Lesgever van dienst was Thierry Riou van de Cercle Celtique Gwen Ha Du uit Landrévarzec. Als degelijk opgeleid instructeur voor Bretoense dans wist hij perfect hoe hij de groep, bestaande uit overwegend geroutineerde bal-folkers en enkele neofieten, moest aanpakken. Niet minder dan 20 dansen passeerden de revue, van zéér gemakkelijke (als men tenminste geen moeite doet om zich de erbij horende stijl aan te meten) tot behoorlijk moeilijke. Daarbij werd het gros van de dansen uitgevoerd op zang gebracht door Thierry himself, bijgestaan door “de Freddy”, son c(h)oeur préféré, en dit terwijl ze beiden zelf meedansten. Hij vertelde me dit te doen omdat hij op die manier zeer goed kon laten aanvoelen hoe de dans en de muziek samen een harmonisch geheel vormen: arm- en voetbewegingen gebeuren bij Bretoense dans immers niet zomaar, maar worden gestuurd vanuit accenten in de muziek. Door zelf te zingen, kon hij die accenten héél precies leggen. En, zo vervolgde hij op een vraag van Jak, het is precies door die accenten, alsook het aantal maten in een muzikale phrase, dat je een andro kan onderscheiden van een laridé of een gavotte. Niets gemakkelijker dan dat ! Natuurlijk, als de muzikanten die accenten correct leggen. En tot wat het leidt als ze dat niet doen, konden we ’s avonds tijdens de eerste jam-sessie ondervinden: het was ons niet ontgaan dat tijdens het spelen van een andro Thierry stond te klungelen dat het geen naam had. Om je krom te lachen. “Ah, les Flamands sont forts ! Ils savent danser un andro sur n’importe quoi!”, zei hij achteraf, waarna hij zich geamuseerd naar de muzikanten schoot voor enige duiding. Misschien is dat een idee voor de volgende keer: ook muzikanten van hier bij zo’n dansstage betrekken.
Ik heb het mij deze keer behoorlijk gemakkelijk gemaakt voor de beschrijving van de dansen: ik heb bijna alles op video opgenomen; enkel de Suite Plinn ontbreekt. Dus ditmaal eens een Dansroddel zonder veel proza, maar met extra veel kijk- en luisterplezier (klik op de titels van de dansen).
1) Rond à 3 pas: een gemakkelijke dans uit Le Pays Vannetais, bedoeld om de asynchronie tussen armen en benen te oefenen: de armen bewegen constant op 4 tijden, maar er worden slechts 3 stappen gezet.
2) Hanter Dro: uit dezelfde streek. Twee op onze folkbal heersende misverstanden werden verholpen:
a. De armen worden niet rechts boven links gehouden, maar de mannen hebben ze beide boven !
b. De eerste drie stappen worden naar links gezet, niet naar voor of achter. De “stap naar achter” is niet echt naar achter: de rechtervoet wordt net achter de linker gezet.
3) An Dro Mod Koh (synoniemen: Drao, Tour): uit Le Pays Vannetais - Gallo. Het lichaam is 45% gedraaid in de dansrichting, de rechtervoet steeds gericht naar het centrum (dus gedraaid naar rechts tov de lichaamsas). Armen halverwege de torso, bewegen licht op en neer. Alle passen worden naar voor-links gezet, in de dansrichting (dus niet opzij).
4) En Dro (synoniem: an dro). Dit is de dans zoals wij hem kennen. Werd pas ingevoerd in 1960 ! Nog een misverstand opgelost: men moet niet de pinkjes vastnemen, maar wel slechts één vinger: het doet er niet toe dewelke.
5) Ridée in 6 tijden. Ontstond in 1880 als een verdere evolutie op de Hanter Dro: men heeft er gewoon de armbewegingen aan toegevoegd. Men houdt één vinger vast, bovenarmen dicht bij het lichaam. Ook al is de dans in 4/4+2/4, de muziek is dat vaak niet ! Vandaar het belang om de armbewegingen krachtig te maken om de draad niet te verliezen.
6) Ridée-polka. Dit is wat men een “danse-jeu” heet, in contrast met de andere “danses-mères”. “C’est pour s’ amuser”, zei Thierry, net alsof de andere dansen dat niet zijn. Maar hij bleek vooral te doelen op het feit dat je voor de traditionele dansen toch wel de stijl in de gaten moet houden, terwijl voor de danses-jeux dat niet het geval is. In dit geval gaat het om het afwisselen van ridée-maten met polka-maten waarbij de man de polka inzet met de dame aan zijn linkerkant, er zorg voor dragend ze op het eind rechts te plaatsen. Zo wordt telkens met een andere partner gedanst.
7) Laridé in 8 tijden (synoniem: ridée in 8). Zoals een ridée in 6, waarvan de 5e en 6e tijd opschuiven naar 7 en 8, en men op de vrijgekomen 5e tijd de hielen licht om ze op 6 neer te zetten. Men mag nochtans de steps zo complex maken als men wil, als men het basisritme maar niet verstoort. Een uitgebreide beschrijving hebben we gegeven in de Dansroddel Laridé in 8: voor toeristen en dansneuten.
8) Pilé menu. Een eenvoudige dans waarbij ook de stappen niet zo vastliggen. De basis is: links naar voor, rechts bijbrengen, rechts achteruit, links bijbrengen. Dat mag men interessanter maken door steun te nemen, op te verdelen in 1-2-3, etc.
9) Rond de St-Vincent sur Oust. Een dans die afkomstig is uit het gelijknamig dorpje, waar Ti Kendalc’h zich bevindt, het mekka voor Bretoense dans.
10) Dans Tro (syn: Gavotte divisée sur 3 et 4), gedanst op een ton simple: deze dans komt uit Le Poher. Voor mij was het een verrassing om vast te stellen dat er zoveel verschillende waren, althans in die zin dat in Bretagne de naam gavotte tout court als groepsnaam wordt gebruikt voor een hele waaier aan dansen met dezelfde basis. Zie ook de Dansroddel An Dro of Gavotte ?. De term divisée heeft te maken met waar het bijschuifpasje zit. In dit geval is het ritme: Tam Tam Ta-ta-tam Tam Tam Ta-ha.
11) Tamm Kreiz. Gavottes worden altijd in een Suite gedanst, bestaande uit ton simple, tamm kreiz (of bal) en ton double. De tamm kreiz is om even uit te rusten.
12) Gavotte divisée sur 4 et 5. In dit geval is het ritme: Tam Tam Tam Ta-ta-tam Tam Ta-ha.
13) Gavotte mod Gilgoden (synoniem: Jilgoden). Dit is een danse-jeu waarbij men de cirkel waarin men standaard danst, onderbreekt om, nog altijd in gavotte pas, de man te laten dansen met de dame aan de linkerkant, die op het einde van de reeks rechts wordt afgezet. Hetzelfde principe dus als de ridée-polka van daarstraks.
14) Dans Tro Fisel: uit Le Pays Fisel. Dit is een vorm van de gavotte divisée sur 4 et 5, maar waarbij men tijdens de eerste 4 tijden in plaats van L R L R te stappen, men telkens op L afzet, om op R te springen. De competitievorm ervan heet “ar butun”. Die heeft dezelfde stappen, maar men heft telkens de onderbenen zéér hoog op. Op de video worden beide vormen afgewisseld.
15) Bal Fisel. Dit is het analoog van de Tamm Kreiz bij een gavotte de montagne.
16) Dans ar podou fer. Een danse-jeu op gavotte waarbij men afwisselend met het aangezicht en de rug naar de cirkel danst.
17) Pach Pi (zie ook de Dansroddel Van gigue tot pach pi). Een dans die uit een wandeling- en een spronggedeelte bestaat, met elk veel variaties. De vorm die hier wordt gedanst is een wandeling met polka-pasjes, en een springdeel waarbij men telkens wanneer men op het rechterbeen springt, men het linker alternerend voor of achter het rechterbeen plooit.
18) En dro retourné (An dro chench tu). Opnieuw een danse-jeu waarbij de ketting wordt onderbroken, op het vaste melodietje: J’ai neuf à dix moutons dans mon village en haut.