Kadril – De andere kust – 2005 - Wild Boar Music – WBM 21057 – 63’46’’
Zo’n twee jaar na ‘PAYS’ en amper één jaar na het schitterende ‘LA PALOMA NEGRA’, brengt KADRIL weer een ongewoon interessante cd uit. ‘DE ANDERE KUST’ is net als ‘LA PALOMA NEGRA’ een project met buitenlandse artiesten, en deze keer wordt de band aangehaald tussen Vlaanderen en Amerika. Vanuit Antwerpen vertrokken tussen 1850 en 1930 duizenden Europese emigranten met de fameuze ‘Red Star Line’ naar Amerika. Op de schepen was een smeltkroes van nationaliteiten terug te vinden, en ieder had zo zijn reden om de reis te maken. Het is die sfeer die KADRIL, samen met drie schitterende zangeressen, op cd probeert te zetten. En ze zijn daarin behoorlijk geslaagd.
Het afgelopen jaar was er veel rond Kadril te doen. Er was de langverwachte verschijning van de cd ‘La Paloma Negra’, en niet lang daarna de aankondiging van Eva’s vertrek bij de groep. Daarna volgden de audities voor een nieuwe zangeres, die door folkroddels nauwlettend in het oog werden gehouden. (art. 3197) Ondertussen deed Eva haar laatste optredens met Kadril (art. 5037), en in de zomer werd Patrick Riguelle er voor de gelegenheid terug bijgehaald, zonder zijn door Marc Uytterhoeven onderschatte LAATSTE SHOW BAND natuurlijk (art 3893). In oktober werd de naam van de nieuwe zangeres bekendgemaakt: Mariken Boussemaere (interview: art 6847). Na enkele kennismakingen met het publiek bleek algauw dat Mariken de geschikte zangeres zou zijn voor ‘DE ANDERE KUST’. Voor dit project werd ook beroep gedaan op de Engelse Heather Grabham en de Hongaarse Silvia Bognár, twee zangeressen die elk de zangstijl van hun roots beheersen.
De cd begint met een hoogtepunt. ‘A fényes nap’ (een afkoring van ‘A fényes nap immár elnyugodott…’), gezongen door Silvia Bognár en door een eenzame draailier begeleid, maakt een perfecte overgang naar ‘De gespeelkens’, waarin we de stem van Mariken te horen krijgen. ‘De gespeelkens’ was nog één van de Oud-Nederlandse klassiekers die in het repertorium van Kadril ontbrak. Niet alleen is de opbouw zo goed, ook de muzikale begeleiding is uitstekend. Met haar versie van ‘De gespeelkens’ zet Mariken Boussemaere zich in één klap op de folkkaart tussen Soetkin Collier en Eva de Roovere. Kadril heeft duidelijk niet achter het net gevist.
In het derde nummer pakt Heather Grabham met ‘The New York trader’ uit. Deze roodharige Engelse voelt zich blijkbaar heel goed met de Kadrilband om zich heen, en ze legt ook het nodige vuur en enthousiasme in het nummer. Alsof ze zelf één van die angstige matrozen was die hun onzuivere kapitein overboord gooiden, omdat ze dachten dat de Atlantische storm het op hem gemunt had. Stinus geeft op folkspot.be een mooie omschrijving van haar stem “een kruising tussen het grillige van Kate Bush, het zoetgevooisde van Kate Rusby en het eigenzinnige van Heather zelf”.
Silvia Bognár laat ons in nummers als ‘Elment az én rózsám’ en ‘Mikor a szoroson’ proeven van die prachtige Hongaarse zangtraditie. Als geen ander laat ze met het gevoel in haar stem de hartzeer voelen die vaak met het vertrek naar de andere kust gepaard ging. Haar bijdrage levert echt een gevoelige meerwaarde.
Een plezierreisje was het vertrek naar die andere kust niet. Ook Mariken en Heather dragen in de gevoelswaarde van de plaat hun steentje bij. Het droevige aspect van de vlucht naar Amerika (of ‘Ameriky’) klinkt door in de nummers ‘Treurig lied’, ‘De scheiding’ en ‘The Americans have stolen my true love away’, waarvan de titels alleen al genoeg zeggen. Ook het themalied, getiteld ‘De andere kust’, vertelt een oversteekverhaal met een minder goede afloop. Knap is de bewerking van ‘The dreadnough’, waarin Heather zingt over één van die Atlantische schepen, op de tonen van ‘Het schippersalfabet’.
De doordachte bewerkingen en het juiste gebruik van het instrumentarium waarover KADRIL beschikt, zorgen voor het onmisbare geluid dat ‘De andere kust’ heeft. Naast hun gewone instrumentarium (doedelzak, draailier, accordeon, mandoline, viool, bas, gitaren, drums…), horen we enkele andere geluiden die we minder van hen gewoon zijn: de banjo van Dirk Verhegge, Erwin Libbrecht die de koboz bespeelt (een luitachtig instrument) en Hans Quaghebuer die met een kaval (een soort fluit) voor een Oost-Europese tint zorgt. Wat Bart De Cock buiten de doedelzak en nyckelharpa nog met de knotwilg doet is voorlopig nog een vraagteken, maar het is ongetwijfeld een goede vraag voor één of andere folkquiz.
In de levendige Hongaarse nummers ‘Túl a vizen – ördög söre’ en ‘Ludasim, pajtásim…’ bewijst de groep dat ze er echt wat van kan. Na het leuke, bijna kinderlijke ‘De lutine’ (over een schoon schip dat vergaat), krijgen we de bekende scottisch ‘Le canal en Octobre’ van Frédéric Paris te horen, in typische Kadrilvorm gegoten.
De laatste vier nummers van de in totaal negentien nummers doorbreken een beetje de eenheid van de cd. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de livewaarde van het project. Gone to America van Steeleye Span, staat heel goed op cd, maar ‘Kecskes’ en ‘Cluck old hen- Whiskey before breakfast’ die live ongetwijfeld voor ambiance zorgen, zijn op cd naar mijn mening minder geslaagd. Of ze passen misschien toch minder bij het geheel.
Een luisteraar die het programma niet live heeft gezien, slikt ongetwijfeld wel even wanneer plots de Koninklijke Harmonieën van Boezinge en Elverdinge vrolijk door de boxen klinken. Vervolgens zet Erik Wille, gesteund door zowel de vrouwelijke als mannelijke stemmen van Kadril, met veel overtuiging ‘Amerika is een schoon land’ in. Op de Red Star Line waren geen elektrische gitaren en waarschijnlijk ook geen draailieren, waardoor het nummer nog historisch onderbouwd is ook. En wie had ooit gedacht dat ons oma ooit nog met KADRIL zou meezingen? Een hilarisch happy end dus, maar ik heb het nummer toch niet opgenomen in de programmatie van mijn cd-speler.
Met ‘DE ANDERE KUST’ bewijst KADRIL opnieuw dat ze één van de meest veelzijdige folkgroepen is van Europa. Heather Grabham, Szilvia Bognár en Mariken Boussemaere zorgen samen met de groep voor enkele muzikale pareltjes. De cd is inderdaad veel kalmer dan we van hen gewoon zijn, maar net als ‘LA PALOMA NEGRA’ is ook dit project enorm boeiend en aangrijpend. De eerste, vrij korte reeks voorstellingen is spijtig genoeg al voorbij (Kadril is intussen bezig aan het volgende programma), en voor wie het gezelschap live wil zien is het wachten tot de volgende serie. Maar de aanschaf van de cd, trouwens prachtig opgenomen, is ongetwijfeld een goede tegemoetkoming. De cd beschikt over een stijlvolle lay-out die niet zal misstaan in menig cd-rek, en is voorzien van een zwart dobbelsteentje, handmatig ingebracht door ALEA.
Op de website van cdroots zijn twee fragmenten te beluisteren:
A fényes nap
The New York trader
Klik hier om deze CD te bestellen in Den Appel. Hij wordt je dan gewoon opgestuurd, samen met een overschrijvingsformulier.