest’, een klassieker onder de folksongs, al is die dan nieuw (1983) geschreven door draailierspecialist (Gilles Chabenat) De weemoed droop zo van deze melodie af. Vooraf al hadden ze trouwens de gevoelige snaar geraakt met ‘Architek’, een ‘plakker’ van Jeroen. Ook zoiets heeft het trio in de vingers…
Vaak werd de term al te lichtzinnig gebruikt, maar we kunnen niet anders dan besluiten dat dit Snaarmaarwaar wereldklasse uitstraalt. De wereld schijnt dat al te weten… Nu Vlaanderen nog?
Antoine Légat (23 01 10)