I MUVRINI in CC De Spil, Spilleboutdreef 1 te Roeselare, op zaterdag 17 december 2011.
Zelfs als er geen muziek bij was geweest, zelfs als er niet dat verleidelijk zoetgevooisde discours was geweest van major domo Jean-François Bernardini, dan nog was het een prachtige avond geweest dank zij de boodschap die er uit opbloeide. Al viel het woord 'Kerstmis' nergens, het was een concert dat helemaal aansluit bij de kern van Kerst, een gegeven dat men in het feestgedruis, de blingbling, de koopwoede en de verplichte oefeningen met familie(s) telkens weer dreigt te vergeten. Maar al de rest was ook nog eens op de afspraak: zowel de pakkende presentatie van de voorman en zanger als de polyfone zang in het Corsu plus de wijdse muziek met hoog emogehalte, getekend I Muvrini. Het werd een avond om in te lijsten, eentje dat je zacht dooreenschudt met integer vertier, eentje waarna je nooit meer dezelfde bent. Of zoals GF (naar de Corsicaanse voornaam van Jean-François: Ghjuvan-Francescu) zegt: 'Liederen veranderen de wereld niet, dat is geweten, maar soms veranderen ze de manier waarop we naar de mensen en de wereld kijken.'
Men beschuldigt de broers wel eens van 'uitverkoop': dat ze de Corsicaanse traditie 'verraden' hebben door er ook nog een 'popcarrière' op na te houden. Dat ze via het debiteren van vrijblijvende 'zedenpreken' vooral hun eigen zakken vullen. Dat ze tekeer gaan tegen onrecht vanuit en met de steun van de industrie die mee die ongelijkheid in stand houdt en zelfs promoot. Als je echter de voorgeschiedenis van de Bernardini's kent, of als je ook maar één concert van I Muvrini hebt meegemaakt, en dan nog in deze quasi ideale technische omstandigheden en op mensenschaal als in onze culturele centra, dan weet je wel beter: dergelijke kritieken houden geen steek. Jean-François zei daarover in Matin-Corse in november 2000: 'Wat je doet, is goed... zolang je in het verdomhoekje zit: dan ben je 'authentiek', geloof- en achtenswaardig, conform aan het beeld dat men heeft van 'de stem van de minderheid' die toch niets in de pap te brokken heeft.' Hij vergelijkt I Muvrini met o.a. Noa, Alan Stivell, Alpha Blondy en de betreurde Cesaria Evora in dat verband: alsof al die mensen hun ziel aan de duivel hebben verkocht door meer mensen te bereiken! 'J'ai appris à me méfier de la perruque de l'authenticité, et préfère bien plus la vérité sur le visage des hommes.'
We wachten er ons voor om alles na te vertellen waar de verhalen rond de liedjes ons brachten. Het zou maar lullig klinken hier. Want weinigen zijn in staat om diepmenselijke bedenkingen zo raak, geloofwaardig en gloedvol over te brengen als GF. Maar de broers Bernardini -Alain zegt geen woord maar zingt des te geweldiger- reduceren een zaal van 800 mensen (peanuts voor deze lieden die grote stadions gewoon zijn) tot een gezellige woonkamer, dan wel eentje waar plaats is voor een heel orkest, in telkens wisselende combinatie aan- of afwezig. De Corsicaanse polyfonie heeft drie stemmen nodig (Stéphane Mangiantini staat de broers bij) Als je vier mensen ziet zingen, dan is daar één verdubbeling bij, meestal de basisstem, de secunda, of de lage, de bassu (enkel in de streek van de Nebbiu is er een aparte vierde stem!) Maar daar komen bij I Muvrini nog prominente keyboards bij, violiste Laurence Dupuis, frequent in een glansrol, gitarist Mickey Meinert (die o.a. ook mandoline en mandola bespeelt), drummer Thomas Simmerl (ook op cajon), een contrabassist uit Ivoorkust, Cesar Anot, die geregeld overschakelt op de elektrische bas.
Anot drukt ook als zanger zijn stempel, meer bepaald een Afrikaanse, wat o.a. in 'Gaïa' een prachtig effect sorteert. Hij doet zich voor als een 'losbol', maar schijn bedriegt: sinds 'Alma' (2005) verzorgt hij de arrangementen van de groep. Er is ook een blazer, die de weemoedige Armeense duduk, de tin whistle, de klarinet en de doedelzak bespeelt. Bij het al aangeraakte 'Gaïa', één van de songs waar het publiek aan het zingen wordt gezet via bordjes waarop de tekst staat en die op ludieke wijze worden getoond, vertelt GF doorgaans het verhaal rond 'Terre des hommes' en leest hij de kern van deze roman van Antoine de Saint-Exupéry voor (zoals je dat op YouTube kan weervinden) Niet op deze toer: om de mensen toe te laten zijn gedachtengang te volgen werd een off stage vertelstem ingeschakeld. Daar zorgde de Nederlandse Marlène voor. Ongetwijfeld was ze onontbeerlijk tijdens de drie concerten in Nederland, maar in Vlaanderen kennen de meeste mensen voldoende Frans om te volgen. GF stond er echter op dat ze ook de dertien Vlaamse concerten zou vertalen. Dat zorgde er echter voor dat de passage uit het boek van Saint-Ex niet aan bod kon komen. Die vertalingen waren een show op zich, want GF aarzelde niet om te variëren op het thema en eventjes met Marlène te dollen, een prerogatief dat zeker te maken had met het feit dat dit het laatste concert was van deze lange toer door drie landen: men was in Duitsland gestart.
Van ginder had hij een 'Duits schoolboek' meegebracht, waarin de geschiedenis van België in een notendop werd voorgesteld. Twee prentjes maar. Eéntje met een Waalse fabriek waarop een bordje: 'Ici on parle français.' en ééntje met een Vlaams bedrijf. Daar was dan te lezen: 'Ici on ne parle pas, on travaille.' Hilariteit. Als Corsicanen van iets op de hoogte zijn, zijn het wel taalproblemen! GF vertelt deze grap met een uitgestreken gezicht want, zegt hij daar zelf over, 'Un Corse ne rigole pas.' Vaak speelde hij trouwens tussen de regels door met de vooroordelen over Corsicanen, zoals die zo succulent uitgewerkt staan in 'Astérix en Corse', verplichte lectuur -in het Frans!- als je wat meer over de Corsicaanse wijze van denken en van hun... kaas wil te weten komen! Fijne, milde en intelligente humor alom, en gelukkig maar, want dat vormde een gezond tegengewicht voor de ernstige of poëtische verhalen: over de Touaregs die op bezoek in het dorpje van de Bernardini's, Tagliu-Isulacciu, gefascineerd raakten door een waterval en 's avonds niet wilden weggaan vooraleer de waterval... ophield met stromen. Er was de ode aan de rivieren van Corsica en aan al de stromen van de aarde, via één waterloop, de Golu ('Golu caru')
Projecties achteraan spelen clever in op de inhoud. Even is er ook een tekening met een moeflon te zien. Deze schapen met hun gekrulde horens zorgden voor de naam van de groep: 'I Muvrini' zijn gewoon 'de kleine moeflons'. Het verhaal van een elfjarige boerenknaap wordt zelfs van vele prenten voorzien. Die staat symbool voor de bedreigde landbouwers waar het prachtige 'Si natu Paisanu' naar verwijst. In dat lied staan enkel de Bernardini's op toneel met een piano: het kan ook heel sober. Er is de story van de Indianenstam in de Amazone die zich op hun eigen inventieve, vredevolle wijze verweren tegen de oliemagnaten, 'fleurs contre le pétrole'. Er is het sprookje van de uil en de vos dat de broers verteld werd door Vincent, een vriend van de Bernardini's. De man wordt weldra 103 maar is aan de beelden te zien nog goed te been. Nog zo'n treffend verhaal was dat van de winkel waar àlles te koop was, ook wereldvrede, recht op onderwijs, broederschap, solidariteit... Telkens verscheen een klein zakje op de toonbank. Toen de koper zich afvroeg waarom die zakjes zo klein waren terwijl het toch om grootse dingen ging, vertelde de verkoper: 'We verkopen de vruchten niet... Enkel de zaadjes!'
We gingen niets vertellen... Nogmaals: het komt pas tot leven als GF het vertelt en als de groep het omlijst met zijn breed uitwaaierende gezang, zijn prachtige melodieën en schitterende arrangementen. Het concert zelf was al een marathon (geen wonder dat de groepsleden aan het eind van de toer verklaarden zo vreselijk moe te zijn, al was daar op toneel niets van te merken, integendeel) Na zowat elk van de 7 (zeven!) 'rappels' veerde de zaal quasi unaniem recht op de groep te bedanken voor al dat moois. GF sneed 'Amsterdam' van Belg Jacques Brel aan: men kan zich de reacties inbeelden! Helemaal mooi werd het met het lied dat ze geleerd hadden van 'een andere eilandbewoner', die met zingen heel veel mensen bereikt had: 'No Woman No Cry' werd een ode aan de vrouw, net zoals Bob Marley het bedoeld heeft (de song is vaak verkeerd geïnterpreteerd!), een beeldschone verstilde uitvoering door vier zangers op krukjes bij mekaar gezeten, met daaraan gekoppeld de Afrikaanse zang van Cesar, de gitaar van GF en de viool van Laurence. 'Qui sin'a l'Umanita' sluit af. weer worden bordjes aangevoerd op toneel, maar op een gans andere manier opgesteld. Haast vanzelf begint iedereen de haast verslavende melodie mee te zingen. De koren blijven aanzwellen zelfs als de groep zwijgt.
Jean-François blijft intussen op het podium staan. Iedereen die meehielp om concert en toer te doen slagen, wordt hoofs bedankt, ook degene die de trip doorheen België met veel inzet in goede banen leidde, Gerrie Geurts. We krijgen nog een laatste 'parabel', die van de... cellen die ervoor zorgen dat een spuuglelijke rups in zijn cocon omgezet wordt in een fraaie vlinder. Die cellen worden eerst tegengewerkt en zelfs gedood door de andere cellen die geen verandering willen. Maar langzaam winnen deze 'visionaire, idealistische' 'cellules imagniales' aan kracht en worden ze talrijker, en veroorzaken ze uiteindelijk de metamorfose. Maar éérst waren ze slechts met enkelen. De vergelijking met menselijke omwentelingen als de Arabische lente ligt voor de hand. GF gelooft dat elke verandering uitgaat van een handvol visionaire idealisten. Het besluit luidt dan ook: 'Continuons à élargir le cercle!'
Jean-François geeft aan dat het formele concert, na bijna drie uur spelen, nu echt wel voorbij is... Om dan te vervolgen met: 'Maar we mogen niet doen alsof we niet weten wat er op 13 december gebeurd is.' Hij vermeldt het drama van Luik zelfs niet, want iedereen weet wat er toen op de Place Saint-Lambert gebeurd is. Voor onze smaak hoeft de onderliggende synthesizer, die perfect paste bij het eigenlijke concert, hier niet, maar dat neemt niet weg dat een allerlaatste kippenvelmoment volgt. De zangers brengen als coda een polyfoon 'Requiem', hetzelfde als dat waarmee ze hun allereerste, toen zuiver polyfone concert hier in deze zaal begonnen, bij hun eerste passage op 24 november 2004...
Voor ons mag dit het 'concert van het jaar' wezen.
Antoine Légat
P.S. Wie van de muziek wil genieten zoals die gebracht werd tijdens deze tournée, kan de dubbelaar raadplegen die deze zomer verscheen: 'Live Olympia 2011'.
Playlist: 1/ Barbara Furtuna 2/ Per Oghje 3/ Quandu sentera 4/ Alma 5/ O Pace Santa 6/ Golu caru 7/ Di quale si l'Amore 8/ Un ti ne scurda 9/ Di 10/ Bonafurtuna 11/ Quadrigliu 1 12/ Gaïa 13/ Si natu Paisanu 14/ Quand he 15/ A Voce rivolta
Bissen. 1/ Elli a sanu 2/ Amsterdam (Jacques Brel) 3/ Inseme is pò 4/ Fate 5/ No Woman No Cry 6/ Qui sin'a l'Umanita
Coda: Requiem.