Nog steeds het fijnste folkfestival(Concertverslag)
Vorig jaar gietende regen, dit jaar stralende zon. En net als elk jaar werd het Folkfestival van Ham weer een mooi folkfeest waar de bezoekers, en ook heel wat muzikanten, graag een weekend vertoeven. Nieuw was de nieuwe festivalluifel achter de Celtic Art Gallery, het huis van de familie Reusen, de bezielers van het festival. Ze zijn duidelijk nog niet van plan om er mee op te houden daar, want ook de derde generatie Reusentjes is volop in aanmaak en opgroei.
Op vrijdag opende JEBB het festival. Ze bleken minder jong en vernieuwend dan de aankonding voorspelde en ze sloegen af en toe een nootje schreef, maar ze deden wat ze hoorden te doen: een folkfestival openen met folk.
Hoofdact was uiteraard DERVISH. Deze Ierse topgroep bestaat intussen ook al 23 jaar, maar er werd met sprankelend enthousiasme gespeeld en gezongen. Ik had wat schrik van het wegen van de jaren op Cathy Jordens stem, vroeger prachtig, maar 2 jaar geleden klonk ze in Alden Biezen bijzonder scherp door de micro. Gelukkig was er geluidsman Patrick, die doorheen het hele weekend van verschillende optredende groepen complimenten kreeg omwille van de kwaliteit van het geluid. Cathy gaf het publiek wat het verwachtte en zong o.a. The Fair Maid en een fijne versie van Boots of Spanish Leather. Een mooi en energiek concert.
Zaterdag mocht MANYDAKI openen. Ze stonden met zijn 10-en op het podium en brachten een mooie selectie Europese folk. Wat hen onderscheidt van andere groepen is hun uitgebreide percussiesectie, geen drums maar didgeridoo, bodhran en Afrikaanse percussie. Het zorgde voor een verfrissend geluid, een aangename opener.
Doedelzaktrio GRIFF mocht volgen. Ze speelden in kwintet, met Jeroen Knapen op gitaar en Bert Ruymbeek op chromatische accordeon. De zang van Raphaël De Cock neemt een meer centrale plaats in dan in het begin. Mooie muziek, origineel en afwisselend.
De groep ROOTS bracht vooral Angelsaksisch geïnspireerde muziek. Met bas en drums erbij klok het erg folkrock. Goed en vlot gespeeld, maar ROOTS miste naar mijn aanvoelen een tikkeltje bijzonderheid om lang te boeien.
Op dan naar een man alleen, CHRIS WOOD, om 20u op het podium. Met enkel zijn gitaar, een handvol mooie liedjes en een prachtige volle stem wist hij het publiek in zijn ban te houden. Een sympathieke en authentieke man met idealen die zong over toekomen met een tikkeltje minder en die met prachtige nummers als ‘Jerusalem’ en ‘Jehova’ het geloof op de korrel nam en een positieve boodschap bracht. Uit zijn verhaal sprak ook veel respect voor zijn grote bezieler Martin Carthy.
En daarna was het tijd voor het grote geweld: de Hongaarse violist ROBY LAKATOS is een van de beste muzikanten ter wereld en hij liet zijn meesterschap afstralen op Ham, zijn orkest strak dirigerend, maar tegelijk veel ruimte gevend aan zijn muzikanten, een fenomenale symbalonspeler (een soort hakkebord), gitarist, pianist en contrabassist. Lakatos is bekend om zijn mix van volksmuziek en klassieke muziek, maar experimenteert duidelijk ook meer en meer met jazz. Een deel van het publiek haakte naar mijn aanvoelen hierop wat af, ook klonk de viool bij momenten snerpend scherp door. Maar de staande ovatie op het einde was meer dan verdiend voor zoveel muzikaal meesterschap.
Mijn persoonlijke topmoment van het weekend: voor het optreden van Roby Lakatos kwam zijn contrabasspeler door de deur, Vilmos Csikos, een kolossale Hongaar die in Brussel woont en meespeelt als (gast)bassist in zowat elk gerenommeerd Roma-ensemble dat in België te zien is. Hoe vaak zou hij met Lakatos gerepeteerd hebben? Aan enkele subtiele reacties te zien niet zo vaak, maar het leek weer alsof hij al jaren met deze muzikanten samenspeelde. Een prachtige virtuoos die contrabas speelt met zijn hele lichaam, telkens weer een echt plezier om deze man muziek te zien en horen spelen.
De zondag begon met PICKIN’ DADDY die eenvoudige Antwerpse country bracht en daarmee aan Ed Kooiman deed denken. Niet mijn ding, maar hij wist een deel van het middagpubliek zeker te boeien.
SURPLUZ bracht een mengeling van oud en nieuw werk en bewees daarmee dat hun inspiratiebronnen nog niet zijn opgedroogd. Het is benieuwd uitkijken naar hun nieuwe CD die in december zal uitkomen.
FARAN FLAD speelde dan weer vooral werk uit hun eerste en tot nu toe enige CD. De groep werd voor de gelegenheid aangevuld met bas en drums en klonk vol. De kracht van FARAN FLAD blijft voor mij Heather Grabham, die zingt en speelt met een zeer fris en frivool geluid en daarbij wordt aangevuld door Luc Pilartz die zijn viool weer prachtig liet klinken. Ook fijn om folkpercussionistBart Deblaere nog eens terug aan het werk te zien.
En dan was het tijd voor VETEX, of voluit Orchestre National de Vetex, een Belgisch-Oost-Europese balkanfanfare met veel blaaswerk en wat percussie die een volle dansvloer anderhalf uur lang uitgelaten deed rondspringen, maar mij met haar eenvoudige ritmes nogal weinig variatie bood.
Het publiek had tijdens het weekend teveel stilgezeten en dat moest ingehaald worden. Het bal op zondagavond met CARABEL was dan ook top! Toon Van Mierlo en Pascale Rubens waren die vrijdagochtend beginnen repeteren met de Waalse violist Luc Pilartz en de Noord-Franse draailierspeelster Cécile Delrue en ze hadden op die korte tijd maar liefst 26 njummers klaargestoomd, geïnspireerd op muziek uit Midden-Frankrijk. De sound was erg vol met Toon bijna steeds op doedelzak, accordeon, viool, draailier en een ritmisch voetje door Pascale. Een geslaagde afsluiter voor alweer een zeer fijne editie van Folkfestival Ham.
En wie wil lezen wat Marc Reusen over subsidies te vertellen heeft, kan dat hier vinden. Ik kan alleen maar zeggen: tot volgend jaar voor het mooiste van alle folkfestivals !