Home > folkroddels > Dansroddel > Goed begonnen is half gewonnen

> zoek...
> meer zoeken...
 

Goed begonnen is half gewonnen
Spelen ze nu een wals of een mazurka ? Kunnen we op dit liedje een scottish laten dansen ? Dansers en muzikanten hebben soms hun twijfels. (Dansroddel)

Vroeger was ik van mening dat de vakantieperiode ideaal is om uit te rusten. Ondertussen weet ik beter: ik heb nog nooit zoveel gedanst als de voorbije twee maanden. En ik blijkbaar niet alleen: tijdens de Gentse Feesten, de vele folkfestivals, en de ?Stad X danst? evenementen (X Î {Antwerpen, Oostende, Brugge, ...}), was de opkomst voor de folkbals telkenmale overweldigend. Ik heb niet alleen mijn benen, maar ook mijn oren en ogen dan ook goed de kost kunnen geven. En af en toe, het moet gezegd, wist ik niet wat ik zag of hoorde. Op het risico af gebanbliksemd te worden door de muzikale en dansorische (voilà, eventjes een nieuw adjectief ineengeknutseld) non-conformisten onder ons, waag ik het toch, geheel vrijblijvend, niet-verplichtend, goed bedoeld, enzovoort, enzovoort, ..., kadertje aan te reiken voor wie niet goed weet wat op welk muziekje te dansen, of wat voor welk dansje te spelen. Want één ding is zeker, op de, gelukkig, zeldzame momenten waarop de dansvloer leeg bleef, dan wel zes verschillende dansen op dezelfde muziek ?bewonderd? konden worden, hadden niet alleen de dansers boter op hun hoofd. Dansers en muzikanten hebben recht op wederzijds respect voor wat ze doen. Het is voor muzikanten niet gemakkelijk om voor dansers te spelen omdat ze zich artistiek niet op dezelfde manier (maar daarom nog niet minder) kunnen uitleven als voor een luisteroptreden. Maar daar staat tegenover (of zou toch moeten) dat het zien van een zich harmonieus door elkaar bewegende menigte op een andro, of van tientallen innig genietende koppels tijdens een intieme mazurka, door de muzikanten gerust mag opgevat worden als een applaus dat hen niet slechts op het eind van hun nummer ten beurt valt, maar tijdens de gehele uitvoering. Maar even goed begrijpen we de teleurstelling van muzikanten die hun uiterste best doen om interessante vertolkingen te brengen, maar zien dat er alleen maar wat wordt op rondgehost zonder subtiliteit, of zonder aandacht voor de nuances in de muziek.

 

Nu goed, dat allemaal oplossen is onmogelijk via een dansroddel. Mijn ambitie met dit stukje, ook al draagt het bij tot het einddoel, is dan ook meer bescheiden, namelijk een beetje inzicht te verschaffen in de verschillen die je zou moeten horen (als danser) of leggen (als muzikant) om te vermijden dat op hetzelfde nummer door de ene een scottisch en door de andere een andro wordt gedanst, of een wals in plaats van een mazurka of een bourrée in drie tijden.

 

De muziekjes die ik als voorbeeld gebruik, werden vooreerst geselecteerd wegens hun (legale!) beschikbaarheid op het internet, en vervolgens op basis van kenmerken zoals typerend voor een bepaalde dans, dan wel totaal misleidend. Sommige ook omdat ze addertjes onder het gras bevatten. Ik hoop dat niemand aanstoot neemt aan het aan- of afwezig zijn van een bepaald nummer. Ik reken trouwens op de Dansroddel-lezers om deze selectie het hele jaar door te verfijnen en uit te breiden. Dus als je ergens anders mooie voor- of tegenvoorbeelden vindt, of vragen hebt omtrent specifieke nummers, laat dan maar komen.

 

Dit gezegd zijnde, kunnen we de spits afbijten met de dansen in drie tijden.

In de eerste plaats is er natuurlijk de wals, met zijn karakteristiek //Boem / tam / tam // Boem / tam / tam// ritme. Dat hoor je zeer goed in deze interpretatie van de bekende wals Les Suédoises door Réménilhe, zeker wanneer de accordeon invalt en de klarinet van melodielijn overschakelt naar baslijn. En ook de Valse à Bruno (Le Tron ?) gespeeld door accordeonbouwer en muzikant Bernard Loffet is een schitterend voorbeeld.

Bij de mazurka liggen de klemtonen totaal anders. Een typevoorbeeld is deze mazurka collecté par Ulysse Salès, opnieuw uitgevoerd door Réménilhe. Wellicht herken je de karakteristieke dubbele opmaat die je aanzet tot het uitvoeren van de mazurka-pas: de 1-2-èn, of 1-2-hop, al naargelang je het op zijn Frans of Vlaams doet (mazurka dansen, bedoel ik). Het ritme is hier dus: .../Tam ta // Boem / tam - / Tam ta // Boem / tam - /... De meeste dansers volgen bij de mazurka een vast patroontje wat betreft de opeenvolging van mazurka en walspassen, maar veel aangenamer is het om je te laten leiden door de muziek. Dan moet de leider zéér goed aangeven wanneer hij wat doet, en de volger alle signalen goed proberen op te vangen. In het begin is dat voor beide partijen zeer moeilijk, maar zoals met de meeste dingen baart oefening kunst. En uiteraard, de muziek moet er zich ook toe lenen. Wanneer het mazurkaritme te strak wordt aangehouden, is dat niet zo plezierig. Dat is zeker niet het geval voor deze Funambule van de groep Pain d'Epices, die zich ideaal leent voor een ?vrije? mazurka. En ook deze Nummer 33 van Holva is een pracht van een mazurka vol afwisseling.

 

Nog een dans in drie tijden is de bourrée in drie (zie ook Naar een bourrée met stijl). Hiervan zijn de bourrées Cantalise en Mignonette door Antoine Bouscatel prachtige voorbeelden, met het bijna constante ?//Boem/-/Tam//Boem/-/(Tam)//Boem/-/Tam//Boem ..... Iets minder ritmisch geaccentueerd, maar duidelijk als bourrée herkenbaar omwille van de muzieklijn, is deze Lo Marianno Fiolerbo door Henri Momboisse.

 

Uiteraard ligt alles niet zo vast als hierboven beschreven, ten bewijze daarvan de als valse musette aangekondigde L'Accordéon c'est la France door Serge Berry. In de eerste acht maten slaagt die (overigens uitstekende) muzikant erin een bourrée-ritme op een mazurka muzieklijn te brengen, om dan te vervolgen met een wals.

 

Tenslotte mogen we de polska niet vergeten. Net zoals bij de bourrée in drie zijn de eerste en derde tijd beklemtoond. Maar daar waar de derde tijd bij de bourrée hoofdzakelijk als optijd fungeert, is hij bij de polska bijna even sterk als de eerste, zeker bij elke even maat. Het grootste verschil ligt hem echter in het meer rustige tempo, en de voor polska typische onderverdeling van elke tijd in achtste of zestiende noten, vaak met verschuivingen. Dit alles hoor je in deze Polska från Lönsboda D-dur  door de muzikanten van Spel och dans stugan.

 

Binnen deze categorie kunnen we ook de Hanter Dro en de (La)Ridée in 6 tijden vermelden omdat ze vaak in ¾ of 3/8 genoteerd worden. Maar eigenlijk zijn het stukken in 4/4+2/4. Daardoor zijn ze goed onderscheidbaar van de anderen, maar dan weer niet zo gemakkelijk onderling. Zoals bij de Laridé in 8 heeft die in 6 ook een extra klemtoon op de vijfde en zesde tijd, terwijl de Hanter Dro een klemtoon op de vijfde tijd heeft. Luister maar naar deze Hanter Dro van het Italiaanse Spakkabrianza, en de Violet flower rag, een ridéé in 6 verborgen in een ragtime kleedje, van het Hamon Martin Quintet.

Interessant is ook deze onregelmatige Hanter Dro van Les Frères de Sac waarvan de eerste muzieklijn bestaat uit 4 + 5 maten in plaats van 8, en waarbij bovendien het klassieke hanter dro patroon (tam ta-ta tam tam ta-ha) tijdens deze 5 maten niet gevolgd wordt. Muzikaal wel mooi, maar absoluut niet in harmonie met de dans.

 

Een tweede hoofdmoot wordt gevormd door de dansen in 4 tijden. Doorgaans hebben ze ook gemeenschappelijk dat een muzieklijn acht maten duurt. Als daarvan wordt afgeweken, wordt het voor dansers knap moeilijk.

 

Van deze dansen is de polka (zie onze gedetaileerde bespreking in Juffrouw, wil jij de polka leren ?) het duidelijkst herkenbaar, ook al zijn de verschillen afhankelijk van het land of de cultuur van herkomst erg groot. Een mooi voorbeeld is deze Mac Kartounez van Bas les pattes. Levendigheid staat in de polka meestal centraal, ofschoon er uitzonderingen zijn. Zo is Dennis Doody's Polka van Blackthorn muzikaal een schitterende polka, maar de tonaliteit ervan roept een sfeer op die moeilijk te rijmen valt met de vrolijke manier waarop een polka doorgaans gedanst wordt. In zo?n geval is het een kwestie van de dansstijl aan te passen. Bij Dennis Doody mag dat gerust heel intiem zijn, een beetje zoals bij een vrije mazurka.

 

Ook redelijk goed herkenbaar zijn de reel (zie ook de Dansroddels Help, er wordt een reel gespeeld,  Eindelijk, er werden reels gedanst, en Initiatie Ierse dans op Gooikoorts 2004 - zaterdag.) en de hornpipe, twee dansen die onmiddellijk met Ierland geassocieerd worden, maar evenzeer voorkomen in de Verenigde Staten, Canada, en Schotland, zij het met licht verschillende kenmerken. Ook al komt er stilaan wat verandering in, op onze folkbals zijn ze spijtig genoeg nog steeds pover vertegenwoordigd.

Een goed gespeelde reel ?rolt?, terwijl een polka eerder ?botst?; beter kan ik het niet omschrijven. Het ritme moet daarbij vooral door het lead-instrument aangebracht worden, en dit door het leggen van de juiste intonaties. Joe en Antoinette McKenna doen dat schitterend in deze reel medley die perfect is om op te dansen.

Bernard Loffet daarentegen geeft een interpretatie van The Teetotaller die tegen de logica van de dans ingaat . Hij accentueert sterk de tegentijden op 2 en 4, wat haaks staat op de basis reel step (1-2-3). Daarvan is de tweede tijd de zwakste. Het accentueren van de vierde tijd kan wel, omdat op die tijd de afzet gegeven wordt voor de jump, maar hij moet zwakker blijven dan de eerste tijd. Maar, ik geef toe, het is nog altijd stukken beter dan de Teetotaller-versie van Lenahan waarop een slordig en saai vioolspel nog eens wordt kapotgedrumd ook.  (Wedden dat er nu iemand zal komen zeggen dat een ritmebokske beter zou zijn geweest !).

 

De hornpipe wordt (meestal) gekenmerkt door een meer gescandeerd ritme zoals goed te horen is in de Morpeth Rant gespeeld door The Larkrise Ranters Ceilidh Band, of deze hornpipe medley The Galway, The Stack of Wheat, and The Sunshine. De Duitse groep Celtic Brew heeft van die laatste tune uit het trio een mooie boogie-versie.  Door dit gescandeerd ritme wordt in een hornpipe veel gehopt of getapt naargelang de stijl. Als je dan weet dat het basisdanspatroon van de hornpipe er zo uitziet: ?én-1, én-2, én-1-2-3?, dan is de stap naar de scottish vlug gezet, want daarbij is het danspatroon: ?1-2-3-én 1-2-3-én 1-én 2-én 3-én 4-én?. De ?én?s? komen achteraan in plaats van vooraan, ook al komen ze op de muziek zowel voor scottish als hornpipe op de 2de of 4de tijd. Maar bij de hornpipe gaat het om een optijd, en bij de scottish eerder als een afsluiting of rust. Niet alle hornpipes worden zo sterk gescandeerd, vooral niet in de Amerikaanse old-time en blue-grass stijlen. Daardoor wordt het onderscheid met een reel dan weer kleiner. Een voorbeeld is deze Uncle Herman hornpipe door Dan Crary en Norman Blake.

Ook zijn niet alle scottishen zo sterk gescandeerd als de klassieke hornpipe. Bij de Skäftingeschottis van Rolf Esberg, en Dame Blanche van Deuxième moitié, is dat wel zo, maar bij Orchidée des Carpathes - Scottish de Penn-Oua-Houenn van Bas les pattes zeker niet. Dit laatste nummer heeft een zeer lange intro: tijd genoeg dus om ondertussen een geschikte danspartner op te zoeken.

Een goede scottish kenmerkt zich door een duidelijk ritmisch onderscheid tussen het eerste gedeelte (1-2-3-én, 1-2-3-én,) en het tweede (1-én, 2-én, 3-én, 4-én), die bovendien elk vier maten lang moeten zijn.  Bij Orchidée is dat het geval, maar bij de Dame Blanche daarentegen nemen die segmentjes slechts 2 maten in beslag. Je kan het gewone scottish-patroon doordansen, ofwel als man (of leider) het roer stevig in handen nemen, en de dans naar eigen aanvoelen leiden. Voor de Dame Blanche zou ik dan het volgende doen: 1-2-3-én, 1-én, 2-én, 1-2-3-én, 1-én, 2-én, 1-2-3-én, 1-2-3-én, 1-2-3-én, 1-én, 2-én, wat beter op de melodie past.

 

Regelmatig zien we dat er een scottish gedanst wordt op een andro of omgekeerd, vooral als de andro niet typisch Bretoens klinkt qua melodie, of de scottish dan weer wel. Wat je kan onthouden is dat er bij een andro slechts heel zelden zo?n duidelijke scheiding is binnen één muzieklijn als bij de scottish, dat de hoofdtijd minder sterk beklemtoond wordt, en dat het muzikale hoofdthema doorgaans slechts 2 maten in beslag neemt, en dus viermaal herhaald wordt binnen één lijn, maar uiteraard met tal van variaties. Die drie traditionele elementen zijn terug te vinden in deze Andro van Les Ravageous, ondanks het moderne arrangement.

 

Over de verschillen tussen andro en gavotte (Andro of Gavotte?), en andro en laridé in 8 (Voor toeristen en dansneuten), hebben we het vroeger reeds gehad, maar voor het gemak hier nog even enkele typevoorbeelden. In de laridé in 8 ?La mal Mariée?, te vinden op Sonneur virtuel Matelin, herken je duidelijk de sterk geaccentueerde 16de noot in de tweede helft van elke achtste tijd. Dat is ook het moment waarop je tijdens de dans de twee hielen neerzet, en met de handen eerst een snel cirkeltje naar boven maakt om dan de armen te laten zakken. Beginners doen dat meestal net te vroeg of te laat. Ook in de laridé van Les Ravageous vind je dat terug. Merk bij dit nummer op dat het slagwerk absoluut géén laridé-ritme aanhoudt, maar dat het de bombarde is die de boel trekt. Het geheel is origineel, klinkt prima en is perfect dansbaar: dat is muzikaal vakmanschap.

 

We kunnen deze groep van dansen in 4 tijden afsluiten met de bourrée in 4 (of 2 al naargelang de notatie). Een klassieker is deze Bourrée à deux voix . Hiervan is La fin des deux temps een compleet crazy versie, zij het een bewust muzikaal experiment van artiesten die het traditionele keurslijf willen doorbreken. Meer van dat is te vinden op Le monde de sonneur.

 

Van de dansen in 6/8 worden er doorgaans slechts drie op een bal folk gespeeld: tovercirkel, gigue (zie Waarom dansen wij het aapje op een jig?) en tarantella (Che cosa vera dopo). De laatste wordt meestal duidelijk herkend, doch de eerste twee niet. Maar in dit geval is dat niet zo verwonderlijk, omdat er eigenlijk geen verschil is, behalve misschien dat 6/8 muziekjes die uit drie delen bestaan ipv de klassieke twee, eerder geschikt zijn voor tovercirkel dan voor gigue, en dit omdat er 16 maten meer choreografie is in de tovercirkel dan in de gigue. Als voorbeeld hier de tovercirkel Change pas d?main van Les Frères de Sac.

We hebben ook een mooi tegenvoorbeeld gevonden, namelijk deze Draak van een jig op de Sonneur virtuel Matelin. Ik heb er geen idee van of het hier gaat om een spielerei of niet, maar het ritme ligt totaal verkeerd. Wie dat niet hoort, zal nooit goed kunnen dansen.

 

En dan is het nu tijd voor het huiswerk. Wel een kleine waarschuwing vooraf: wanneer je klikt op de onderstaande links, zal in de audio-applicatie meestal de titel en/of het soort dans te zien zijn. Als je het spel serieus wil spelen, is het dus best na het klikken onmiddellijk de ogen te sluiten.

 

Vraag 1 (gemakkelijk): De volgende vier nummers van de groep Deuxième moitié zijn allemaal in drie tijden: een bourrée in 3, een bourrée valsée (een kleine instinker, zeg maar), een mazurka, en een wals. Aan jullie om te achterhalen welk nummer met welke dans overeenkomt.  Pour elles, de la Fario,  Deuxième moitié, en Chercheur de granit. Het zou me plezier doen om te weten op welke argumenten jullie een besluit nemen.

 

Vraag 2 (moeilijke instinker): wat is  Le Bon Docteur van Avalanche Compagnie. ?

 

Vraag 3 (gemakkelijke instinker): Wat zouden jullie op deze Les noces d?Epiry (ook van Deuxième moitié ) dansen ?

 

Vraag 4 (gemiddeld):  Juste avant Noée van Bas les pattes wordt geserveerd als bourrée in twee tijden maar ligt qua ritme dichter bij een ... ?

 

Vraag 5 (gemiddeld):  Nummer 41 van Holva zou een scottish zijn, maar danst vlotter als ... ?

 

Vraag 6 (tamelijk moeilijk): Welk van deze twee nummers van Holva is de ridée in 6 en welk de hanter dro? Nummer 43 of Nummer 2.

 



(Celtic Bompa)
05/09/2004 08:32

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
Ik herinner me nog hoe ik vééle jaren geleden na een optreden van de balgroep 'LA POUBELLE' (waaruit later de groep FLINT ontstond) naar hun dansers toestapte met de vraag 'hoe weet je welke dans een nummer is, bestaat daar literatuur over? Voorbeeld-CD's'?). Ze konden toen alleen antwoorden: 'veel dansen, en op den duur voel je het wel aan'.
Dankzij CB's artikel wordt het de huidige lichting aanstormend danstalent een heel stuk makkelijker gemaakt. Prachtig artikel!


Jåk, 05/09/2004 19:42 (2186) - top
Hoewel ik totaal geen danser ben (ik weet het ik moet er iets aan doen) vind ik dit een fenomenaal artikel! Chapeau voor den Bompa!

Jan, 05/09/2004 21:59 (2187) - top
Machtig artikel. Mooie afsluit van een danszomer. Vraagje : wat is nu 't verschil tussen de Vlaamse en de Franse mazurka? Wanneer dans je't met twee opstapjes en wanneer met opstap-draai-opstap-draai. 't is me niet duidelijk. Op 't gevoel al goed en wel...

AFR (Anonieme Folkroddelaar), 06/09/2004 01:01 (2190) - top
Dat Frans of Vlaams noemen van een mazurka is nogal subjectief, zoniet controversieel. In "mijne jongen tijd" was folkdansen op zijn Frans een aanduiding van een bepaalde stijl waarbij de man laag bij de grond danste, met zijn rug wat gekromd, en het achterwerk een flink stuk achteruit. Later bleek dat een interpretatiefout te zijn: je zag inderdaad "de fransen" op lokale bals zo dansen, maar het ging dan doorgaans om al wat oudere, kromgewerkte mensen die omwille van arthrose of wat dan ook simpelweg niet recht konden dansen, anders zouden ze het wel doen. Hetzelfde fenomeen heb je met bepaalde volksdansen die vroeger zogezegd op klompen werden gedanst. Ja natuurlijk, omdat de mensen zich geen schoenen konden permitteren.
Wat de mazurka betreft, was in die zelfde periode "Vlaams" twee mazurkapassen afwisselen met twee walspassen, en "Frans" om beurt een mazurkapas en een walspas zetten. Nu is dat laatste hier ook de standaardmanier geworden, althans toch op folkbals, en is de Frans-Vlaamse connotatie nu verschoven of je al (Vlaams) dan niet (Frans) hopt op de derde tijd van de mazurkapas. Bovendien is er bij "Vlaams" ook die trend gekomen om op de mazurkapas met hop op rechts linksom te draaien (vanuit het standpunt van de man gezien), en bij de mazurkapas met hop links, rechtsom. Onlangs heb ik met enig afgrijzen die Vlaamse "hop", nog horen aangeleerd worden als "shot", waarbij je het vrije been met een schopbeweging hoog naar boven brengt.
Tenslotte, wanneer je nu een mazurkapas of walspas zet laat je wat mij betreft best afhangen van de muziek. Bij de gescandeerde maten doe ik een mazurkapas, en bij de andere een walspas. Dat kan je harmonieus met de muziek doen wanneer het muziekje al eens volledig is doorgespeeld en je aanvoelt waar de muzikanten hun accenten leggen. Soms past het zelfs - bij "zwoele" mazurka's - om geen van beide te doen, maar daarentegen gedurende een volledige maat het gewicht simpelweg van de ene voet naar de andere over te brengen. Mijn ervaring is dat de meeste dames/volgers die vrije opvolging van drie soorten passen, maar dan wel op het goede moment gezet, heel leuk vinden, al hebben ze er in het begin wel wat moeite mee. Meestal ligt het dan aan het feit dat de man/leider niet de juiste signalen doorgeeft over wat komt.


Celtic Bompa, 06/09/2004 12:16 (2196) - top
Prachtig gedocumenteerd dit ... chapeau

AFR (Anonieme Folkroddelaar), 06/09/2004 15:22 (2204) - top
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: Niet doorgegeven
  • I
  • datum:
  • I
  • genre(s):
    • Bal
    • Dans
  • I
  • website:
  • I
  • email:
  • I
  • aantal malen gelezen: 11736
  • I
  • artnr: 4690
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
  • I
  • De kunst van het draaien (Dansroddel)
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Dansroddel 
    achterklap
    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    Datum is fout!! Het is zaterdag 25 maart !...

    snelnieuws
  • I
  • Naragonia Quartet– Mira – 2018 – Homerecords
  • I
  • Sinnekloas danst // gratis Baleynbal
  • I
  • GUSTAVO ECCLESIA- ARGENTINA
  • I
  • ROBY LAKATOS ENSEMBLE
  • I
  • 3de Festival "Bals et Roses"
  • I
  • QUEBRACHE ARGENTINE TANGO AND FOLK
  • I
  • DÍAZ/MOLINA GUITAR DUO ‘PAMPA DEL PLATA’ ARGENTINA
  • I
  • DOIMNIC MAC GIOLLA BHRÍDE- IRISH TRADITIONAL
  • I
  • MUSIC FROM CRETE
  • I
  • O CLUBE DO CHORO DE BRUXELAS INVITES
  • I
  • Vishtèn // concert i.s.m. CC Sint-Niklaas
  • I
  • Het Brabants Volksorkest Mazur-Polkadag Herent
  • I
  • Jonas Meersmans
  • I
  • Hide & Seek Festival 2018
  • I
  • SCINTILLA- MUSIC FROM BRAZIL
  • I
  • BANSURI MEDITATION FABRICE DE GRAEF
  • I
  • Appelweyre // cd-voorstellingen
  • I
  • BERT CORNELIS ft LAHIRI, MUKHERJEE & CHATTERJEE
  • I
  • STEVEN DE BRUYN & OSAMA ABDULRASOL
  • I
  • LUTHOMANIA SEXTET
  • I
  • AMSTERDAM KLEZMER BAND & SÖNDÖRGÖ
  • I
  • Kuhn FU
  • I
  • LES GOÛTS DE GAND
  • I
  • XENITIA ft. Katerina Fotinaki
  • I
  • YELEMANI TRIO
  • I
  • Zilleghem folk
  • I
  • KOSMOKRATORS & MARIA SPYROGLOU REBETIKO F-NL-E-EL
  • I
  • THE SCIENTISTS (AU)
  • I
  • BOBBY C (BE) / FUSS BENDER (BE)
  • I
  • BOGGAMASTA (BE)
  • I
  • LOS WEMBLER'S DE IQUITOS (PE)
  • I
  • COMM'UNITÉ: 47SOUL (PS) / DE RUDIES (BE)
  • I
  • Marc Hauman & groep/// WÖR
  • I
  • Nieuwe top-Irish band te gast bij vzw OORZAAK
  • I
  • STAGE ‘REBETIKO D’AMERIQUE’
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban