We pikten volgend verslag uit de Rootstown Music Free-Zine # 100 - zie ook www.members.tripod.com/rootstown
De weergoden droegen het festival voor deze dertigste editie alleszins een zeer warm hart toe. Enkel op donderdagavond was het even angstvallig afwachten of de regenbui tekenend zou zijn voor de rest van het weekend. Gelukkig niet dus. Integendeel, het lokale onweer was eigenlijk zeer welkom want hierdoor werden de volgende dagen enorme stofwolken vermeden die anders de pret zouden bederven bij de tropische temperaturen die er heersten. Organisatorisch verliep alles vlot. Er werden weer een aantal nieuwe aanpassingen doorgevoerd om het de festivalgangers zo aangenaam mogelijk te maken. Alhoewel er soms bij het einde van een concert een gezellige drukte heerste, kon je het moeilijk hebben over chaotische toestanden. De sfeer in Dranouter is dan ook nog steeds even uniek. We ontmoetten heel wat mensen die er na dertig edities voor de eerste keer kwamen en zich verbaasden over de relaxte en ontspannen ambiance. Dat is meteen de grote troef van Dranouter. Geen fascistisch gekleurde toestanden bij het binnenkomen of geen privaat leger dat post vat voor het podium. Hier kom je om je in een vakantiestemming drie dagen uit te leven (vier voor de diehards die reeds op donderdagavond present zijn). Voor de enen is het hoofdzakelijk fuiven van begin tot einde (mogelijkheden te over natuurlijk met in de eerste plaats de dranktent maar ook met een aantal zeer goede clubs gesponsord door drankfirma?s), voor anderen is dat op muzikale ontdekkingstocht gaan of gewoon de concerten bijwonen van een aantal welbepaalde artiesten en groepen. Zo komen we meteen bij het muzikale luik van deze dertigste editie. Voor velen oogde de affiche niet echt feestelijk. Er waren inderdaad geen overdonderende publiekstrekkers of special acts. Het was vooral een blik terug met hier en daar een paar nieuwe namen. Niets mis mee eigenlijk, op papier althans niet, in de praktijk verliep één en ander toch anders dan wat je zou mogen verwachten.
Na het voorspel op donderdagavond in de dranktent met Stampen En Dagen en The Skatalites mocht het Ierse Grada vrijdagnamiddag de driedaagse officieel openen in de grote concerttent. We zagen hen hier vorig jaar reeds aan het werk met zangeres Marie O? Malley als aantrekkelijke blikvanger in een Riverdance-verwante context. Dit jaar was het vooral een mooi evenwicht tussen subtiele Ierse melodieën en meer uitgelaten ritmen. Kortom, de perfecte soundtrack bij een kleurrijke brochure om de Ierse cultuur aan te prijzen. Een gepaste openingsact waarmee meteen duidelijk gemaakt werd dat de Ierse muziek toch wel een soort rode draad vormde bij de programmering. We hadden heel wat lovende woorden gehoord over de prestatie van Durango op het festival in Peer. Aan de hand van wat we hoorden van hun set in de clubtent moeten we toegeven dat deze gasten een rake mix brengen van funky blues met een hevig kloppende rock-?n-roll beat gekruid met een goede portie seks en de nodige knipoogjes naar The Red Devils. Een groep die nog voor malheurs zal zorgen in het clubcircuit. Met Troissoeur belandden we meteen bij ?the new tradition?. De vier jongemannen putten uit diverse bronnen maar aan de hand van een totaal eigen vocabularium bouwen ze aan een eigen traditie. Met een combinatie van hoofdzakelijk toetsen, viool en gitaar (akoestisch en elektrisch) creëren ze specifieke soundscapes aangevuld met aangepast videomateriaal. Je hoort dat de groep steeds verder evolueert en alles nog duidelijker gefocust wordt. Naast de ?sjamanistische? trekjes en Philip Glass-referenties vallen er door de zang ook meer en meer parallellen op met het werk van Wim Mertens. Met wat ze hier brachten, zouden ze trouwens heel wat fans kunnen winnen bij progrockers en liefhebbers van poëtische gothic. We kijken uit naar de nieuwe cd die er volgende maand aankomt. Het optreden van folklegende Alan Stivell hadden we met stip aangeduid op ons lijstje. Helaas voldeed hij niet aan de verwachtingen. We zagen hem de laatste jaren nog geïnspireerde concerten geven in de Botanique en de AB maar hier leek het heilige vuur meer op een waakvlammetje. Dit was zeker geen slecht optreden maar voor de dertigjarige editie van Dranouter had hij toch wat meer kunnen brengen dan een rustig kabbelende set. Met tussen door wat synthesizerklanken in combinatie met zijn harpspel kwamen we zelfs een aantal keren te dicht in de buurt van een new age-act. Dit werd wel gedeeltelijk opgevangen door het accent geregeld te verschuiven richting percussie waarbij er wat participatie van het publiek aan te pas kwam en ook de Pierre Henry-accenten waren oké maar het blikken geluid van het elektrisch drumstelletje ontnam de ziel aan het geheel. Wie Alan Stivell hier de eerste maal aan het werk zag, was misschien onder de indruk van het professionalisme maar van een passionele set kon je zeker niet spreken. Passie was er wel bij de speciale editie van de Passchendaele Suite. Deze aanklacht tegen de zinloze slachting van de Eerste Wereldoorlog is één van de aangrijpendste projecten van de laatste jaren hier in Vlaanderen. Voor deze avond werd een beroep gedaan op een hele waslijst van gasten waaronder Patrick Riguelle (zoals steeds schitterend in een Franstalige context), Coope, Boyes & Simpson (nog steeds met hun adembenemende samenzang) en Willem Vermandere (gewoon meesterlijk zichzelf). Een hoogtepunt van de driedaagse. Alleen werd dit concert ontsierd door een aantal klankproblemen. Ook onbegrijpelijk dat dit concert plaats had in de kleine concerttent. Dat de voorstelling bijna drie uur duurde, mag zeker niet als reden aangehaald worden. Dezelfde opmerkingen hebben we voor het concert van Yannis Markopoulus. Hoe is het mogelijk dat een wereldartiest als hij met koor en muzikanten op dit kleine podium moest samenhokken terwijl ?s anderendaags bijvoorbeeld in de grote concerttent twee hippe popjongens met zijn beiden het podium mochten inpakken voor een ondermaatse set. Totaal onverantwoord. Bovendien was de klank tijdens het concert van Markopoulus nog veel slechter dan tijdens Passchendaele. Telkens er een solo gezongen werd, gingen sowieso de eerste vijf seconden totaal verloren. Op een dergelijke manier kon je moeilijk echt genieten. Het publiek in de bomvolle tent liet Markopoulos echter niet in de steek en reageerde dolenthousiast alhoewel dit zeker niet het beste concert was dat we ooit van deze Griekse componist hoorden. Een revanche dringt zich op. Met nieuw werk op komst, O Tahytatos Louis (over de eerste Olympische kampioen marathonlopen in 1896), is er een extra reden om hem nog eens naar België te halen. En gastzangeres Eva De Roovere mag er zeker opnieuw bij zijn. Vóór het concert van Yannis (die het aankondigde als een aanklacht tegen het fascisme) was er nog een getuigenis van een overlevende van de atoombomaanval op Hiroshima. Vrijdag 6 augustus was het dan ook precies 59 jaar geleden dat de atoombom viel. De man pleitte voor de afschaffing van alle nucleaire wapens en is lid van de internationale organisatie Majors For Peace.
De zomer van 2004 is alleszins die van Sioen. De jongeman heeft acte de présence gegeven op zowat alle grote festivals en stond eveneens in het buitenland op een aantal grote podia. In Dranouter was er als speciale gast niemand minder dan Toots Thielemans. Deze laatste bewees hier nogmaals wat een muzikale kameleon hij wel is. Je mag Toots in eender welke combinatie plaatsen, hij drukt zijn stempel op de uitgevoerde nummers zonder de andere artiesten in een hoekje te drummen. Meesterlijk hoe hij zijn harmonicaspel integreerde in de popnummers van Sioen. Het jonge publiek apprecieerde trouwens ten zeerste zijn bijdragen. Voor het overige kregen ze waar ze voor kwamen: een goed opgebouwde set doorspekt met een reeks nummers die op korte tijd uitgegroeid zijn tot klassiekers in Vlaanderen. De subtiele extra?s die de cd zo opmerkelijk maken, werden hier weliswaar wat naar de achtergrond verdrongen maar het jonge (vrouwen)volkje genoot met volle teugen. Heel wat anders klonk het bij de Durban Black Drifters. De acht heren brachten een a capella set in hun Zulu-taal, opgefrist met een minimale choreografie. Automatisch duiken er parallellen op met Ladysmith Black Mambazo maar deze Drifters hebben voldoende klasse in huis om deze vergelijking achterwege te laten. Als iemand een opvolger voor Graceland wil maken, zijn zij de ideale kandidaten. Wel weer een heel ongelukkige programmering hier want op hetzelfde tijdstip toverde het Orchestre Baobab met zijn Afro-Cubaanse klanken de grote concerttent om in een heuse discotheek. De bende stond op scherp en klonk nog beter dan tijdens het toch al licht fantastische concert vorig jaar in de AB. Afrika liefhebbers werden dus voor een hartverscheurende keuze gesteld. Wie dit jaar natuurlijk niet mocht ontbreken, was Kadril. De carrière van de groep loopt haast parallel met die van het festival. Gedurende drie decennia hebben beide een hele evolutie gekend die enkel maar tot positieve gevolgen geleid heeft. ?The new tradition? is misschien niet zo extreem bij Kadril als bij het festival maar ze hebben zich al die jaren toch ook opengesteld voor een aantal invloeden. De laatste grote uitstap bracht hen in Galicië. Het was dan ook een soort best of uit de boeiende dubbel-cd La Paloma Negra waar we hier op vergast werden. Goede wijn hoeft eigenlijk geen krans, alleen vonden we het ook hier onbegrijpelijk dat de peetvaders van de Vlaamse folkrock slechts de kleine concerttent toegemeten kregen. Er waren opmerkelijk weinig popgroepen dit jaar op het grote podium met als één van de weinige uitzonderingen Starsailor. Deze Britse sensatie pakte uit met een rockconcert gelardeerd met alle trucjes in het genre, te beginnen met een ware decibelorkaan gekoppeld aan een imposante lichtshow. Het repertoire zelf is natuurlijk een vakkundig distilleren van het beste uit het oeuvre van U2 en Coldplay. Toegegeven dat de set mooi opgebouwd werd naar een explosieve climax maar het duurde wel wat lang eer hun diesel op gang kwam. Na een half uur vonden we het spelletje gitaar wisselen na elk nummer zelfs irritant (?show off? of totaal verkeerde setopbouw?). Perfect op een heus rockfestival maar als je dit als het hoogtepunt van Dranouter bestempelt, is er ergens fundamenteel iets verkeerd op een festival met als leidraad ?the new tradition?. Think of One daarentegen grasduint al jaren in diverse rootsstijlen en had een plaatsje op de affiche zeker verdiend. Momenteel zijn de heren volop in hun Braziliaanse periode, getuige hiervan is natuurlijk de bruisende cd Chuva Em Po. Net als tijdens de première in de AB een paar maanden geleden was hun concert een vuurwerk van Braziliaanse ritmen en pop onderbouwd met dreunende dubs. Tel daarbij de vijfenzestigjarige Braziliaanse Dona Cila Do Coco die tekeer ging als een duivelin in wijwater en je kreeg de perfecte afsluiter op het grote podium om van hieruit verder te feesten in de verschillende drank- en danstenten. Met de tropische temperaturen erbij is verdere commentaar overbodig. Toch even vermelden dat we onder de indruk waren van Digital Nooba die een eclectische mix brachten van programming, dj-kunstjes en livemuziek.
Zondag was een muzikale hoogdag. Absoluut hoogtepunt was de opvallende verschijning van Mariza (foto). Foutief aangekondigd als een diva (sterallures zijn deze integere artieste totaal vreemd ondanks succes op wereldniveau) overtuigde ze de hele tent simpelweg met één van de beste stemmen van het ogenblik en een innemende persoonlijkheid. Haar opvallend kapsel en de al even originele kledij (nog steeds ontworpen door haar vriend-ontwerper Joao Rolô) zorgden er natuurlijk voor dat je moeilijk naast haar kan kijken ondanks het grote podium maar eens ze zong en contact maakte met het publiek kon je zo opmerken dat alles recht uit het hart kwam. Haar fado is geworteld in de tradities van Lissabon maar ze deinst er evenmin voor terug om het exclusieve mannelijke bastion van de Coimbra-fado te doorbreken. Mariza bewees op verpletterende wijze dat je ook zonder lichtshow en zonder geluidsoverlast een fantastisch concert kan geven. Ze werd dan ook maar liefst tweemaal teruggeroepen voor een bisnummer. Moya Brennan had het natuurlijk aartsmoeilijk na een dergelijk concert maar overtuigde eveneens. Haar Iers repertoire was perfect ingekleed om een festivalpubliek op de hand te krijgen. Wie ook helemaal geen moeite had om de massa mee te krijgen, was Sarah Bettens. Ze bouwt momenteel haar solocarrière op maar veel verschil met vroeger konden we hier niet echt merken. Dit was goed in het oor klinkende poprock met een sterk Amerikaans tintje en natuurlijk gekleurd door haar nog steeds heerlijk zalvende stem. Zelfs broer Gert kwam voor een paar nummertjes opdraven. Voor een ander hoogtepunt na Mariza zorgde Goran Bregovic. Met een veel beperktere formatie dan in Sfinks een paar jaar geleden (maar toch nog met een twaalftal op het podium) bracht hij een uitgelezen keuze uit zijn oeuvre met daarin natuurlijk de nodige aandacht voor filmmuziek. Met een golvende beweging van bruisende brassband en subtiele vocale stukken van drie zangeressen (gehuld in kleurrijke traditionele klederdracht) al dan niet opgefleurd met wat gitaarriedels van de in kraaknet wit maatpak gestoken meester zelf veroverde Bregovic het hart van het aanwezige publiek. Meteen een bewijs dat er brassband en brassband is in de Balkan. The Chieftains trokken op hun beurt de kwaliteitslijn verder door. Tweeënveertig jaar zijn ze ondertussen bezig maar ze spelen nog steeds met het enthousiasme van jonge wolven. En als ze a capella zongen, klonk het nog steeds even helder als het bronwater dat gebruikt wordt om de single malt mee te maken. Dit was van begin tot einde genieten van traditionele Ierse muziek en dans (voor dit laatste luik hadden de heren weliswaar een koppel dansers meegebracht). Met een citaat uit Satisfaction herinnerden ze de aanwezigen eraan dat ook de Rolling Stones het een hele eer gevonden hadden met hen indertijd eens te mogen meespelen. Vintage Chieftains en vooral vintage Dranouter. Het dolenthousiaste publiek toonde meteen aan dat traditie niet altijd nieuw moet zijn om in de smaak van zowel jong als oud te vallen.
Natuurlijk viel er veel meer te beleven zoals het speciale folkproject Folk² (waarover de meningen nogal verdeeld waren), een akoestische set van Arid (tot vijf dorpen verder nog te horen), Laïs (of course), de bende van het Boombal, Tom Van Stiphout (volgens een bepaalde incrowd dé singer-songwriterrevelatie) en Jef De Belle et Les Flamands Rouges (degelijke Franse folk). Muzikanten en liefhebbers konden eveneens terecht in een tent waar gespecialiseerde instrumentenbouwers hun waar aan de man brachten.
Het was een uiterst gezellige jubileumeditie mede dankzij de fantastische weersomstandigheden maar zoals in ons verslag vermeld zitten we na afloop met een aantal vragen. Dat men zondagavond tijdens het middernachtnieuws met geen woord repte over de afsluiting van het festival zoals bij de vorige edities het geval was (maar wel een sfeerbeeld gaf over de tiendaagse Lokerse Feesten die op dezelfde avond afsloten) roept eveneens vraagtekens op. Dranouter is nochtans één van de meest unieke festivals. Aan de organisators om deze eigenheid ook de volgende dertig jaar te behouden.
Georges Tonla Briquet
Hieronder vind je nog links naar onze eigen tekst- en fotoreportages, in de rubriek 'verwante artikels'.