EMINA ZEČAJ – Traditional Bosnian Songs (Gramofon, Xango Music Distribution, GCD 2001) 2003 – 68:03
Ondanks het feit dat deze opname reeds enkele jaren oud is, maar juist doordat ze pas nu ook in onze contreien verdeeld wordt, kunnen we deze traditionele interpretaties van de Bosnische sevdah-liederen niet aan ons voorbij laten gaan, temeer daar ze gezongen worden door één van de pioniers die de ongeschreven wet doorbroken hebben die stelde dat deze liederen niet aan vrouwen besteed waren. Tegelijk is zij pleitbezorgster voor het behoud van de oervorm van dit genre.
Emina Zečaj vormt terecht een van de iconen van de Bosnische en Herzegoveense, niet door mannen maar door vrouwen gezongen, sevdah (het Bosnische liefdeslied). Ze zijn heel dun gezaaid, de dames die het aandurfden om dit genre vanuit een vrouwelijk perspectief te interpreteren. Wel is ze op die manier mee verantwoordelijk voor de ontwikkeling van, de zorg voor en de uiteindelijke realisatie van de vrouwelijke zang op sazbegeleiding. Dit genre, dat we terugvinden in stedelijke patriarchale milieus van de Bosnische steden, was vroeger strikt gereserveerd voor mannen. Enkele decennia geleden besloot ze hier paal en perk aan te stellen en te breken met deze traditie. Eigenaardig genoeg lag ze hiermee meteen aan de basis van het behoud van de oorspronkelijke Sevdah-interpretaties, die zuivere duetten van zang en saz vormen. Zo behoort ze tot de beweging die vermeed dat dit genre volledig ging verwateren in meer eigentijdse arrangementen die ons soms een ietwat smartlapperig gevoel geven, zoals op de, een tijdje terug op folkroddels besproken, cd ‘URBAN SEVDAH’. (Graag verwijs ik ook even terug naar deze recensie voor wie iets meer wil te weten komen over de ruimere filosofie achter de sevdah). Emina’s charisma werd reeds in de vroege zestiger jaren ontdekt door de Bosnische ethnomusicoloog Cvjetko Rihtman. Het belang van haar levenswerk overstijgt haar heel authentieke, sterk bezielde interpretaties. Ze was immers ook een verwoed verzamelaarster van bestaande liederen en bundelde er meer dan 600, wat ongemeen veel stof oplevert voor de komende generaties muzikologen, en wat haar verheft tot één van de grootste experten op het domein van de ‘Sevdah’. Het siert haar dat ze dit nooit tenvolle heeft willen uitbuiten. In de vooroorlogse (Bosnische) periode registreerde ze slechtst een vijftal singels en vier LP’s. Deze hebben daarenboven vooral een documentalistische waarde. Het is haar authenticiteit die haar paradoxaal genoeg eind de jaren negentig plots her en der naar Europese podia voerde om er op saz begeleide Sevdalinkas te brengen, aanvankeljk met Camil Metiljević, later met Mehmed Gribajčević.
Onbekendheid met de taal hoeft hierbij geen barrière te vormen om de poëzie in de liederen te vatten. Ze voeren immers terug naar onze diepste gemeenschappelijke emotionele wortels, en vormen de exponent van de ‘Bosnische blues’. Wie de taal wel begrijpt wordt geconfronteerd met een brede gelaagdheid van de teksten. De hier gepresenteerde bloemlezing ontsnapt dan ook aan de stereotypen die gevoed worden door de meer populistische, vaak op accordeons begeleide, restaurant- of muzakaanpak. Het duo dat we hier aan het werk horen keert terug naar de essentie van de sevdah, in een synthese van trillerige, van meerdere betekenissen voorziene en heldere volkse poëzie, waarbij de sazbegeleiding de delicate versieringen en de melodische structurele accenten van de maqam accentueert. Onmiddellijk grijpt je de intensiteit van de melancholie, die ze, net als de sevdah zelf, in hun hart dragen. Een selectie maken voor deze schijf was geen sinecure, gezien de overweldigende hoeveelheid liederen dat dit duo in brein en vingers heeft. Hoewel de productie van dit materiaal vooral ingegeven werd door de behoefte om zowel het repertoire als de interpretatie van deze dame, die toch al tot de rijpere leeftijdscategorie behoort, vast te leggen vervalt men hier helemaal niet in de sferen van de veldopnames. Toch wou men, ook technisch gezien met de opnamen zo dicht mogelijk het ‘origineel’ behouden, waardoor bewust geopteerd werd voor mono-opnames en heel weigerachtig stond tegen elke technische interventie. Hierdoor wil men het gevoel scheppen dat het duo bij jou in de huiskamer neergevleid zit. Alle liederen, behalve eentje (dat door ene H. Heine werd geschreven) zijn traditioneel. Deze schijf is bulkt van intimiteit en hoewel alle nummers heel breed uitgesponnen uitgezongen worden, in traag voortschrijdende, rijk versierde, frazen, nu eens schommelend op de saz-begeleiding, dan eens halt houdend om de saz zijn eigen solomoment te gunnen, gaat deze schijf mij in elk geval op geen enkel moment vervelen. Ondanks de ornamentiek in de zang overheerst de typische balkansfeer waarin vreugde en pijn elkaar kruisen. Weemoed straalt uit het licht onderdrukte stemgeluid en het moorse timbre van de virtuoze saz-akkoorden. En kan een lied eerlijker en zuiverder weerklinken wanneer in de laatste twee nummers zelfs de begeleiding achterwege blijft ?
Ondanks het feit dat de hoes misschien wel bruisend vuurwerk lijkt te voorspellen treffen we hier een genre en vooral een interpretatie van de sevdah aan, dat zijn magie haalt uit de halfduistere warme dromerige sferen rond het haardvuur. Dit is luistermuziek pur sang en voor mij alvast genieten geblazen. Ondanks de onbekendheid met de taal en de afwezigheid van enige toelichting rond de thematiek van de liederen ervaren we hier een immense transparantie die deze muziek heel toegankelijk maakt.
De bezetting :
Emina Zečaj : zang
Mehmed Gribajčević : saz
Meer informatie :
Tekst: Sefafolk