Home > recensies > Boek > Dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie

> zoek...
> meer zoeken...
 

Dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie
Kersverse update van een deel van het levenswerk van Hubert Boone, de inventarisatie van Vlaamse dansmelodieën, werd zopas gepubliceerd. (Boek)

 

HUBERT BOONE – Dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie (Peeters-Leuven, ISBN 978-90-429-2192-4) 2010 – 676pp.
 
 
Toen Hubert Boone in 1968 wetenschappelijk medewerker werd aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) te Brussel, kreeg hij meteen een professioneel statuut dat hem toelet onderzoekswerk te verrichten, wat tot talrijke publicaties leidde die alle facetten van onze volksmuziektraditie belichten. Hij heeft ook een boontje voor de tradities binnen de verschillende republieken van de voormalige Sovjet-Unie en stopte ook hierin heel wat energie om deze volksdanstradities ook hier van podia te voorzien. Vandaag vinden we zijn magnum opus in de betere boekhandel.  
De microbe die een van onze grootste hedendaagse volksmuziekspecialisten onverbiddelijk in zijn greep krijgt drong reeds meer dan een halve eeuw terug binnen in zijn bloedbanen, toen hij in 1954 toetreedt tot de fanfare Sint-Stefanus in zijn geboortedorp Nederokkerzeel, een boerengat waar hij op 11 juni 1940 nedergedaald was. Daar raakte hij vooral ook gefascineerd door het muziekrepertoire dat fanfares en harmonieën tot in de jaren vijftig ‘uit het hoofd’ beheersten, los van de steeds wisselende concertprogramma’s, (over)gedragen door individuele, soms iets meer bedreven amateurmuzikanten die een speellijst in stand hielden die zich uitermate leende tot de ‘serenademuziek’, meestal vierstemmige, vooral 19de eeuwse dansmelodieën Deze ‘danskes’ of ‘airekes’ (in Wallonië ‘arguèdènes’ of ‘ariettes’ gehetn) werden doorgaans die in beperktere (balorkest) bezettingen gespeeld.
Elke muziekvereniging die zichzelf respecteerde had dan ook zijn eigen verzameling, vooral uit het repertoire van de vroegere dansorkesten, vaak uitgevoerd vanuit plaatselijke arrangementen. In zijn inleiding voorziet Hubert Boone ons al meteen van enkele algemene richtlijnen rond het uitschrijven ervan. Hier en daar was er een muzikant die zich ook al eens aan een eigen compositie waagde. Een deel ervan werd eerder al uitgegeven. Boone zelf begon in zijn studententijd, meerbepaald in 1964 melodieën te verzamelen en op te tekenen, voor een deel vanuit zuiver veldwerk bij oude dorpsmuzikanten. en nota te nemen van gegevens rond de dansuitvoeringspraktijk. Hij richtte zich hierbij vooral op Midden-Brabant, Hageland en de Kempen. Daarnaast schreef hij al heel wat gegevens bij elkaar over de Europese en Belgische muziektraditie en als wetenschappelijk medewerker aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) van Brussel leerden we via hem al heel wat over volksmuziekinstrumenten. In 2003 pakte hij reeds uit met het boek ‘TRADITIONELE VLAAMSE VOLKSLIEDEREN EN DANSEN’, een bundeling melodieën en liederen die hij in onze gewesten kon optekenen. Sindsdien bleef hij evenwel niet stilzitten en het resultaat van zijn onverdroten ijver vinden we terug in deze nieuwe publicatie, dat niet minder dan 600 dansmelodieën in één bundel samenbrengt. Deze kanjer nodigt dan ook ontegensprekelijk uit voor menig muzikant een doe-boek te worden, in een zoektocht naar leuke, haast vergeten melodieën. Het eerste luik van dit boek licht evenwel de bekendste baldansen, voornamelijk uit de 19de eeuw toe. Hierbij biedt de auteur ons een korte historische beschrijving, met met aandacht voor de anekdotiek. Heel veel aandacht wordt hierbij uiteraard besteed aan de bronvermeldingen, en dat zijn er niet weinig, en waarvan Hubert Boone hoopt dat elke dansleraar zich hierin zou (her)bronnen. Heel wat van die bronnen ging hij zelf opzoeken in de archieven van Uffenheim, Edinburgh, Wenen, Praag,…).
De inleiding sluit af met een korte toelichting rond de algemene opbouw van deze dansmelodieën en enkele notities rond de specificiteit van de muzikale dynamiek.
Het beschrijvende luik van het boek is onderverdeeld in vijf hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de mazurka en zijn neefjes (redowa, varsovienne en polka-mazurka), polka, wals en schottisch aan bod komen, en een laatste hoofdstuk de buitenbeentjes belicht. Hieronder verstaan we de kleine dansen, de typische verenigingsdansen, en dergelijke meer. Hierin wordt de historiek wat toegelicht, waarbij – op zich interessante Europese - bronnen elkaar wel eens durven tegenspreken, met inbegrip van hypothesen rond hoe ze in onze gewesten hun weg vonden. Ook de muzikale kenmerken, de uitvoeringswijze, en de evenmin eenduidige suggesties rond het aan te houden tempo, komen telkens aan bod. 
De verschillende melodieën zijn ook opgenomen in een lijst die ook voorzien werd van enige aanvullende informatie nopens Belgische en buitenlandse varianten. De meeste komen dus uit Vlaams-Brabant en Antwerpen, maar ook melodieën uit West-Vlaanderen (het Brugse, de kuststreek, de Westhoek) overleefden de tand des tijds en kregen hier een plaats.
De mazurka (waarvan er in het partiturenluik niet minder dan 76 van opgetekend werden) wordt hier in zijn ontstaan gesitueerd in Polen, als volkse interpretatie van de gestileerde nationale ‘mazur’, en sommige bronnen beweren dat hij uit de polska zou geëvolueerd zijn. Hoe hij Parijs veroverd in de eerste helft van de 19de eeuw vinden we uitgebreid beschreven. Hierbij valt meteen op dat deze ‘volks’dansen in aanvang de avonden in de betere danskringen van de burgerij dienden te verrijken. Dansmeesters waren dan ook voortdurend aan de slacg op de figuren te verfijnen en te verdelen. Deze salonmazurka’s werden dan ook sterk vereenvoudigd tijdens hun verdere Europese veroveringstocht waar ze ook het gewone volk bereikten. Hoe hij ook België bereikt laten we over aan de lezer van het boek. 
Minder gekend is de verwante redowa (hier met 33 melodieën vertegenwoordigd) die gelinkt wordt aan Tsjechië en met uitsterven bedreigd is. Er zijn een aantal melodieën bewaard die – als ze nog gedanst worden – doorgaans de mazurkapassen toegemeten krijgen, terwijl ook de varsovienne (waarvan 10 melodieën hier terug te vinden zijn) de Parijzenaars een tijd lang wist te bekoren. De grote rebel binnen deze groep is tenslotte de polka-mazurka (met een viertal voorbeelden), die tot op vandaag tot polemieken leidt naar naamgeving en dansuitvoering.
 
Een tweede hoofdstuk laat het licht schijnen op de polka. Andermaal raken de experts het niet eens over het ontstaan (Tsjechië, wellicht omstreeks 1835) en de verspreiding van deze in oorsprong heel complexe dansvorm die soms tot een tiental figuren leidt, en zich geleidelijk ook in heel wat varianten liet onderscheiden. Men had het dan ook over ‘de wetenschap van de polka’, die samen met de wals, geleidelijk de monotone contradans en de kadril wisten de verdringen.  Meteen worden we andermaal geconfronteerd met het gegeven dat rond al de hier beschreven dansen in oorsprong professionele choreografen aan het werk waren, wat een eenduidige definitie van het begrip ‘volksdans’ er niet op vergemakkelijkt. Hij werd ongeveer even populair als de wals en dit vooral in de tweede helft van de 19de eeuw. Ook een aantal aanverwanten krijgen hier een plaatsje toegewezen. Niet minder dan 138 polka’s werden hier door Hubert Boone opgetekend.    
 
Vervolgens richten we onze aandacht op de wals (vertegenwoordigd met 115 wijsjes). Ook rond deze dans blijft de discussie rond zijn oorsprong tot op vandaag wat aanmodderen en zijn het vooral de Duitsers (zuid-duitse plattelandse draaidans) tegenover de Fransen (12de eeuwse volta) die het patent opeisen. Deze dans lag tegelijk vooral in de beginfaze zwaar onder vuur, gezien er nogal wat morele en zelfs medische bezwaren tegen geopperd werden, en werd misschien net daardoor een te duchten concurrent voor polka, en zeker voor de contradans en kadril.  
 
Over de schottisch (121 melodieën), waarin heel wat verwantschap met de gavotte en rigaudon gepercipieerd wordt, zijn er heel wat minder wilde verhalen overgeleverd geworden. Ook hier wordt ingegaan op de compositorische kenmerken en de gekende varianten, inclusief de familiale band met de Schotse strathspey en de Ierse hornpipe.
 
Een laatste hoofdstuk belicht de ‘kleine dansen’, de typische verenigingsdansen, de spel- en rituele dansen en de kadrils, die samen gedemonstreerd worden in niet minder dan 103 melodieën. Voor dit hoofdstuk liet hij zich grotendeels inspireren tot een herwerking en uitbreiding van zijn beschouwingen die verschenen in ‘TRADITIONELE VLAAMSE VOLKSLIEDEREN EN DANSEN’ (2003). We vinden onder deze noemer heel verschillende danstypes terug, vaak toegelicht met een beschrijving van de figuren. Ook wordt aandacht besteed aan de buitenlandse varianten van ‘onze’ kleine dansen. Zo komen de Midden-Brabantse populaire paardansen ‘Jan Smid’ en ‘streep’, die in heel wat Europese regio’s verwanten kent.
Uit de ‘streep’ ontwikkelde zich wellicht de Ostendaise, een salondans. Daarnaast herinnert de auteur ons aan een aantal paardansen die tot aan de tweede wereldoorlog de dansavonden van de muziekmaatschappijen opvrolijkten, terwijl ze zich daarna terug lieten drijven binnen schuttersgilden en volksdansgroepen.
Met ‘Mieke stout’, ‘kletskensdans’ of ‘klepperwals’ komen we op het terrein van de heel eenvoudige figuren met klap- en stampmotieven.
Andere beschreven, in een cirkel gedanste, paardansen zijn de ‘bonjour’ of ‘luksie’ ende eraan verwante ‘Zwitserse polka’. Ook de ‘wandeling’ en de ‘Mars van Napoleon’, voorbeeld van een imitatiedans, krijgt een vermelding, naast de ‘kolom’, ‘havermeuleke’ of ‘Pier in ’t kot’, eveneens gemeenschapsdansen met klap- en stampmotieven. 
Ruim aandacht wordt verder besteed aan de ‘bezemdans’, die misschien tot op vandaag wel de bekendste speldans vormt, de ‘molendans’ of ‘rad van avontuur’ en de ‘zevenslag’ of ‘zevensprong’. De onderzoeker wijdt hierbij uitvoerig uit over de verschillende figuren die zich binnen de dans ontwikkelen, en wijst hierbij ook op diverse varianten en een toch wel ruime verspreiding binnen Europa.
Meer lokalere dansen zijn ‘Jan van Leuven’, ‘Hanske’ of ‘Hanske van Leuven’ en de eraan verwante ‘kegeldans’, de ‘weverdans’, de ‘Franse polka’, en de enkel door vrouwen gedanste ‘Lap in ’t gat’ en ‘Joep in ’t koren’.
Als één van de mooiste voorbeelden van de Vlaamse traditie wordt breed uitgewijd over de finesses van de in de 15de-16de eeuw ontstane ‘trawantel’ (de stokken- of zwaarddans), die net als de meeste andere hier beschreven dansvormen in een Europese context geplaatst worden.
Boone maakt even melding van het fezelen, de Hoogstaatse galop, de Engelse (van Kapellen) en de polka plezier (van Wakkerzeel) en neemt het ook op voor een viertal narrendansen (van Ename) vooraleer hij zich buigt over een allerlaatste niet onaanzienlijke groep, die van de kadril, ontsproten uit de country- of contradanstraditie die zijn ontstaan kende omstreeks 1650. Voor deze bijdrage herwerkt hij ondermeer een artikel van de memorabele dansmeester Renaat Van Craenenbroeck. Ook hier treffen we summiere beschriijvingen van de figuren en enkele temposuggesties aan.
 
Dit beschrijvend onderdeel van dit voluptueuze naslagwerk sluit af met een uitgebreide bibliografie die uitnodigt tot verdere informatiezoektochten.
 
Vervolgens opent zich een wereld van niet minder dan 601 exemplarische, haast in kalligrafisch handschrift uitgeschreven, melodieën. Hiervoor werden de originele notaties van Hubert Boone ingescand en krijgen we het resultaat in handen van twee jaar (2006-2007) monnikenwerk, zowat vijf dagen op zeven van 8u30 tot 13u. Van de auteur is de gedrevenheid evenwel onderhand gekend. Aansluitend verleent hij enige toelichting bij de notatietekens en biedt hij in een overzichtslijst van de melodieën nog een aantal verrassende weetjes. Het is hierbij vooral ook zijn bekommernis de lezer de aandacht te doen richten op de oorspronkelijke strukturen van het balrepertoire, vaak gekenmerkt door 2 tot 4 thema’s, modulaties en dynamiek. Die complexiteit achter de schijnbare eenvoud vormt een typische eigenschap van de traditie uit onze gewesten. Hierbij fronst de auteur enigszins de wenkbrauwen wanneer hij de huidige folkbals afloert, waarbij de muzikanten vaak de thema’s binnen een melodie verwaarlozen. Een heel interessant discussiepunt, waarbij het mij steeds opviel dat in de voorbije decennia de volksdansbeweging en de folkbeweging zich toch wel op heel onderscheiden paden begeven hebben.           
In de aantekeningen binnen de overzichtslijst stellen we ondermeer het boeiende gegeven vast dat van lokaal ontstane melodieën over heel het land variaties ontwikkeld werden, en dat dit zich soms zelfs uitbreidde over grote delen van Europa. Nog merkwaardiger is dat melodieën (zoals het eerste thema van de redowa van Zandvliet) teruggevonden worden in andere dansen (in dit voorbeeld de scottish ‘Petrus Boemel’ en de ‘Deense Klapwals’). Hier wordt ook andermaal verwezen naar talloze kruisbestuivingen tussen volks- en kunstmuziek, als resultaat van geduldig vergelijkend onderzoek over heel Europa. Tenslotte vinden we hier ook notities terug rond de strofen van door zang begeleide dansmelodieën.
Dit huzarenwerk sluit af met enkele bespiegelingen rond de talloze informanten en andere bronnen, vanuit een lijst die de geografische lokaties van de vondsten als uitgangspunt heeft.   
 
Dit standaardwerk, op dit moment toch wel een van de grootste bundelingen van dansmelodieën in West-Europa, biedt daarenboven een springplank naar het verwerven van nog meer informatie voor dansorkesten en de uitgevers van deze muziek. Dit wordt een project voor de toekomst. De echte folkroddelaar weet ondertussen dat Hubert Boone zijn eruditie heel graag doorspekt met allerlei kleine anekdotes en weetjes. Het boek verscheen eind maart en wordt officieel voorgesteld ….. Zowel musicologen, muzikanten, dansleraars als dansliefhebbers vinden er ergens wel hun gading in.
De officiële voorstelling van dit encyclopedische naslagwerk vindt plaats op dinsdag 18 mei 2010 om 20 uur in de Glazen Zaal, aan het gemeenteplein te Kampenhout. Hier zal na een korte inleiding door mevrouw Gwenny De Vroe, schepen van Cultuur te Kampenhout een uiteenzetting volgen door Prof. Gert Laekeman, voorzitter van het Vlaams Instituut voor Volkskunde. Muzikaal wordt de plechtigheid omlijst door LIMBRANT en het Waals blazersensemble A RÂSE DÈ TÊRE (uit de omgeving van Chimay). Uitgeverij Peeters (Leuven) biedt er ter plaatse het boek aan aan een gunsttarief. Hiermee wordt een belangrijke – en grotendeels bijna ter ziele gegaan – repertoire uit ons muzikaal erfgoed definitief ontsloten en wordt er gepast hulde gebracht aan één van de grote promotoren van onze volksmuziekrevival.    

Tekst: Sefafolk



(auto-recover)
13/05/2010 10:01

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
Wie bij de boekvoorstelling afgelopen dinsdag was, zag een uniek spektakel. Ras de Terre en Limbrant speelden er naar eigen zeggen zonder te repeteren samen. Een groots moment. De 'fit' of 'klick' was ongelooflijk. Nooit geziene symbiose. Een 'wall of sound' zoals ze er vandaag in België niet meer metsen. We eisen bij deze een Full CD van dit combinaat. Kan sowieso moeiteloos wedijveren met de beste Balkan beat plaat van het moment. Leve Hubert!

knorrie, 24/05/2010 18:49 (25771) - top
beste muziekliefhebbers, inderdaad, de nieuwe 'wall of sound' van limbrant zal in het najaar ook op cd opgenomen worden en vermoedelijk vanaf begin 2011 in de betere platenzaak te koop zijn!

andries, 05/06/2010 20:19 (25789) - top
Een interview met Hubert in De Standaard is te lezen via deze link: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=2D2URMDI&subsection=4

Séba-31, 06/09/2010 19:29 (25946) - top
Bedankt voor de link Séba. Ik sta nog in het krijt bij Hubert en ga daar morgen iets aan doen...

Sterrekruid, 07/09/2010 00:03 (25948) - top
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: België
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 3539
  • I
  • artnr: 45450
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Boek 
    achterklap
    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    Datum is fout!! Het is zaterdag 25 maart !...

    snelnieuws
  • I
  • Naragonia Quartet– Mira – 2018 – Homerecords
  • I
  • Sinnekloas danst // gratis Baleynbal
  • I
  • GUSTAVO ECCLESIA- ARGENTINA
  • I
  • ROBY LAKATOS ENSEMBLE
  • I
  • 3de Festival "Bals et Roses"
  • I
  • QUEBRACHE ARGENTINE TANGO AND FOLK
  • I
  • DÍAZ/MOLINA GUITAR DUO ‘PAMPA DEL PLATA’ ARGENTINA
  • I
  • DOIMNIC MAC GIOLLA BHRÍDE- IRISH TRADITIONAL
  • I
  • MUSIC FROM CRETE
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITES
  • I
  • Vishtèn // concert i.s.m. CC Sint-Niklaas
  • I
  • Het Brabants Volksorkest Mazur-Polkadag Herent
  • I
  • Jonas Meersmans
  • I
  • Hide & Seek Festival 2018
  • I
  • SCINTILLA- MUSIC FROM BRAZIL
  • I
  • BANSURI MEDITATION FABRICE DE GRAEF
  • I
  • Appelweyre // cd-voorstellingen
  • I
  • BERT CORNELIS ft LAHIRI, MUKHERJEE & CHATTERJEE
  • I
  • STEVEN DE BRUYN & OSAMA ABDULRASOL
  • I
  • LUTHOMANIA SEXTET
  • I
  • AMSTERDAM KLEZMER BAND & SÖNDÖRGÖ
  • I
  • Kuhn FU
  • I
  • LES GOÛTS DE GAND
  • I
  • XENITIA ft. Katerina Fotinaki
  • I
  • YELEMANI TRIO
  • I
  • Zilleghem folk
  • I
  • KOSMOKRATORS & MARIA SPYROGLOU REBETIKO F-NL-E-EL
  • I
  • THE SCIENTISTS (AU)
  • I
  • BOBBY C (BE) / FUSS BENDER (BE)
  • I
  • BOGGAMASTA (BE)
  • I
  • LOS WEMBLER'S DE IQUITOS (PE)
  • I
  • COMM'UNITÉ: 47SOUL (PS) / DE RUDIES (BE)
  • I
  • Marc Hauman & groep/// WÖR
  • I
  • Nieuwe top-Irish band te gast bij vzw OORZAAK
  • I
  • STAGE ‘REBETIKO D’AMERIQUE’
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban