MANdolinMAN – Old Tunes, Dusted Down, (Majestic, Munich Records, mrscd001) 2011 - 36:57
Toen Hubert Boone vorig jaar zijn magnum opus uitbracht, was het zijn droom dat het hierin verzamelde repertorie van dansmelodieën uit de Vlaamse volksmuziektraditie niet helemaal verloren zou gaan en een inspiratiebron zou vormen voor een nieuwe lichting muzikanten die ook het volksdansrepertoire in hun hart dragen. Als eerste nam niemand minder dan zoon Andries Boone de handschoen op, met een aantal interpretaties vanuit een niet voor de hand liggende bezetting,… vier mandolinen, bemand door evenveel virtuozen.
Vraag is of Andries Boone een betere manier had kunnen bedenken om een schitterend eerbetoon aan het levenswerk van zijn vader te verbinden. Vader Hubert Boone kreeg vanaf 1968 als wetenschappelijk medewerker aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) te Brussel de onbeperkte mogelijkheid tot het verrichten van onderzoekswerk, wat tot diverse publicaties aanleiding gaf, met zijn ‘DANSMELODIEÊN UIT DE VLAAMSE VOLKSMUZIEKTRADITIE’ (Peeters-Leuven, ISBN 978-90-429-2192-4, 2010 – 676pp.) als riante kers op de taart. Zelf speelde hij sinds 1954 in de fanfare Sint-Stefanus uit zijn geboortedorp Nederokkerzeel. Naast de steeds wisselende concertprogramma’s waren het vooral ook de repertoires ‘serenademuziek’ die die fanfares ‘uit het hoofd’ beheersten, die mee zijn aandacht kregen. Het waren meestal vierstemmige, vooral 19de eeuwse dansmelodieën of ‘airekes’, die dan ook op balavonden de wereld ingeblazen werden. Het was een droom van vader Boone om met dit boek die vaak verrassende wijsjes voor de vergetelheid te behoeden. Andries (mandoline), vond een drietal zielsverwanten graag bereid om hierin een aanzet te realiseren, in een tribute naar zijn vader toe. Het eerste project van MANdolinMAN, waar snarengoochelaars Peter-Jan Daems (mandoline), Dirk Naessens (mandoline) en Maarten Decombel (mandola en mandocello) samen met Andries de lakens uitdelen, wordt door Jan De Smet in de toelichting op dit debuutalbum ‘OLD TUNES, DUSTED DOWN’, niet ten onrechte vergeleken met het verhaal van vader en zoon John en Alan Lomax. Zij deden zowat een gelijklopende oefening met de Amerikaanse folk en bluestraditie, en droegen daarmee substantieel bij tot het doen herleven van dit erfgoed.
Hoewel dit hier te lande zeker niet zo evident is om eenzelfde beweging op gang te brengen levert de aanzet van deze snarenvirtuozen alvast een klein dozijn speels opgefriste deunen uit de oude(re) doos, deskundig geselecteerd uit het repertoire waarmee ze ondertussen het land afreizen op diverse balfolkevenmenten. Deze zullen ongetwijfeld enkele impulsen losweken bij andere balfolkmuzikanten en uitnodigen tot bron van inspiratie. Sommige arrangementen werden bewust heel ‘standaard’ gehouden, terwijl andere nummers aroma’s uit diverse andere culturen uitademen, gaande van de Appalachen over Kaapverdië naar het Griekse schiereiland.
Plaatselijke melodieën uit Eppegem, Hever, Zaventem, Elewijt,… krijgen ditmaal geen blazerssectie over zich geen, maar ondergaan daarentegen het fluwelen snarenspel van een viertal mandolinen. Inzet is een springerige ‘Polka Elewijt’ die op enkele korte solistische versieringen na, behoorlijk ‘straight on’ gespeeld wordt. De keuze voor een meerstemmige aanpak en wissel in dynamiek is reeds een stuk prominenter aanwezig in de eerder snelle ‘Waltz Eppegem’. Deze trend zet zich verder in de heel interessante ‘Schottische Zaventem’. Origineel is het baslijntje dat gelegd wordt bij de inzet van ‘Contredanse Ghent (in F Major), waarin zich een heerlijk spel van pianissimo en forte ontplooit, sterk in contrast met het in hoger octaaf ‘geplukte’ voorspel op de heel lichtvoetig deinende ‘Mazurka Hofstade’,… een van de pareltjes, wat nog meer kan gezegd worden van de daaropvolgende, heel verrassend uit de hoek komende, ‘Polka Hofstade’, waar de muzikanten hun arrangementele kwaliteiten volledig botvierden, in een rockende aanpak met stevige baslijn, en maximale benutting van de vier stemlijnen. Deze benadering vormt een schril contrast met de sobere aanpak van de openingspolka. En dit niveau houdt aan in de frivole contradanssuite ‘La Rosalie’ & ‘La Charle Lorraine’. Na de elegante, romaneske ‘Mazurka Winksele’ gaan de akoestische registers terug voluit in de door de Mid-West geïnspireerde interpretatie van ‘Contredanse Ghent (in A Minor)’, alweer een prototype van hoe je met een oude melodie heel creatief kan omspringen (zonder het origineel te verkrachten). Na springgetij in de krachtig in tutti vertolkte ‘Polka Bever’, met enkele aardige lichtere intermezzo’s, is het finaal zalig glijden met de ‘Waltz Berg’, een heel sprankelende, uitbundige wals.
In tegenstelling tot wat we bij andere albums in het balfolkrepertoire aantreffen, werd hier niet uitdrukkelijk gekozen om de nummers de optimale danstijd te laten duren. Hiervoor duren de opnames misschien net iets te kort, maar zijn ze daarentegen perfect getimed om de luisteraar te kunnen blijven bekoren, mee in de hand gewerkt door hun bedrevenheid om her en daar te strooien met enkele humoristische noten, die samen met de meesterlijke nuances de frisheid alleen maar ten goede komen.
Groepsleden:
Andries Boone: mandoline
Peter-Jan Daems: mandoline
Dirk Naessens: mandoline
Maarten Decombel: mandola, mandocello
Meer informatie:
Klik
hier om deze cd te bestellen in Den Appel