|
|
Ik herinner me nog levendig de eerste keer dat ik DAAU
aan het werk hoorde. Het was vele jaren geleden in de clubtent van Dranouter
(heet nu de ‘kleine concerttent’). Ik had een paar uur daarvoor
een dodelijke cocktail van Hoegaarden, Kasteelbier, rode wijn en rookwaren
tot mij genomen en was net ‘de prijs hiervoor’ aan het betalen.
Ik mocht dan ook het concert aanhoren terwijl ik in een stinkend blauw
toiletje zat (en er ongeduldige vrouwen op de deur aan het kloppen waren).
Toch heb ik toen erg genoten van het optreden. Hun muziek vond ik veel
meer geestverruimend en tranceverwekkend dan al die alcoholische dranken
samen.
TROISSOEUR zag ik voor het eerst op het intussen al lang ter ziele gegane
‘winterfolk’ (op Dranouter moet ik ze dat jaar om de één
of andere duistere reden gemist hebben – neen, niet opnieuw door
dodelijke coctails, die heb ik inmiddels afgezworen). Ze waren toen
werkelijk schitterend. Hun optreden staat nog steeds in mijn ‘top
5 aller tijden’.
Enkele jaren geleden traden beide groepen op op LYNX, een vernieuwend
festival dat doorging in Leuven en Roeselare, en dat georganiseerd werd
door Folkdranouter. Ze traden er niet samen op, maar zagen wel elkanders
muziek. Troissoeur was meteen onder de indruk, vooral dan op het werk
uit de eerste CD van DAAU.
Intussen heeft Troissoeur al samengewerkt met artiesten als Sandy Dillen,
met Sathoshi Takeshi en met Jean-Marie Aerts (die laatste combinatie
vond ik iets minder geslaagd maar soit), en is DAAU uitgegroeid van
een puur akoestische groep naar een groep die stoeit met elektronica.
Qua sfeer lagen beide groepen altijd al dicht bij elkaar.
En nu traden ze in de Handelsbeurs ook (gedeeltelijk) samen op.
Het was er die avond erg donker in de Handelsbeurs.
Niet alleen qua belichting maar ook qua muziek.
TROISSOEUR mocht openen. Op een achtergrond van vier projectieschermen
brachten ze hun gotische folk. Of mag je dit nog folk noemen? Qua instrumentarium
misschien wel, qua composities veel minder. Die vraag doet trouwens
weinig of niet ter zake: hun muziek vind ik persoonlijk behoren tot
de allerbeste muziek die ik ken, en het kan mij eigenlijk niet schelen
welk genre ze is. Zoals gebruikelijk kregen we overdonderende composities
te horen, in complexe ritmesamenstellingen, vol dissonanten, en met
erg veel passie gespeeld. Een term die veel mensen in de mond nemen
als ze het over deze muziek hebben is ‘psychedelisch’ (denk
hierbij maar aan muziek van b.v. THE DOORS). De stemmen voerden het
hoogste woord, en zoals gebruikelijk waren de teksten stuk voor stuk
geschreven in een imaginaire taal. Neen, ze hebben dit niet afgekeken
van URBAN TRAD, ze doen dit al tien jaar. Ook hun instrumenten bleven
dezelfde. Naast accordeon, viool, contrabas ook weer de vreemdsoortige
negentiensnarige dubbelnekgitaar die soms klinkt als een luit. Ik heb
ze echter geen vioolgitaar zien gebruiken (al was het wel erg donker,
ik ben dus helemaal niet zeker dat ik niet af en toe iets gemist heb).
Op de projectieschermen geen ‘mooie’ beelden, maar wel ‘karaktervolle’
beelden. Aardekluiten die openbarsten. De wereld gezien vanuit de onderkant
van een winkelwagentje. De voorbijglijdende structuren van een parketvloer.
Roestige waterleidingen. Honderden kleine cactussen. Door die beelden,
door het weglaten van ‘begrijpbare taal’ en door het verduisteren
van de zaal slaagt de groep erin de toehoorders zelf ‘verhalen’
te doen verzinnen die horen bij de muziek. Ze creëerden als het
ware een collectieve wegdroomsessie.
De meeste nummers die we te horen kregen waren gloednieuw. We herkenden
slechts twee oudere nummers, en zelfs die waren bijna onherkenbaar omgetoverd.
Een evolutie die de groep zeker doormaakt is dat ze nu meer en meer
met samples beginnen te werken. Maar dan wel zeer ‘organisch’
klinkende samples die perfect passen in hun imposante en dreigende klanktapijten.
Ook de nieuwe single ‘Levina’ werd geserveerd. Het begin
van het nummer klinkt me veel te toegankelijk. Nu ja, singles moeten
nu eenmaal toegankelijker zijn dan de rest. Een nieuwe single, dat doet
vermoeden dat er ook een album op komst is. Dat is ook zo. Maar ze willen
eerst de nummers nog wat live doen ‘groeien’. Dus eerst
een tournee, en op het einde ervan een album opnemen. De meeste groepen
werken omgekeerd, starten met een album, en gaan met de nieuwe nummers
op tournee. Troissoeurs manier van werken is artistiek gezien zonder
enige twijfel de beste manier, maar is commercieel een ramp. Commercie
is echter nooit een item geweest voor onze vier jongens. Aan de vorige
cd ‘Trah njim’ hebben ze zeven jaar gewerkt…
DAAU brengt ook wel donkere muziek, maar is toch stukken
minder dreigend en complex dan TROISSOEUR, ook al bleven de lichten
in de zaal even weinig licht verstrooien. En ze zingen ook nauwelijks
– wat pom-pom niet te na gesproken. Het viel meteen op dat ze
terug akoestischer klinken dan een poos geleden. Dat hun drummer en
gitarist de groep verlaten heeft zal hier ongetwijfeld mee te maken
hebben. Zo zijn ze tien jaar geleden trouwens ook begonnen. Hun muziek
gaat nu sterk richting kamermuziek, al blijven er ook duidelijke invloeden
uit folk, jazz en klezmer hoorbaar. En de composities zijn natuurlijk
zelfgeschreven. Het indrukwekkende van DAAU zet hem vooral in subtiliteiten.
In hoe ze vraag-en-antwoordspelletjes spelen. De manier waarop het concert
geopend werd door de instrumenten één voor één
te laten invallen was werkelijk schitterend. Hun muziek omschrijven
ze zelf als ‘avant-trance’ of ‘arty-folky’.
Ik had wel de indruk dat er niet zo erg veel nieuw materiaal tussen
zat. Maar ook zij werken aan een nieuw album (zou in April in de rekken
moeten liggen).
Als kers op de taart kregen we als bisnummer ook nog
eens vier langgerekte nummers van de beide groepen samen. Twee ‘traditionals’,
en één nummer van elk van de groepen. Ze hadden wijselijk
gekozen voor ietwat toegankelijker muziek (’t had wel wat mee
van Olla Vogala vond ik) en konden rekenen op heel veel bijval bij het
opvallend jonge publiek.
Probeer dus zeker dit dubbelconcert ook ergens te zien
te krijgen;
En hou de site van DAAU in de gaten, want eind november zou daar, en
enkel daar, een cd te koop aangeboden worden met muziek van zichzelf,
en interpretaties van hun muziek door collega/fans (zoals An Pierlé).
Zie ook de vernieuwde site www.troissoeur.be
en www.daau.com
Jåk
|