Lente 2003

In deze editie :

 

MUZIEK UIT DE HETE WOESTIJN

 

2002 - World Music Network - RGNET 1093 CD - 63'11"

 

 

 

 

 

 

 

THE ROUGH GUIDE TO ARABESQUE

Arabesque is de naam van een Nederlandse rockgroep. Maar het is ook een muziekgenre. Al sinds begin jaren 90 waren er groepen die Arabische muziek vermengden met Westerse invloeden. Men noemde het 'dar' of 'new bled'. Bij mijn weten werd de term 'Arabesque' pas in 1997 voor het eerst gebruikt. De Algerijn Mouram Mazous (MoMo voor de vrienden) had zowel in Parijs als in Londen enkele goedlopende horeca-zaken opgericht, had onder één van zijn restaurants een club waar vaak dar werd gespeeld, en besloot een compilatie-cd uit te brengen. Hij noemde hem 'Arabesque'. Naast grote sterren als Khaled en Cheb Mami kwamen ook mindere goden er in aan bod. Zo ook het ORCHESTRE NATIONAL DE BERBES (met een remix van hun opzwepende "Alaoui", MoMo zelf, maar ook - een beetje onverwacht wellicht - STEREO MC's. In haast alle nummers komt veel percussie voor, vaak een eenzame ney (fluit), en vooral, de muziek is overwegend melancholisch en toch erg groovy. Wat ook opvalt is dat dit genre eigenlijk zelden in Arabische landen wordt gemaakt. Het zijn vooral migranten die wonen in London, Parijs of Berlijn die de Arabesque-grootheden zijn. Of hoe muziek een metafoor kan zijn voor maatschappelijke integratie…
Intussen zijn we al vele jaren verder, en zie, zelfs onze hitlijsten worden bestormd door dergelijke Arabesque. Op het moment dat ik dit schrijf staat "Mundian Bach To Ke" van Panjabi MC hoog in de Ultratop. Hoog tijd dus om de nieuwe Rough Guide To Arabesque te bespreken.

De opener "A Muey A Muey" van AISHAS KANDISHA'S JARRING EFFECTS is zonder enige twijfel één van de beste nummers van de cd. Het is een donker groovy dub-nummer met scratches en loops, en een hypnotiserende raï-stem erbovenop. En het dateert al van 1993! Twee andere hoogtepunten zijn "Zanzibar" van DuOud (Mehdi Haddab-Smadi) en "Desert Dancer" van NICKODEMUS. Beide nummers vallen te catalogeren onder de rubriek world-lounge. Desert Dancer stond trouwens ook op de uitstekende verzamelaar Buddha Bar IV. Een beetje in dezelfde stijl, maar dan net iets sneller en dus misschien nipt dansbaar is "S'hasi" van Ali Slimani. Heel leuk vond ik ook "Tango" van SOAP KILLS. THE GOTAN PROJECT goes Arab. Maar het blijft niet bij rustige trip-hop achtige muziek, neen, er volgt ook nog stevige dansmuziek. Zo is "Lahillah Express" van GNAWA IMPULSE Arabische jungle en "Fantasy" van OOJAMI desert-drum'n bass. Wat mij betreft meteen de twee slechtste nummers van de cd. Ik heb helemaal niets tegen kruisbestuivingen van Arabische en Westerse muziek, maar die kruisbestuiving alleen is niet genoeg. Er moet nog enige originaliteit in het eindresultaat liggen. Geef mij dan maar de Franse darbouka-hiphop van MAFIA MAGHREBINE of van U-CEF die beiden op deze compilatie schitteren.
De eindconclusie is zeker positief. Deze Rough Guide To Arabesque is evenwichtiger opgebouwd dan de (duurdere) ARABESQUE die indertijd door MoMo werd samengesteld.

Hou je van dergelijke muziek, grijp dan nog eens terug naar de recensie van AFRICAN TRAVELS (winter 2001

2002 – ARC MUSIC – EU CD 1780 – ARC MUSIC – 47’00”

DALINDA – TURQUOISE

Deze Arabische cd werd geproduced door Hossam Ramzy. Deze percussionist is bekend voor zijn baanbrekend werk bij Page & Plant (je weet wel, die twee frontmannen van LED ZEPPELIN die twee live-albums uitbrachten met Led Zeppelin-nummers in een bezetting met Afrikaanse muzikanten), Loreena McKennit, Cheb Khaled, Sting, Peter Gabriel en vooral AFRO CELT SOUND SYSTEM. “Esh Hal Quadny” lijkt bijvoorbeeld sterk op het werk dat Hossam deed met Page & Plant. Dalinda zelf is een Libische schone (uit de Sahara dus), al heeft ze ook Bosnische roots. Ze zegt zelf beïnvloed te zijn door muziek uit de balkan, Italië, van zigeunermuziek, en vooral van Arabische muziek. Geef toe, op papier klinkt dit allemaal indrukwekkend. De hoge verwachtingen worden echter maar ten dele ingelost. O, er wordt wel degelijk uitstekend gemusiceerd hoor : op saz, ney, bouzouki, magrouna, … Maar deze cd heeft wel een erg hoog pop-gehalte. De muziek doet vooral sterk denken aan die van Tarkan, Shakira, Alabina en Sertab. In “Yeslam Galbak” resulteert dit in een fuifnummer pur-sang. Ook de rest van de muziek is best wel dansbaar, maar alles klinkt wat overgeproduced. Te ‘af’. Behalve dan “Efrah Wi Ghanny” dat heerlijke groovy Arabesque is. Een plaat dus die zeker geapprecieerd kan worden door een groot publiek, maar die voor de meer gespecialiseerde liefhebber van wereldmuziek waarschijnlijk glad zal overkomen.

 

DE LAGE LANDEN

 

2003 - Appel Rekords - APR1302 - Music & Words - 53'11".

Website : www.jongfolk.tk

 

 

 

 

 

Fotosessie van persvoorstelling van deze cd : klik hier of op onderstaande foto :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JONG FOLK

"JONG FOLK" is een realisatie van v.z.w. 't Smiske. Het is de tweede plaat die uitgebracht wordt onder hun label 'Appel Rekords' (de eerste was de DANSEND FOLK-compilatie - die ook gecoacht werd door Wim Claeys). Hun bedoeling was een staalkaart te maken van het aanstormende jonge folktalent (dat nog geen eigen full-cd uit had). En of dit gelukt is ! Eindelijk kunnen we weer eens trots zijn Belg te zijn. Er staat gewoon geen enkel zwak nummer op de plaat. Ik heb nog maar zelden een compilatie-cd beluisterd waarop zovele hoogtepunten voorkomen. Niettegenstaande vijftien verschillende groepen hun ding doen, is er toch een duidelijk 'gemeenschappelijke sound' waar te nemen. Een soort van 'MuziekBelgique'. Eigenlijk is dit niet te verwonderen : in onze folkscene is het heel gebruikelijk dat muzikanten in verschillende groepen spelen en zo elkaar beïnvloeden. Ter illustratie : de volgende muzikanten spelen allemaal in meer dan één groep op deze compilatie : Birgit Bornauw, Pieter Lenaerts, Pascale Rubens, Rémi Decker, Maarten Decombel en Raphaël Decock. En er is niet alleen een kruisbestuiving van muzikanten, ook van muziekstijlen. Vele groepen vermengen invloeden van overal in hun muziek. Van Tuvaanse boventoonzang, over Scandinavische melancholie, Ierse virtuositeit en Bretoense dansen naar Galicische uitbundigheid. Vaak zijn er zelfs Afrikaanse en Oosterse ritmes en melodieën te bespeuren. Maar net hierdoor klinkt de muziek zo overduidelijk Belgisch. We zijn nu eenmaal een volkje dat leeft op een kruispunt van culturen.
Normaal bespreek ik nooit alle nummers van een cd. Als ik bij deze cd echter één nummer niet zou bespreken zou dit ten onrechte afbreuk doen aan de 'onbesproken' groep. Dus : hier komen ze allemaal :

Al van bij het eerste nummer "Zand & Shelptjes" is het prijs : TANTRA's Klaterend mandoline- en gitaar-spel in combinatie met een weemoedige viool en etnische percussie doen je verlangen naar een Blankenberge ergens aan de Oostzee. De Nederlandse vertaling van Tantra's genregenoten BAL DES BOITEUX is "bal der kreupelen". Dansmuziek ? Tsja. Het gekozen nummer "Air 11" is b.v. in 11 tijden geschreven wat de dansbaarheid nu niet meteen bevordert. En de muziek zit stampvol dissonanten en ritmestoornissen. Maar wat een prachtig klankenpallet ! Ze slagen er met hun vaak repetitief bespeelde akoestische instrumenten moeiteloos in om een trance op te wekken bij de luisteraar.
GEZELLIG ONDERUIT ZONDER ELEKTRIEK (afgekort als Göze) bestaat uit slechts twee muzikanten, maar het zijn dan wel niet van de minsten : Wim Claeys (diatonische accordeon en dode koe) studeerde accordeon in Zweden en schittert o.a. bij Ambrozijn en Tref (samen met die twee andere accordeon-goden, Didier Laloy en Bruno Le Tron). Maarten Decombel zit in zijn voorlaatste jaar klassieke gitaar (conservatorium Gent) en speelt o.a. bij KEUKKOJOEN EN GRIFF. Ze zijn dol op vrolijke begrafenisliedjes en triestige liefdesliedjes. Een optreden van Göze meemaken is veel meer dan twee virtuozen aan het werk zien. Het is vooral ook echt plezant. Ze zetten je graag op je verkeerde been. Zoals hier met hun "Te Trage Schottische". Net zoals bij Göze combineert DAZIBAO diatonische accordeon met snaren. Maar zij spelen op twee accordeons, en niet enkel op klassieke gitaar, maar ook op flamencogitaar en luit. Hun composities vertrekken wel vanuit traditionele muziek, maar worden erg ruim geïnterpreteerd. Enerzijds richting jazz, en anderzijds richting Arabo-andalousisch. Sophie Cavez zou nog maar twee jaar op trekzak spelen. We kunnen enkel concluderen dat ze de voorbije twee jaar dus constant gespeeld heeft, want anders kun je zo'n niveau gewoon niet halen, zowel qua compositie als qua uitvoering. "'K VOEL ME BELG" is ook goed te vergelijken met Göze. In den beginne waren ze een duo (Rémi Decker op doedelzak en Pierre-Yves Berhin op diatonische accordeon). Het zijn erg goede muzikanten (nochtans autodidacdt) : ze kaapten als jonge snaken hoofdprijzen weg op Gooik en Saint-Chartier. En naast de muziek vinden ze ook de sfeer (en de humor) op hun optredens erg belangrijk. Sinds kort is KVMB echter geen duo meer. De percussionist Renaud Baivier vervoegde hun rangen. Dat maakt dat hun muziek die al erg dansbaar was, dat nu nog meer is. "On dit partout…" is gebaseerd op twee vrolijke bourrees uit de Auvergne. Rémi bespeelt ook zijn doedelzak bij GRIFF. Een doedelzak is net als b.v. een draailier een bourdon-instrument. Dat wil zeggen dat er 'grondtonen zijn'. Een doedelzak heeft vaak twee pijpen zonder gaatjes met elk één grondtoon, en een derde pijp die net zoals een fluit wel gaatjes heeft en waarvan de toonhoogte dus wel kan gewijzigd worden. In GRIFF staat de doedelzak centraal : er zijn er zo maar eventjes drie (naast Rémi ook Raphaël De Cock en Birgit Bornauw). Dit in combinatie met een diatonische accordeon, contrabas en gitaar (die eigenlijk vooral fungeren als 'ritmesectie') zorgt vaak voor energetische muziek. In "trolska" wordt gans Europa bereisd, van Zweden tot Galicië. Een verwante groep aan GRIFF, maar dan in een iets kleinere bezetting is VUELTA. Zijn zijn net als Radio 1 "met hart en ziel bij de koers". Maar hun klassiekers worden gereden op doedelzak, contrabas en diatonische accordeon. En Birgit raakt niet buiten adem. Zelfs niet op de rondo van Frankrijk. Bij MUSARAIGNE gaat het er 'klassieker' aan toe. Dat heeft natuurlijk vooral te maken met de combinatie van diatonische accordeon met een Cello. In "Lamadamatout" (vrij vertaald als "zij heeft alles") wordt op prachtige wijze jaloezie op muziek gezet. En je kunt er nog op dansen ook.
De meeste nummers op deze cd zijn instrumentaal. Maar er zijn uitzonderingen. De muziek van MAIRAN wordt gedragen door de zangeressen Lief en Jes Proost, Elly Aerden, zanger/pianist Florejan Verschueren en verder nog gitaar, percussie, bas en piano. Op deze cd staat een Franstalig nummer, maar de groep zingt in zowat alle Europese talen. Drie meisjes die zingen. En dan nog meerstemmig. Dat roept natuurlijk onmiddellijk associaties met Laïs op. Maar Maïran mag niet zomaar bestempeld worden als 'een soort Laïs'. Maïran zingt melodieuzer en minder rauw dan Laïs (ik ben trouwens dol op beide zangstijlen). En alle Mairan-songs zijn zelfgeschreven. Hun "Sur les marches" gaat over een romance tussen een mooi meisje en een schoenmaker. KEUKKOEJOEN is Tuvaans voor 'Blauw Konijn'. En Tuvu kennen wij natuurlijk vooral van de boventoonzang (van b.v. Huun-Huur-Tu). Het is deze keelzang die de muzikanten van Keukkojoen vijf jaar geleden samenbracht. Ze zijn nog steeds dol op het aftasten van de grenzen van de menselijke stem (kulning ofte sheepcalling, joiks zoals van Wimme of Mari Boine, polyfonie, …). Maar ook instrumentaal staan ze erg sterk (cello, fluiten, doedelzak, gitaar, synthesiser, …). In "Nanuk-polska" maak je in het gezelschap van een witte beer een reis van de Noordpool over Rotterdam naar Gallicië.
En mag er nog gefuifd worden ? Neem een sax, viool, accordeon, gitaar en tuba. Meng dit, laat het rijzen, en voeg tot slot wat percussie toe. En voilà, je feestfolk is klaar om opgediend te worden. TURDUS PHILOMELOS volgde dit recept nauwgezet. Als enige groep zijn ze op deze "JONG" tweemaal present. Een eerste keer met de gekende traditional "Tagada". En wat later met het korte maar daarom niet minder swingende "Tsouin tsouin!". Zoals de titel "(B)EAT THIS!" al laat vermoeden had ook het BALLROOMQUARTET zin om er eens goed in te vliegen. De intro doet wat denken aan "No Quarter" van Page & Plant die toen experimenteerden met rock en Oosterse muziek. Het duurt echter niet lang of het tempo wordt opgedreven tot iets wat we nog best "folk-disco" kunnen noemen. Zelf noemen ze het "Oriental House". Het is onvoorstelbaar welke klanken Andries Boone uit zijn mandoline weet te krijgen (zou hij les gevolgd hebben bij Angus Young ?). Ik probeerde het nummer al eens uit op de boombalmarathon en mijn vermoeden werd bevestigd : dit wordt een folkfuifhit. Net zoals "El Castillo" van AedO. Het nummer begint, hoe kan het ook anders, met een Spaanse gaïta (doedelzak van aldaar). Pieters sax doet haast onmerkbaar mee, en plots volgt dan een uitbarsting van vrolijke folkenergie waar de groep een patent lijkt op te hebben. Ik ken heel wat schoenmakers die zich in de handen zullen wrijven bij het aanhoren van deze uitbundige jig. Ook FOLLIA! komt dansbaar uit de hoek. "Quand la belle s'y promène" is een rockende bourrée. Het zou me te ver lijden het uitgebreide instrumentarium van Follia! op te sommen, maar zo goed als alle traditionele folk-instrumenten worden gebruikt, een drum, en een electrische gitaar. In "Zorro" van TOUCHE DE BEAUTÉ valt vooral de bluesy slide-gitaarspel van Dré De Schouwer op dat een extra drive geeft aan de al erg swingende muziek. Dit is typisch zo'n nummer waar het moeilijk is om niet spontaan in je handen te beginnen klappen.
Ik hoop oprecht dat er mensen het initiatief zullen nemen deze cd rond te sturen naar concertorganisatoren doorheen gans Europa. En jullie kopen hem natuurlijk massaal, en komen allemaal supporteren op het Folkfestival Dranouter waar de groepen zullen worden voorgesteld in de danstent.

2003 - Blunt Records - 03001 - 54'

Op de site van stickmanagment zijn er geluidsfragementen van deze cd te beluisteren.

 

 

 

BLUNT - on the battlefield

Het is niet zo makkelijk voor een rockgroep om een plaat te maken. Haast nooit heeft een studio-album dezelfde rauwe energie van een live-optreden. Kijk maar naar THE LEVELLERS : ze maakten "LEVELLING THE LAND", maar slagen er nu al sinds jaren niet meer in om opnieuw een behoorlijk album uit te brengen terwijl ze live nochtans beresterk blijven. Daarnaast hebben onze Vlaamse rockgroepen nog een extra handicap : Engels is niet onze moedertaal. Bij een West-Vlaming b.v. is West-Vlaams de moedertaal. Nederlands is slechts een 'tweede taal'. Dan komt Frans, en dan pas Engels. Vele groepen hebben dan ook moeite om overtuigend over te komen in het Engels. Ik liet een Amerikaanse vriend ooit eens een nummer van THE SCABS beluisteren. Hij lachte zich een breuk met hun overdreven gearticuleerde uitspraak, terwijl wijzelf daar nauwelijks iets van merken.
Na deze inleiding hoor je me waarschijnlijk al komen : de nieuwe cd "ON THE BATTLEFIELD" van BLUNT klinkt minder energiek en rauw dan hun live-optredens. Het is nu eenmaal simpeler om uit de bol te gaan als je op een podium staat voor een schare uitzinnige fans, dan in een klinische studio waar je voor de 25ste keer dezelfde strofe mag inzingen. En als je in een ietwat beschonken toestand op datzelfde podium wat onverstaanbaars mompelt in je micro, dan merkt geen kat dat je Engels een vreemd accent heeft. Ze merken zelfs niet eens dat je in het Engels aan het zingen bent. Op een studioplaat is dat natuurlijk anders : de kleinste stemintonatie is er hoorbaar.
Maar afgezien daarvan is "ON THE BATTLEFIELD" best wel een feestelijke plaat hoor. Dankzij de inbreng van zanger/violist Rik Vandewalle is de Moorseelse groep geëvolueerd van rock naar retro-folkrock. "Out of Town" en vooral de folk-reggae van "years of the image" hebben dezelfde groove als hun Engelse genregenoten K-PASSA. En ondanks de rockende ondertoon blijft de muziek toegankelijk (poppy ?). De krachtige opener "I Would Grow" is wat mij betreft typerend voor dit album : vrolijke elektrische gitaren, een strakke drum en West-Vlaams Engels. In "the green fields of France" (kennen we natuurlijk van THE FUREYS) slaagt Rik er zelfs in West-Vlaams Engels met een Iers accent te zingen. Rik schreef ook de meeste nummers. Behalve dan de (werkelijk uitstekende) instrumentale titeltrack "on the battlefield" die van de hand is van bassist Stijn Deldaele. Ze namen ook enkele traditionals op. De bekendste is natuurlijk "Jan Mijne Man" dat in de jaren 70 al door RUM werd gespeeld en onlangs nog geïnterpreteerd werd door de Nederlandse WE-NUN-HENK. Dit nummer mag gerust beschouwd worden als het lijflied van Blunt. Verleden jaar was dit zonder meer het hoogtepunt van hun gesmaakte optreden op Deerlycke Folk, en het zal deze zomer op menig folkfuif ongetwijfeld op gejuich onthaald worden. Al even energetisch is "Old John's Jig". Als je deze jig wilt uitdansen dan loop je best ter voorbereiding eerst enkele marathons. Eén van de beste nummers van deze cd is "funny old man", een voor Blunts doen 'traag' en zelfs 'donker' nummer waar Peter Boone schittert op piano. Over de afsluiter "birri birri" zijn de meningen verdeeld. Sommigen vinden het een overbodig nummer. Ik niet. Hoewel de opnamekwaliteit verre van perfect is slaagt het er wel in je een idee te geven van de sfeer van een Blunt-optreden. En optreden, dat is nu net dat waar Blunt goed in is. Dat kunnen jullie op Labadoux en Dranouter deze zomer trouwens nagaan.

2003 - HA'ndelsbeurs - HA'02 - Culture Records - 54'15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OBLOMOV - YA'WAAW 

De Gentse HA'ndelsbeurs is pas sinds het najaar 2002 actief, maar is er in die korte periode in geslaagd een prominente plaats in te nemen binnen de Gentse cultuurscene. De schitterende locatie is wellicht één oorzaak. Maar hun succes is vooral te verklaren dankzij de kwaliteit van de concerten. De schitterende mix van wereldmuziek, klassiek, jazz, folk, singer-songwriters, de betere pop en poëzie spreekt de bezoekers duidelijk aan. De Handelsbeurs wil echter verder gaan dan enkel concerten organiseren. Ze willen Vlaamse artiesten steunen die werken binnen de genres die ze als HA' koesteren. Vele groepen krijgen momenteel door de penibele situatie waarin vele platenmaatschappijen verkeren niet de kansen die ze eigenlijk verdienen. Daarom richtte de HA' een eigen platenlabel op, maar dan zonder commerciële belangen. Ze trokken hiervoor in 2003 alvast een budget uit van 60.000 €. Hiermee willen ze de opnames van een aantal cd's meefinanciëren. De betrokken groepen zullen hoogstwaarschijnlijk ook kunnen optreden in de handelsbeurs zelf, en door de uitstekende internationale contacten met andere cultuurtempels en boekingskantoren is de kans groot dat die artiesten ook elders in Europa podia zullen vinden. Een eerste cd die uitgebracht werd onder dit label was "METAMORF", een live-opname van de openingsproductie van de HA' onder leiding van Wouter Vandenabeele. Maar deze cd is enkel via het bespreekbureau te koop en niet in de handel verkrijgbaar.
De eerste officiële release is "YA'WAAW" van OBLOMOV. Een uitstekende keuze : Oblomov was de eerste groep die (weliswaar besloten) het podium betrad van de HA', Gerry De Mol en Eva De Roovere waren al meermaals te gast met hun "kleine blote liedjes". En laat ons vooral niet vergeten dat Oblomov inspiratie zoekt in muziekdomeinen die de HA' nauw aan het hart liggen. Ze beschrijven hun muziek als de soundtrack van een tram die over de kasseien van een Vlaamse stationsstraat rijdt : er is een Pita-bar, een Vietnamees restaurant, een pizzeria en je kunt er Mexicaans gaan eten. Ze laten geen enkel hokje recht, slopen alle muren en verbinden muziekjes van de hele wereld met elkaar. De muzikanten zijn niet van de minsten : Eva De Roovere is de stem van KADRIL en zong onlangs nog mee met het HAMDALLAYE-project, Gerry De Mol was in een vorig leven muziekjournalist (De Morgen, Knack, …), gooide zijn kap over de haag en bespeelt nu al sinds twintig jaar zo'n 1063 snaren (gitaar, oud, laud). Hij zingt ook. Bassist Jan Cordemans heeft nog de bel-pop van de eighties meegemaakt (Rick Tubbax en de taxi's), Azzedine Jazouli is een Marokkaanse percussie-virtuoos. Hij mag dan klein zijn van gestalte, hij heeft meer 'vellen' dan de andere groepsleden samen. Mattias Laga is zeker geen onbekende in folkmiddens : hij bespeelt klarinetten, saxofoons en tarotta bij o.a. OLLA VOGALA en JAUNE TOUJOURS. Hij maakte ook deel uit van het Hamdallaye-team. De woeste klassieke cellist Lode Vercampt was op zijn negende al laureaat van 'Jeunes Talent', behaalde de graad van Meester in de Muziek aan het Gentse Conservatorium. Hij schitterde al bij IL NOVECENTO, I FIAMMINGHI en PRIMA LA MUSICA. Hij heeft ook al een popcarrière achter de rug met o.a. GORKI, Jo Lemaire en Johan Verminnen. Af en toe speelt hij mee in de theaterproducties van HET MUZIEK LOD. Kortom, een cello-fenomeen. Tot slot is er nog Laila Amezian, een in Antwerpen geboren Marokaanse die al heel lang in Brussel woont. Haar gevoelige jazzy stem kon ons verleden jaar al bekoren bij STUDIO PAGOL, een Waals world-beats project. Pas vanaf mei maakt ze vast deel uit van Oblomov, maar ze zingt wel al mee op de cd.
Met zo'n bezetting kan het niet anders dan dat hun muziek zich in de driehoek jazz, wereldmuziek en folk nestelt, net zoals b.v. Olla Vogala. Toch is de muziek van beide groepen compleet anders. Waar Olla Vogala imponeert klinkt Oblomov net intiem. Of zoals het zelf zeggen : "ingetogen humor, uitbundige depressies en wereldmuziek uit Vlaanderen. De muziek komt van overal en nergens, zodat het geen zin meer heeft te vragen vanwaar nu precies deze of gene melodie kwam".
Ya'waaw opent met "Goncharew zegt iets". Als ik me niet vergis is Goncharew een Russische schrijver die ooit het boek 'OBLOMOV' schreef. Het eerste echte nummer is "Ze lacht naar mij". Dit nummer over resultaatloos geflirt werd meteen een radiohitje. Meer typerend voor de cd is "La Serena", een Spaans gezongen nummers begeleid door een intrieste Cello. Of het meesterlijke "Sangatte", waar Sergey Klevensky (van de Russiche FARLANDERS) als gastmuzikant op duduk speelt. Oblomov vond zijn inspiratie voor dit lied in een song van Tucker Zimmerman/Derrol Adams. Maar de tekst werd vertaald naar de Europese situatie van economische vluchtelingen die trekken vanuit Afrika over Gibraltar naar Sangatte (in Noord-Frankrijk, aan de kanaaltunnel), en vaak blijven hangen, of gevat en teruggestuurd worden en steeds maar opnieuw proberen, steeds maar opnieuw. Je moet werkelijk een hart van steen hebben om geen tranen in de ogen te krijgen bij het aanhoren van dit droevige verhaal. In het tweetalige "Groenendaal" (over een stationnetje in Brussel, een nummer van André Bialek & Wannes Van De Velde) gaat de zang van Eva en Laila naadloos in elkaar over. Maar ook de instrumentale nummers op deze cd zijn van een eenzaam hoog niveau : in "Matram" zorgen Sergey (op low flute & zhaleika) en Mattias voor vuurwerk, terwijl er in "Neferjoni" een glansrol weggelegd werd voor Lode Vercampt. Hij is er een wilde cellist die een Egyptische farao-dochter belaagt. "Semai Nahawent/Ach het went (als ge't kent)" is Trage Ottomaanse kamermuziek, maar Oblomov breide er wel iets Westers aan. Naast Sergey is ook de accordeonist Ivan Smeulders een welkome gast op deze plaat. Hij bracht "Ya Racha Fattan voor zeelui" aan, een nummer dat hij oppikte in de haven van Fez. Eigenlijk zou ik alle nummers kunnen bespreken. Ze zijn allemaal prachtig, vaak droevig, maar er is ook plaats voor een knipoog (wat dacht je van de woordspeling in de wals "Het eenzame pletwalsje" ?). Er is maar één nummer die me iets minder kon bekoren en dat is "Red me dan". Gerry speelde ooit nog mee met Lula Pena en kreeg daar ongetwijfeld het fado-virus te pakken. Het nummer is trouwens een vertaling van een Portugees liedje van Jorge Fernando. Het doet echter wat vreemd aan dat het refrein in schril contrast staat met de melancholie die in de rest van het liedje primeert. Dit was blijkbaar een bewuste keuze, en zal door sommigen wellicht als charmant worden ervaren, maar is wat mij betreft toch iets minder geslaagd. Nu ja, het is enkel als een plaat zo sterk is dat men begint te letten op dergelijke kleine details.

Voor binnenkort

 

2003 - Wild Boar Music - WBM 21039 - ALEA - 46'13"

www.kadril.be

Fotosessies van Kadril op www.folk.tk sinds het verschijnen van deze cd:

KADRIL - PAYS

"PAYS" verwijst naar het oud-Nederlandse woord voor 'vrede' (zoals in peis en vree b.v.). Een naam die wel past bij deze voor Kadrils doen erg vredige plaat. Er wordt veel minder gerockt dan in de dagen met Patrick Riguelle, en dat zullen fans van het eerste uur misschien jammer vinden. Toch toont KADRIL hier aan dat het helemaal niet nodig is om stevig te rocken om toch te swingen. Luister maar eens naar de prachtige bourree "La Charge", of vooral naar de zeer dansbare andro "La femme sans tête" die gaat over een riviertje dat je tegenkomt als je op weg bent naar het Zuiden van Frankrijk. Het valt trouwens op dat de meeste dansbare muziek op deze plaat Bretoens getint is. Zelfs "Bea's farewell to Brussels". Maar het is niet door de volksdansmuziek dat deze PAYS herinnerd zal worden, neen, het zijn vooral de weemoedige nummers die op het lijf (of meer nog op de stem) geschreven zijn van Eva De Roovere. Ik hoorde zelfs iemand zeggen dat deze cd en niet de vorige "EVA" had moeten heten. Ze kijkt in "Meditatie over een voorbije jeugd" met enige spijt terug naar een verbraste pubertijd. Al even gevoelig is "De schaduw van het bos", het treuren van het riet, waar ze alleen is met haar liefdesverdriet en dit bezingt via metaforen uit de natuur. Een zo mogelijk nog mooiere tekst komt van de bij ons onbekende Nederlandse dichter Piet Paaltjes. "zo somber en bitter als ik zong, zo zong er op aarde nooit een". Waarschijnlijk dankzij de inbreng van producer Gabriel Yacoub werd erg veel aandacht besteed aan het vocale. "Het Kerelslied" wordt vierstemmig a capella gezongen. Tijdens de cd-voorstelling in Gent klonk dit live nog niet zo goed, maar in de Arenbergschouwburg jongstleden toonden ze hoe het wel moet. En op cd is dit nummer zeker één van de blikvangers. Muzikaal valt het op dat Kadril "beter" geworden is. In "De kapiteinsdochter" schittert Hans Quaghebeur op zijn nieuwe draailier, en "Glorieuze Violette - Papichon" heeft een dissonant middenstuk dat van AMBROZIJN had kunnen zijn. Neen, Kadril rockt niet meer zoals vroeger. Ze zijn namelijk geëvolueerd. En deze fan van het eerste uur ook…

2003 - Blunt Records - 03001 - 54'

Op de site van stickmanagment zijn er geluidsfragementen van deze cd te beluisteren.

 

 

 

BLUNT - on the battlefield

Het is niet zo makkelijk voor een rockgroep om een plaat te maken. Haast nooit heeft een studio-album dezelfde rauwe energie van een live-optreden. Kijk maar naar THE LEVELLERS : ze maakten "LEVELLING THE LAND", maar slagen er nu al sinds jaren niet meer in om opnieuw een behoorlijk album uit te brengen terwijl ze live nochtans beresterk blijven. Daarnaast hebben onze Vlaamse rockgroepen nog een extra handicap : Engels is niet onze moedertaal. Bij een West-Vlaming b.v. is West-Vlaams de moedertaal. Nederlands is slechts een 'tweede taal'. Dan komt Frans, en dan pas Engels. Vele groepen hebben dan ook moeite om overtuigend over te komen in het Engels. Ik liet een Amerikaanse vriend ooit eens een nummer van THE SCABS beluisteren. Hij lachte zich een breuk met hun overdreven gearticuleerde uitspraak, terwijl wijzelf daar nauwelijks iets van merken.
Na deze inleiding hoor je me waarschijnlijk al komen : de nieuwe cd "ON THE BATTLEFIELD" van BLUNT klinkt minder energiek en rauw dan hun live-optredens. Het is nu eenmaal simpeler om uit de bol te gaan als je op een podium staat voor een schare uitzinnige fans, dan in een klinische studio waar je voor de 25ste keer dezelfde strofe mag inzingen. En als je in een ietwat beschonken toestand op datzelfde podium wat onverstaanbaars mompelt in je micro, dan merkt geen kat dat je Engels een vreemd accent heeft. Ze merken zelfs niet eens dat je in het Engels aan het zingen bent. Op een studioplaat is dat natuurlijk anders : de kleinste stemintonatie is er hoorbaar.
Maar afgezien daarvan is "ON THE BATTLEFIELD" best wel een feestelijke plaat hoor. Dankzij de inbreng van zanger/violist Rik Vandewalle is de Moorseelse groep geëvolueerd van rock naar retro-folkrock. "Out of Town" en vooral de folk-reggae van "years of the image" hebben dezelfde groove als hun Engelse genregenoten K-PASSA. En ondanks de rockende ondertoon blijft de muziek toegankelijk (poppy ?). De krachtige opener "I Would Grow" is wat mij betreft typerend voor dit album : vrolijke elektrische gitaren, een strakke drum en West-Vlaams Engels. In "the green fields of France" (kennen we natuurlijk van THE FUREYS) slaagt Rik er zelfs in West-Vlaams Engels met een Iers accent te zingen. Rik schreef ook de meeste nummers. Behalve dan de (werkelijk uitstekende) instrumentale titeltrack "on the battlefield" die van de hand is van bassist Stijn Deldaele. Ze namen ook enkele traditionals op. De bekendste is natuurlijk "Jan Mijne Man" dat in de jaren 70 al door RUM werd gespeeld en onlangs nog geïnterpreteerd werd door de Nederlandse WE-NUN-HENK. Dit nummer mag gerust beschouwd worden als het lijflied van Blunt. Verleden jaar was dit zonder meer het hoogtepunt van hun gesmaakte optreden op Deerlycke Folk, en het zal deze zomer op menig folkfuif ongetwijfeld op gejuich onthaald worden. Al even energetisch is "Old John's Jig". Als je deze jig wilt uitdansen dan loop je best ter voorbereiding eerst enkele marathons. Eén van de beste nummers van deze cd is "funny old man", een voor Blunts doen 'traag' en zelfs 'donker' nummer waar Peter Boone schittert op piano. Over de afsluiter "birri birri" zijn de meningen verdeeld. Sommigen vinden het een overbodig nummer. Ik niet. Hoewel de opnamekwaliteit verre van perfect is slaagt het er wel in je een idee te geven van de sfeer van een Blunt-optreden. En optreden, dat is nu net dat waar Blunt goed in is. Dat kunnen jullie op Labadoux en Dranouter deze zomer trouwens nagaan.

2003 - HA'ndelsbeurs - HA'02 - Culture Records - 54'15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OBLOMOV - YA'WAAW 

De Gentse HA'ndelsbeurs is pas sinds het najaar 2002 actief, maar is er in die korte periode in geslaagd een prominente plaats in te nemen binnen de Gentse cultuurscene. De schitterende locatie is wellicht één oorzaak. Maar hun succes is vooral te verklaren dankzij de kwaliteit van de concerten. De schitterende mix van wereldmuziek, klassiek, jazz, folk, singer-songwriters, de betere pop en poëzie spreekt de bezoekers duidelijk aan. De Handelsbeurs wil echter verder gaan dan enkel concerten organiseren. Ze willen Vlaamse artiesten steunen die werken binnen de genres die ze als HA' koesteren. Vele groepen krijgen momenteel door de penibele situatie waarin vele platenmaatschappijen verkeren niet de kansen die ze eigenlijk verdienen. Daarom richtte de HA' een eigen platenlabel op, maar dan zonder commerciële belangen. Ze trokken hiervoor in 2003 alvast een budget uit van 60.000 €. Hiermee willen ze de opnames van een aantal cd's meefinanciëren. De betrokken groepen zullen hoogstwaarschijnlijk ook kunnen optreden in de handelsbeurs zelf, en door de uitstekende internationale contacten met andere cultuurtempels en boekingskantoren is de kans groot dat die artiesten ook elders in Europa podia zullen vinden. Een eerste cd die uitgebracht werd onder dit label was "METAMORF", een live-opname van de openingsproductie van de HA' onder leiding van Wouter Vandenabeele. Maar deze cd is enkel via het bespreekbureau te koop en niet in de handel verkrijgbaar.
De eerste officiële release is "YA'WAAW" van OBLOMOV. Een uitstekende keuze : Oblomov was de eerste groep die (weliswaar besloten) het podium betrad van de HA', Gerry De Mol en Eva De Roovere waren al meermaals te gast met hun "kleine blote liedjes". En laat ons vooral niet vergeten dat Oblomov inspiratie zoekt in muziekdomeinen die de HA' nauw aan het hart liggen. Ze beschrijven hun muziek als de soundtrack van een tram die over de kasseien van een Vlaamse stationsstraat rijdt : er is een Pita-bar, een Vietnamees restaurant, een pizzeria en je kunt er Mexicaans gaan eten. Ze laten geen enkel hokje recht, slopen alle muren en verbinden muziekjes van de hele wereld met elkaar. De muzikanten zijn niet van de minsten : Eva De Roovere is de stem van KADRIL en zong onlangs nog mee met het HAMDALLAYE-project, Gerry De Mol was in een vorig leven muziekjournalist (De Morgen, Knack, …), gooide zijn kap over de haag en bespeelt nu al sinds twintig jaar zo'n 1063 snaren (gitaar, oud, laud). Hij zingt ook. Bassist Jan Cordemans heeft nog de bel-pop van de eighties meegemaakt (Rick Tubbax en de taxi's), Azzedine Jazouli is een Marokkaanse percussie-virtuoos. Hij mag dan klein zijn van gestalte, hij heeft meer 'vellen' dan de andere groepsleden samen. Mattias Laga is zeker geen onbekende in folkmiddens : hij bespeelt klarinetten, saxofoons en tarotta bij o.a. OLLA VOGALA en JAUNE TOUJOURS. Hij maakte ook deel uit van het Hamdallaye-team. De woeste klassieke cellist Lode Vercampt was op zijn negende al laureaat van 'Jeunes Talent', behaalde de graad van Meester in de Muziek aan het Gentse Conservatorium. Hij schitterde al bij IL NOVECENTO, I FIAMMINGHI en PRIMA LA MUSICA. Hij heeft ook al een popcarrière achter de rug met o.a. GORKI, Jo Lemaire en Johan Verminnen. Af en toe speelt hij mee in de theaterproducties van HET MUZIEK LOD. Kortom, een cello-fenomeen. Tot slot is er nog Laila Amezian, een in Antwerpen geboren Marokaanse die al heel lang in Brussel woont. Haar gevoelige jazzy stem kon ons verleden jaar al bekoren bij STUDIO PAGOL, een Waals world-beats project. Pas vanaf mei maakt ze vast deel uit van Oblomov, maar ze zingt wel al mee op de cd.
Met zo'n bezetting kan het niet anders dan dat hun muziek zich in de driehoek jazz, wereldmuziek en folk nestelt, net zoals b.v. Olla Vogala. Toch is de muziek van beide groepen compleet anders. Waar Olla Vogala imponeert klinkt Oblomov net intiem. Of zoals het zelf zeggen : "ingetogen humor, uitbundige depressies en wereldmuziek uit Vlaanderen. De muziek komt van overal en nergens, zodat het geen zin meer heeft te vragen vanwaar nu precies deze of gene melodie kwam".
Ya'waaw opent met "Goncharew zegt iets". Als ik me niet vergis is Goncharew een Russische schrijver die ooit het boek 'OBLOMOV' schreef. Het eerste echte nummer is "Ze lacht naar mij". Dit nummer over resultaatloos geflirt werd meteen een radiohitje. Meer typerend voor de cd is "La Serena", een Spaans gezongen nummers begeleid door een intrieste Cello. Of het meesterlijke "Sangatte", waar Sergey Klevensky (van de Russiche FARLANDERS) als gastmuzikant op duduk speelt. Oblomov vond zijn inspiratie voor dit lied in een song van Tucker Zimmerman/Derrol Adams. Maar de tekst werd vertaald naar de Europese situatie van economische vluchtelingen die trekken vanuit Afrika over Gibraltar naar Sangatte (in Noord-Frankrijk, aan de kanaaltunnel), en vaak blijven hangen, of gevat en teruggestuurd worden en steeds maar opnieuw proberen, steeds maar opnieuw. Je moet werkelijk een hart van steen hebben om geen tranen in de ogen te krijgen bij het aanhoren van dit droevige verhaal. In het tweetalige "Groenendaal" (over een stationnetje in Brussel, een nummer van André Bialek & Wannes Van De Velde) gaat de zang van Eva en Laila naadloos in elkaar over. Maar ook de instrumentale nummers op deze cd zijn van een eenzaam hoog niveau : in "Matram" zorgen Sergey (op low flute & zhaleika) en Mattias voor vuurwerk, terwijl er in "Neferjoni" een glansrol weggelegd werd voor Lode Vercampt. Hij is er een wilde cellist die een Egyptische farao-dochter belaagt. "Semai Nahawent/Ach het went (als ge't kent)" is Trage Ottomaanse kamermuziek, maar Oblomov breide er wel iets Westers aan. Naast Sergey is ook de accordeonist Ivan Smeulders een welkome gast op deze plaat. Hij bracht "Ya Racha Fattan voor zeelui" aan, een nummer dat hij oppikte in de haven van Fez. Eigenlijk zou ik alle nummers kunnen bespreken. Ze zijn allemaal prachtig, vaak droevig, maar er is ook plaats voor een knipoog (wat dacht je van de woordspeling in de wals "Het eenzame pletwalsje" ?). Er is maar één nummer die me iets minder kon bekoren en dat is "Red me dan". Gerry speelde ooit nog mee met Lula Pena en kreeg daar ongetwijfeld het fado-virus te pakken. Het nummer is trouwens een vertaling van een Portugees liedje van Jorge Fernando. Het doet echter wat vreemd aan dat het refrein in schril contrast staat met de melancholie die in de rest van het liedje primeert. Dit was blijkbaar een bewuste keuze, en zal door sommigen wellicht als charmant worden ervaren, maar is wat mij betreft toch iets minder geslaagd. Nu ja, het is enkel als een plaat zo sterk is dat men begint te letten op dergelijke kleine details.

Voor binnenkort

 

FROM RUSSIA WITH LOVE

 

Inleidend artikel : de recente geschiedenis van Russische Folk

Wat kennen wij eigenlijk van de muziek van Rusland ? Bitter weinig. Nochtans heeft Rusland een erg groot muzikaal verleden : Racmaninoff, Prokofiev, Tchaikovsky, Mussorgsky, Stravinsky en Rimsky-Korsakov zijn allemaal Russen, ook al hebben sommigen niet gans hun leven in Rusland gewoond. Maar door de komst van het ijzeren gordijn raakte het Westen zo een beetje het contact met Rusland kwijt. En in Rusland zelf werd de traditionele muziek zonder enige twijfel stiefmoederlijk behandeld. Om muziek te mogen maken, moest men een staatsexamen afleggen. Heel wat genres werden verboden. Eén van de enige traditionele genres die getolereerd werd was de muziek van de "barden" (te vergelijken met de singersongwriters van bij ons). Het valt op dat vele van die barden hogere studies achter de rug hadden, en meestal trachtten verborgen boodschappen in hun muziek mee te geven. Zo konden ze toch wat maatschappijkritiek spuien. Vaak kon hun muziek gekocht worden en in het communistische Rusland betekende dit al heel wat. Intussen was er wel een insijpeling van Westerse invloeden : hoewel b.v. THE BEATLES & THE STONES niet officieel verkocht mochten worden gingen hun cassettes als warme broodjes onder (en niet over) de toonbank.
Na de val van het ijzeren gordijn werden de Russische muzikanten geconfronteerd met het kapitalisme. Muziek moest verkopen. Er was onmiddellijk een explosieve groei van klonen van Westerse groepen. Denken we maar aan het succes van de okselfrisse meiden van T.A.T.U. met "All the things she said". De traditionele muzikanten kregen het zwaar te verduren : in eigen land viel een groot deel van de bestaande verkoop weg, en de West-Europeanen begonnen nu ook niet meteen massaal Russische volksmuziek te kopen. Toch braken een aantal groepen - op bescheiden schaal - door bij ons. Denken we maar aan de prachtige muziek van het TEREM QUARTET, en de zeer gesmaakte optredens in Gent en Tilburg van THE FARLANDERS, aan de opzwepende balalaïka-ska van APPARATSCHIK en zielsgenoten THE TRANSSYLVANIANS en aan de folky Smith-Covers van THE UKRAÏNIANS. Een aantal vroegere Oostbloklanden zijn intussen ronduit populair. Denken we maar aan Hongarije (zie bespreking elders in dit blad). We keken dan ook met een hooggespannen verwachting uit naar de nieuwe "THE ROUGH GUIDE TO THE MUSIC OF RUSSIA"

2002 - World Music Network - RGNET 1107 CD - 68'24"

 

 

 

The Rough Guide to the music of Russia

Vladimir Vysotsky was één van de populairste barden van Rusland. Niettegenstaande hij altijd veel tegenwind kreeg van het regime van Breznjev (zijn teksten waren behoorlijk controversieel), richtte deze laatste na de dood van Vysotsky (hartaanval in 1980) toch een groot standbeeld op, en werd hij postuum erkend als groot artiest door Gorbatsjov. Het is dan ook niet meer dan gepast dat hij deze compilatie mag openen met "Dialog Y Televisora", een polka-achtig nummer met een lachende en huilende klarinet (zoals we dat ook kennen van bij de Klezmer). Ongetwijfeld is de tekst belangrijk, maar die begrijpen we helaas niet (en er staat ook geen vertaling in het cd-boekje). Daarmee is meteen het zwakke punt van deze cd blootgelegd: bard-muziek is vooral tekstueel belangrijk, maar is muzikaal niet meteen grensverleggend te noemen. Enkel de groep NOL is wat mij betreft de moeite waard. De combinatie van een slide-gitaar met balalaïka en accordeon hoor je niet elke dag. Maar het clowneske 'Arlekino' van de in Rusland zeer populaire Alla Pugacheva doet ons geen tranen wegpinken. En wat de Beatles-achtige pop van Mashina Veremeni op deze cd doet begrijp ik helemaal niet. Gelukkig zijn naast bard-muziek ook genres als jazz en klezmer goed vertegenwoordigd. Dat maakt alles toch nog een beetje verteerbaar. De filmmuziek van zowel Mark Bernes als Michael Alpert brengt ons onmiddellijk in de sfeer van Doctor Zhivago. En de beste nummers werden voor het laatst bewaard: Russische Bluesgrass van KUKURUZA en vooral de prachtige Urban Folklore van het TEREM QUARTET. Of deze paar goede nummers echter de aanschaf van deze compilatie rechtvaardigen betwijfel ik helaas ten zeerste. Een zeldzaam zwak moment in de doorgaans prachtige ROUGH GUIDE serie. Wil je meer te weten komen over Oostblok-muziek, dan ben je veel meer gediend met de compilatie "ROUGH GUIDE : THE MUSIC OF EASTERN EUROPE".

 

 

 

2002 - Roff - Roff CD 046 - 47'23"

 

2002 - eigen beheer : www.hmil.info en www.hmil.info - 65'57"

 

Zowel in Gent als in Tilburg zagen we deze winter THE FARLANDERS aan het werk. Een erg boeiende Urban Folk Groep uit Rusland. Hun eigen cd's dateren intussen al van een paar jaar geleden, dus die bespreken we hier niet meer, maar recentelijk werden er wel wat nevenprojecten uitgebracht die we wel even onder uw aandacht willen brengen:

Malerija - Malerur

Dit project draait rond de vrolijk fluitende tovenaar Sergei Klevensky die o.a. bij THE FARLANDERS schitterd. In Rusland zijn ze behoorlijk bij de tijd want MALERIJA is ronduit een fusie-project tussen folk enerzijds en lounge en techno anderzijds. De cd opent tamelijk poppy, en er zijn zelfs reggae-invloeden te bespeuren. Maar dat duurt niet lang: al gauw krijgen we een jazzy sax, zware gitaren en een dreigende beat geserveerd (in "baby"). Ook "Liza" is behoorlijk stevig en lijkt wel een geremixte Russische HOVEN DROVEN. En er mag ook wat gedanst worden op zijn Afro Celts : "Tonight" is pure drum'n folk en Upala is zonder twijfel zelfs draaibaar in een dancing. Maar de fluitkunsten van Sergei worden nog het meest eer aangedaan in tripfolk nummers zoals "Joy-Da-Sin", "Rain" en "Don't Allow" waar hij niet moet onderdoen voor de muziek op Michael McGoldrics plaat "FUSED". En dat wil wat zeggen !

En nog een project rond THE FARLANDERS is:

SEKL/HMIL - SEKL/HMIL

Net zoals de hierboven besproken MALERIJA is dit een project rond Sergei Klevensky (sekl) en dj'hmil (hmil). Dit maal wisten ze o.a. Inna Zhelannaja (zangeres van THE FARLANDERS) te strikken. Hoewel het uitganspunt veel gemeen heeft met MALERIJA is de muziek toch behoorlijk verschillend. Het doel was hier duidelijk geen dansmuziek maar wel luistermuziek. Opener "ej ti da ej" is typerend voor de ganse cd : het nummer begint als loungy jazz, plots blijkt er gerapt te worden en de muziek gaat onmerkbaar over in folk fusion. In alle nummers zijn prachtig bespeelde traditionele blaas- en snaarinstrumenten te horen. De muziek is vaak loom als een zoemende hommel op een zomerdag op de Russische steppen, maar bijna in elk nummer zijn er passages waar je gestoken wordt door die hommel. Zoals in "NR.5". Aanvankelijk is de muziek zo rustig als alleen new age kan zijn. Maar na enkele minuten wordt de sfeer dreigend, gevolgd door een gewelddadige uitbarsting van scratchende instrumenten. De storm luwt even snel als hij opkwam. De zang van o.a. Angela Manukjan doet soms denken aan de joiks van Mari Boine. Dj hmil schrikt er echter niet voor terug haar stem bijna onherkenbaar te vervormen.
Leg deze schijf niet op als je je vrienden wilt laten proeven van je bejubelde vissoep: ze riskeren zich te verslikken. Dit is geen achtergrondmuziek, want de vele sfeerwisselingen eisen al je aandacht op. Doe dus het licht uit, sluit je ogen, en laat je onderdompelen in dit o zo vreemde Russische universum. De laatste drie nummers zijn overigens veel rustiger dan de rest van de cd. Het nummer "tangerine' verwijst duidelijk naar de synthesizermuziek van TANGERINE DREAM, en "pafo$" lijkt wel KITARO. Even uitblazen mag wel na zo'n cd.

 

2001 - Bomba-Piter Inc. - CDMAN 072-01 - Manchester Files Records - 40'18"

Boekingen via de in Nederland gevestigde Natalie Padabed , boekingskantoor Morzvukov

Babsley - Eldyrina sloboda

Meiden-ethno-punk-funk-folk uit Rusland

BABSLEY is een meidengroep uit St.Petersburg. Er zit niet één man in de groep. En dat is in Rusland op zijn minst uitzonderlijk te noemen. De groep bestaat sinds 1998. Al van in den beginne wilden ze veel meer doen dan traditionele muziek maken: ze wilden alle soorten invloeden erin verwerken om tot een eclectische en zelfs avant-gardistische stijl te komen. Dit album "ELDYRINA SLOBODA" is verassend genoeg hun eerste album. En wat voor één ! De stem van Natasha Kordukova doet me denken aan MIRANDA SEXGARDEN: wellicht klassiek geschoold, en stampvol wilde energie (zoals in "the pine in the woods"). De ritmesectie (Drums en percussie en TWEE bassistes) neemt een belangrijke rol in en zorgen ervoor dat bepaalde nummers zo opzwepend worden dat je deze plaat best niet oplegt vlak voor het slapengaan wegens gegarandeerd slechte nachtrust (je ledematen blijven ongecontroleerde dansbewegingen maken - lach niet: mijn vrouw verdenkt me er nog steeds van dat ik haar intentioneel een schop gegeven heb). In "The Birdy" martelt Valeria Kildeeva haar viool ongenadig. Een erg leuk nummer is "Holmogory", dat begint met percussie en pipers, maar al gauw overgaat naar een Vlaams aandoend accordeon-deuntje. 't Lijkt TREF wel. Zo goed als alle nummers zijn echter veel en veel ruiger en vooral stomender. "The wedding" lijkt wel weggelopen van op het trouwfeest van Goran Bregovic. "Darkness" is pure speedmetalfolk. In het jazzy ska-nummer "GovnoRap" wordt er zowaar gerapt. En overal worden we verast door tempo- en stijlwisselingen terwijl het geheel toch zeer homogeen en zeker niet 'te moeilijk' overkomt. Behalve dan de teksten (Russisch is pas mijn 27ste taal, en ik zit nog maar aan 4). Het laatste nummer van de cd heet tango. Een rustig instrumentaalke. Kwestie van het adrenalinegehalte in het bloed van de luisteraar terug op een medisch verantwoord niveau te krijgen.

 

FRANKRIJK

2002 – eigen beheer – 50’00”

Minuit Guibolles – Ayé NA Donké

MINUIT GUIBOLLES is een jonge groep uit Orléans (Centraal Frankrijk). Ze waren eind december nog in België te zien op het groot volksbal dat in de Hallen van Schaarbeek plaatsvond (in een organisatie van Muziekpublique). Ze brengen heel plezante traditionele dansmuziek in verassende arrangementen met vooral veel etnische percussie. De groep bestaat uit slechts 4 muzikanten, maar dan wel met een indrukwekkend instrumentarium : Boris Trouplin op doedelzak, fluiten en steel drum, Vincent Chazot op een gans percussiearsenaal, Frédéric Pezet op diatonische accordeon maar ook op klarinet, fluit en zo’n hol schud-ei-geval, en tot slot Pascal Seixas op contrabas, bass. Hij bedient ook de geluidsbanden (omgevingsgeluiden van de luchthaven van Dublin tot een familiebijeenkomst in Mali). “Les Sangliers Sont Lachés” opent. Een zeer dansbare tovercirkel die naar het einde toe overgaat naar “La Tarentelle du Pyjama”. “Recto Verso” is dan weer een erg toepasselijke titel voor een bourrée. We worden ook vergast op een jazzy hanterdro, een rondo, en vooral “Entourloupe – Fausse Facture”, een nummer dat aanvangt met enkel Afrikaanse percussie, maar toch overduidelijk een andro is.. Jammer van een paar kleine minpuntjes: de steel drum in “Jour de Pluie” draagt niets bij tot de sfeer, integendeel, en de Afrikaans gezongen titeltrack “AYE NA DONKE” , klinkt wat rommelig en haalt bij lange na het niveau van onze TANTRA niet. Toch moeten volksdansliefhebbers niet lang twijfelen hoor. Wie éénmaal “De Caraïbes en Scylla” gehoord heeft is gegarandeerd verkocht.

 

DE KELTISCHE EILANDEN

2002 – Green Linnet Records – GLCD 1221 – Central Distribution – 41’16”

Ffynnon – Celtic Music From Wales

De muziek van Wales is bij ons eigenlijk niet zo goed gekend, veel minder dan b.v. de Ierse en Schotse Folk. Dit komt misschien omdat de folk in Wales doorgaans trager en melancholischer is en daardoor wellicht minder toegankelijk. De driekoppige FFYNNON vormt hier geen uitzondering op. Ik zou dit zelfs “minimalistische folk” willen noemen. De begeleiding is erg sober: vaak enkel een jazzy six-string bass gitaar (die eerder als gitaar dan als bass wordt bespeeld) of een piano. Of een accordeon begeleid door Bodhran. De opener “Y Gwydd” is zelfs helemaal a capella (weliswaar met een donkere grondtoon). Helaas klinkt de stem van Lynne Denman erg onvast. Gelukkig is dit niet in alle nummers zo. “Goshawk” is een lome grensballade die populair was in het begin van de 19de eeuw, en hier prachtig gebracht wordt. De meeste nummers zijn trouwens stokoud, en bijna allemaal afkomstig uit Wales. Een typevoorbeeld hiervan is “Pais Dinogad”, een ‘nursery rhyme’ die nu overkomt als een wondermooi kinderliedje. De taal is vaak ‘Welsh’ (niet te verwarren met Gaelic). “Le Petit Cordonier” (een Bretoense traditional) vormt hierop een eenzame uitzondering. Het ongewone instrumentarium resulteert vooral in het middenstuk van de cd in erg boeiende muziek. Het is wel jammer dat zowel begin als einde van de cd de mist ingaan door te banale composities. Toch wel een gemiste kans.

 

MALI en CUBA

2002 - ARC Music Productions – EUCD 1779 – ARC – 60’56”

SECKOU KEITA – MALI

Deze Senegaleese muzikant heeft ondanks zijn jonge leeftijd (geboren in 1977) een palmares om U tegen te zeggen.. Hij groeide op in de traditie van griots (Afrikaanse minestrelen) en bespeelt naast de kora ook heel wat percussie-instrumenten. Vijf jaar geleden werd hij lid van de Engelse groep BAKA BEYOND, en speelde op festivals doorheen gans Europa. Hoogtepunt was ongetwijfeld de verschillende optredens op WOMAD. Dit staat allemaal uitgebreid beschreven in het uitstekend gedocumenteerd cd-boekje (vier-talig). En hij heeft een tot de verbeelding sprekende naam (Seckou Keita doet vermoeden dat hij familie is van de legendarische Salif Keita. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Hij is wel familie van Sundiata Keita, de politieker die de staat MALI oprichtte, wat meteen de naam van deze plaat verklaart). Maar hoe klinkt zijn muziek ? Tsja. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nu niet meteen wild enthousiast ben van het album. Seckou is namelijk verre van een begenadigd zanger. In zoverre ik het kan beoordelen is hij gelukkig wel een uitstekend kora-speler. Hij is op zijn best in de overwegend instrumentale rustige nummers waar hij er moeiteloos in slaagt een trance op te wekken. “Tamala” (Mory Kante’s laatste cd heette ook zo) is wat mij betreft de beste song, ook al ontstond het doordat onze vriend begon te tokkelen op een per ongeluk verkeerd gestemde kora. Af en toe wordt er gedoseerd gebruik gemaakt van een viool (van Paddy Le Mercier van BAKA BEYOND) die wonderwel blijkt te passen bij dergelijke muziek. Of is er enkel percussie en tribale groepszang zoals in “Founé”. Maar vanaf alles wat dansbaarder wordt valt Seckou vocaal door de mand. Dat is echt wel jammer want b.v. “Sabu Nginma” is erg funky en zelfs feestelijk door een uitfreakende bassist (Sam Djengue). Ik ben wel benieuwd hoe Seckou live klinkt want aan zijn referentielijst te zien moet hij toch al heel wat organisatoren muzikaal overtuigd hebben.

2003 – Skip Records GmbH – SKP 9034-2 – Culture Records Benelux - 63’

 

Omar Sosa with Gustavo Ovalles – Ayaguna

De Cubaan Omar Sosa werd geboren in 1965 en studeerde percussie in Havana. Vanaf eind jaren 80 trad hij op in diverse groepen, en begon meer en meer piano te spelen. Eén van zijn leermeesters is trouwens de levende legende Rubèn Gonzales (BUENA VISTA SOCIAL CLUB). Zijn muzikale stijl evolueerde richting jazz. De laatste jaren wordt hij zelfs beschouwd als één van de grootste Latin-jazz pianisten. Zo behaalde hij dit jaar nog een Grammy-nominatie voor het beste Latin-jazz album (“SENTIR”).
Gustavo Ovalles is een Venezuelaanse percussionist en bespeelt o.a. congas, bongo, maracas en quitiplas.
Samen nam dit duo in Japan een live-plaat op : “AYAGUNA” (dit West-Afrikaanse woord verwijst naar vrede en wijsheid). Het resultaat is verbluffend. Sosa slaagt erin om flitsend te freewheelen tussen de meest groovy latin-ritmes en subtiele fijngevoelige passages. Op www.jazzreview.com schrijven ze “AYAGUNA is world jazz at its best, and highly enjoyable”. De muziek doet me bij momenten wat denken aan Dorantes, een spaanse flamenco-pianist. Op de cd is ook een video-bonustrack als voorproefje van Sosa’s volgende project waar hij live geluid en video wil vermengen. Hij vindt dit belangrijk want “al de rest werd al eerder gedaan” en vooral “I don't want to be Mandela or Gandhi in my music, I just want to discover a little bit of their spirit in sound. I don't just want to be the musician who walks on stage and says, 'Look at me, look what I studied, look what I can do'. I'm looking for the higher spirit."

 

DEMO's

 

De laatste maand ontving ik geen demo's.

Wil je je eigen demo besproken zien : stuur hem op naar :

Jåk
Wollestraat 5
8790 Waregem
België

 

Klik hier voor de laatste demo-besprekingen

 

Niet akkoord ? Reageer op het interactieve forum !

 

Terug naar top

VORIGE CD-RECENSIES

VOLLEDIG OVERZICHT BESPREKINGEN

Jåk

 

 


Ga je al dan niet akkoord met deze recensie ? Wil je je eigen mening kwijt ? Dat kan op het folkforum !
Terug naar het overzicht van mijn 'Bourdonske-artikels'
Belgian Folk-DJ Jåk : Home (English)

Belgische Folk-DJ Jåk : Home (Nederlands)
Wes-Vlamse Folk-dijee Jåk : Tus (West-Vlaams)
www.bourdonske.tk