Zaterdag 21 augustus 2010
(Texte original en Français plus bas)
Vrije vertaling: Jåk
Het was even wennen aan de hitte op de tweede festivaldag van Deerlycke Folk. Het aantal festivalgangers was ruim verdubbeld in vergelijking met de voorgaande avond. De aanwezigheid van de 40ste Jumborun was daar natuurlijk niet vreemd aan.
De bezoekers konden buiten al hun geliefkoosde vertier uitkiezen: een speeltuin stampvol springkastelen en reuzeversies van vier op een rij en andere gezelschapsspelletjes, buiten bijpraten met vrienden, een kaartje leggen of genieten van de opzwepende muziekjes van ‘L’ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX’. Deze grensoverschreidende groep (West-Vlaanderen + Noord-Frankrijk) telt een tiental muzikanten. Ze worden geïnspireerd door de beruchte balkanorkesten, maar bespelen niet enkel koperinstrumenten (sax, cor, tuba, trompetten), maar ook chromatische accordeon, de grote trom en djembe. Ze waren in de namiddag van die zaterdag tot tweemaal toe te bewonderen.
Intussen gingen in afwisselend (en zonder enige noemenswaardige rustpauze) in de grote en kleine concerttent diverse optredens door.
Het BALLROOMQUARTET trok gewoontegetrouw hun trukendoos open en verstomde vriend en vijand met hun technisch kunnen en nu eens zweverige en dan weer beukende composities. Het was ook indrukwekkend om te zien hoe accordeonist Rony DePrins boventoonsgewijze zong. Bij deze verwijzen we ook graag naar onze recentste cd-recensie.
MANNEMOED is opgebouwd rond de singersongwriter Lammert van der Velde, die zijn teksten in het Fries brengt. Veel begrepen we er dus niet van, maar de sfeer in de kleine concerttent was gemoedelijk en relaxed.
Tijdens het optreden van de TURTLE DUHKS steeg de festivaltemperatuur een paar graden. Deze drie candese muzikanten (banjo, gitaar en viool) speelden een strakke set. Hun sound leunt dicht aan bij cajun.
De sfeer op het festival werd intussen alsmaar feestelijker.
ONE STRING LOOSE bracht een uitstekend gespeelde en zeer energetische interpretatie van traditionele Keltische muziek (reels, jigs...). Deze uitmuntende Schotse muzikanten mankeren in vergelijking met soortgelijke groepen die we dit jaar op Deerlycke Folk zagen echter nog wat podiumpresence. Ze zijn nog erg jong, en wat nog niet is zal vast wel nog komen.
Op dat vlak is de canadese groep SUROÎT hun tegenknie: ze zijn zeker niet meer jong te noemen en aan présence geen gebrek. Toen Henri-Paul Bénard in 1978 deze groep vervoegde waren heel wat muzikanten van deze Deerlyckse editie nog niet eens geboren. Met meer dan 30 jaar podiumervaring slagen deze québécois en zijn drie kompanen er moeiteloos in het publiek in hun enthousiasme onder te dompelen. En de nummers bleven maar komen... Ze hadden aan de organisatie beloofd een ‘lange set’ te spelen en hebben zeker woord gehouden. Ik was even zelfs bang dat het publiek helemaal uitgedanst zou zijn tegen dat DJ Bertrand zijn plaatjes op het publiek mocht loslaten, maar gelukkig bleek het Deerlyckse publiek meer uithoudingsvermogen te hebben dan de doorsnee tri-atleet.
Onze eigen AEDO is qua groep heel wat jonger dan Suroît, maar hebben toch ook al een ganse weg afgelegd. Ze vieren dit jaar hun tienjarig bestaan middels een tournee samen met een aantal gastmuzikanten. Zo werd de groep op Deerlycke versterkt met percussionist Ludo Stichelmeyer. Wat opviel is dat AedO meer en meer zingt, en dat trouwens ook uitstekend en met veel overtuiging doet. Ook de nieuwe gipsy-swing invloeden waren best wel te pruimen.
Tot slot konden ook de neo-kelten onder ons vingers en duimen aflikken: de groep OMNIA tekende present. Er waren heel veel fans speciaal voor hen naar West-Vlaanderen afgezakt (en dat ook uit b.v. Frankrijk en Duitsland, dat verklaart wellicht waarom er Engelse bindteksten waren). Die fans kon je vaak makkelijk herkennen aan de looks die toch wel enigszins afwijken van de festivalkledij van Jan met de pet. Net zoals Manau die we de avond voordien aan het werk zagen komt Omnia live nog overtuigender over dan op CD. Sommigen vinden hun show teveel – eeuh ... – show, maar het gros van het publiek genoot met volle teugen. Stel je een podium voor met daarop een zongebleekte schedel en muzikanten gekleed volgens de VOGUE editie 5000 BC die vervaarlijk zwaaien met zwaard, vlag of didgeridoo. Dat alles zorgt voor een sfeer die wellicht even belangrijk is als de muziek zelf (die trouwens woest en imponant klinkt, maar vooral schitterend gebracht wordt). Dat is vast ook de reden waarom de groep evenveel DVD’s als CD’s maakt. Ze begonnen hun set met een nummer dat ze al een hele poos niet meer gespeeld hadden: ‘Tine Beltaine’ is een tovercirkel, maar het aanwezige publiek had duidelijk meer zin in invididueel shaken en aanmoedigend roepen dan in folkdansen. De groep heeft net nog een op stapel zijnde samenwerking met een major platenlabel afgeblazen uit angst om hun eigenheid te verliezen. We kunnen dergelijke moedige keuze alleen maar toejuichen.
We hebben genoten van deze editie van het Deerlycke Folk en Familie-Festival. De concerten waren van een hoog niveau (al was een rustiger groep met het kaliber van een NAKED RAVEN op zaterdag welkom geweest). De organisatie verliep gesmeerd. Wat wel jammer was voor een festival waar kinderen welkom geheten worden, dat was het zwerfvuil dat zich buiten meer en meer ophoopte. Er stonden nochtans vuilbakken...
Zondagmiddag was een deel van de rommel gelukkig al opgeruimd. Het gros van de bezoekers zat trouwens binnen te luisteren of te dansen op de muziek van BROES, een jonge belgische balgroep waarvan we vast nog heel wat van zullen horen.
C’est sous une chaleur à laquelle on s’était un peu déshabituée qu’ont repris les concerts de cette deuxième journée à Deerlycke. Le nombre de festivaliers a plus que doublé par rapport à la veille, notamment grâce à la présence cette année du 40ème Jumborun.
Plusieurs options s’offrent alors aux visiteurs : pour ceux accompagnés d’enfants, un espace avec jeux et structures gonflables est accessible. D’autres festivaliers choisissent de rester à l’extérieur des tentes, pour discuter en famille ou entre amis, jouer aux cartes dans l’herbe, ou profiter de la musique entraînante de l’ORCHESTRE INTERNATIONAL DU VETEX. Cette formation d’une petite dizaine de musiciens, accompagnés de leurs instruments : accordéon chromatique, grosse caisse, Djembé et différentes sortes de cuivres (saxo, cor, tubas, trompettes) a fait deux courts passages dans l’après-midi.
D’autres festivaliers s’installent à l’intérieur des tentes, dans lesquelles les concerts s’alternent entre grande tente et petite tente sans périodes d’attente et avec ponctualité. Ils se succèdent, oui, mais ne se ressemblent pas : BALLROOMQUARTET propose une musique assez expérimentale, aux sonorités pour le moins originales (cf. article CD-recensie), dans un autre registre, MANNEMOED est un groupe axé sur les chansons composées et interprétées par Lammert van der Velde en ‘Fries’ (dialecte du néerlandais). Dans un style très différent, les TURTLE DUHKS, 3 musiciens canadiens (banjos, guitare, violon) contribuent doucement à faire monter l’ambiance en fin d’après-midi, avec leurs compositions très rythmées et leurs titres parfois empreints du style cajun. Jusque-là, le public restait plutôt assis et calme.
Au fil des heures, l’atmosphère devient de plus en plus festive. ONE STRING LOOSE propose alors une belle et énergique interprétation de morceaux traditionnels (reels, jigs…). Bien que ce soit d’excellents musiciens, ce qui manque un peu, par rapport aux autres groupes programmés jusque-là, c’est la présence sur scène. Ces jeunes écossais sont peu expressifs, mais ils paraissent encore très jeunes, et je n’ai aucun doute sur le fait que cela changera certainement avec les années. De ce point de vue-là, le groupe SUROÎT était un peu leur opposé. Quand Henri-Paul Bénard rejoignait le groupe en 1978, nombre de musiciens présents ce week-end à Deerlycke n’étaient pas encore nés. Avec plus de 30 ans d’expérience de la scène, ce québécois et ses 3 camarades débordent d’un enthousiasme communicatif.
Autre groupe qui commence à faire un bout de chemin en Belgique : AEDO, qui fête cette année ses 10 ans d’existence. Pour l’occasion, le groupe s’accompagne d’invités comme c’était le cas ce samedi avec Ludo Stichelmeyer aux percussions. Très belle prestation du groupe: un peu plus de morceaux chantés que par le passé: ça leur réussit bien aussi...
Enfin, pour les fans du ‘neoceltic’, le groupe OMNIA était présent. D’ailleurs, des fans, il y en avait beaucoup, certains plus reconnaissables que d’autres… Comme la veille, avec Manau, ce groupe est bien plus marquant sur scène que sur albums. Cette fois, ce n’est pas tant l’interaction avec le public qui prime, mais c’est surtout le ‘SHOW’ qu’ils présentent. Leur jeu de scène (avec crâne de mammifère, épée, drapeau…), leur choix vestimentaire et leur discours constituent une part importante de leur prestation, presque à part égale avec leur musique. C’est certainement la raison pour laquelle le groupe propose des DVD autant que des CD. Cependant, leur jeu de scène ne dessert pas du tout la qualité de la musique, qui reste excellente.
Que ce soit au niveau des concerts ou de l’organisation, Deerlycke Folk en Familie-Festival vaut la peine d’être connu et visité. Le seul point regrettable : au fil des heures, de nombreux déchets ont commencé à s’accumuler sur la pelouse du site. Que ce soit pour l’exemple ou pour l’hygiène, c’est dommage pour un festival où circulent beaucoup d’enfants. Et ce n'est pas faute d'avoir mis des poubelles sur le site…
Enfin, en revenant dimanche, une partie du site avait déjà été nettoyée et le public était, de toute façon, à l’intérieur de la grande tente pour écouter ou danser sur la musique du groupe BROES, un jeune groupe belge qui aura certainement un bel avenir dans les bals.
Emilie Chevalier