DETI PICASSO – TURBO MAIRIK (DETI PICASSO, DEEP MUSIC) 2008 - 57:24
Hoewel een oppervlakkige blik op de iconografische hoes ons even zou kunnen doen vermoeden dat we hier een schijfje Russisch-orthodoxe middeleeuwse kerkzang voor ons liggen hebben, blijkt alras dat schijn bedriegt en ons een helse rit wacht in een Russisch-Armeense rockraket met stevige etnische onderbouw, ondermeer vanuit de uitermate expressieve vrouwenzang. Een Europese tournée brengt hen eind mei ook in ’t Ey en De Centrale, nu reeds op folkrodddels.
DETI PICASSO, vaart vanuit de Moskowse scene een voor Rusland heel eigenzinnige koers, met een scherpe, wervelende en soms doldraaiende sound waarin de etnische wortels ontegensprekelijk aanwezig blijven. Ze worden vergeleken met groepen als GOGOL BORDELLO, KULTUR SHOCK en het Oekraïnse HAYDAMAKY.
De bij momenten psychedelische en hypnotische energie die van hun muziek uitgaat ontstaat vanuit het samenspel van de vrouwenstemmen (die nu eens associaties oproepen met Mitsoura, een andere keer met de ons vertrouwde samenzangen uit het hoge noorden, VÄRTTINÄ,…), de – hoewel stevige, ook heel transparante gitaarmuziek (JETHRO TULL,…), en de wat milderende celloklanken. Oude Armeense melodieën en liederen worden onverbrekelijk vormen de las-substantie tussen twee metalen met totaal verschillende eigenschappen, een academisch strijkerkwartet en punkrock uit – soms met lepels en vorken bespeelde -gitaren en drums. Op die manier krijgen een aantal van de nummers een haast symfonisch karakter, waardoor ook groepen als PINK FLOYD hun invloed lijken te laten gelden. In het centrum staat de hypnotiserende stem van Gaya Arutyunyan (ook nog vergeleken met de Griekse Kristi Stassinapoulou, Savina Yannatou, een andere keer met een rauwe Allanis Morrisette) die ons alle kanten van de wereld laat horen, hoewel ze het vooral uitzingt in het Russisch. In Rusland zelf vertoeven ze nog steeds wat aan de zijlijn, terwijl ze bij heel wat Armenen ondertussen een zekere cultstatus verwierven, en dit aan de vooravond van een behoorlijke Europese tournee die hen ook even in België zal introduceren.
‘TURBO MAIRIK’ is, naast een nevenproject ‘NOIZ ORCHESTRA’, het vierde album na de eerder verschenen ‘MESJAC ULYBOK’ (2002), ‘ETHNIC EXPERIMENTS’ (2004) EN ‘GLUBINA’ (2006). Tien nummers en een bonustrack nemen ons een uur lang op sleeptouw in een overweldigende muzikale parade, die ons van bij ‘Erki Par’, de (verrassend korte) opener bij de keel grijpt in een op de snaren en drums gedragen intro die nog crescendo gaat in de finale koorzang. Dan valt de stilte, en zet aarzelend, begeleid door ijle belletjes de wat hoekige en nerveuze stem van Gaya (hier doet ze me bijvoorbeeld denken aan Mitsoura) in bij de aanzet van ‘Ai Sarin !’, schijntimiditeit blijkt wanneer ze zich onmiddellijk haaks zet op de aanjagende keyboards. Eén van hun waarmerken komt meteen naar boven wanneer je alle uithoeken van het muzikale spectrum ingedreven wordt door hun voortdurende wisselingen in de dynamiek, omhoog, omlaag, met telkens opnieuw weer andere solopartijen. Relatieve rust komt er met het wat weirdy, psychedelische ‘Mokats harsner’, waarin ondanks de prominente beat, strijkers en zangpartij de melancholische toon voeren, en zich hierin laten volgen door de bij momenten heel subtiele gitaarlijn. Hopeloos wordt het voor de zurna wanneer hij ingehaald wordt door de anderen in ‘Kele Lao’, waar indringende beat en de hypnotiserende zangpartij de trance-ervaring zich onweerstaanbaar aandient. Hierdoor vertoef je nu eens in het (haast windstille) oog van de storm, om vervolgens onverbiddelijk aangezogen te worden door de orkaanwervelingen, terwijl de zurna (Armeense dubbelriethobo) de laatste noot speelt, eens het geweld voorbijgeraasd is. Het wordt even echt metal wanneer in pure Jimmy Hendrickx-stijl van leer getrokken wordt in ‘Turbo Hayastan’ waarin tussen het onverbloemde gitaargeweld in Gaya ons ijskoud op een haast enerverende toon toezingt. Laat ons hopen dat ’t Ey hier niet breekt, wanneer ook nog eens de drummer Bogdan Dobrov alle regels van de welvoegelijk aan de stokken lapt. Dan moet er wel gas teruggenomen worden, en dat doen ze ook door hondertachtig graden te keren in ‘Vart Sibetsi’, waarin op de electronische loops na de stem van Gaya een sjamanistische teneur krijgt in het op percussie ondersteunde, een sfeerschepping die nog versterkt wordt wanneer ze ook door de andere groepsleden zingend ingevolgd wordt . Maar dan komt de rauwheid weer boven in ‘Ampi Takits’, of toch niet helemaal wanneer de strijkers autoritair (hoewel tijdelijk) het roer terug overnemen. Dit is zondermeer symfonische folkrock in het kwadraat waarin om elke hoek nieuwe verrassingen en uitdagingen komen loeren. Een even grote bocht wordt gemaakt wanneer de strijkers, cello voorop voeren onverhoeds een mist over de steppen wanneer we het haast mystieke ‘Rubi Bala’ zijn intrede doet. Ik dwaal hierbij af naar het hoge noorden en hoor ondermeer de echo’s van Mari Boine weerklinken in dit pareltje. Misschien het meest Russisch van ondertoon is het opnieuw heel stevige ‘Hrazheshti erge’, de sfeer oproepend van ‘alles komt wel goed’, en ook hier zetten ze ons even op het verkeerde been door zich uitgerekend hier even aan een afrobeat-uitstapje te wagen. Een nummer om een lamme aan het dansen te brengen. Een dissonante koorzang vormt vervolgens de aanhef voor een uitzinnige finale in het ‘everybody clap your hands’-nummer, ‘Djan ! Everybody djan !’, waarbij ook stagediven tot de gedragscodes behoort. In de bonustrack ‘Krunk’ zijn het even de polyfone stemmen van de mannen die met een ongelofelijke tristesse de gemoederen weten te bedaren, en dit op een sobere drone, waarna Heghush Arutyunyan (moeder van Gaya ???) het tragische thema heel even overneemt,… om na een behoorlijke stilte (want ook deze cd verbergt een spooktrack) over te gaan in een heuse a capella gezongen veldopname waarin het thema voluit hernomen wordt. Een wenk naar de Armeense genocide ?
Probeer deze groep niet in een vakje te stoppen of voor één gat te vangen. Ze maken het tot hun waarmerk om de luisteraar alle richtingen uit te sturen. Verrassend hierbij is dat zij hierbij op geen enkel moment hun eigen identiteit verliezen. Het is en blijft ‘DETI PICASSO’,… surrealistische, soms wat kubistische experimentele, psychedelische ethnofolkrock. Met een jachtige, nerveuze, dwingende,… en toch heel verleidelijke vrouwenstem op het voorplan. Een groep die het heeft vanuit zijn eigen originaliteit en dan ook niet vervalt in het goedkoop instappen in het vehikel van de eigen volkstraditie om een beetje trendy en succesvol te zijn.
Live te beluisteren :
22 mei 2010 : ’t Ey – Belsele
23 mei 2010 : De Centrale – Gent
De groepsleden :
Gaya Arutyunyan : zang, backing vocals
Karen Arutyunyan : gitaren (volumepedaal, E-bow, slide, noise), zang, keyboards, bas, houtblazers, zurna, kalimba, percussie
Vadim Kuznetsov : cello
Bogdan Dobrov : drums
Alex Filippik : bas
Gastmuzikanten :
Ilya Vymenits : percussie
Sergej Nebolsin : percussie
Ellina Khachaturyan : altviool
Meer informatie :
Tekst: Sefafolk