Groningen ligt in het noorden van Nederland. Ook hier wordt op traditie gebaseerde folkmuziek gemaakt, en ik was benieuwd om te horen hoe die klonk. De Groninger folkgroep Törf is opgericht in 1975 en is daarmee een van de oude folkgroepen van Nederland. Törf (dialect voor turf) is met ‘Schoon van de wind’ aan zijn achtste langspeler toe.
Törf was een van de eerste groepen die zich bekommerde om de Groninger liedgoedtraditie en dansmuziek. Er werd in zowel schriftelijke als mondelinge bronnen gezocht naar geschikte traditionals. In de loop van de jaren tachtig heeft Törf zich verder ontwikkeld door tevens Groninger kwaliteitspoëzie als uitgangspunt te nemen. Daarnaast is nauwgezet verder gewerkt aan de studie van de traditie.
Het geluid wordt bepaald door de mix van gitaren, doedelzakken, fluiten, viool, accordeon, basgitaar en zang. De doedelzak neemt vaak een prominente rol in. De muziek klinkt behoorlijk traditioneel, met her en der frisse elementen als een tegendraads fluitje of het gebruik van een Armeense duduk. Het repertoire van deze CD bestaat uit overwegend trage, zelfgeschreven nummers. Naar mijn smaak klinkt deze CD net iets te braaf, maar ik geloof graag dat deze heren met hun gevarieerde instrumentarium bij live-optredens voor spankelend samenspel en een goeie ambiance zorgen.
Op de zeer verzorgde website van de groep, stellen de muzikanten zichzelf voor. Hier blijkt dat de heren niet alleen over een portie goeie, zelfrelativerende humor beschikken, maar ook dat ze goed weten waar ze mee bezig zijn. Zanger Henk Scholte is een bekende volksfiguur, verhalenverteller en radiomaker, Geert Ridderbos behaalde aan het conservatorium zijn graad accordeon en doet ook iets met cabaret, gitarist Eddy De Jonge is directeur van de Groningse archieven, violist Marius Greiner is bezieler van een folkloregroep, doedelzakspeler Flip Rodenburg is specialist op het gebied van de Middeleeuwse muziek en bovendien een bekend doeldelzakbouwer. Bij gebrek aan percussionist zorgt gitarist Jos Kwakman ervoor dat de heren goed in het ritme blijven.
De meeste nummers zijn met zang. Intrigerend aan deze CD is het Grunneger (Groningse) dialect. Hoewel Groningen vlakbij Firesland ligt, is het dialect voor onze oren verrassend goed verstaanbaar. Er zitten uiteraard Hollandse klanken in, maar toch klinkt het ook aangenaam zacht. Het heeft iets West-Vlaams' en iets Limburgs tegelijk. In de trage nummers meen je van ver soms Willem Vermandere of Gerard Van Maasakkers aan het werk te horen. Er zitten ook klanken in die ons heel vreemd voorkomen zoals de ‘ie’ die wordt omgezet in een ‘ai’ zoals bijvoorbeeld in ‘laifde en verdrait’.
Een fragment uit het nummer ‘Woar bistoe bleven’:
“Woar bistoe bleven, en woar bistoe goan min laif,
Woar bistoe bleven en dinkst ook aan mie.
‘k Lig weer allain op mien berre te sloapen, en ik dreum steeds weer van die
‘k Zai die veurbiegoan ’s nachts in duuster, en ik dreum steeds weer van die.”
Het nummer ‘Woar bistoe bleven’ blijft bij mij het beste hangen van de CD. Samen met het nummer ‘Scheepsjoagers’ over mannen die met hun paarden schepen met turf, stro of aardappelen door de kanalen trokken. Hier laat zanger Henk Scholte zich volledig gaan en krijgen we pittige zanglijnen. Het nummer wordt begeleid door dwingende klanken uit een ciaramella, een hobo-achtig Middeleeuws instrument.
De CD bevat ook 3 instrumentale nummers waarin de doedelzak(ken) een belangrijke plaats innemen. Eén van de nummers werd gecomponeerd door de Vlaamse doedelzakspeler Chris Geysen. Het mooi verzorgde en informatieve CD-boekje leert ons dat hij deze wals schreef uit liefde voor een dame uit de veengebieden van Oost-Friesland.
Törf bestaat uit: Henk Scholte (zang), Geert Ridderbos (accordeon, percussie), Eddy de Jonge (bas, zang), Marius Greiner (viool, mandoline, percussie), Flip Rodenburg (doedelzakken, ciaramella, duduk, schalmei, fluiten, zang), Jos Kwakman (gitaar, doedelzak).