Home > woord/beeld > Interview > INTERVIEW MET HANS QUAGHEBEUR

> zoek...
> meer zoeken...
 

INTERVIEW MET HANS QUAGHEBEUR
Folkmuzikant Hans Quaghebeur wordt binnenkort de nieuwe voorzitter van Muziekmozaïek en dat verdient een interview. (Interview)

Hans Quaghebeur stopt als muzikant bij Kadril en wordt binnenkort de nieuwe voorzitter van Muziekmozaïek. Redenen genoeg dus om een Folkroddelsreporter op hem af te sturen. Maar pas op, want Hans’ vader was journalist en hij is politiecommissaris, dus hij kent de truken van de journalistiek. Toch kwamen er in een taverne op de zeedijk in Blankenberg bij de lokale aperitief Picon vin blanc interessante verhalen los. Het werd een boeiend gesprek met een integere en gedreven man.

Wie is Hans Quagebeur?
Ik ben geboren in Ieper, intussen meer dan 50 jaar geleden. Ik voel me nog altijd Ieperling, hoewel ik er al weg ben sinds mijn 15e. Toen ben ik naar de kadettenschool in Lier getrokken.
Op een bepaald moment moest ik kiezen tussen een professionele muziekcarrière of niet. Ik ben zo iemand die het altijd allemaal wil doen en heb dan gekozen voor een carrière in het politiewezen, maar daarnaast ben ik altijd muziek blijven spelen. Nu ben ik politiecommissaris van Blankenberge. Ik ben getrouwd en heb een zoon en dochter van rond de 20 jaar. Zij zijn niet met muziek bezig. Ik kom uit een familie waar muzikaal talent soms een paar generaties springt. Ik denk dat ik het heb van mijn overgrootvader langs vaders kant. Hij was een bekend en berucht fluiter in caféwedstrijden.
 
Hoe ben je in de de muziek terecht gekomen?
Ik ben als kind heel vroeg piano beginnen spelen. We waren met 4 kinderen thuis en we moesten alle 4 muziekacademie volgen, maar ik ben de enige die ermee door is gegaan. Na 9 jaar ben ik gestopt met klassieke pianostudies, toen ik de driestemmige inventionen van Bach moest spelen. Drie stemmen spelen met twee handen, dat was me iets teveel van het goede. Intussen was ik op mezelf chromatische accordeon beginnen spelen. Mijn eerste folkinstrument was een 5-string banjo, zoals bij veel folkmuzikanten van mijn generatie.
 
Welke instrumenten bespeel je?
Ik zal ze opsommen in chronologische volgorde: piano (en afgeleiden: orgel en keyboard), chromatische accordeon, 5-string banjo, diatonische harmonica, draailier, dwarsfluit, trompet, fijfer, tin whistle en low whistle, doedelzak, hakkebord, Hongaarse fluit, traditionele trommel, saz, bandoneon, viool en lyra. Ik ben in veel geïnteresseerd en wil het graag allemaal proberen en kunnen, daarom bespeel ik zoveel uiteenlopende instrumenten.
 
Hoe ben jij bij de folkmuziek terechtgekomen?
Ik zie hierin 2 belangrijke kantelpunten. Het eerste waren mijn internaatsjaren in de kadettenschool in Lier. Mijn vader zei dat ik dat nooit zou kunnen, en daarom heb ik het toch gedaan. Ik hoorde er als West-Vlaming voor het eerst Antwerps en Limburgs spreken. Het was een streng internaat, maar ik maakte er voor de eerste keer echt vrienden. Op een bepaald moment moesten we voor de weeskinderen in Lier een kerstfeest organiseren, en we zijn toen met een paar kadetten muziek gaan spelen. Ik speelde toen accordeon en banjo. We speelden toen ook folkmelodieën, vooral Amerikaanse. We schreven als 17-jarige jongens met pennevriendinnen in het buitenland. Zo ben ik via via in Ierland terecht gekomen en daar leerden we THE BOTHY BAND en PLANXTY kennen. Het was op het moment van de revival van de Ierse folkmuziek, midden de jaren 70 met o.a. ook de DUBLINERS. Verder was er ook de Ierse folkrockgroep THE HORSELIPS, die traditionele melodieën in een rockversie speelde.
 
En tegelijk vond ik per toeval ook een aantal platen van Franse groepen als MALICORNE en LA BAMBOCHE. Bij La Bamboche speelde ook met draailier, en zo heb ik dat instrument leren kennen. Maar je kon het instrument nergens kopen en er was niemand om het bij te leren spelen. Via een paar vrienden kwam ik bij draailierspeler Joris Buysse terecht en hij gaf me een adres bij Vichy waar ik een draailier kocht. Toen ontdekte ik dat ik ze kon leren bespelen op de volksmuziekstages in Galmaarden, bij Evelyne Girardon. Het was de 2e of de 3e keer dat de stages doorgingen. Dat moet begin jaren 80 zijn geweest. Dit is voor mij een tweede openbaring geweest. Hier heb ik mijn hele vriendenking leren kennen, veel mensen waarmee ik nog altijd nauw contact heb.
 
 
Heb je nog andere hobby’s dan muziek?
Ik wil eigenlijk alles. Ik heb veel geprobeerd en wil nog veel proberen. Op dit moment ben ik vooral weer aan het zeilen en daarvoor volg ik een cursus navigatie. We hebben in Blankenberge ook een traditioneel vissersschip herbouwd, onder impuls van Herman Dewit. Ik dans tango en heb vroeger nog geschermd. Ik heb een tuin met een vijver en rij graag met de motor. Kortom, alle bezigheden van een man in de midlifecrisis. Niets ontsnapt mij, ik doe overal aan mee.
 
Hoe ben je bij Kadril terechtgekomen?
Mijn eerste folkrockgroep was FORCONDET, dat is het everzwijn uit Van den vos Reynaerde. Het was na de kadettenschool met vrienden uit de kadettenschool. Ik ging toen ook al naar het Folkfestival van Dranouter, ik was er al bij de tweede keer dat het georganiseerd werd. Daar heb ik Peter Libbrecht leren kennen. In die tijd speelden de concertgangers zelf nog muziek op de weide en we zijn daar spontaan beginnen samenspelen. Ik speelde er accordeon. Toen ik later draailier speelde, heb ik Peter beter leren kennen. Op de eerste plaat van KADRIL, begin jaren 80, vroegen ze mij als gastmuzikant. Ik deed enkele optredens mee en bleef er plakken. Zo ging dat meestal Kadril, je liep er rond, speelde wat mee en bleef er plakken. Voor alle informatie over Kadril moet je bij Bart De Cock zijn, die houdt dat allemaal zeer minutieus bij.
 
Wat zijn voor jou je mooiste momenten bij Kadril?
De mooiste momenten waren de concerten op momenten waarop het allemaal zeer goed klikte. Ook de buitenlandse optredens en de sfeer in de groep tijdens die buitenlandse reizen. We zijn met Kadril in Zuid-Afrika geweest, in Noorwegen, Zweden, Frankrijk en Italië. Die reizen waren de max. Ook de plaatopnames waren mooie momenten, vooral ook in de periode met ‘Nooit Met Krijt’, de eerste folkrockplaat van Kadril samen met Patrick Riguelle, opgenomen aan het Flagetplein in de oude BRT-studio’s. Wij waren de laatste die daar opnames hebben mogen maken. Daarna ging de deur er dicht. Dat waren memorabele opnames.
 
Wat is muzikaal het beste van Kadril volgens jou?
Daar kan ik geen keuze in maken. Je zit met een evolutie. ‘Nooit Met Krijt’ was de folkrockperiode waarin we wat moderner gingen. Midden de jaren 80 was het ineens niet meer in de mode om folk te spelen. Voordien op de Gentse feesten op Sint-Jacobs was het allemaal folk en ineens was dat gedaan. Dan zijn we zelf onze plaats terug gaan veroveren op de podia door er een rockelement aan toe te voegen. Dat was heel interessant. Maar ook onze samenwerking met de Spanjaarden, de Palomo’s, was zeer goed (‘La Paloma Negra’). De plaat met Gabriël Yacoub (‘Pays’), was weer een andere belevenis. Ik sta achter het meeste dat we gedaan hebben, alles had zijn charme. Ik wil muziek niet als een wedstrijd zien, je vindt het goed of je vindt het niet goed, afhankelijk van het feit of het je iets doet of niet. Voor mij is dat het enige criterium.
 
Kadril slaagt erin zichzelf telkens opnieuw uit te vinden. Wat is het geheim van Kadril?
We doen dat niet bewust. We gaan altijd verder, er komen mensen bij en er gaan mensen weg en afhankelijk daarvan maken we een plaat. Eigenlijk groeit dat vanzelf. We hebben een aantal kalmere platen gemaakt, zoals ‘Pays’ bijvoorbeeld, en daarna wilden we terug meer de folkrocktoer op, maar de volgende plaat was weer redelijk kalm. Je kan dat moeilijk sturen, het is de muziek die het bepaalt en de aanwezige zangers en zangeressen maken mee uit in welke richting het gaat. Je volgt de stroom en evolueert vanzelf. Iedereen had zowat zijn functie in de groep. Wij repeteerden altijd zoals een fanfare, op een vaste dag in de week. Of we nu muziek maakten of niet, op die dag kwamen we samen. Er zijn mensen die iets aanbrengen, een tekst of melodie, en daarop werd dan in groep verder gezocht. We grepen wel altijd terug naar de traditie. Eigenlijk is dat de definitie van folk, teruggrijpen naar de traditie.
 
Is dat de definitie van folk volgens jou: ‘teruggrijpen naar de traditie’?
Voor mij is het begrip folk zeer ruim. Het enige dat er altijd inzit is dat er op een of andere manier een traditioneel element inzit of ingezeten heeft. Bij Kadril hebben we altijd geprobeerd te tonen dat je iets kan doen met de muziek die van hier komt en dat je niet verplicht bent Ierse of Hongaarse muziek te gaan spelen. Wij hebben in onze streken ook een waardevolle traditie waarop je kan voortbouwen. Je kan het exact reproduceren, maar dat hoeft niet, je mag dat ook gebruiken. Folk zal maar blijven leven in zoverre dat traditionele elementen gebruikt, geïnterpreteerd en verder gemoderniseerd worden.
 
Je spreekt over ‘wij’, maar ik heb begrepen dat je gaat stoppen met Kadril?
Ja, nog 2 optredens en dan stop ik ermee. Er zijn voor mij op dit ogenblik onvoldoende redenen om te blijven. Ik denk dat dat normaal is, de meeste zaken in het leven hebben een begin en een einde en ieder einde is een nieuw begin. Ik wil nog andere dingen doen. We zullen wel zien wat de toekomst brengt. Voorlopig stop ik met Kadril, maar wie weet kom ik er later weer terug bij, en misschien ook niet. Dat zal de toekomst uitwijzen.
 
Is er een toekomst voor Kadril zonder jou?
Ze zijn alleszins met genoeg, er blijven er nog een stuk of 7 over. De groep Kadril is vooral gebaseerd op de 3 Libbrechtbroers en zolang die bezig blijven zal de groep blijven bestaan.
 
Je wordt binnenkort voorzitter van Muziekmozaïek, het impulscentrum voor folk en jazz. Wat is en was voor jou al muzikant de betekenis van muziekmozaïek?
Voor mij is Muziekmozaïek, en haar voorloper de Volksmuziekgilde, de organisatie die mij het muzikaal geluk heeft laten ontdekken. Dat kan wreed klef klinken, maar zonder de Volksmuziekgilde had ik in België nooit draailier kunnen spelen en had ik het repertoire nooit ontdekt. Ik had ook al die mensen die ik nu zeer goeie vrienden mag noemen, niet leren kennen. De sfeer op het festival en de volksmuziekstages is altijd zeer aangenaam geweest. De volksmuziekstages hebben voor veel mensen iets betekend, o.a. LAÏS en AEDO zijn er begonnen, maar bijvoorbeeld ook muzikanten van DAS POP zijn er gepasseerd en hebben er iets van meegepikt.
Het is nog meer sinds enkele jaren dat de werking van Muziekmozaïek zich heeft uitgebreid omdat er nu met vaste professionele medewerkers kan gewerkt worden. Vroeger was het de groep rond Herman Dewit en zijn vriendenkring die dat allemaal droegen. Zonder Herman en Rosita en al hun vrienden zou het niet van de grond geraakt zijn. Er is nu een structuur aan gegeven die dit kan overnemen en ook verder kan uitbouwen. Muziekmozaïek is nu erkend als het officiële steunpunt voor folk en jazz in de amateurkunsten.
 
Op de vorige volksmuziekstages in Gooik vonden hommages plaats voor Dirk Van Esbroeck, Wannes De Velde en Het Kliekske. Jij leidde de hommage aan Wannes Van de Velde. Wat was je relatie met hem?
Wannes Van de Velde is voor mij, naast Herman Dewit, het grote voorbeeld van de traditionele muziek bij ons. Wannes was muzikaal iemand die ging delven in de traditie en die er ook zelf iets mee deed, hij maakte het repertoire terug levend en deed dat vanuit een zeer grote integriteit. Ik leerde Wannes kennen als lesgever op de stages en het klikte wel tussen ons, ik denk dat ik de eerste gendarm was die hij leerde kennen… Telkens als je Wannes ontmoette, deed hij iets dat je nooit meer vergeet, dan zette hij een stempel op je, je ging er altijd anders van weg dan dat je er toegekomen was. Hij pakte mij altijd wel in iets, muzikaal en ook menselijk. Ik heb een enorm grote bewondering gehad voor die man, zo iemand mag nooit vergeten worden. Ook de mensen rond hem waren erg talentvol, zoals een Walter Heynen, zijn fluitist. In de hommage vorig jaar hebben we geprobeerd om de arrangementen die Walter maakte te reproduceren. Ik heb de hommage vorm gegeven met een aantal mensen die uit de jazz kwamen. Zij hebben er ook met grote ogen naar gekeken, het lijkt allemaal simpel, maar het zit heel ingenieus in elkaar, zeer rijk ook. Zanger was Hans Mortelmans, hij zit meer in de gipsy swing, maar als je luistert naar de nummers die hij zelf maakt, zit daar een integriteit en een poëzie in die me sterk aan Wannes doet denken. Daarom was hij was voor mij de juiste persoon om dat te doen. En dan hadden we natuurlijk een dwarsfluit nodig. Sammy Lee Daese (FOLLIA!), een gedroomde jazzmuzikant, was de geknipte persoon om die rol op zich te nemen. Ik zat er natuurlijk zelf ook heel graag bij, en dan ook nog een bassist en hier en daar deden nog wat vrienden mee. We zouden de voorstelling graag nog een paar keer brengen, maar er is op dit moment zo’n grote productie aan Wannesherdenkingen en het is een beetje te zot om daartegen te concurreren, dus gaan we het niet doen. Maar het is ook niet echt begraven.
 
Wie was de vorige voorzitter van Muziekmozaïek?
De vorige voorzitter van Muziekmozaïek was Etienne Wauters, een goeie vriend van Herman Dewit en een man met een druk beroepsleven als arts. Hij deed dat zeer goed. Eigenlijk is Muziekmozaïek in zekere zin een zeer ‘Belgische’ organisatie: om subsidieredenen zitten we samen met de jazz en dat zijn 2 heel aparte werelden die je als voorzitter samen moet proberen te laten samenwerken, Belgischer kan je het niet hebben. Etienne heeft dat altijd zeer goed gedaan en ik ga proberen dat op dezelfde manier te doen. Het zal voor mij ook verrijkend zijn, want ik weet zelf heel weinig van jazz. Nu ze me gevraagd hebben als voorzitter, zal ik proberen dat zowel voor de ene als voor de andere kant goed te doen. Er is binnen Muziekmozaïek een goed evenwicht tussen folk en jazz, maar beide groepen hebben weinig interesse in elkaars muziek en weten weinig van elkaar. Via initiatieven als ‘de folk- en jazzstage’ proberen we beide groepen dichter bij elkaar te brengen. Er zitten zeer degelijke mensen in het bestuur, zowel vanuit de folk als vanuit de jazz, het is zeer interessant om te kijken waar we naartoe zullen gaan.
 
Wat zijn voor jou de belangrijkste thema’s waar Muziekmozaïek rond moet werken?
Dat ga ik niet zelf bepalen. We zijn er als steunpunt niet voor onszelf maar voor de folk- en jazzmuzikanten. Voor het volgend beleidsplan hebben we een aantal initiatieven genomen om te weten te komen wat zij willen, er zijn 7000 mensen aangeschreven om hierover hun mening te geven en we zijn nu de resultaten aan het verwerken. We hebben ook een toekomstwerkgroep opgericht met mensen van alle leeftijden. Op basis van de resultaten zal de richting worden bepaald waarin we zullen evolueren. Ik heb daar natuurlijk mijn persoonlijke ideeën over, net als iedereen in het bestuur, maar het zijn de mensen voor wie we werken die gaan beslissen wat we doen.
Mijn persoonlijke aandachtspunten zijn zeer algemeen. Wat de folk betreft zou ik graag hebben dat die traditionele invloeden erin blijven. Folk is per definitie iets met een traditionele connectie, maar eens die bewaard is, mogen de muzikanten ermee doen wat ze willen. Meer nog dan vroeger is de wereld een groot dorp geworden waarin allerlei invloeden met elkaar worden gemixt: folk gemend met jazz, Tibetaans, tango, Afrikaans,…dat moet allemaal kunnen en de muzikanten moeten allemaal de traditionele bronnen kunnen vinden en consulteren. Ook flamenco, tango en blues zijn ontstaan uit tradities en zijn voor mij ook allemaal folk. Ik ben benieuwd welke muziekgenres er verder zullen evolueren uit de volksmuziek.
Het tweede dat ik er wil inhouden is dat de nadruk moet blijven liggen op het artistieke. Ik kan er niet tegen dat in sommige kunstzinnige milieus een beetje denigrerend wordt gedaan over folk of over traditionele muziek. Muzikanten die zich negatief uitlaten over folk kunnen mij serieus op mijn paard krijgen. Die mensen weten niet waarover ze spreken en ik nodig ze graag uit om eens met mij te komen babbelen. Dan zal ik ze wel eens uitleggen welke artistieke aspecten erin zitten en waarom die muziek het verdient op een even hoog niveau als klassiek, jazz, blues of rock op een even artistieke podium geprogrammeerd te blijven worden.
 
Wat vind je van de evolutie dat folk zijn plek krijgt op de muziekacademies?
De introductie van folk in de muziekacademies is ook een initiatief van Herman Dewit en zijn omgeving geweest. Toen ik begon moest ik het allemaal aan mezelf leren en kon je enkel 1 week op een jaar op volksmuziekstage. Dat folk stilaan op de muziekacademies een plek krijgt, komt zeker de kwaliteit van de muzikanten ten goede en maakt het genre ook toegankelijker voor de jeugd. Het moet een blijvend aandachtspunt zijn dat jongeren volksmuziek kunnen ontdekken. In sommige landen is dat voor een groot stuk verloren gegaan en dan is het heel moeilijk het nog levend te houden. Ieder initiatief dat ertoe kan bijdragen de jeugd bij volksmuziek te betrekken moet aangemoedigd worden, zoals bij voorbeeld de boombals waarmee Wim Claeys begonnen is. Ook Wouter Vandenabeele en zijn jonge gasten zijn heel goed bezig. Je kan niemand verplichten om volksmuziek graag te horen, maar je kan jongeren wel kansen geven om ze ontdekken.
 
Wat wens je de muzikanten van de toekomst toe?
Ik ga binnenkort naar Zweden om naar de Amerikaanse groep CROOKED STILL te kijken, het is ongelofelijk wat die gasten doen. Als ik iets is dat ik echt wil horen, dan ga ik ernaartoe. Het zijn zeer goed muzikanten met een eigen interpretatie en een goeie mentaliteit. Dat is zoals met Wannes Van de Velde en Herman Dewit, mijn groot voorbeelden, je moet niet alleen een goede muzikant zijn maar ook goed in elkaar zitten als mens en van daaruit muziek spelen. Dat zoek ik altijd bij alle muzikanten die ik zie: doet de muziek mij iets en doet de mens die daar staat me iets? Het hoeft heus echt niet altijd muzikaal virtuoos te zijn, als het mij maar raakt. Ik hoop dat onze folkmuzikanten zich in die richting ontwikkelen, technisch, maar ook artistiek en emotioneel. Ik wens ze toe dat ze ruimer gaan dan het muzikale aspect, dat ze een goeie mentaliteit hebben en zelf goed in elkaar zitten als mens.
Dit laatste betekent voor mij bijvoorbeeld dat je met muziek bezig bent vanuit je eigen traditie, maar dat je net zoveel respect opbrengt voor mensen met andere tradities. Je mag natuurlijk trots zijn op je eigen wortels, maar je mag ze niet boven de anderen stellen. Iedere traditionele muziek moet ervoor opletten dat ze niet voor nationalistische doeleinden wordt misbruikt. Wannes Van de Velde heeft dat zeer goed aangevoeld. Hij en Herman Dewit, mijn twee grootste voorbeelden, kozen voor muziek vanuit een besef van een eigen traditie en cultuur, maar met een juiste blik, niet van de onze is beter dan die van een ander. Zij gebruiken dat materiaal om hun kunst te bedrijven, elk op hun eigen manier. Zo maakten ze de muziek toegankelijk voor mensen in de tijd waarin we nu leven. En daarnaast zitten ze als mensen ongelofelijk goed in elkaar. Ze doen hun eigen ding en zijn sympathiek en integer naar anderen toe. Dat zoek ik en dat bewonder ik in hen.
 
Waar ben je op dit moment muzikaal mee bezig?
De GARRE VAN KORNEE (met Johan Decancq, Bart De Cock en Dirk Verhegge) is een klein project waarmee we terug meer naar de traditie gaan. We hebben een paar optredens dit jaar en deze lente gaan we in Duitsland een bal spelen. Misschien word ik daar blij verrast en zie ik daar toch terug een beweging van folk bij jongeren, gezien het Duitse verleden is dat niet evident. Ik ben heel benieuwd om te zien wat daar gaat gebeuren. Deze zomer spelen we de openingsavond van Gooikoorts, die is gewijd aan bourdonmuziek. Ik ben van plan om de bourdonmuziek er iets ruimer te trekken dan doedelzak en draailier. We willen er zeker een paar zijsprongetjes wagen...
Daarnaast ben ik nog bezig met TROMMELFLUIT, waar we de oude manier van trommelen en fijferen levend proberen te houden. Daarmee trekken we ook dit jaar naar het buitenland. We gaan in de Elzas spelen en zoals elk jaar gaan we weer naar Engeland.
Ik ben ook aan het denken aan een nieuw initiatief met enkele mensen dat iets ruimer gaat dan de gewone folk. Al zullen er natuurlijk altijd folkelementen inzitten, maar we gaan ook zien langs welke kant en hoe we daar kunnen uitbreken. 
Ik ben thuis ook bezig met mezelf te perfectioneren in het spelen op de 5-string banjo. Voor de eerste keer beperk ik me nu tot de clawhammerstijl, dat is de oude stijl die door de zwarten mee is gebracht uit Afrika. En ik ben ook bandoneon aan het leren. Ik heb dat instrument ontdekt via mijn tango dansen. ; Het is een complete mafkees die de bandoneon ontworpen heeft, het zit compleet onlogisch in elkaar. Je moet helemaal van nul beginnen om dat instrument te overwinnen en daar zit ik dan ook elke avond een uur mee te worstelen.
Op 14 mei 2010 organiseren we in de haven van Blankenberge een leuk festivalletje, The Nordsea Folk and Shanty Festival. Het is gratis en o.a. TROMMELFLUIT en FOLLIA! zullen er op het podium staan. 
 
Heb je muzikale toekomstdromen die je in de verdere toekomst nog wil verwezenlijken?
Ik wil me graag zoveel mogelijk bezighouden met muziek, met thuis muziek spelen. Ik zou graag hebben dat de geest die er tot nu toe altijd geweest is in de Volksmuziekgilde bewaard blijft. Herman Dewit en de mensen van die generatie zijn stilaan de fakkel aan het doorgeven. Ik wil wat ik daar geleerd heb, kunnen doorgeven aan anderen, muzikaal en menselijk. Dat is hetgene waar ik van droom dat ik het zou kunnen bereiken. Daarom heb ik ook de job van voorzitter aanvaard, omdat ik de geest van mensen als Herman en Wannes zou willen behouden en wil kunnen doorgeven aan de mensen die na ons komen.
 


(auto-recover)
22/03/2010 16:12

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek:
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 5586
  • I
  • artnr: 45051
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Interview 
    achterklap
    Mooie videoclip van deze plaat op https://www.youtube.com/watch?v=K1REDX8kMyk ...

    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    snelnieuws
  • I
  • Naragonia Quartet in Brugge bij Ol da Folk
  • I
  • SELITSIANI REBETIKO TRIO
  • I
  • CONSTANZA GUZMAN-OSMAN MARTINS-JONATHAN DE NECK
  • I
  • TCHA LIMBERGER TRIO
  • I
  • FABRICE DE GRAEF & VALENTINA ANGELINI: MEDITATION
  • I
  • Kepa Junkera & Sorginak in Izegem
  • I
  • Wim speelt " na de oorlog"
  • I
  • ALIREZA GHORBANI
  • I
  • LAS HERMANAS CARONNI
  • I
  • GRUPO PIMENTÓN
  • I
  • SADIG & LUIZ "REUNIÓN" (+ MISTERY GUEST)
  • I
  • BRIGHT BRIDGES & TCHA LIMBERGER // ISTANBUL EKSPRE
  • I
  • İNCESAZ // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • DERYA YILDIRIM & GRUP ŞİMŞEK ++ GAY
  • I
  • KALBEN ++ GÖKSEL // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • Istanbul Ekspres festival
  • I
  • EDA BABA ++ CAN BONOMO // ISTANBUL EKSPRES
  • I
  • MUSTAFA TEKIR & VRIENDEN
  • I
  • AMIR ELSAFFAR'S RIVERS OF SOUND
  • I
  • FEMALE VOICES
  • I
  • LOOKING FOR OUM KULTHUM
  • I
  • ABIR NASRAOUI SINGS OUM KALTHOUM
  • I
  • JAWA MANLA & MODAR SALAMA
  • I
  • JIRAAN 2018
  • I
  • FARAN FLAD - 10 YEARS GROOT JUBILEUMCONCERT ft. Th
  • I
  • THE OLYMPICS Imagine a Paradise …
  • I
  • TÉLAMURÉ Tarantella Roots
  • I
  • MISTURA DE MARES Brazil, Argentina, Spain,Portugal
  • I
  • BERT CORNELIS: SITAR & FABRICE DE GRAEF: BANSURI
  • I
  • Abu
  • I
  • Gravel Unit
  • I
  • Brüder nicht schiessen! - Duwoh
  • I
  • Jaune toujours – Europeana
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITE NILSON MOREIRA
  • I
  • Jonas Meersmans vrijdag 26 oktober Arenberg A'pen
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban