Lúnasa – Redwood

 

2003 – Green Linnet – GLCD 1224 – Central Distribution – 42:58

Keltische supergroep

LÚNASA behoort al een hele poos tot de absolute top van de Ierse folk. Niet te verwonderen als je weet dat de groepsleden nog gespeeld hebben met THE WATERBOYS, Sharon Shannon, Donnal Lunny’s COOLFIN en MOVING CLOUD. Hun vorige album ‘THE MERRY SISTERS OF FAITH’ werd verkozen tot ‘Beste Keltische album van het jaar’ door de federatie van ‘Independent Music’?
Het woord Lúnasa betekent zoveel als ‘Keltisch oogstfeest’. En tijdens hun live-optredens wordt er vaak duchtig gefeest. De gitaar van Donogh Hennessy fungeert vaak meer als bodhran dan als snaarinstrument, en contrabassist Trevor Hutchinson houdt er de nodige schwung in met zijn slides en syncopes. Maar het is vooral het fluitspel van de virtuoze Kevin Crawford (begeleid door de bijna even briljante violist Seán Smyth en piper Cillian Vallely) dat de sound van de groep bepaald. Net zoals bij genregenoten FLOOK zijn de vingers van de muzikanten vaak nauwelijks te volgen, en dat terwijl ze vaak met z’n drieën dezelfde melodie spelen waardoor de minste fout merkbaar zou worden. Wat toch tamelijk uitzonderlijk is bij een Ierse groep, dat is dat ze niet vies zijn van muziek van het vasteland. Naast de obligate jigs, slip-jigs, double-jigs, reels, slow-reels en airkes durfden ze op hun vorige albums af en toe al eens een Bretoense Mars of zelfs een Klezmernummer spelen.
Op hun laatste album ‘REDWOOD’ is dit niet anders. Het nummer ‘Fest Noz’ is een typisch Bretoens vraag- en antwoordspelletje, maar ditmaal niet met schelle schalmeien, maar wel met uillean pipes en een zachte fluit. Hierdoor klinkt deze ridée à 6 temps weliswaar nauwelijks nog Bretoens, maar het is wel een erg mooi nummer. Die zachtheid (ondanks de vaak onvoorstelbare snelheid van spelen) vinden we zo goed als in alle nummers van het album terug. In ‘Harp and Shamrock’ bijvoorbeeld, waar een low-whistle eerst een minuut soleert vooraleer de rest van de groep invalt. Het enige nummer met enige ‘echte percussie’ is (als we eventjes ‘Dublin to Dingle’ vergeten waar een nauwelijks merkbare snaredrum het gitaarspel benadrukt) is ‘Temple Hill’. Maar ook deze song komt nooit echt tot een climax, en dit is duidelijk een bewuste keuze. Het is een ‘vloeiend’ album geworden vol schitterend gespeelde instrumentale parels, mist misschien een beetje vuur, maar zal zeker in de smaak vallen bij de liefhebbers van Ierse traditionele muziek.

Een mp3tje kun je vinden onderaan deze pagina

Jåk

 

Ga je al dan niet akkoord met deze recensie ? Wil je je eigen mening kwijt ? Dat kan op ons folkforum !
Terug naar het cd-recensie overzicht'

HOME

Moest U hier via een zoekrobot terechtgekomen zijn : U bevindt zich op de site www.folkroddels.be