Lyle LOVETT & John HIATT in de grote zaal van de AB te Brussel op woensdag 10 februari 2010.
Lyle Lovett en John Hiatt samen op één podium: sommige Brusselse burgemeesters zullen het wel weer een ‘fait divers’ noemen, maar voor de geoefende muziekliefhebber was dit een met rood aangekruist evenement. Ze hebben er inderdaad een feest van gemaakt, daar in de tot de nok gevulde AB. Dat laatste had Hiatt ook gemerkt: ‘Zie je hoe de mensen hier op de zijbalkons staan, Lyle? Mij doet dat denken aan ‘Jailhouse Rock’!’ Gelach. Natuurlijk wilde iedereen dit concert zien: twee zulke reuzen uit de Amerikaanse singer-songwriting bijeen, de countryman uit Texas en de rocker (en zoveel meer) uit Indiana. We vroegen ons af hoeveel koppeltjes van dit niveau nog gevormd konden worden… Bruce Springsteen & Ry Cooder, Bob Dylan & Joni Mitchell, Randy Newman & John Prine of Tom Petty & Delbert McClinton, meer zal dat en moet dat niet zijn… De premier league, de serie A, primera division van de Americana, zeg maar!
Op You Tube hadden we gemerkt dat beide heren wel eens samen een song helemaal brengen tijdens deze toer, met band dan nog, maar dat bleek in Brussel niet het geval. Ze waren enkel gewapend met akoestische gitaren (John had uiteraard ook zijn harp mee) en ze gaven elkaar hoogstens steun. Maar meestal brachten ze hun song alleen. De enige echte collaboratie was derde bis ‘Ain’t No More Cane (On The Brazos)’, de traditional die ze ooit hadden opgenomen, los van elkaar, en die ze hier en nu voorzagen van huiveringwekkend mooie close harmony. Een ode aan hun roots die, hoe verschillend ook, toch uit dezelfde kweekvijver putten, die gigantische melting pot van de ‘Noord-Amerikaanse cultuur’.
De keren dat ze even iets voor mekaar deden (bijna altijd John bij Lyle, zelden omgekeerd), was dat trouwens goed raak. We denken aan ‘She’s No Lady’, toch één van de cleverste en puntigste songs uit de hele geschiedenis van de songwriting, waar Hiatt een merkwaardige solo inlaste, of moeten we zeggen: anti-solo, waar je eerst van dacht dat ze ironisch bedoeld was, maar die stilaan wel op haar plaats viel. Het applaus was langer dan voor alle andere songs en betrof zowel song als originele uitvoering. Typisch was dat ze na zo’n ‘samenwerking’ mekaar telkens een hand en een open doekje gaven. Zo ook na ‘I Will Rise Up’, Lyles broeierige, uit de diepten der dood oprijzende gospel die John van een tweede gitaar voorzag. Het was ook verleden jaar een hoogtepunt toen Lyle Lovett hier met band optrad, de eerste maal in niet minder dan 21 jaar (van die keer had Lyle trouwens nog scherpe herinneringen) Dan bedenk je plots: 21 jaar niets en dan twee keer in minder dan een jaar. Niets te veel, vinden wij gulzig, al was het maar omdat verleden jaar ‘She’s No Lady’ vreemd genoeg niet op het menu stond.
Niets dan oud en (relatief) vertrouwd eigen werk, al bracht Lyle Lovett als eerbetoon aan guru en leermeester Vince Bell met de song die hij van Vince geleerd had, toen ze nog samen optraden, ‘The Sun & Moon & Stars’ met de vaak herhaalde, intens ontroerende sleutelgedachte ‘I come to miss a few’ (je vindt het zowel op Lyles meest recente ‘Natural Forces’ als op Bells ‘Phoenix’ uit 1994) John Hiatt bracht dan weer een song uit zijn op 1 maart world wide en in allerlei gedaanten verschijnende ‘Open Road’, wellicht de titelsong. De songs werden in vaste afwisseling gebracht, eerst John, dan steevast Lyle: da’s makkelijk volgen op de playlist onderaan!
Hiatt van zijn kant komt hier wel vaker, ter gelegenheid van een nieuwe plaat, telkens een feest, al is de man in eigen land niet zozeer bekend als solo artiest dan wel als songleverancier, zeg maar hofleverancier. De lijst grote namen is eindeloos. Hij dankte trouwens Bonnie Raitt voor haar opname van ‘A Thing Called Love’, wat voor John indertijd toch een serieuze stap naar erkenning als songsmid betekende. Waar in het begin van het concert het vooral Lyle was die tussen de songs voor het nodige verbale vertier zorgde door als aangever te spelen, was het ter gelegenheid van ‘A Thing Called Love’, dicht bij het einde van dit bijzonder lange concert, wel degelijk John die begon te ‘leuteren’ tegen Lyle: ‘Jij die met Bonnie opgetreden hebt, weet jij waarom ze er het middenstuk heeft uitgelaten in haar versie?’ John bleef erop terugkomen: ‘Niet dat het me iets uitmaakt hoor, het kan me echt niet schelen, echt niet, het is een pietluttig detail, maar…Waarom zou ze dat toch gedaan hebben?’ Lyle bleef het antwoord schuldig. Part of the show.
Meestal hebben zo’n intermezzi een irritante kant, maar Lyle en John zijn allebei zo’n droge komieken, die via sublieme underacting, perfecte timing en veelzeggende stiltes hun woorden doen nazinderen. De lachsalvo’s konden niet verhinderen dat na enkele nummers iemand in het publiek het nodig vond de heren te vragen van ,,nu eens een liedje te spelen’’. Misschien iemand die het Engels onvoldoende machtig is? Wij vonden het in elk geval een geslaagde stand-up… pardon, sitting down comedy (want de heren zaten op een stoel, met elk een tafeltje) Het viel op dat Lyle hierna enkel nog commentaar gaf en niet meer zelf eerst de kat de bel aanbond. De rollen van aangever en afwerker omgekeerd.
Zonde, want zijn reactie op Johns… reactievermogen was grandioos: na ‘Tennessee Plates’ (waarop Hiatt een dijk van een solo speelde) viel één van zijn beide gitaren van haar standaard. Nog vóór het instrument de grond raakte had hij ze alweer bij de nek, waardoor hij verdere ongelukken vermeed (de gitaar was al eens in panne gevallen tijdens de toer) Lovett stond zogenaamd vol bewondering voor de reflexen van de man uit Indianapolis. Ontroerend en tegelijk grappig moment was dan weer ‘Master Of Disaster’ dat John inleidde als een samenwerking met de verleden jaar gestorven Jim Dickinson, één der coryfeeën van de roots Americana. Hij vertelde hoe Jim op de song reageerde. Hoewel er in de song sprake is van Telecasters, was zijn laconieke reactie: ‘It needs a saxophone’. John kreeg heel de zaal aan het lachen met wat er op Jims graf gebeiteld staat: ,,I’m not gone, I’m just dead’.
Tja, zijn we westerlingen of we zijn het niet! Men verwacht aan het eind van een stuk van deze aard een mening. Wie van de twee was nu ‘de beste’? Niet dat we onze nek niet durven uitsteken, maar we vinden dat we daar geen zinnig antwoord op kan geven: het is een kwestie van indrukken op basis van deze en eerdere concerten en de kennis van beider werk. We hebben beiden altijd fijne songschrijvers geworden, Hiatt vanaf ‘Slug Line’ en Lovett sinds ‘Pontiac’. Als we dan toch iets moeten zeggen: Hiatt is de vakman, bij wie je het zweet om de juiste tournure te vinden als het ware nog ruikt. Hij is één van de onzen en verwoordt wat we denken. Lovett is de hoog boven ons allen gewone stervelingen zwevende poëet, die blijkbaar zonder enige inspanning de meest ongelofelijke gedachten en zinnen uit zijn mouw schudt.
Antoine Légat (12 02 10)
Playlist
Oneven nummers = John Hiatt – even nummers = Lyle Lovett
1/ Perfectly Good Guitar 2/ Midnight Rodeo 3/ Buffalo River Home 4/ Natural Forces 5/ Tennessee Plates 6/ I Will Rise up 7/ Just Like Your Dad Did 8/ Cowboy Man 9/ Ain’t Never Going Back 10/ L.A. County 11/ Master Of Disaster (opgedragen aan Jim Dickinson) 12/ The Sun & Moon & Stars (I Come To Miss A Few) 13/ Thunderbird 14/ She’s No Lady 15/ Memphis In The Meantime 16/ North Dakota 17/ uit op 1 maart world wide uitkomende cd Open Road: titelsong?! 18/ One-Eyed Fiona 19/ A Thing Called Love 20/ My Baby Don’t Tolerate
Bis 1/ Have A Little Faith In Me 2/ If I Had A Boat 3/ samen: Ain’t No More Cane (On This Brazos)