Home > woord/beeld > Concertverslag > Solon Lekkas in Art Base (Brussel) 23/1/11

> zoek...
> meer zoeken...
 

Solon Lekkas in Art Base (Brussel) 23/1/11
De ziel van Lesbos blijft leven, zolang er mensen bestaan als deze taaie Solon Lekkas. (Concertverslag)

Solon LEKKAS met Kyriàkos GOUVENDAS, viool, en Andrèas KATSIYANNIS, sandouri, in Art Base, Zandstraat te Brussel (centrum) op zondag 23 januari 2011.

 

Steeds vaker programmeert men namiddagconcerten op zondag, een uitstekende manier om het weekend te eindigen: er blijft ’s avonds nog genoeg tijd om je klaar te ‘stomen’ voor de werkweek. Dit concert was eigenlijk al de herkansing van vrijdagavond: wie de legendarische zanger Solon Lekkas (°1946) uit Mytilíni, hoofdplaats van het eiland Lesbos (we aarzelden om onduidelijke redenen ‘Lesbische zanger’ neer te schrijven) dan niet kon zien in Art Base, kon op zondag misschien wel, of kon beide concerten meemaken, natuurlijk. Op zaterdagnamiddag was tevens een stage onder de titel ‘Aegean Islands and Asia Minor Music Workshop’ gepland door Lekkas' twee begeleiders.

 

Je vraagt je af hoe programmator Frans Declercq dit telkens weer voor mekaar krijgt: de bescheiden, want klein behuisde kunstgalerij Art Base is nu al enkele jaren het toneel van briljante muziekvormen uit de hele wereld, van (al dan niet modern) klassiek over folk en blues naar etnisch en experimenteel. We noteerden o.a. fado, flamenco, tango, csardas, klezmer, bossa nova, manouche en swing jazz, nueva canción, Indisch klassiek, de specialiteit van het huis rebètika… Als het bestaat, komt het in zijn puurste vormen naar Art Base. Al blijkt het erg moeilijk de liefhebbers van grafische en beeldende kunst te boeien met muziek en omgekeerd, de melomanen te overtuigen van de waarde van visuele kunsten, komen we er graag precies omwille van het kader en de heel democratische bar (lees: keukentafel vol drankjes en versnaperingen) plus de telkens weer verrassende tekeningen en schilderijen van binnen- en buitenlandse kunstenaars. Je zou verwachten dat Art base het doelwit wordt van hele volksverhuizingen, want de gepresenteerde namen zijn nooit van de minsten, maar zelfs een Savina Yannatou slaagt er niet in de massa’s op de been te brengen. Wij zouden daar tureluurs van worden, Frans blijft er stoïcijns kalm bij onder het motto ‘doe wel en zie niet om’.

 

Frans’ achtergrond brengt mee dat vooral de Griekse muziekvormen hier floreren. Voor een stuk gaat het over formaties die in ons land actief zijn, zoals de rebètiki kompania VINYLIO. Maar er komen al even vaak lieden uit het moederland. Griekse artiesten naar België brengen is om diverse redenen al niet vanzelfsprekend. De namen die Art Base geregeld laat overkomen zijn top in de eigen stijl. Hoe moet je anders Savina Yannatou en Kristi Stassinopoùlou betitelen? Met Solon Lekkas is dat niet anders, al vergeven we meteen iedereen die ‘bekent’ nog nooit van de man gehoord te hebben. De man is immers een onbespoten en onvervalste brok pure natuur die ver van alle belangstelling en commercie zijn landelijk leven leidt. Bij hem moet je zijn om de meest authentieke expressie te vinden van de unieke volksliederen van Lesbos, met name de eigen vorm van de karsilamàs en de zeïbèkiko, en de amanèdhes of aman-liederen die aansluiten op de Klein-Aziatische traditie. De Turkse kust is immers maar een ‘eilandse’ steenworp (zoiets als onze ‘boogscheuten’) van het eiland verwijderd.

 

Je kan Lekkas nog het best vergelijken met cantaor El Cabrero, de flamenco, uiteraard cante jondo zingende herder, die af en toe zijn berg en bijbehorende geiten verlaat om onder begeleiding van tocaor Paco del Gastor zijn kunsten aan binnen- en buitenlandse ten gehore te brengen. Net als de man uit Sevilla weet Lekkas zijn waar probleemloos, zelfs met verve aan de M/V te brengen. Het moet gezegd dat hij in Art Base op ideale wijze werd gesecondeerd: Kyriàkos Gouventas (uitgesproken als ‘Gouvèndas’) is niet zomaar een briljant violist, hij is ook de man die je op een eindeloze stroom Griekse platen aan het werk hoort, ook buiten de traditionele muziek. De man treedt op met de meest prestigieuze gezelschappen als Yannatou’s PRIMAVERA EN SALONICO en artiesten als rebètika coryfee Marió. Kyriakos geeft veelgeprezen stages, seminaries en workshops en is stichtend lid van folk orkest ESTOUDIANTINA (NEAS IONIAS MAGNISIAS), dat op vrij korte tijd een niet meer weg te denken rol vervult in de Griekse folk, vooral in de studie van de Klein-Aziatische erfenis (n.a.v. het tienjarig bestaan verscheen de cd ‘Deka Chronja’)

 

Ook Andreas Katsigiannis (‘Katsiyànnis’ in de uitspraak) stond aan de wieg van Estoudiantina. Met zijn santouri (‘sandoùri’ in de uitspraak), een hakkebord met 100 à 140 snaren percussief bespeeld met aan de top omwikkelde stokjes, zoals de cimbalon, bekend uit de Oost-Europese tradities, geeft hij de zanger en de violist een stevige harmonische basis, wat niet belet dat de muzikant even vaak soleert als de violist. Ook Andreas heeft een reputatie om ‘esí’ (= ‘u’ in Ellinikà) tegen te zetten: in Palíndonos Armonía, het orkest van Yannis Markopoulos volgde hij de legendarische sandourispeler Tassos Diakoyóryis op.

 

Een concert van Solon is een éénmalige belevenis. De intro is aan de musici om zichzelf en het publiek op te warmen. De warm up begint met een zoetgevooisde melodie die overgaat in een dansbare chasapiko om te eindigen in een bruisende chasaposerviko, waarna de ‘Politiko Sirto’ volgt. Zoals wel vaker in  dit repertoire komt die uit Constantinopel, maar Kyriàkos en Andreas brengen hem ‘island style’. Van aan de bartafel vuurt Lekkas zijn ‘mannen’ aan. Een indringende sandourisolo kondigt zijn komst aan. Lekkas komt nader in ‘traditionele’ klederdracht, d.w.z zijn donkerblauwe en zwarte kledij van elke dag en met de onafscheidelijke komboloi (‘zorgparels’ vertaalt men soms, omdat ze a.h.w. de zorgen moeten verdrijven, komboloi zijn nog het best te vergelijken met een Paternoster; Grieken oude stempel ‘speelden’ er een hele dag mee) en begint een zeïmbèkiko, waarbij hij zichzelf aanvuurt met het bekende ‘Oba!’ Een dans, zegt men, maar de danser beweegt nauwelijks. Elke met lange tussenpozen door de asymmetrische maat gegenereerde kleine pas lijkt op het handmatig verplaatsen van een berg, zo’n inspanning en concentratie schijnt het te vergen. Elke pas is ook een ‘overwinning’ van de danser die geniet van zijn eigen prestatie. In tegenstelling tot de zeïmbèkiko uit de rebètika, dé solodans bij uitstek, en anders dan de vele volkse reidansen, worden de meeste dansen op Lesbos, karsilamàs, zeïmbèkiko en sirtos, met twee gedanst.

 

Voor Lekkas zingt, geeft hij links of rechts zijn instructies. Kyriàkos kent dan wel het repertoire en heeft met Lekkas al vaak samengespeeld, toch moet hij af en toe zoeken naar wat de man eigenlijk bedoelt en vooraf een paar maten spelen. Het maakt nu eenmaal deel uit van het ritueel. Lekkas laat het ook verstaan als het niet gans loopt zoals hij wenst. Al spreekt hij enkel zijn Grieks dialect, je verstaat het maar al te goed dat hij Kyriàkos wil ‘vastketenen’ omdat hij volgens zijn aanvoelen te snel speelt: ‘Argà, argà!’ (‘Langza(a)m(er)’) luidt het. Lekkas bedoelt die vrij veelvuldige instructies niet verwijtend en hij spaart zijn lof niet voor de geweldige muzikanten die op de geëigende wijze de liederen een prachtige invulling geven. Je merkt telkens weer dat hij het een eer vindt met zo’n professionals te mogen optreden. Een karsilamàs Asiatikós, een ballos uit ‘de Stad’ en uiteraard een handvol ‘amanèdhes’, klaagliederen waarin de ‘aman’-kreten de boventoon voeren: we besparen u titels en details.

 

Maar zoals Lekkas deze (dans)liederen brengt, zo hoor je ze enkel hier. Het stof van eeuwen ligt erop, zoals ook de massa ‘bezoekers’ van bijna 90 jaar geleden ondervonden. Van het Turkse vasteland werden de uitvoerders van deze klaagzangen (het ‘klagen’ is echter een relatief begrip) verjaagd tijdens de ‘Megàli Katastrofí’, de ‘Grote Katastrofe’ van 1922, de bevolkingsruil ten gevolge van de mislukte poging om het oude Hellas te herstellen in Klein-Azië (de zgn. ‘Megàli Idèa’) Zo werden gewone luitjes nog maar eens het slachtoffer van politieke spelletjes en oeverloze, onhaalbare ambities, helaas niet voor de laatste maal. Anderhalf miljoen Orthodoxen (vaak niet eens Grieks sprekend) werden naar het zo al uiterst armoedige Hellas verkast, in ruil voor een half miljoen zogeheten ‘Turken’. Maar Lesbos ligt tegenover de haven van Aïvali en met in het binnenland het aloude Pergamon, waartussen sinds mensenheugenis onafgebroken contact en wisselwerking was. Als de vluchtelingen, waaronder even goed arbeiders, intelligentsia als beroepsmusici toestroomden op Lesbos, merkten die dat de Klein-Aziatisch Griekse muziektradities ook hier onveranderd te vinden waren, soms zelfs in meer oorspronkelijke vorm, naar men lokaal beweerde.

 

De aanwezige Grieken laten het zich welgevallen. We horen zelfs van stokoude 78 toeren rebètikaplaten bekende kreten als ‘Iassou, dervisi!’ (‘Santé, derwisj’, op te vatten als ‘Proficiat, grote artiest’) Indrukwekkend vonden we een traag stuk met veel melismen en gezongen met hoge stem (Lekkas gaat wel vaker over van laag naar hoog en omgekeerd: dat kan je zien in de diverse concertfragmenten op YouTube): de sandouri speelde hier een partij vol ingehouden spanning en dreiging, zoals je die kon horen in de finale achtervolgingsscène op de soundtrack van het in de seventies razend populaire feuilleton ‘Who Pays The Ferryman?/Wie betaalt de Veerman?’ van Yannis Markópoulos. Die achtdelige serie is ‘single handed’ verantwoordelijk voor de toeristische invasie die dat andere Griekse eiland, Kreta in de jaren erna te wachten stond, die precies het landschap verwoestte dat in de serie centraal stond.

 

Na de pauze een gelijkaardig ritueel. Tijdens de introductie mimeert Kyriàkos met grote kundigheid en pizzicato het folkloristische schimmenspel dat Grieken (maar ook Turken) aanbidden, de Karag(h)iozis. Na een korte dans zingt Lekkas een allicht ondeugend lied over een ‘kopèla’, een ‘jong meisje’, een lied dat zelfs een aantal woorden en zinsneden hanteert die we ook vinden in ‘Frangosyrianí’, één der bekendste rebètikasongs, geschreven door Markos Vamvakàris, die zelf van een eiland was, het in het lied vervatte Syros dus. Die typische eilandinvloed kan je in ‘Frangosyrianí’ trouwens nog goed kan horen. Lekkas brengt zijn lied, dat gaandeweg een aman-song blijkt te zijn, in een stijl die ons doet denken aan de opvallend ‘harde’ benadering zoals een Nikos Papàzoglou, die tot de top behoort van het Griekse singer-songwriten. We herinneren ons dat Nikos’ grootouders ook uit Klein–Azië vluchtten, dan wel naar het noordelijke Thessaloníki. Zozeer zitten die dingen in mekaar vervlochten!

 

Solon brengt Andreas ertoe voor diens eigen plezier een lange solo. Als de sandourispeler dreigt op te houden, doet Solon hem, ostentatief genietend, nog verder spelen. Andreas haalt alles uit de kast, en dat is heel wat: de sandouri is tot heel wat in staat. In de volgende aman-song mag Kyriàkos dan weer een lekker glijdende partij spelen in oude stijl. En zo gaat het maar door. Onvermijdelijk brengt lekkas ‘Pergamos’, het klaaglied over het ‘verlies’ van de stad aan de anderen in het fatale jaar ‘22. ‘Ach, orèa Pergamon’, ‘Ach, mooi Pergamon’ zingt de zanger en zijn publiek antwoordt met ‘Kles, Solon’, ‘Ween, Solon’, wat niet belet dat Lekkas dadelijk hierna laconiek een hele reeks grappen vertelt, die zijn Griekse toehoorders bijzonder weten te waarderen. De pointe ontgaat ons echter en een vertaling komt er niet. Het gelach werkt echter aanstekelijk. Op het einde brengt het gezelschap ‘bekend’ werk, zodat er kan meegezongen worden. Het concert eindigt met een ‘moderne klassieker’, zeer passend in deze context, het overbekende ‘S’agapó yati ise’ orèa’, voor eeuwig verbonden aan sandourispeler Aristídhis Moschós, al is hij denkelijk niet de componist ervan. Het wordt meegezongen, maar en sourdine, alsof men bang is de oneindige weemoed van dit lied te verstoren: ‘Ik hou van jou omdat je mooi bent, ik hou van jou omdat je ‘jou’ bent.’ Je vindt het in talloze versies op YouTube (die van Alkistis Protopsàlti blijft onze voorkeur genieten… Zeker eens luisteren!!! Op haar cd ‘Paradèchtika’, geïnspireerd door Goran Bregovic’ soundtrack voor ‘Time Of The Gypsies’, zijn eerste samenwerking met Emir Kusturica, vind je exact deze uitvoering)

 

In zijn inleiding legde Frans Declercq de logische link tussen Solon Lekkas en de wijze, onthechte staatsman Solon van Athene. Beiden hebben de achting van hun volk verworven op grond van eigen verdiensten en van hun consequent handelen. De Athener was ook degene die op zijn lange, zelfopgelegde reis doorheen de beschaafde wereld van toen, van de priesters in Saïs (Egypte) het verhaal hoorde van het verdronken land dat ooit ‘Grieks’ was. Plato puurde er zijn befaamde verhaal over Atlantis uit. Zo is het bij het aanhoren van deze ‘zanger van de straat’: je luistert naar de soundtrack van een mythische wereld die onherroepelijk door de tijd werd en nog wordt opgeslokt. De ziel van Lesbos echter, die blijft leven, zolang er mensen bestaan als deze taaie Solon Lekkas.

 

Antoine Légat

 

P.S. Via wn.com/Solon_Lekkas__Art_Base_2011_part_13 kan u een goed gekozen, typerende fragment (een aman-lied) zien van de Brusselse concerten.

 

 



(Twan)
10/02/2011 06:03

Bookmark and Share
© folkroddels.be
reacties
voeg commentaar toe... (disclaimer)

Folkroddels Radio
bijschrift
  • I
  • streek: Brabant
  • I
  • datum: zondag 23/01/2011
  • I
  • genre(s):
    • Mediterraan
  • I
  • website: antoinelegat.word...
  • I
  • email: antoine.legat@sky...
  • I
  • aantal malen gelezen: 2013
  • I
  • artnr: 47146
    redactie
  • I
  • wijzig artikel
  • I
  • upload foto
    verwante artikels
    mail
    Mail dit artikel naar een vriend...
    Recentste Concertverslag 
    achterklap
    Mooie videoclip van deze plaat op https://www.youtube.com/watch?v=K1REDX8kMyk ...

    Hallo, Op zondag 25 februari 2018, vanaf 14u, hommage-optreden aan John Lundström in Den Beulebak te...

    Welkom op Sonamos Latinoamerica dan: http://www.folkroddels.be/artikels/53204.html
    ...


    snelnieuws
  • I
  • Hans Mortelmans en Groep op de Gentse Feesten
  • I
  • Hans Mortelmans en Groep in de Zoo van Antwerpen
  • I
  • Shantalla – From the East unto the West
  • I
  • Lankum (Ierland): cd-voorstelling
  • I
  • Habib Koité & Bamada (Mali): cd-voorstelling
  • I
  • Hide & Seek Festival: Ghalia Benali (Tunesië)
  • I
  • Hide & Seek Fest: Ablaye Cissoko & Volker Goetze
  • I
  • Hide & Seek Festival: Guitarpa Duo (Venezuela)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Gjini Ensemble (Albanië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Rabasa (Kaapverdië)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Myrddin & Imre De Cauter
  • I
  • Hide & Seek Festival: Mieko Miyazaki (Japan)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Antsa (Madagascar)
  • I
  • Hide & Seek Festival: Païvi Hirvonen (Finland)
  • I
  • Hide & Seek Festival: brass in de tram
  • I
  • Brosella Festival
  • I
  • The Celtic Social Club – From Babylon to Avalon
  • I
  • Tristan Driessens – FOLK DANCER'S JOURNEY
  • I
  • Balfolk Breda (midsummer's dances)
  • I
  • BENEFIETCONCERT MET SANGHAR SUHAIL & SARA RASULI
  • I
  • The American Roots Session
  • I
  • Renaud Garcia-Fons Trio
  • I
  • TRIO DAEMS-LELEUX-QIZILBASH
  • I
  • SAM SAM TROEF!
  • I
  • MANSUM IBRAHIMOV & THE QARABAGH MUGHAM GROUP + BÜL
  • I
  • PICEA ORIENTALIS ★ SANGPUY + WOUTER & BAO
  • I
  • LAÏLA AMEZIAN & LES SHEIKHS SHIKHATS
  • I
  • NİLİPEK.
  • I
  • LES FATMAS DE BELGICA & HET BOHO STRINGS QUARTET
  • I
  • CONTINUO ONBEGRENSD
  • I
  • ON STAGE
  • I
  • GLOBALICIOUS #05 W/ AMERICO BRITO & NIC BALTHAZAR
  • I
  • ALLEZ, CHANTEZ!
  • I
  • ARABISCH-ANDALUSISCHE MUZIEK LEZING MET JOHAN VAN
  • I
  • BOOMBAL GENT met The Bazz Explosion & Naragonia
    © Folkroddels.be 2005 - Contact - Redactie - Disclamer - Webdesign - Sitemap

    des: Arban