De kracht van Ham is dat dit een folkfestival is waar groepen op de affiche worden gezet omwille van hun muziek en niet omwille van hun naam. Schoonheid primeert er nog op stoerheid en populariteit. Uitschieters waren het verjaardagsfeestje van JOKKE SCHREURS, de Hongaarse groep MISZTRAL, het Vlaamse trio SOURDINE (dat helaas ophoudt te bestaan), TRIO MALLOU dat Oost-Europese muziek bracht, het Ierse BEOGA en last but not least ZEFIRO TORNA, een klassiek klinkend trio met Jowan Merckx, Els Van Laethem en Jurgen De Bruyn. Maar er was nog veel meer moois en gezelligs te beleven…
Voor wie ervan wist, begon het folkfestival van Ham dit jaar een dagje vroeger, op donderdagavond. Meestergitarist en fijne mens Jokke Schreurs werd 50 en mocht van organisator Marc Reusen gebruik maken van de infrastructuur van het festival om dat te vieren, met dank aan alle medewerkers die ervoor zorgden dat de opbouw van het festival een dagje vroeger klaar was. Jokke nodigde voor de gelegenheid een schare vrienden en kennissen uit en de dranktent was daarmee goed gevuld. Het werd een zeer fijn feestje met een optreden van Hans Mortelmans en groep, gevolgd door een jam waarop we o.a. Jan De Smet, Kevin Van Staeyen van het TRIO PERDU, Kris Van Daele van o.m. LES OFFS en Marc Hauman zagen verschijnen. Jokke freakte zelf nog even uit met het TRIO MALLOU waarmee hij later dat weekend nog op het festival zou spelen en bracht enkele mooie nummers met Ariande Vandenbrande, een goede zangeres waarmee hij op verzoek een zeer fijn juke-box-programma met Frans chanson, jazz, Oost-Europese en populaire Engels- en Nederlandstalige muziek serveert. ‘Deshabillez-moi’ werd door Ariadne als ‘Kleed mij uit’ met veel passie en liefde voor Jokkes gitaarspel gebracht. Jokke straalde en genoot volop van ‘zijn’ avond. Heel hartelijk gefeliciteerd Jokke, we wensen je nog veel muzikaal genot, wat welverdiende bekendheid en fijne projecten!
Maar het festival begon pas echt op vrijdagavond. SNAARMAARWAAR mocht de spits afbijten. Meteen was duidelijk dat het geluid goed stond, Maartens mandola, Pieter-Jans mandoline en Jeroens gitaar versmolten harmonieus in elkaar en de snaren plingelden dat het een lieve lust was. En dat er gedanst mocht worden, dat hadden de festivalgangers meteen begrepen. Een spetterende start!
Daarna was het de beurt aan MISZTRAL, een groep van 5 Hongaren die de ene na de andere ‘traditional Hungarian folksong’ speelden. Hun kennis van het Engels was beperkt en de uitleg waarover hun liederen gingen, lazen ze zo goed mogelijk af van een papier. Maar we begrepen hen en vonden hen sympathiek. De heren toonden zich stuk voor stuk goede instrumentalisten, ook op vreemde traditionele instrumenten en ze zongen ook knap samen. Het werd een optreden met veel afwisseling en muzikale rijkdom.
Hier en
hier vind je enkele fragmentjes.
De zaterdagmiddag startte met een druk bijgewoonde initiatie Bretoense dans, want later op de dag zou de Duitse groep AN ERMINIG een Bretoens bal spelen. Tijdens dit concert werden de stoelen aan de kant gezwierd en de hele overdekte podiumtent -mét uitstekende dansvloer- stond bomvol gewillige mensen die de ene rijdans na de andere dansten. An Erminig kweet zich goed van zijn taak, al bleef de muziek bij mij niet echt hangen zoals Bretoense ‘trancemuziek’ dat soms wel kan doen.
Maar terug naar het begin van de zaterdag. Om 14u mocht MANIMOEN de aftrap geven. Dit is de groep van trekzakkers Toon Van Mierlo en Pablo Golder, aangevuld met een contrabas en percussionist. Ze klonken met zijn vieren robuust en jazzy, heel anders dan pakweg Naragonia. Hun stevige muziek werd door dansers en luisteraars gesmaakt.
Daarna was het de beurt aan SOURDINE, en ook zij speelden bal, dus de stoelen gingen aan de kant en werd er weer enthousiast gedanst. Sourdine bestaat uit fluitist Rémi Decker (verrassend onherkenbaar met zoveel weelderig bruin krulhaar en zonder bril), violist Wim Baeck en gitarist Filip Lambrechts. Aanvankelijk was Sourdine geen uitgesproken balgroep, maar een trio dat verfijnde en mooie composities bracht. In de zoektocht naar meer optredens richtte de groep zich op balmuziek. Wat mij betreft is Sourdine de balgroep met de mooiste muziek en samenspel, zonder percussie, maar wel gebracht op een manier waarin elke noot van elk instrument belangrijk is en het geheel bloedmooi samenklinkt. Helaas, het mocht niet zijn, ook de omschakeling naar balgroep leverde niet de gehoopte extra optredens op, en de muzikanten beslisten recent om als groep uit elkaar te gaan. Tijdens het optreden gaf Rémi, in steeds vlotter Nederlands, hierover aan het publiek enkele hints, maar de droge woorden ‘laatste optreden’ kreeg hij niet over zijn lippen. Heel spijtig, ik wens Rémi, Wim en Filip alledrie mooie nieuwe projecten toe waarin ze zich muzikaal kunnen ontplooien.
Tijd voor een volgend trio, het TRIO MALLOU. Mallou, oorspronkelijk een duo dat intussen een jaar of tien bestaat, staat voor melancholie en passie uit de Balkan, met chromatisch accordeonist Ivica Vucelja, bezieler van het voormalige BALKANTO VERO en violist Bert Van Laethem. Vorig jaar kreeg gitarist Jokke Schreurs op het folkfestival in Ham al de kans om met de andere heren samen te spelen en nu kwamen ze formeel terug als trio. Deze drie gedreven muzikanten hebben elk op hun terrein (klassiek, jazz en folk) een lange weg afgelegd. Het delen van hun rijke ervaring luidt een nieuwe reis in doorheen de wereld van de Balkan. We hoorden afwisselend slepende ballades, met passie en overtuiging gezongen door Ivica, en opzwepende instrumentale muziek. Zeer goed gebracht, door 3 muzikanten die hun virtuositeit uitfreaken in complexe ritmes en razendsnelle melodieën. Voor mij was dit muziek die emotie losmaakte, die ik in mijn lichaam wilde voelen en waarop ik moést bewegen, al zei Jokke Schreurs me achteraf met een stevige dosis muzikantennuchterheid: “Dat is muziek in maat 13, daar kunnen alleen de Turken op dansen”. Tja… die muzikanten toch... toch bijzonder van genoten…
De eer van het afsluiten van deze heerlijke festivalzaterdag was weggelegd voor BEOGA, een talentvolle Ierse groep. Zij deden op een sprankelende manier wat van hen werd verwacht: balades gezongen door een ietswat jazzy klinkende violiste, afwisselen met stomende Ierse dansmuziek. Hun muziek klonk vertrouwd Iers maar tegelijk ook verfrissend nieuw. Het publiek begon zittend aan het optreden, maar de grote helft beëindigde het optreden al dansend. Bodhranspeler
Eamon Murray gaf een knappe solo weg die je
hier kan bewonderen.
De zondag werd een pak rustiger dan de zaterdag. Er stond veel luistermuziek geprogrammeerd. Het werd dus gezellig en knus luisteren terwijl de regen met bakken uit de hemel stortte. Herman Dewit en zijn vrouw Rosita mochten de kleine en grote kinderen bekoren met traditionele Vlaamse muziek op instrumenten uit wegwerpmateriaal. Een verrassend programma, maar bij momenten ook net iets te routineus gebracht. Al is het natuurlijk een lieve lust voor het oog om dit duo muziek te zien maken op wortelen, conserveblikken, plastieken druiven, een etalagepop, een tennisraket en nog veel meer. En natuurlijk mochten de kinderen ook weer een belangrijke rol spelen in dit spektakel.
Daarna kwam het trio
Jopie Jonkers (harp en zang),
Juan Massondo (gitaar en zang) en
Koen De Cauter aan de beurt. Zij brachten een programma met Zuid-Amerikaanse muziek. Het werd een rustig kabbelend optreden voor een publiek waarin toch wel wat mensen aan een namiddagslaapje toe waren. Om daarna te worden wakker geschud door alweer een trio: ZEFIRO TORNA, een mij onbekend Vlaams ensemble voor oude muziek. Tot het begon te dagen wie er eigenlijk op het podium stonden… Zefiro Torna is opgebouwd rond de klassieke sopraan
Els Van Laethem, die zich specialiseerde in oude muziek en die al wel vaker meewerkte aan projecten in het raakvlak met de folk. Je hoort een duidelijk geschoolde stem, maar toch ook een hele mooie klank die een dosis natuurlijkheid niet verloren is. Els werd geflankeerd door 2 zeer fijne muzikanten:
Jowan Merckx, van AMORROMA op fluiten en
Jurgen De Bruyn op luiten en tweede stem. De groep grasduinde in het Europese repertoire van oude muziek en folk. Wat mij betreft was dit concert dé verrassing van het festival. Bloedmooi en kippevel. Een fragment van het optreden vind je
hier.
Experimenteler ging het eraan toe bij AURELIA, de groep van (alt)violiste Aurélie Dorzée en haar partner ex-Ambrozijngitarist Tom Theuns. Het viel me op hoe Aurélie en Tom steeds meer eenzelfde vocale taal van sissende-kat-geluidjes gaan hanteren. Aurélie, met haar vrolijke uitstraling, blijft ook zeer leuk om naar te kijken. Muzikaal klonk het knap en zoals het bedoeld was: als een soundtrack bij de concertboot waarop Tom en Aurélie wonen. Buiten de tent gutste de regen maar door en blies de wind fel, alsof we op een woelige zee echt op die boot zaten...
Na een dag met veel rustige luisteroptreden hadden de TANNAHAL WEAVERS de taak om het publiek op te zwepen voor een knallende afsluiter. Deze groep van Schotse ouwe rotten bestaat al meer dan 30 jaar. Zij brachten een degelijke maar routineuze set die de vonk op het publiek naar mijn aanvoelen niet helemaal deed overslaan. Er was natuurlijk de imposante Schotste doedelzak en er waren snelle melodieën en een groepsleider die zijn best deed om het publiek aan te zetten tot samenzang. Maar lag het aan de nummerkeuze of aan het natte weer, of was het publiek die zondag te tam gemaakt door alle luisterconcerten? De vlam kwam er naar mijn aanvoelen niet echt meer in, al hebben de liefhebbers van Schotse muziek zeker wel hun hart kunnen ophalen aan dit optreden. Misschien is dit een tip voor de -ongetwijfeld spetterende- 15e editie van volgend jaar: probeer op elke dag een goeie mix van dans- en luisterconcerten te programmeren, dat houdt het publiek in conditie.
De regen bleef uit de hemel gutsen en de meeste bezoekers dropen na het laatste concert snel naar huis. Al hadden de plakkers geen ongelijk, want in de dranktent mondde het onder impuls van trouwe Hamganger Erwin Libbrecht uit tot een stevige zangstonde met enkele handenvol kampeerders en medewerkers. En zowaar, rond 4.30 u. in de ochtend stopte het met regenen…
Toen we maandagmiddag om 12 uur nog even 'dag' gingen zeggen op het terrein, bleek de biertent alweer helemaal afgebroken door de ijverige en immer enthousiaste medewerkers. Het was weer zeer fijn en goed geweest. Dank aan iedereen die dit mogelijk maakte! Het is nu al uitkijken naar het feestje dat volgend jaar gebouwd zal worden bij de 15e editie van dit fijne folkfestival.