SUNA – Stille storm (Ubåd records, eigen beheer) 2010 - 40:06
Waar het Deense kwartet SUNA er aanvankelijk voor opteerde om zich specifiek te richten op het scheppen van een eigenzinnige interpretatie van het balkanrepertoire, wat resulteerde in de heel goed in de smaak vallende cd ‘KONGLOMERAT’ (2007), trekken ze met hun nieuweling ‘STILLE STORM’ ruimere registers open en veroveren ze nieuwe muzikale einders. Gebruik makend van heel wat electronica creëeren ze nu eerder een persoonlijk Nordic geluid, waarin het Deens als zangtaal een belangrijkere plaats toegemeten krijgt, en gekozen wordt voor van stevige beat voorziene soundscaping, zonder oost-europa evenwel volledig helemaal achter zich te laten.
Hun kracht halen ze niet in het minst uit de stevig uit de kluiten gewassen sirenenzang van Malene Madsen Ingeman, die ook aardig overweg kan met accordeon en melodica. De verdere instrumentale inkleuring wordt vooral verzorgd door saxofoon, gitaar en electronica (Søren Koh Pendrup Jørgensen), contrabas en didgeridoo (Simon Hansen) en natuurlijk niet in het minst door het acrobatische drum- en percussiewerk van Juan Pino, (zie ook VALRAVN), de drijvende kracht achter deze bezetting. Het resultaat vormt dus een hybride van de passie van en voor gypsiemuziek en de Scandinavische duistere weemoedige stemmingen, doortrokken van een ferme electronische groove, die bij momenten familiale verwantschap met VALRAVN, maar ook SAVAGE ROSE of UNDER BYEN zeker niet uit de weg gaat. We bevinden ons hier midden de urbane neofolk of is het postfolk, zoals ze het zelf noemen. Variaties troef aan elegante, atmosferische passages die verweven raken in swingende en ritmische balkan- en latinbeats, waarbij ze kiezen voor een gedoseerde bombasticiteit binnen soms wat theatrale, energieke emotionaliteit en passionele sensualiteit, waarbij je even tijd en ruimte vergeet.
Andere nummers zijn dan weer sterker gekleurd door ambiente, ook melancholische trillingen die je raken als koudvuur. De groep belijdt als het ware dat ze er zijn om een leegte op te vullen in een hypnotiserende sfeerschepping die je aanzet te luisteren, ook al was je dat niet van plan, en je ademhaling, ideëen en beelden laat stromen op het ritme van hun muzikale vibraties. Dit levert enkele mystieke ervaringen op, vanuit een heerlijk, gastvrij uitnodigend stemgeluid.
Het lijken wel de verkilde en verstilde aswolken van ons aller Eyjafjallajökull die ons met een ijzige bries in het gelaat strelen wanneer de sombere, monotone electronische loops het voorspel vormen voor het timide zangspel van sirene Ingemann in de opener ‘sårbar’ (‘kwetsbaar’), zwevend tussen de droge percussie van Pino. Meteen een eerste mistig noordelijke klankentapijt dat de toon zet van dit album en het in een apocalyptische finale meteen openbreekt.
Geen landschappelijk herderstafereeltje in ‘Morgensol’ (‘Ochtendzon’), maar een jachtige, stedelijke ochtendevocatie, waarin de stilte abrupt verbroken wordt door het massieve wakker worden van de drukke mens, in een rush naar nergens, in galop achternagezeten door de iele saxofoonklanken van Jorgensen, en de didgeridoo van Hansen. Toch komt er orde en brengt de saxofoon rust door af te remmen met een hartelijke solo. Ook in ‘Kommer du hem’ (‘Kom je naar huis?’) staat de pathos in de zangstem in schril contrast met de droge drumbeat, en de intrieste, winterse stemming, die geaccentueerd worden door de slepende harmonicabewegingen.
Met het instrumentale ‘Godstog’ (‘goederentrein’) slaat de stemming enigszins om en komen we meer in de wereld van cabaret en zigeunerswing. Ritmisch ingezet door de alweer stevige percussie laten we ons gestaag voeren doorheen de nu eens heel harmonische, dan weer experimentele accordeonmaneuvers van de frontlady. Wanneer ook de schrille saxofoon zich komt mengen komt de caroussel helemaal op gang in een waar Oosteuropees feestsfeertje. Romantische omspelingen op accordeon en xylofoon, die bij mij een heel sterke associatie met Yann Thierssen, oproepen, niet in het minst door de geneuriede vocalen, zetten me aan het walsen in ‘Istid’ (‘Ijstijd’).
CIRQUE DU SOLEIL zou mogelijks een kandidaat kunnen zijn om ‘Clown’ in hun repertoire op te nemen. Ook hier beperkt Madsen zich tot het blijgezind mee zweven op de indringende en aanstekelijke sax- en accordeonklanken, die zonder schroom de felle percussie te lijf gaan. En wanneer het ‘Lørdag nat’ (‘Zaterdagnacht’) geworden is, lijken de vroege uurtjes reeds aangebroken als Madsen als het ware haast lallend een Russisch mannenkoor parodieert, de aftocht blazend uit de allerlaatste afterparty, waarna ze alsnog een nieuwe energieboost krijgt die andermaal leidt tot een veelkleurige wervelende waterval van klankkleuren, waarin de sax in ware free-jazzstijl alweer een heel prominente plaats inneemt. Een heel sterk nummer. Het zich geleidelijk uitbouwende slotnummer ‘Vai vai’ dient zich aan als een akoestische gitaaroefening, die in de herneming aansluiting vindt bij accordeon en drums en zich geleidelijk ontplooit tot alweer een aangename psychedelische ervaring, waarbij de vocalizing volledig gericht is op de woordklanken.
SUNA is duidelijk aan het bredere muzikale einders aan het verkennen, misschien wat in het kielzog van VALRAVN, maar dan toch met een heel eigen instrumentale invalshoek, en met behoud van hun loyauteit aan hun eerste liefde,… het afleveren van een eigen, een ietsje Deens gekruide, interpretatie van de muziekcultuur uit de balkan. Deze wordt ondergedompeld in een Scandinavisch koudefront, opgebouwd uit de elektronische soundscaping en de prominente aanwezigheid van de sax, terwijl het accordeon nu eens aanleunt bij het noorden, dan weer naar het oosten reikt. Deze groep is op weg een definitieve richting in te slaan, en weet nu reeds een doeltreffende spanning op te bouwen, vanuit een evenwichtig uitgebouwde aanpak in de arrangementen. Wanneer de stem van Malene Madsen openbloeit, ontwikkelt ze een kristalheldere frisheid, die tegelijk een donkere zinnelijkheid uitstraalt. De vergelijking met VALRAVN zal ons ongetwijfeld niet kwalijk genomen worden door de groepsleden. Hun platenlabel ‘Ubåd’ is infeite niets meer dan een soort collectief van vrienden onder elkaar, die ook muzikale ideëen uitwisselen en waaronder ook de groep EUZEN onderdak vindt voor zijn producties... En wie bij de hond slaapt vangt zijn vlooien natuurlijk.
De groepsleden:
Malene Madsen Ingeman: zang, accordeon en melodica
Søren Koh Pendrup Jørgensen: saxofoon, gitaar, looping en elektronica en zang
Simon Hansen: contrabas, el.bass, didjeridoo en zang
Juan Pino: tamboerijn, Rototom, darbouka, cimbalen, bombo, percussie en zang
Meer informatie: